Pristina

Heb je als toerist iets te zoeken in een stad die nog opkrabbelt uit oorlogstijd? Volgens Toine Heijmans zeker. Hij zwierf rond in Pristina en zag de moderne Europese geschiedenis aan zich voorbijtrekken.

Beeld Hilde Harshagen

Je kunt naar oorlogswonden zoeken in Pristina maar die zijn er steeds minder. De kogelgaten zijn dichtgepleisterd en de uitgebrande Servische kerk is in volle glorie hersteld onder z'n glimmend zinken koepel.

Je kunt ook de andere kant op kijken, zoals de Kosovaren zelf graag doen, en een stad zien die ondanks alles nog steeds bestaat. De cafés vol jonge mensen, de meeste werkloos maar met vrolijke gezichten en met de kosmopolitische air van wereldstadbewoners.

Je kunt de medina inlopen in de oude stad rond de Carshi-moskee, waarvan de minaretten de lucht in steken als raketten. Daar kun je grote rode paprika's kopen, nagemaakte Nikes en uit China geïmporteerde sokken en onderbroeken. Je kunt er uren hangen in de cafés - alles draait hier om de cafés, zij aan zij in de plinten van de straat, en ze maken er de beste espresso's, macchiato's en latte's van het continent. Onze koffie, zeggen ze in Kosovo, is beter dan die van de Italianen. En dat is geen grootspraak.

Goedkope filterloze sigaretten
Zodra de winter wegsmelt is het druk op de terrassen van de boulevard Nene Tereze, de slagader van de stad: een brede, autovrije laan om te flaneren in strakke spijkerbroeken en laag uitgesneden t-shirts. Net geopend aan de kop van de straat: het Diamond Swiss Hotel *****, een Habsburgse suikertaart van roze en wit. Wegkwijnend aan de staart van de straat: het Grand Hotel Pristina *****, uit een minder optimistische tijd. De letters zijn er van het dak gevallen en binnen zitten mannen achter flessen Peja-bier hun pakjes goedkope filterloze sigaretten leeg te roken, ze asfalteren hun longen met die sigaretten; zij zijn het oude Kosovo. De gordijnen dicht in de verveloze lobby.

Recht tegenover elkaar, op tien minuten flaneerafstand: het oude en het nieuwe Pristina, uitgebeeld door twee hotels. Zo is het, en zo zal het er nog wel even blijven.

Deze stad is geen toeristenbestemming. Dat maakt haar interessant. Ze is even gemakkelijk te bereiken als Wenen of Istanbul, ze spreken er hun talen, een koffie kost er weinig en zowel de oude als de moderne geschiedenis van Europa is er zo van de straat te scheppen. De straat: een hobbelig parcours met diepe gaten in de trottoirs.

Dit is dus Pristina, de plek waar we zo veel over hoorden op televisie en zo veel over lazen in de kranten, toen, tijdens de oorlog, 1999. En tegenwoordig nauwelijks meer. Pristina is de stad met de mooie naam en de lelijke geschiedenis.

De architectuur alleen al vertelt het verhaal van een stad die van hot naar her is geslingerd in de loop der eeuwen: de half blinde kolossen uit de tijd van het communisme, de ranke minaretten van de Ottomaanse tijd, hier en daar een orthodoxe kerk. Het kamp van de internationale vredesmacht in Film City, op een van de heuvels waarop Pristina rust. Blinde bunkers van internationale organisaties, hun afkortingen als pleisters op de stad: UNMIK, EULEX, UNESCO, KFOR, ECLO, USAID, UNHCR, FINCA, KCSF.

Nergens is het af. Er wordt geboord en gebeiteld, oude hotels sluiten en nieuwe openen weer.

Zoekende naar een nieuw begin
Een eeuw geleden nog was het een vrolijke Ottomaanse handelsstad, een kruispunt op de Balkan, de bazaar het centrum van Servische, Albanese, Turkse en joodse talen en culturen. Vervolgens is Pristina kapotgemaakt, eerst door het communisme en daarna door het nationalisme, en nu zoekende naar een nieuw begin.

Dit is de stad met een historisch museum, gevestigd in het voormalige hoofdkwartier van 'Het Europese Agentschap voor de Reconstructie van het Land'. Het blauwe logo van de NAVO staat nog steeds groot op de glazen toegangsdeuren, en daarachter is niemand. Je loopt er zo naar binnen om te kijken naar vondsten uit de prehistorie, een prachtig terracotta beeldje van zesduizend jaar oud (Godin op een troon) en foto's van een meer moderne tijd. Het is er, maar er komt bijna niemand kijken. Ze zijn nog niet gewend aan mensen die hierheen komen puur uit interesse. Alle buitenlanders die tot nog toe kwamen hadden een missie: militairen, diplomaten, bureaucraten, hulpverleners, risico-investeerders. Ze doen hun best een multicultureel land te maken van een stukje Balkan dat steeds weer van kleur verschiet.

De geschiedenis van deze stad is nooit gestold en zal waarschijnlijk ook nooit stollen, zoals sommige steden er al eeuwenlang hetzelfde uit zien.

Steeds weer komt er iets bij of valt er iets weg, een bevolkingsgroep of een geloof; de Turken en joden verdwenen en daarna de Serviërs zodat het nu vrijwel exclusief een Albanese stad is. De nieuwste immigranten komen vooral uit het Westen, expats die werken voor de tientallen overheids- en niet-overheidsorganisaties: een aparte stam die vergadert in zwaarbewaakte, met rollen prikkeldraad omheinde hoofdkwartieren, en zich verplaatst in al dan niet gepantserde Landcruisers

De scharminkelige blauwe Fiatjes van de lokale politie steken er sneu bij af.

Emigreren
Zo kun je naar Pristina kijken: een vaalt van historische mislukkingen. Waar het de hele dag naar bruinkool ruikt, en de lucht op slechte dagen gelig kleurt door de rook uit de schoorstenen van de centrale die de stad van energie voorziet. Daarachter is een sissend terrein van verlaten chemische fabrieken. Niemand lijkt te willen weten wat er lekt en smeult.

Maar je kunt er ook op een terras gaan zitten en een macchiato bestellen en praten met de jeugd, die je zal vertellen dat het liefste wat ze zouden doen emigreren is, niet vanwege de stad maar vanwege de economie. Want als ze rijk werden, zouden ze teruggaan en in hun dure kleren over de boulevard paraderen.

HOOFDSTAD

Pristina, bijna 200 duizend inwoners, is de hoofdstad van Kosovo. Die republiek werd in 2008 eenzijdig uitgeroepen door de grotendeels Albanese bevolking van Kosovo en wordt erkend door meeste landen. Volgens Servië en veel andere landen is Kosovo echter een autonome provincie binnen de staat Servië.


Beeld -

Je kunt Pristina ook bekijken als een stad die ondanks alles een poging doet zichzelf opnieuw uit te vinden, als een slang die uit zijn oude huid kruipt, en je verbazen over de mogelijkheden die dat biedt.

Er rijdt een ezelkar langs dat terras, dan een X6 en dan een Q7, en dan weer een ezelskar, en dan een Landcruiser van de Verenigde Naties, met zwaailichten.

Er is een chique restaurant geopend in de Rexhep Luci-straat, het heet Nom Nom en er staat een Range Rover voor geparkeerd met Belgische nummerplaten. Daar moet je 's avonds zijn. Iedereen kent de Rexhep Luci-straat als de ABC-straat, genoemd naar de enige bioscoop van Pristina, de Kino ABC. Het is, samen met de boulevard, de meest levendige plek van de stad. Omzoomd door loofbomen, waaronder terrassen schuilgaan die aan een gewone mediterrane stad doen denken. Daar zijn de cafés. Café Aroma. Café Strip-Depot van de jonge politicus Petrit Selimi, die op zijn 32ste onderminister van Buitenlandse Zaken werd, nadat hij een krant had opgericht en rijk begon te worden van zijn internetbedrijfjes. In dat café bewaart hij zijn collectie stripboeken.

Golvend
Pristina is een golvende stad, letterlijk en figuurlijk. Zelfs de straatnamen veranderen constant. Er zijn wijken genoemd naar televisieseries (Peyton City, naar Peyton Place); het meest heuvelachtige deel heet San Francisco. De Bulevardi Lenin heet nu Boulevardi Bill Clinton - aan een flatgebouw hangt vele vierkante meters groot zijn portret. Er is een straat die Toni Bleri wordt genoemd, naar die andere held van de jonge natie. Er lopen ook Albanese kinderen rond in Pristina die Tonyblair heten. Dat is hun voornaam.

Het is de hoofdstad van een land dat heel erg zijn best doet een echt land te worden - Kosovo - en waarvan je je af kunt vragen of het dat ooit zal worden. Waarschijnlijk niet. Maar het is erg moeilijk, om werkelijkheid en fictie hier van elkaar te scheiden.

Net buiten het centrum, niet ver van Film City, is een warenhuis dat heel erg op de Bijenkorf lijkt. Het heet Minimax, zeven dagen per week open van 09.00 tot 22.00 uur. Het heeft vier verdiepingen: heren- en damesmode, elektronica, meubels en woningdecoratie. Een restaurant beneden. Brede trappen en een lift.

Het personeel draagt donkerblauwe winkeluniformen en schikt de jeans en kasjmier truien netjes op de schappen. Mooie merken. De beste merken: donsjassen van Canada Goose, de vrijetijdslijn van Armani, de polo's van Ralph Lauren. Koptelefoons van dr. Dré, en een glimmende kast vol Svarovski. Je ziet er de Amerikaanse militairen Levi's passen, en pantalons van Tommy Hilfiger, waarna ze koffie drinken en hun aankopen bespreken.

Het is allemaal zoals het hoort te zijn naar westerse begrippen, waar de welstand wordt afgemeten aan de kleding die je draagt, en die er wordt aangeboden in warenhuizen zoals deze. Een stad met zo'n winkel is aardig op weg normaal te worden. Alles klopt - tot je naar de prijskaartjes kijkt: honderd euro voor een Canada Goose-jas, negentien voor de dr. Dré-koptelefoon, of het stugge katoen van de polo's voelt ende merkwaardige staart van een krokodil op een paar schoenen van Lacoste ziet: te groot, te krom.

Dan geeft Pristina zich bloot: alles in dit warenhuis is nagemaakt, het is allemaal nep en niemand vindt dat raar. Het is een Bijenkorf vol contrabande, afkomstig uit de illegale ateliers in Albanië en het Kosovaarse achterland. Kan iemand het iets schelen? - het is toch in elk geval een poging om bij het rijke Westen aan te haken, of niet soms?

ERHEEN EN ER ZIJN

De afstand Utrecht - Pristina is zo'n 2.300 kilometer. Vliegen naar Pristina Airport (16 km buiten de stad) vanaf Nederland gaat bijna altijd met minstens één overstap en duurt dik vier uur.

Online reisgids: inyourpocket.com/kosovo/pristina. Die is ook als pdf te downloaden.

Offline reisgids: Gail Warrander en Verena Knaus: Kosovo. The Bradt travel guide.

Adressen en aanbod van horeca wisselt nogal, dus zoek vooral online. Een recente en hulpvaardige gids voor restaurants is hier te vinden: theculturetrip.com/europe/kosovo/

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden