Reportage

Reis naar het einde van de wereld

Eén keer naar het oosterste punt van Rusland. Dat wilde correspondent Olaf Koens, die binnenkort het land verruilt voor het Midden-Oosten. Meer dan ooit verbijsterde Rusland hem.

Met harpoenen wordt in de Barentszee gejaagd op walvissen. Beeld Andrey Shapran/Redux

De vlucht duurt negen uur, maar het eskimomeisje laat haar schildpad geen moment los. Het donkergroene beestje is nog geen 2 centimeter lang. Het leeft in een plastic bak met een laagje water en een plastic palmboompje. Wanneer de Boeing 777 boven de poolcirkel hinder van turbulentie ondervindt, drukt ze haar schildpad dicht tegen zich aan. Wanneer ze naar de wc gaat, neemt ze de schildpad mee, bij aankomst draagt ze hem met wantrouwende ogen langs de militairen die bij alle passagiers de speciale vergunningen napluizen.

We zijn geland in Tsjoekotka, het oosterse puntje van Siberië, twaalf uur verwijderd van Greenwich. In de regio, zo groot als Frankrijk, wonen nog geen vijftigduizend mensen. Hier begint de dag: wanneer op een maandagmorgen boven de Beringstraat de zon opkomt, is het in de rest van de wereld nog zondag.

In de hoofdstad Anadyr - vijftienduizend inwoners en een schildpad - begin je na twee dagen de auto's te herkennen. De witte Lada Niva met het reservewiel, de zwarte Hummer, de pick-up met grote kofferbak, de Japanse auto's van taxidienst 555, 525 en 577. Iedereen kent elkaar, als op een klein eiland - waar de stad sowieso wat van weg heeft. Wie van de luchthaven naar de stad wil, moet in de winter per auto over het ijs. In de zomer gaat er een boot en wanneer het ijs smelt worden de inwoners met helikopters vervoerd. De stad heeft twee stoplichten. Bij een van de vier kruispunten houdt een verkeersagent een oogje in het zeil.

Een jongen speelt op straat in Anadyr in het autonome district Tsjoekotka. Beeld RIA Novosti

Iedereen helpt elkaar

In het portiek van het appartement waar ik logeer, ligt een dronken man. Een Tsjoektsja. Zijn ronde gezicht heeft door de drank bijna de vorm van een perfecte cirkel gekregen. Hij verontschuldigt zich. 'Ik kan er niets aan doen', zegt hij. 'Het zit in mijn bloed. Ik bedoel, wij Tsjoektsja kunnen niet drinken. We missen een gen, of iets. Heb je 100 roebel voor me?' De man wordt later door een kennis naar huis gedragen. Iedereen kent elkaar, iedereen groet elkaar en iedereen helpt elkaar. Een unicum in Rusland.

De wereld, of in elk geval het Europese continent, en zeker Rusland, eindigt in het dorpje Lorino. Ook het eskimomeisje stapt over op een Antonov 24, een stokoud Sovjet-propellervliegtuig. Twee uur lang ploegt het toestel door de lucht, dan zakt het naar beneden en landt het op de stoffige strook die Lavrentia heet. Er zijn alleen muggen en militairen. De baai dankt zijn naam aan kapitein James Cook, die in 1778 op de dag van de heilige Laurentius van Rome voet aan wal zette.

237 jaar later kom ik er aan met het 'provinciale comité voor toerisme en sport'. De verste buitengebieden van Rusland zijn verboden gebied, zeker voor buitenlanders en al helemaal voor buitenlandse journalisten. Alleen het comité kan de benodigde papieren in orde brengen. Met computers, springkussens, loeizware plastic tassen, proviand en medailles reis ik met deze organisatie mee. De zware dozen en plastic tassen worden in een busje overgeladen. Het is een uur rijden naar Lorino. Het met rotsen bezaaide binnenland kleurt midden in de zomer voorzichtig groen. Wie goed kijkt, ziet duizenden kleine poolbloemen in wit, geel, paars, lichtgroen en lichtblauw. Op de heuvels ligt hier en daar sneeuw, de riviertjes met smeltwater lijken van zilver.

Roeiwedstrijd tijdens de jaarlijkse zeejagerscompetitie in Lorino. Beeld Hollandse Hoogte

Walvisvangst

De Tsjoektsja hebben een historisch recht op walvisvangst. In Lorino mogen dit jaar 56 grijze walvissen worden gevangen, de belangrijkste voedselbron voor de nederzetting en de manier waarop de inwoners een deel van hun cultuurhistorisch erfgoed bewaren. Wie bij het bankje langs de klif naar beneden kijkt, ziet op het strand de enorme witte wervels en lange beenderen van de immense zoogdieren liggen.

De helft van de huizen is van hout, de andere helft bestaat uit betonnen blokken woonflats. Tussen de huizen door liggen houten wandelpaden. Het bankje op de klif staat aan het eind van het dorp, voorbij de poolvosfokkerij en een meteorologisch station. Het uitzicht is fenomenaal. De Stille Oceaan lijkt bij de felle lage zon in de zomermaanden azuurblauw. Een oude man - mank, met een onverzorgd uiterlijk - tuurt met een verrekijker op een stok over de zeevlakte. Een jongen van hooguit 25 naast hem houdt een schrift en een pen vast. De twee wisselen geen woord.

Opeens slaat het weer om. De mist is zo dicht dat je bijna op de tast de weg moet vinden. In Lorino spelen de kinderen op straat met de tientallen wilde honden. De volwassenen dolen dronken van huis naar huis. De man in mijn portiek in Anadyr had gelijk: de Tsjoektjsen kunnen slecht tegen drank.

Een lang meisje met gitzwart haar en blauwe ogen doemt op tussen de houten huizen. 'Ik ben geen Tsjoektsja', zegt ze. 'Ik ben een eskimo. En het valt nu nog mee met al die zuiplappen; iedereen wil nuchter blijven voor de zeejagerscompetitie!'

Ze wijst me het verlaten huis waar ik de nacht moet doorbrengen. Ik slaap op de grond. Ook hier ligt in het portiek een dronken man. Hij kijkt niet op van zijn nieuwe buurman. 'Heb je sigaretten meegenomen uit de grote wereld?', vraagt hij. 'Er zijn hier geen sigaretten meer.'

Walvisjacht

Fotograaf Joeri Kozyrev bezocht Lorino twee keer, in 1993 en 1997. 'De eerste keer was verschrikkelijk. Vijfenveertig dagen heb ik in het dorpje vastgezeten, vanwege een sneeuwstorm kon ik nergens heen. Het is heel moeilijk om met de Tsjoektsja contact te leggen. Het was nog moeilijker om niet door te draaien. Ik smeekte de helikopterpiloot dagelijks om toch te vliegen. Alle boeken in de schoolbibliotheek had ik toen al twee keer gelezen, er was bijna niets te eten. Eenmaal terug in Moskou had Boris Jeltsin de macht gegrepen. Pas in 1997 heb ik de walvisvangst kunnen documenteren. Het kwam destijds op me over als een eerlijk gevecht tussen mens en dier. Al blijft het natuurlijk een treurig verhaal, walvissen zijn slimme beesten en het lijkt me nog altijd zinloos dat een aantal de jaarlijkse trek naar Californië niet haalt, omdat er hondenvoer van ze is gemaakt. Ondanks alles, ondanks de sneeuwstorm en de verschrikkelijke beelden is Lorino een van de mooiste plekken ter wereld die ik ooit heb gezien.'

De Tsjoektsja slachten in Lorino een van de 56 walvissen die ze dit jaar mogen vangen. Beeld Joeri Kozyrev

Jaarlijks veldonderzoek

De volgende ochtend is de mist opgetrokken, maar dolen de alcoholisten nog door de straten. Op een heuvel zitten honderden honden in groepen aan kettingen vast. Ze hebben extreem dikke vachten. Het zijn de honden die de poolsleeën door de sneeuw moeten trekken. De oude man met de verrekijker zit weer op het bankje. Hij stelt zich voor als een hoogleraar marinebiologie aan de universiteit van Vladivostok. De jongen is zijn assistent. Ze verliezen de zee geen moment uit het oog. Wanneer de man praat, kijkt de jongen door de verrekijker. 'Dit is onze jaarlijks veldonderzoek. We turven. Dit is de mooiste plek ter wereld.' In het schrift de aantekeningen: 181 graden, twee walvissen. 194 graden, een staart.

Tegen het middaguur opent het comité voor toerisme en sport op het kiezelstrand feestelijk de 'zeejagerscompetitie'. De onderdelen van de competitie: roeien, touwtrekken, worstelen en traditionele dans. Walvissen worden er voor even niet gevangen, al was het maar omdat het slachten van een walvis geen prettig gezicht zou zijn voor het publiek dat zich op het strand heeft verzameld. Nadat de kolossen naar de wal zijn gesleept, wordt de huid in vierkantjes weggesneden en te drogen gelegd. De organen zwellen op in de zon, de stukken vlees worden met lange messen door tientallen inwoners van de botten gesneden. Wat dan nog overblijft, is voer voor de poolvossen en sledehonden.

Maar nu strijden de dorpen en nederzettingen om de eer. De comitévoorzitter is trots. 'Mensen leven hier het hele jaar naartoe. Die competitieve geest is goed, jongeren zien dat er wat te bereiken valt in het leven.'

De Tsjoektsjen brengen hun bootjes in gereedheid: langwerpige houten karkassen omspannen met zeeleeuwenhuid. Het team uit Lorino voert met naald en draad de laatste reparaties uit. De ingewanden van de gekeelde zeeleeuwen drijven in een kleine lagune achter het strand.

In een motorboot laadt Vladimir een pistool door. Hij zet een zwarte zonnebril op, pakt een megafoon en geeft de laatste instructies. 'Boot nummer 6: een paar meter naar achter. Team Lorino, jullie liggen schuin! Klaar voor de start? Af!' De vrouwenteams zijn vertrokken. Het dorp juicht. De kinderen rennen langs het water met de boten mee, maar de boten zijn niet bij te houden, de zeeleeuwhuid doorklieft razendsnel het zoute zeewater.

Stinkende walvis

Na drie kwartier op het water is Lorino bijna uit het zicht verdwenen. 'Ze roeien naar die pier daar, dan moeten ze keren', zegt Vladimir. De pier blijkt een walvis die op sterven ligt. Ik vraag hem of we dichterbij kunnen komen. 'Wat flik je me nou! Je bent toch hier om naar de competitie te kijken, wat heb je dan aan zo'n stinkende walvis? Je bent toch geen Greenpeace-type, of wel soms? Als je van Greenpeace bent lazer ik je nu mijn boot uit.'

Het eerste vrouwenteam keert en roeit terug; ze hebben wind mee.

Terug op het strand worden traditionele dansen opgevoerd en is er een zangcompetitie voor kinderen. In tentjes worden snoep, frisdranken, maandverband en condooms verkocht. Terwijl de vrouwen op krachten komen, gaan de mannen roeien. De ouderen van Lorino koken. Van plantjes en de taaie walvishuid worden salades gemaakt. Sommige ingewanden worden fijngesneden en gebakken, de walvisbiefstuk gaat met peper en zout in een pot water. 'Je moet walvis niet te lang, maar ook zeker niet te kort koken', legt iemand uit. 'Het is al taai genoeg.' Wanneer deze walvis is geslacht, durft niemand te zeggen. Ik kauw de taaie stukken huid met tegenzin weg.

De winnaars van de roeiwedstrijd krijgen bokalen, de andere deelnemers medailles. Ik tel elf politieagenten - zelfs in het meest afgelegen dorp van Rusland zijn er nog altijd élf agenten te vinden. Uit een van de plastic zakken komt een lap witte stof. Opgeblazen blijkt het de vrolijk glimlachende beer die de mascotte was van de Olympische Winterspelen in Sotsji. De beer danst over het strand; de kinderen zijn in extase.

Die avond is iedereen dronken. De zon gaat hier, voorbij de poolcirkel, 's zomers niet onder. Met de gloed van de morgen op het gezicht dolen de dronken Tsjoektsjen weer door de straten. Hier en daar wordt er gevochten. Een van de meisjes probeert met de jonge bioloog te flirten. Haar vriendje wil dat verhinderen, maar is te dronken om op zijn benen te staan. Hij valt bijna van de klif. 'Dat zou de tweede keer zijn', merkt de hoogleraar nuchter op. Hij blijft strak over zee turen. Een van de walvisjagers klapt de laveloze jongen over zijn schouder en tilt hem terug naar huis.

Roman Arkadejevitsj

Tsjoekotka zou vergeten niemandsland zijn geweest als de excentrieke miljardair Roman Abramovitsj er in 2000 niet tot gouverneur zou zijn benoemd. De schattingen van zijn vermogen en investeringen in de regio lopen uiteen, maar het is duidelijk dat de Rus, vooral bekend als eigenaar van de Londense voetbalclub Chelsea, vele honderden miljoenen aan Tsjoekotka heeft besteed. Het verklaart de gigantische olieoverslag, de goed uitgeruste ziekenhuizen, de wegen, de visfabriek, het moderne vliegveld en de vrolijke pastelkleuren waarin Anadyr is geschilderd. De Sovjetflats op palen waren ooit grijs, lichtroze, nu zijn ze felblauw, okergeel, oranje en gifgroen; soms lijk je hier door een kleurplaat te lopen.

Het kindertehuis in Anadyr is met twee voetbalvelden, twee basketbalvelden, een volleybalveld en een enorme speelplaats misschien wel het mooiste kindertehuis in heel Rusland. Het tehuis heeft zelfs een spiegelzaal voor balletlessen. Alleen de piano is vals. 'Alle kinderen jengelen erop, we hebben hier nog geen pianostemmer kunnen vinden', zegt de vrouw die rondleidt, de vrolijke Jelena Ivanovna. De vloeren zijn geboend, de muurschilderingen hadden niet misstaan in een provinciaal museum voor moderne kunst.

Ook hier is Roman Arkadejevitsj de geldschieter - Abramovitsj wordt eerbiedig met zijn voor- en vadersnaam genoemd.

Net als van de enorme houten orthodoxe kerk die uitkijkt over de baai. En het enorme etnografische museum er pal naast. In de collectie walrustandgravures is de suikeroom van de provincie vereeuwigd. Tussen spelende kinderen, sjamanen en glimlachende inuitvolkeren stapt de oligarch met het rossige baardje in de gravure uit zijn helikopter. De redder van Tsjoekotka.

Een poolhond scharrelt tussen de vierkanten plakken walvishuid op het strand van ­Lorino. Beeld Joeri ­Kozyrev

52 uur reizen

Terug in Anadyr wordt duidelijk dat de wereld niet rond is. Ze eindigt in Tsjoekotka. 'Dus u wilt naar Amerika?' De strenge vrouw van het reisbureau in het enige winkelcentrum van de stad lijkt verbaasd door de vraag. 'En waar naartoe dan precies? Zijn er luchthavens in Alaska?' Ik wijs op de kaart. In Nome is een vliegveld, het is nog geen uur vliegen. De reis mag ook naar Anchorage, of naar Fairbanks. De vrouw kijkt onder haar bril vandaan. Ze tikt geërgerd op haar computer. Na twee minuten rolt er een vlucht uit de printer. 'Kijk maar', zegt de vrouw. 'Anadyr naar Anchorage. Via Moskou en Houston. De reis duurt 52 uur. Kosten: vierenhalf duizend euro; daar komen nog wel onze servicekosten bij.'

Alle panden in de permafrost zijn op palen gebouwd. Elk tweede pand is van een overheidsdienst. De plaatselijke Doema, de grenswachters, de belastingdienst, de reddingsdienst, de veiligheidsdienst FSB. Op de een of andere manier werkt iedereen hier voor de overheid. De verkoop van alcohol is aan banden gelegd. Alleen op gezette tijden, en alleen in speciale supermarkten, mag er drank worden verkocht. De prijzen zijn bijna drie keer zo hoog als in Moskou. Mineraalwater is per liter in Tsjoekotka duurder dan benzine. Wie goed kijkt, ziet dat de meeste producten lang over de houdbaarheidsdatum zijn. De vakkenvuller haalt de schouders op. 'Iets anders is er niet. We hebben hier alleen verse eieren, verse vis en ravioli met rendiervlees.'

De reis eindigt op de veerpont tussen de stad en de luchthaven. Iedereen moet honderd roebel - zo'n anderhalve euro - betalen om over te varen. Het bootje is oud en roestig. 'Niet allemaal aan bakboord gaan staan!', brult de kapitein. 'Als we zo hellen, kunnen we niet uitvaren.' De Tsjoektsjen, de grenswachters, de ouden van dagen en de kinderen schuifelen met hun bagage naar de andere kant. 'Ja, nu hellen we naar stuurboord', brult de kapitein weer. 'Alsof jullie nog nooit een zeehond hebben gezien. Ga allemaal maar binnen in de salon zitten.'

Ik blijf buiten op een metalen trap staan. De veerboot vaart met hoge snelheid, maar de stroming is zo sterk dat het soms lijkt alsof we stilstaan. Om de paar minuten steekt een nieuwsgierige zeehond de kop boven water.

Er staat geen wind, het water is kalm en rustig. Af en toe zie je aan het wateroppervlak een witte schim. Wit als het wit in Russische berkenbomen. Het zijn de beloega's, de meterslange witte walvissen.

Aan de kade wachten bussen. Wanneer ik mijn portemonnee trek, lacht de buschauffeur me uit. 'Roman Abramovitsj betaalt. Hier is het openbaar vervoer gratis!'

De opvarenden helpen elkaar met de bagage. De bus toetert, honderden zeehonden kijken op. Ik loop naar de kade en kijk voor het laatst naar het einde van de wereld. Onder mij kolkt het water, een paar vissen glippen razendsnel de diepte in. Dan glijdt er elegant een beloega voorbij. Het beest knikt met zijn kop. Weer toetert de bus, de beloega spuit een straal water de lucht in en duikt onder. De buschauffeur lacht. 'Grijze walvissen - die witte dingen daar aan de kade - zijn niet te vreten. Kregen we uit Alaska maar eens een boot hamburgers, dan zou dat probleem opgelost zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.