De Gids Balkontips

Reuzenteken, eikenprocessierupsen en draaigatjes: Caspar heeft er geen last van op zijn balkon

Caspar Janssen probeert sinds dit voorjaar een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen. Dit is aflevering 10. Voor eerdere afleveringen kunt u hier terecht.

Beeld Rebecca Fertinel

Gelukkig, ze zijn er nog, de gierzwaluwen. Ze scheren hoog boven de binnentuinen, maar soms ook wat lager, tussen de huizenblokken. Te herkennen aan hun sikkelvormige silhouet, zoals het in de vogelboekjes heet. En al of niet roepend: srie-srie. Het geluid van zomer in de stad. Nou ja, voor sommige mensen dan.

Het was een slecht gierzwaluwenjaar, is mijn indruk. Ze vliegen hier ieder jaar, maar dit jaar zag ik er soms slechts een paar. Pas vorige week was het opeens druk, voor mijn huis: tientallen exemplaren, cirkelend boven het water, elkaar achtervolgend. Ik kwam aanfietsen, het was een mooie, vroege zomeravond, ik zette mijn fiets tegen de reling van de Gerard Revebrug om naar het schouwspel te kijken. Alsof er iets bijzonders aan de hand was, zoveel drukte.

Natuurlijk, dacht ik: de jonge gierzwaluwen vliegen uit, dat moet het zijn. En dat betekent dus ook dat het feest al bijna weer afgelopen is, dat ze ieder moment kunnen vertrekken, zuidwaarts, naar hun overwinteringsgebieden in Afrika. En nu kijk ik dus iedere dag een paar keer omhoog en ben ik gespitst op hun geluid: zijn ze er nog? Ja, ze zijn er nog.

Ik word er ieder jaar door overvallen: het hele voorjaar is gericht op groei en bloei, maar het hoogtepunt is nog niet bereikt of de eerste tekenen van verval, of in dit geval, vertrek, dienen zich alweer aan. Zelfs de dagen worden alweer korter.

Nieuwe planten op Caspers balkon:

 Overblijvende ossentong
 Klimop

Zonnebloem Beeld Rebecca Fertinel

Hebben die gierzwaluwen iets te maken met mijn balkon? Ik maak mezelf wijs van wel. Gierzwaluwen brengen het grootste deel van hun leven door in de lucht, etend en slapend. Ze hebben een voorkeur voor de stad, omdat het daar in zomer relatief warm is, en dus al snel rijk aan insecten. Een volwassen gierzwaluw eet tienduizend  insecten per dag: zweefvliegen, mieren, bladluizen, muggen, maar ook spinnetjes. Aan een klein gedeelte van dat voedselpakket zal ik op mijn balkon toch wel hebben bijgedragen, denk ik dan maar.

Ook vanuit de insectenvrezende mens geredeneerd is het zaak om de gierzwaluwen te koesteren. Want tienduizend insecten eten per dag is niet niks. Daar kan een spuitbus niet tegenop, lees ik op een website van een gierzwaluwengroep. De gierzwaluwen zijn gebaat bij goede nestgelegenheid: oude gebouwen met dakpannen, ruimte onder goten en holten. Door sloop en nieuwbouw worden die plekken in veel steden schaarser.

Beeld Rebecca Fertinel

Niet vloeken in de krant. De pot met de gewone margriet is weer eens van het balkontafeltje gevallen, of beter, ik heb de pot er vanaf gestoten tijdens het water geven. Het wordt ook veel te vol. Die gewone margriet, daar zullen de bijen dit jaar sowieso weinig meer aan hebben, die komt vermoedelijk pas volgend jaar in bloei. Dit project is een groot succes, vind ik zelf, maar dat wil niet zeggen dat alles goed gaat. Zo heb ik wel meer planten waar ik dit jaar niets aan zal hebben. Die zijn uit onwetendheid te laat ingezaaid of geplant. De stengel van een van mijn laatste aanwinsten, overblijvende ossentong, genereus aangeboden door een stadgenoot, is tijdens het vervoer gebroken en staat er nu wat zieligjes bij, tussen vier stokjes. Wellicht wordt het nog wat met deze langbloeiende drachtplant voor bijen. 

Dan is er het zonneroosje, waaruit eerder dit jaar twee keer een mooi rood bloemetje ontlook, waar geen bij of vlinder op afkwam. Staat er geweldig groen bij, maar zonder bloemen. Deze plant had waarschijnlijk meer zon nodig dan ik kon bieden, of wat zanderiger grond, extra kalk. Aan de muur hangt – omdat ik geen plek meer had – een potje met rouwmantel. Bijna de hele dag in de schaduw, want te hoog, terwijl rouwmantel nu juist een ideale bodembedekker is in de tuin. Verkeerde casting dus.

Beemdooievaarsbek Beeld Rebecca Fertinel

Nu ja, gelukkig gaat het meeste wel goed. De hoofdrolspelers zijn geleidelijk aan veranderd. De dropplant en het wild kattenkruid zijn nu de populairste planten onder de bijen, hommels en zweefvliegen. Muskuskaasjeskruid staat in bloei, de beemdooievaarsbek lijkt in niets meer op de probleemplant die ik er eerder in zag, het ijzerhard houdt nog altijd moedig stand, de wilde marjolein en tijm lokken  honderden bijtjes en hommels per dag. Vooralsnog blijft de bijenboog aardig gespannen. Wel verandert ook hier de samenstelling. Weidehommels heb ik al een tijdje niet meer gezien, de werksters zijn klaar en gestorven, ik zou nu jonge koninginnen en mannetjes moeten zien, maar dat is niet zo. Wel vliegen er nog volop akkerhommels. Een kolonie kan tot zo’n 200 werksters omvatten, en ik durf wel te zeggen dat al die werksters van het dichtstbijzijnde nest voedsel halen op mijn balkon.

Geen goed vlinderjaar

Bezoek. Kars Veling van de Vlinderstichting, enthousiast vlinderpropagandist. Hij brengt een klimopje mee. Die kan er nog wel bij. Op de knopjes van de klimop moeten de boomblauwtjes hun eitjes gaan afzetten, aldus Veling. Aan boomblauwtjes geen gebrek inderdaad, ik denk dat ze ook op de blauwe regen, die her en der in bloei staat, al eitjes hebben afgezet. Eerlijk gezegd had ik meer soorten dagvlinders verwacht, het ideaalbeeld was toch een balkon met tientallen fladderende vlinders, maar dat valt vooralsnog tegen. Het lijkt er sowieso op dat het geen goed vlinderjaar is, zegt Veling. Vermoedelijk het gevolg van de droogte van vorig jaar, veel rupsen moesten het doen met verdrogende planten.

Maar het kan nog komen, zegt hij. Van veel vlindersoorten gaat de tweede generatie nu vliegen. Vanaf nu komen er weer atalanta’s, dagpauwogen, distelvlinders, gehakkelde aurelia’s tevoorschijn. Aan mijn balkon ligt het niet, meent Veling, dat is een mooie mix van nectar- en waardplanten. De brandnetels goed in de gaten houden, daar kunnen atalanta’s en gehakkelde aurelia’s hun eitjes op leggen. Veling heeft een lijst bij zich van ‘dagvlinders rond Caspar’s balkon, 2010-2019’. Daar staan veel soorten op die wel in de omgeving zitten, maar die de binnentuinen niet bereiken. Maar als ik geluk heb zou ik in de komende weken zomaar een koninginnenpage kunnen zien, Ook leuk: er is nog best kans op een kolibrievlinder, een muntvlinder, en misschien de kleine vos, al beleeft die laatste een uitermate slecht jaar. 

Muskuskaasjeskruid en Nagelkruid Beeld Rebecca Fertinel

Engebeestjestijd

Inmiddels is het volop engebeestjestijd, plaaginsectentijd. Een jaarlijks verschijnsel, maar dit jaar iets heviger dan voorgaande jaren. Reuzenteek, eikenprocessierups, draaigatjes, de gewone teek. Zelfs de prachtige bruidsvlucht van vliegende mieren wordt her en der als plaag ervaren.

De angst voor insecten is overigens niet vreemd, want evolutionair ingebakken. En ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik er zelf nooit last van heb. Sterker: ik overwin die angst slechts door te rationaliseren. Het leed dat een teek kan veroorzaken, moet ook niet onderschat worden.

Er is natuurlijk ook wel iets aan de hand, namelijk klimaatverandering, globalisering, een verstoord natuurlijk evenwicht. En het misverstand dat de natuur, het bos, bedoeld is voor de recreant, en dus gevaarloos is, lief en harmonieus. Of, zoals Midas Dekkers het zegt, in een verhaal dat ik in het Dagblad van het Noorden lees: ‘Vroeger haalde niemand het in zijn hoofd om in korte broek en sandalen het bos in te gaan.’

Wespen

Op mijn balkon geen enge beestjes, vind ik. Of het zouden wespen moeten zijn, die in verschillende soorten en maten mijn planten frequenteren, of eitjes hebben gelegd (de muurwesp, sluipwespen) in een van mijn bijenhotels. De jaarlijkse wespenplaag is alweer voorspeld door de wespenbestrijders. Er komt een jaar dat de voorspelling uitkomt, al kun je natuurlijk ook gewoon van een piek spreken. Gedoeld wordt dan de gewone huiswesp, de limonadewesp. Eigenlijk zijn deze wespen alleen gevaarlijk als je te dicht bij hun nest komt, en als je ze slaat. Maar op mijn smalle, volle balkon kan ik er nu ook zomaar tegenaan lopen, dus ik let wel een beetje op. Verder zijn wespen geweldige bestuivers, insecteneters en opruimers. Sluipwespen zijn ook erg handig bij het bestrijden van bijvoorbeeld eikenprocessierupsen.

Dropplant met akkerhommel Beeld Rebecca Fertinel

Goed, actie nu. Het balkon uitdunnen. Opnieuw breng ik planten naar de tuin van een vriendin. Uitgebloeide planten, planten waar ik pas volgend jaar iets aan heb, een paar niet-inheemse planten ook, het wordt steeds moeilijker kiezen. Ook weer planten ompotten, ondanks de ompotmoeheid die toch wel heeft toegeslagen.

De planten die overblijven dragen nog een belofte in zich. Of zijn al op de hoogtepunt van hun bloeitijd. Ook de dood ligt al besloten in al die weelderigheid. De eenjarige planten die volop in bloei staan, het is schreeuwende reclame, om stuifmeel te slijten aan een bestuiver. Is dat gelukt, dan kan het verval kan beginnen.

Dan wordt het warm. Goed opletten, de komende dagen. Ook weer eens alles goed inventariseren, misschien al die spinnetjes eens op naam brengen. En wachten op de gehakkelde aurelia, dat toch minimaal. Ergens gaan de opkomst en neergang elkaar raken in de komende weken.

Dinsdagavond. Vandaag hebben de gierzwaluwen weer volop gevlogen. Ze zijn er nog altijd. En nu, in het schemerdonker, scheren vleermuizen in volle vaart voor mijn balkon langs. Het zijn de eerste vleermuizen die ik dit jaar zie. Nog meer insecteneters. Allemaal voor het natuurlijke evenwicht.

Halen bijen en vlinders de tiende etage?

Brandende kwestie die opheldering behoeft. In de eerste aflevering van deze rubriek meldde ik dat je ‘tot op de achtste verdieping’ vlinders kunt aantreffen en dat diverse bijensoorten de derde etage wel halen. Dat deed ik omdat in het boek van Albert Vliegenthart, Een tuin voor bijen en vlinders, las dat hij op de achtste verdieping weleens vlinders had gezien, en ook bijen op de derde etage.

 Logischerwijs leek het  of ik bedoelde dat het weinig zin had om op de vierde verdieping iets voor bijen te doen, of vanaf de negende voor vlinders. Prompt kreeg ik  reacties van mensen die vlinders en bijen zien op hun dakterras en zelfs bijen op  de zesde en negende etage. Dat vraagt dus om opheldering. Ik bel Linde Slikboer van het EIS (kenniscentrum insecten). Bijen komen net zo goed voor in berggebieden, stelt zij, dus in principe kunnen ze ook op grote hoogte in de stad voorkomen. De vraag is wel of ze dat veelvuldig doen, want het meeste voedsel en de meeste nestgelegenheid is laag bij de grond te vinden. En 70 procent van de wilde bijen hebben hun nesten in de grond. Desalniettemin: het kan en het is het uitproberen waard, bijenplanten op het balkon van de tiende verdieping.

Voor vlinders geldt min of meer hetzelfde, zegt Kars Veling van de Vlinderstichting. De meeste vlindersoorten blijven tamelijk laag tussen de begroeiing. Ook als ze zich verspreiden, zullen veel soorten niet het hoge luchtruim kiezen. Maar dat geldt niet altijd. Er zijn trekvlinders die wel hoog vliegen en grote afstanden kunnen afleggen. Het kan dus best dat je op de bovenste verdieping van een flatgebouw atalanta’s, distelvlinders, luzernevlinders of kolibrievlinders aantreft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden