Reisjournalist Noël van Bemmel was nieuwsgierig naar zijn afkomst

Met digitale archieven en dna kun je zo je stamboom uitpluizen

Wie nieuwsgierig is naar zijn afkomst, hoeft niet langer de stoffige archieven in. Reisjournalist Noël van Bemmel ging op pad met zijn dna en een stel genealogische websites en trof een kleurrijk verleden aan.

De grootouders van de auteur, Carl Braun en Angelique Plas met moeder Mea Braun (witte strik in het haar) rond de tafel in Solo, Java, in de jaren dertig. Foto .

Naast de trap naar boven bij mijn vader hangen vergeelde familieportretten uit Indië. Jongetjes in matrozenpakjes, dames met strenge knotjes en besnorde heren in wit tropenkostuum. Boven zijn rustbed hangt een geborduurd familiewapen met gouden leeuwen en rode diagonale strepen. Allemaal dingen die mij koud lieten. Meer iets voor gepensioneerde heren met zegelringen die geboorteregisters opvragen in het gemeentearchief. En al helemaal niks om lezers van de Volkskrant mee lastig te vallen.

Maar het was de krant die mij vroeg een dna-test te doen bij de Deense reiszoekmachine Momondo. Hun actieslogan: The DNA-Journey - je bent meer verbonden met de rest van de wereld dan je denkt! Ik spuugde in een buisje en stuurde het monster op naar het Amerikaanse Utah, waar mormonen bouwen aan een gigantische genealogische databank, zodat zij ook hun voorouders kunnen dopen in hun tempel. De samenstelling van mijn speeksel verraste nauwelijks: 48 procent West-Europa, 24 procent Oost-Azië, 8 procent Scandinavië, 6 procent Polynesië en nog wat Iers en Spaans spul.

Met de resultaten kwam er het dringende verzoek persoonlijke gegevens in te vullen op de website ancestry.com. Dat is een commerciële aanbieder die slimme software laat zoeken in twee miljard documenten. Een kwestie van doorklikken. Dan merk je meteen dat je niet eens de volledige namen en geboorteplaats van je grootouders kent. Maar dan begint een doldwaze ontdekkingstocht door de familiegeschiedenis, vol nijvere handwerklieden, eenzame kolonisten, oplichters, dappere dienders, brute ridders, ijdele hofdames, twee Europese koningshuizen en één spook.

Waar en hoe

Goed beginpunt voor een dna-reis is de gratis Amerikaanse website familysearch.org. The Church of Jesus Christ of Latter-day Saints digitaliseert archieven over de hele wereld en is nog lang niet klaar. Kennis over voorouders staat centraal in het mormoonse geloof. Hier kun je makkelijk zoeken in miljarden documenten uit honderd landen.

In Nederland kun je terecht bij het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG), een samenwerking van zes databases, waaronder het gratis wiewaswie.nl. Daar vind je gegevens van de Burgerlijke Stand sinds 1810. Op de cbg-website vind je ook een stappenplan en een uitleg over archiefsoorten en genealogische begrippen. Voor sommige scans moet je betalen.

Kijk ook wat (amateur)genealogen voor je al al hebben gevonden. Op sites als geneanet.org, genealogieonline.nl, stamboomzoeker.nl, ngv.nl, gendexnetwork.org delen zij stambomen. Op graftomben.nl staan foto's van graven. Veel websites bieden ook een dna-test aan. Commerciële sites als Ancestry en MyHeritage zijn gelikter en vragen een paar tientjes per maand voor toegang. Een dna-test kost ongeveer 100 euro. Let op: er staan onjuistheden op deelplatforms.

Wie het verhaal achter de namenlijst zoekt, moet dieper graven. Via zoekakten.nl kom je bijvoorbeeld in militaire stamboeken die uiterlijke kenmerken van rekruten vermelden (blauwe ogen, pokdalige huid). Veel moois is te vinden in de archieven van notarissen, strafgevangenissen, bedrijven, spoorwegen. Vergeet ook niet te googlen en in Delpher te kijken, de enorme database van Nederlandse krantenartikelen en boeken die vijfhonderd jaar teruggaat en per woord doorzoekbaar is.

Je kunt ook een beroepsgenealoog inhuren. Reken op 60 tot 100 euro per uur. De ervaring leert: die vinden echt veel meer. John Boeren is te boeken via antecedentia.com. Yvette Hoitink doktert ook biologische verbanden uit via dna. (dutchgenealogy.nl). Bij de ngv.nl en cbg.nl vind je nog meer beroepsgenealogen.

Verslaafd

Tien avonden lang buig ik me verslaafd over mijn laptop om doopregisters met krullende letters te ontcijferen, vlooi passagierslijsten van oceaanstomers en interneringskaarten van jappenkampen door en bestudeer plaatjes van kasteelruïnes. Tijdens reizen voor de Volkskrant, pik ik af en toe een koloniale villa, erebegraafplaats of middeleeuwse crypte mee die ergens aan mijn digitale stamboom bungelt. Nu denk ik: elke familiegeschiedenis verbergt interessante verhalen. Dat kan haast niet anders, want klik tien generaties terug en je zit al op 1.024 voorouders, twintig stappen achterwaarts en je zit op een miljoen.

Neem de Van Bemmels, een geslacht van brave handwerklieden uit de streek rond IJsselstein en Lopik. Een timmermansbaas, schoenmakers, een smid en een cipier die opklimt tot commandant van de strafgevangenis in Hoorn. Diens zoon Pieter - mijn overgrootvader - vestigt zich als fotograaf in Eindhoven. Daar sleept een jonge kunstenaar uit Nuenen een stapel schilderijen de studio binnen. Pieter fotografeert het werk van Vincent van Gogh, waaronder doeken die verloren zijn gegaan. De fotootjes van 10,5 bij 6,2 centimeter op karton worden bewaard in het Van Gogh Museum. Dat weet echt niemand in mijn familie, en dat is nog maar drie generaties terug...

We klikken opgetogen door. Daar vertrekt Pieter naar Indonesië waar hij een fotostudio opent. Het Koninklijk Instituut voor de Tropen bewaart stokoude beelden van de opening van treintunnels en bruiloften met zijn firmanaam eronder. Ook zoon Theo portretteert hij. Daar staat mijn piepjonge grootvader, verkleed als stierenvechter of matroos tegen een passend decor. Theo wordt rijkskeurmeester voor motorrijtuigen en bezwijkt in 1943 als krijgsgevangene bij de Birma Spoorweg. Ik heb hem nooit gekend, maar op mijn laptop verschijnt zijn geboorteakte, een pasfoto en een foto van zijn graf op een erebegraafplaats in Thailand. Als ik daar later een boeketje neerleg, stel ik tevreden vast dat Theo al 75 jaar in een perfect onderhouden bloemenbed ligt.

Over diens jongere broer Frits is meer te vinden. Die heeft zelfs een Wikipediapagina. Het Tropenmuseum in Amsterdam bewaart illustraties, boekjes en posters die mijn oudoom tekende. In een zaal op de eerste verdieping hangt een van zijn schoolplaten, zodat kinderen konden zien hoe een treinstation op Java eruitziet. Mannen in sarong sjouwen met koffers, een sigarettenverkoper leunt tegen een hekje, een stramme Nederlander met tropenhelm en korte broek steekt het perron over. Ik koop op Marktplaats een verzamelalbum uit 1937 van chocoladefabrikant Tjoklat; Indische vertellingen met sfeervolle tekeningen van Frits. Jammer dat mijn dochter te oud is om nog voorgelezen te worden.

Opa Theo van Bemmel, gefotografeerd door zijn vader, Bandung. Foto uit familiealbum Noél van Bemmel
Huwelijksfoto van de grootouders van de auteur, Bandung, 1930. Foto Privé foto

Beloningen

Een potje stambomen is een speurtocht vol beloningen, maar het is ook tijdverslindend. Al gauw heb je een dozijn schermen open met sites als Ancestry, Familysearch, Wiewaswie,

Genealogieonline, Delpher, Zoekakten, Google. Sommige zijn gelikt en gebruiksvriendelijk, andere ambtelijk of amateuristisch. Hoe verder je zoekt, hoe groter de chaos, zo lijkt het. De grootscheepse digitalisering van archieven en de bouw van zoekmachines en deelplatforms maakt genealogie opwindend en bereikbaar voor iedereen. Maar ook de kans op fouten neemt toe. Een typefout is zo gemaakt en generaties gebruiken vaak dezelfde voornamen.

'Het blijft een secure klus', zegt genealoog John Boeren. 'Hoe leuk ze het tegenwoordig ook presenteren.' Boeren juicht als bestuurder van de Nederlandse Genealogische Vereniging (zevenduizend leden) de stijgende populariteit van zijn vakgebied toe. Maar hij waarschuwt: 'Bij alles wat je vindt, moet je bedenken: klopt dit wel? Wat is de bron? En dan kom je bijvoorbeeld toch bij de burgerlijke stand terecht of bij een notariële akte.' Deelplatfoms als ancestry en myheritage zijn volgens hem handig als je vastloopt. 'Dan blijkt een verre nicht uit Australië nog een tip te hebben.' De nieuwste trend, dna-onderzoek, is volgens Boeren handig als de juridische en biologische lijn uiteenlopen.

Illustratie van oudoom Frits van Bemmel voor Tjoklat, 1937 Foto uit familiealbum Noél van Bemmel
Oma Johanna de Chauvigny de Blot, met broer Guus en zus Philippina. Foto uit familiealbum Noël van Bemmel

Een handjevol beroepsgenealogen als Boeren verdient zijn geld vooral met buitenlandse opdrachten. Een Amerikaan die vanachter zijn laptop belandt in een Nederlands Dodenboek voor Onvermogenden, zoekt al snel hulp. Soms komt de klant over met zijn gezin voor een roots holiday, waarbij de geneaoloog zich ontpopt als reisleider.

Boeren: 'Je zoekt toch het verhaal achter een stamboom. Kijk, deze voorouder van jou, wachtmeester te paard Carolus Plas, verdiende drie medailles, maar stond in 1860 ook voor de Krijgsraad. En hier, een krantenartikel uit de Arnhemsche Courant over zijn overdreven dienstijver.' Na zulke vondsten, stelt Boeren, doen genealogen altijd even een happy dance.

Een dna-reis verandert in een straaljagervlucht zodra een adellijke familie opduikt. Dubbele namen zijn beter gedocumenteerd en de archieven gaan verder terug. Zoals die van mijn dikke oma, een norse vrouw die eenzaam voor de televisie overleed in haar flatje in Amsterdam. Zij werd in 1897 geboren als Johanna Charlotte de Chauvigny de Blot. Tik dat in, en de laptop vliegt terug tot de 5de eeuw.

Ik beland bij middeleeuwse war lords uit de Auvergne die ook het Franse koninklijk huis Bourbon voortbrachten. Bastaardkleinzoon François begon in 1781 een kommenijswinkel (een soort drogisterij) in de rosse buurt van Amsterdam. Anderhalf jaar na zijn dood, wordt zoon Felix gedoopt. Dat kan dus niet kloppen, maar de archieven schieten tekort. Felix draagt de naam en vertrekt naar Indië als cadet in de Bataafse Marine en eindigt als pakhuismeester op Java. Zoon Gerrardus wordt rooimeester (landmeter) en mijn overgrootvader Charles houdt toezicht op suikerplantages. Hun foto's verschijnen op de laptop, ernstige heren met vlinderstrikjes en indrukwekkende gezichtsbeharing.

Hier en daar duiken Maleise namen op als Saidjo Boerat of gewoon N. Ik stel me voor hoe de eenzame opperkoopman Friedrich van de VOC valt voor de 'vrije inlandse vrouw' voor zijn neus. Dat verklaart waarom voorouder Cornelia von Stralendorff eruitziet als een gezellig Indisch omaatje. Wijlen prins Claus, lees ik, stamt ook af van dat geslacht. Weet ook niemand in mijn familie. Oma Pip verschijnt op een foto uit 1913: ze staat in bruidsjapon op de treeplank van een grote antieke auto en keek toen al niet happy. Dat is het voordeel van deelplatforms: wildvreemden zetten daar foto's op van jouw voorouders.

'Kijk maar eens goed om u heen', zegt amateurhistoricus Renée Couppat op een heuvel in de Auvergne. Met een royaal armgebaar: 'Van links tot rechts en tot de horizon; allemaal jouw land!' We rijden in haar oude Peugeot, zonder dak, langs glooiende graanvelden, bermen vol klaprozen en volgen de snelstromende Sioulerivier door een koel ravijn.

Over-overgrootvader Gerrardus Chauvigny de Blot (1827-1896), rooimeester te Java. Foto uit familiealbum Noël van Bemmel

Naast de Romeinse brug bouwde heer Bourbon Archambaud le Fort in de 11de eeuw een ridderkasteel. 'Dit was ooit een belangrijk gebied met zilvermijnen, vruchtbare vlakten en een doorgaande weg. Nu komen hier vooral Franse toeristen het vulkaanlandschap bekijken.' Kasteelruïne Blot de Rocher balanceert nog altijd hyperromantisch op een 150 meter hoge klif boven de rivier. 'Treed binnen in uw kasteel', grapt Couppat met een diepe buiging voor de hoofdpoort.

Pure onzin natuurlijk, voor een nakomeling van een vage zoon van een bastaardzoon. Maar toch. Na het zoveelste kasteel van je voorouders (er staan er tien) begin je toch te dagdromen over een ijverige notaris die op je wacht met een testament vol lakzegels. Wat ook niet helpt: bistro-eigenaren, forellenvissers en boeren die vol bewondering opkijken naar mij als ze horen dat ik een nazaat ben van de Chauvigny de Blots. Die naam kennen zij van kloeke ridderverhalen of de schuine rijmpjes van libertijn Claude. Over de affaire tussen kardinaal Mazarin en de Franse koningin dichtte hij:

'Les couillons de Mazarin, homme fin,

Ne travaillent pas en vain

Car à chaque coup quíl donne

Il fait branler la couronne.'

(De kloten van Mazarin, fijne man, werken nooit vergeefs,

met elke stoot die hij geeft,

laat hij de kroon wiebelen)

Over-overgrootmoeder Geertruida de Brie (1835-1870). Foto uit familiealbum Noël van Bemmel

Op school leren kinderen over het spook van de grote kasteelruïne. Over een brute ridder die daags na zijn bruiloft weer verdwijnt om met zijn vrienden te drinken en te jagen. Als de kasteelheer bij terugkeer ontdekt dat zijn jonge vrouw een minstreel heeft binnengelaten, sluit hij hen beiden op in de noordtoren. Mijn wrede voorvader laat ramen en deuren dichtmetselen en vergeet ze verder. Sindsdien zweeft op donkere nachten een spookachtige jurk boven de muren en kantelen. 'Wat heb ik verkeerd gedaan?', prevelt een ijle stem.

In de bibliotheek verderop komt Madame de Blot ter sprake, de it-girl van het Franse hof. Bewonderd om haar delicate smaak, haar minnaars, haar kennis van de laatste roddels en extreme ideeën over het ideale lichaam van de vrouw. Zo was een vleugel van een leeuwerik volgens haar voldoende eten voor een dag. Wellicht met een verdund glaasje schapenmelk, de drank voor lieve lammetjes. Als Madam de Blot het paleis verliet zonder haar kleine spaniël, bleef een hofdame achter om het dier een komedie in vijf akten voor te lezen.

Nu begrijp ik waarom mijn voorvader Gilbert, kapitein van de koninklijke garde, liever in zijn eigen kasteel bleef en bastaardkinderen maakte met een dame in het dorpje Chaux. Daar hangt boven de deur van haar huis nog steeds een groot hart, uitgehouwen in steen.

Dat bewijst maar weer: je kunt ver komen op dna-reis. Dankzij de voortschrijdende digitalisering van archieven, Google en Streetview. Maar het blijft de moeite waard zelf op stap te gaan. Op zoek naar verhalen achter al die namen en - nou ja -naar persoonlijke ervaringen. Dan loop je bijvoorbeeld een kerkje uit de 12de eeuw binnen, de burgemeester doet voor die verre nazaat graag de zware krakende deur open - je doopt twee vingers in een door jouw voorouders geschonken doopvont met Maltezerkruizen, je loopt naar hun privécrypte en prevelt een gebedje onder het eeuwenoude familiewapen in het kruisgewelf. Op zo'n moment denk je: zal ik dan toch maar zo'n zegelring kopen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.