De gids Saskia de Brauw

Saskia de Brauw kan als kunstenaar doen wat ze wil omdat ze succes heeft als model

Saskia de Brauw Beeld Els Zweerink

 Saskia de Brauw brak door als model op haar 28ste - zeer ongebruikelijk. Ze werd een van de spraakmakendste gezichten van het decennium en timmert aan de weg als kunstenaar. 

In fotografiemuseum Foam is een project te zien van topmodel en kunstenaar Saskia de Brauw en haar vriend, fotograaf Vincent van de Wijngaard. Ghosts Don’t Walk in Straight Lines bestaat uit een korte film en een fotoboek. De Brauw en Van de Wijngaard hebben jaren af en aan dit project gewerkt; het is een document van de diversiteit van New York.

‘Het is begonnen met langzame wandelingen die ik door de stad maakte, om die te leren kennen.’ Van de Wijngaard, die is opgeleid als documentair fotograaf, heeft haar tijdens zo’n wandeling gefilmd en gefotografeerd en ook de ontmoetingen met voorbijgangers vast­gelegd.

Voor De Brauw is dit haar tweede boek als kunstenaar. Drie jaar geleden verscheen The ­Accidental Fold, een poëtische verzameling scans van voorwerpen die ze op straat had gevonden. Maar ze is waarschijnlijk bekender als model dan als kunstenaar. Ze heeft shows gelopen en campagnes gedaan voor een zwik toonaangevende modemerken, zoals Givenchy, ­Balenciaga, Prada en Versace en ze heeft in zo’n beetje alle grote modeglossy’s gestaan, van ­Vogue tot W magazine.

Haar modellencarrière is atypisch. Ze stond al sinds haar veertiende ingeschreven bij een Nederlands modellenbureau, maar deed jarenlang alleen cataloguswerk. Het grote succes kwam pas op haar 28ste, een leeftijd waarop de meeste modellen allang zijn afgeschreven. Op aanraden van een goede vriendin besloot ze om het werk nog één kans te geven; ze was net afgestudeerd aan de Rietveld Academie en het is niet makkelijk om financieel rond te komen als beginnend kunstenaar.

Ze had, zo rond 2010, de tijdgeest mee: er was behoefte aan een ander type modellen, lang en blond waren niet langer een pre. Haar jongensachtige uitstraling was precies wat de voorhoede in de modewereld op dat moment zocht. Al na een paar shows werd ze een half jaar exclusief geboekt door Riccardo Tisci, op dat moment hoofdontwerper van Givenchy en een van de belangrijkste smaakmakers in de mode. Krap tien jaar later geldt ze als een van de spraakmakendste gezichten van het ­afgelopen decennium én timmert ze aan de weg als kunstenaar.

Over De Brauw wordt vaak gezegd dat ze ­tegen wil en dank topmodel is. En het is waar dat ze nooit een carrière als model heeft geambieerd, maar dat betekent niet dat ze er niet trots op is. ‘Het is geweldig werk. Ik heb er veel van geleerd, ik ben van nature vrij serieus en verlegen en dat kan ik als model loslaten. ­Bovendien ontmoet ik dankzij dit werk bijzondere en inspirerende mensen én ik ben onafhankelijk. Ik kan als kunstenaar doen wat ik wil omdat ik succes heb als model.’

1. Fotograaf: Vincent van de Wijngaard (1969)

‘Het is natuurlijk een beetje makkelijk om meteen Vincent te noemen, want hij is mijn vriend. Maar ik heb hem veel aan het werk gezien en ik bewonder zijn manier van werken. Zijn hart ligt bij de klassieke documentairefotografie. Hij is vaak op straat aan het werk en hij heeft een bijzondere kwaliteit die daar goed van pas komt: hij kan zichzelf onzichtbaar maken. Daardoor kan hij heel dicht bij anderen komen.

‘Ik heb altijd het idee dat mensen zijn aanwezigheid heel makkelijk accepteren omdat hij nauwelijks aanwezig is. Zijn werk is esthetisch, maar hij heeft een voorkeur voor de randen van de stad. Ik heb ook respect voor zijn vakmanschap: hij snijdt bijvoorbeeld nooit een foto aan.

‘Het is een cliché; een fotograaf en een model die een relatie hebben. Maar wat geeft dat? We hebben elkaar vijftien jaar geleden leren kennen, hij moest mij fotograferen. Vijf jaar later zijn we verliefd geworden, intussen hebben we samen een dochter. Voor dit project hebben we intensief samengewerkt. Ik had dit met niemand anders kunnen doen: dit is onze ontdekkingstocht.’

Fotograaf: Vincent van de Wijngaard Beeld Saskia de Brauw & Vincent van de Wijngaard

2. Stad: New York

‘Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen, maar ik heb jarenlang een moeizame relatie met New York gehad, vanwege de snelheid en de drukte. Om de stad beter te leren kennen en tot rust te komen, ben ik korte en opzettelijk langzame wandelingen gaan ­maken. Daarbij liep ik traag door verschillende buurten, zo kon ik ze goed in me opnemen en tegelijkertijd kwam ik zelf tot rust. Die wandelingen zijn het startpunt van dit project geweest. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als ik een etmaal lang met vertraagde tred door de stad zou lopen.

‘Toen heb ik samen met Vincent een route ­bedacht: dwars door de stad, van noord naar zuid. Daarbij wilde ik zo min mogelijk in een rechte lijn lopen en zoveel mogelijk verschillende mensen tegenkomen. Op 21 mei 2015 heb ik de hele route gelopen; ik was twintig uur bezig. In het begin vond ik het moeilijk om me over te geven aan het trage tempo, maar na een tijdje zat ik in een bepaalde cadans en ging het vanzelf.

‘Voor ons was het een unieke kennismaking met de stad. Eigenlijk zijn we dankzij dit project langzaam verliefd geworden op New York: deze stad is zoveel meer dan Manhattan. Het is ongelooflijk divers en dynamisch. Wij wonen nu in Brooklyn, in een rustige, stille buurt.’

Schilder: Agnes Martin Beeld Hollandse Hoogte

3. Castingdirector: James Scully

‘Ik bewonder James Scully omdat hij altijd al ­interesse heeft in modellen die zogenaamd anders zijn – ook toen dat nog geen mode was. Hij is niet bezig met wie op dat moment gewild zijn, hij loopt altijd voor. Ook de manier waarop hij met modellen omgaat, is bijzonder. Hij is ontzettend aardig, en dat is geen vanzelfsprekendheid in dit vak. De modellenwereld is hard, zeker voor beginners. Je hebt als model weinig financiële zekerheid en nauwelijks controle over je agenda, en castingsessies kunnen intimiderend zijn.

‘Ik heb de luxe dat ik succes heb en zelf mijn klussen kan uitkiezen. Maar iemand als James is belangrijk voor deze industrie: hij maakt zich hard voor een goede werkethiek en hij is op cruciale momenten opgekomen voor de rechten van modellen. Hij is ook nauw ­betrokken bij de opzet van de Model Alliance, een soort vakbond die grensoverschrijdend gedrag en financiële uitbuiting wil voorkomen.’

Casting-director: James Scully Beeld Getty Images

4. Modefotograaf: Paolo Roversi (1947)

‘Toen ik nog op de middelbare school zat, ging ik vaak naar de Bruna op het station om tijdschriften te bekijken. Meestal kocht ik de Italiaanse Vogue, vanwege het werk van Paolo ­Roversi. Dat vond ik zo mooi: theatraal, een tikje dramatisch en in zekere zin ook wel klassiek. Zoals hij omgaat met licht is ongeëvenaard; alsof hij schildert. In de loop der jaren heb ik geregeld voor zijn lens gestaan, maar ik was dus al fan van zijn werk voordat ik op dit ­niveau modellenwerk deed. De eerste keer dat hij me fotografeerde, was op mijn dertigste verjaardag. Hij heeft een prettige manier van werken: hij werkt vaak met dezelfde visagisten en assistenten en neemt de tijd om te eten met zijn team. Door zijn ontspannen aanpak ontstaat een familiaire en creatieve sfeer op de set. Ik heb een bijzondere chemie met hem; soms heb ik het idee dat hij dwars door me heen kijkt en mijn gedachten kan lezen.’

Saskia de Brauw Beeld Els Zweerink

5. Schrijver: Georges Perec (1936-1982)

‘Ik ben al jaren bezig om het werk van de Franse schrijver Georges Perec uit te pluizen. Het eerste dat ik van hem las en dat ik sindsdien regelmatig herlees is La Vie, mode d’emploi, dat is ­vertaald als Het Leven, een gebruiksaanwijzing. Perec schrijft bijzonder over het alledaagse; zijn beschrijvingen zijn soms systematisch en minutieus, alsof hij trivia inventariseert om zo tot een groter inzicht te komen.

‘Ik vind het spanningsveld fascinerend tussen de intense blik van Perec en de doodgewone werkelijkheid waarover hij schrijft. Van zijn boeken gaat iets rustgevends uit en er spreekt veel gevoel uit. Perec schrijft nogal conceptueel, ik vind dat inspirerend, maar je moet ervan houden. Hij is een schrijver voor liefhebbers. Wil je voor het eerst iets van hem gaan lezen? Begin dan met Espèces d’espaces dat in het Nederlands is vertaald als Ruimten rondom.’

Schrijver: Georges Perec Beeld Getty Images

6. Kledingstuk: sjaal

‘Als ik één favoriet kledingstuk moet kiezen, dan is het een sjaal. Omdat de sjaal een universele vorm heeft. Zie het als een oervorm, het is gewoon een grote lap stof. Een sjaal krijgt vorm als je er vorm aan gééft. Ik heb vrij veel sjaals en ga nooit zonder de deur uit. Meestal draag ik ’m om mijn nek, maar ik gebruik mijn sjaals ook weleens om mijn dochtertje op te laten liggen of spelen als ik ergens ben. Ik zie het zo: als je geen jas bij je hebt maar wel een goede sjaal, dan ben je al een heel eind. En dan heb ik het niet over een modieuze voetbalsjaal of een klein sjaaltje met een heleboel logo’s. Mijn ­favoriete sjaals zijn groot, effen en vooral lekker zacht.’

Saskia de Brauw Beeld Els Zweerink

7. Modeontwerper: Haider Ackermann (1971)

‘Haider Ackermann is een ontwerpers-ontwerper. Hij heeft zoveel liefde voor zijn vak. De manier waarop hij een knoop legt, hoe hij de ­modellen aankleedt en nog even aankijkt voor ze weglopen; het is allemaal heel persoonlijk. Niet iemand die met grote logo’s of lelijke gympen aan de haal gaat omdat het toevallig mode is; en zijn kleurgebruik en de snit van zijn kleding zijn fantastisch. Zijn werk is ingetogen en sensueel tegelijk, net zoals zijn vrouwbeeld. Het is kleding die iets voor je doet en die bovendien mooi beweegt.

‘Ik heb vrij veel shows voor Haider gelopen en ben met hem bevriend geraakt. Een paar jaar geleden heb ik hem gevraagd om mee te werken aan Ghosts Don’t Walk in Straight Lines. Hij heeft de lange patchworkjas gemaakt, die ik draag tijdens de wandeling. Natuurlijk heb ik die nog, maar het is een nogal theatraal ontwerp, dus ik heb ’m niet echt aan in mijn dagelijks leven.’

Modeontwerper: Haider Ackermann Beeld Victor Virgile / Getty

8. Kunstwerk: Cirque Calder van Alexander Calder (1898-1976)

‘Ik ga meestal terug in de tijd op zoek naar mijn favorieten, naar het begin van de 20ste eeuw. Calder was in de jaren dertig een van de pioniers in de abstracte kunst én een van de grondleggers van de moderne beeldhouwkunst. Hij heeft veel mobiles gemaakt, die vaak zijn beschreven als bewegende Mondriaans. Cirque Calder was een van zijn eerste werken, online zijn verschillende filmpjes te vinden. Ik vind vooral het contrast tussen zijn grove, grote handen en het miniatuurcircus met dito circusfiguren geestig en ontwapenend.

‘Zijn werk in één woord? Geluk. Je zíét gewoon dat het met liefde en plezier is gemaakt. Het knappe vind ik dat zijn werk zowel ­abstract en monumentaal is als speels en ­vrolijk. De kunst van Calder heeft voor mij dezelfde kracht als bijvoorbeeld de knipsels van Matisse; als ik daarnaar kijk, krijg ik ook zo’n intens geluks­gevoel. De vorm is de inhoud, en toch gaat het werk van Calder verder dan alleen maar de vorm. Er zit enorm veel kennis en beheersing in; alsof hij precies wist wat er wel en niet toe doet.’

Kunstwerk: Cirque Calder van Alexander Calder Beeld Imageselect

9. Schilder: Agnes Martin (1912-2004)

‘De eerste keer dat ik een werk van haar zag, bij galerie Dia: Beacon in New York, was ik diep ­geraakt. Het ging om een raster in lichte kleuren, waar in de verte potloodlijnen doorheen te zien waren. Ogenschijnlijk simpel, en toch bleef het op mijn netvlies staan omdat ik het zo ontroerend vond. Het maakte zelfs zoveel indruk dat ik direct meer over haar wilde ­weten. Toen ik een documentaire over haar ­bekeek, begreep ik in één keer waarom haar werk mij zo raakt: ik bewonder haar manier van ­leven.

‘Agnes Martin was een geval apart, een soort kluizenaar onder de kunstenaars. Toen ze op haar 55ste doorbrak in de New Yorkse kunstscene heeft ze die abrupt verlaten om zeven jaar met een camper door Amerika te trekken en uiteindelijk ergens tegen de Mexicaanse grens haar eigen huis te bouwen. Pas daar is ze weer gaan schilderen.

‘Bekijk de documentaire maar eens: daarin is een krachtige, milde vrouw aan het woord, die op zoek is naar stilte en geluk. Ze heeft niets op met de ijdelheid, de agressie en de drukte die regeren in New York en de rest van de ­wereld. Uit haar werk spreken een zeldzaam soort traagte en een toewijding waar ik diep respect voor heb. Ik denk niet dat ik zo afgezonderd zou kunnen leven, maar ik zoek wel ­dezelfde concentratie en stilte.’

Ghosts Don’t Walk in Straight Lines is nog t/m 10 februari te zien in Foam

Saskia de Brauw Beeld Els Zweerink

CV Saskia de Brauw

1981 Geboren als jonkvrouw Saskia Deirdre de Brauw in Baambrugge, haar Schotse moeder en Nederlandse vader werken als jurist

2004-2008 Studeert Textiel aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam

2009 Publicatie ‘Traces’, een zine met een verzameling het werk van Saskia de Brauw en een inleiding van Maria Barnas

2010 Loopt een show voor Givenchy en wordt zes maanden exclusief geboekt

2013 Figureert in videoclip The Stars Are Out Tonight, van David Bowie

2016 Publicatie van het fotoboek The Accidental Fold (in eigen beheer uitgegeven)

2018 Publicatie Ghosts Don’t Walk in Straight Lines, samen met Vincent van de Wijngaard (in eigen beheer uitgegeven)

Saskia de Brauw woont samen met Vincent van de Wijngaard in New York en ze hebben een dochter van twee.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.