de gids balkontips

Planten of vogels? Caspar Janssen moet kiezen op zijn drukke balkon

Links smeerwortel bloemetjes, rechts een Hemelsleutel. Beeld Rebecca Fertinel

Geen tuin, maar wel de behoefte om gastheer te zijn voor allerlei planten en dieren? In deze serie laat Caspar Janssen zien hoe zelfs een klein stadsbalkon mooi en nuttig wordt. Deel 5: Tijd om te stoppen met het voeren van het gehospitaliseerde merelpaar.

De honingbijen zijn op slag verdwenen, vanwege het koude weer. Dat is mooi, dan kan ik me concentreren op de hommels. Die kunnen beter tegen kou dan andere bijen, ze zijn er op gebouwd, en ze domineren nu mijn balkon. Dat is overzichtelijk. Ik volg een weidehommel tijdens haar tocht door mijn drie smeerwortels, twee paars, één wit, ze scoort nectar en stuifmeel. En akkerhommels, die interesse voor de beemdkroon aan de dag leggen. Ook de echte koekoeksbloem, die aan de andere kant van mijn balkon in bloei staat, is ontdekt. Aardhommels zoemen intussen door de blauwe regen. Opvallend, die oranjerode stuifmeelklompjes aan de poten van de hommels. Almaar meer werksters – kleiner dan de koningin – melden zich, op die kleine verzameling al bloeiende planten op mijn balkon. Er zijn dus nesten in de buurt. Op zeer kleine schaal vervullen mijn planten nu dus een functie in de voedselvoorziening, stel ik tevreden vast.

Zo maak je een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon

Caspar Janssen probeert dit voorjaar en deze zomer een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen. Al zijn tips worden gebundeld op deze pagina.

Caspars balkon. Beeld Rebecca Fertinel

Ik zit nog in het stadium dat ik al blij ben dat ik deze hommelsoorten van elkaar kan onderscheiden. En in het stadium dat ik hommels het leukst vind van alle bijen. Toen ik vorig jaar met bijenkenner Linde Slikboer op pad was, om bijen te inventariseren in een volkstuinencomplex, moest ik lachen toen ze vertelde dat ze hommels niet meer zo interessant vond, nu ze al die honderden solitaire bijensoorten kende, allemaal met hun eigen gedrag en bloemvoorkeuren. Er is nog een lange weg te gaan, constateer ik, ik zit nog in het stadium van de grote, relatief makkelijk herkenbare dieren.

Hoe meer je leert, hoe groter het besef van alles wat je nog niet weet, maar het wordt er ook almaar spannender van. Ik vind het steeds lastiger om de deur uit te gaan, als de zon ook maar even doorbreekt loop ik mijn balkon op, om te kijken naar de ontwikkelingen. De overlevingsstrijd van diersoorten, het ontstaan van nieuwe generaties, ik ben er toch maar, tot op zekere hoogte, getuige van.

Ik denk terug aan die eerste enorme koninginnen die ik al eind februari voorbij zag komen, op zoek naar nectar en naar een geschikte plek om te nestelen. Acht maanden hebben ze dan overwinterd, ze zijn bijna uitgehongerd, en ze dragen het sperma bij zich van een mannetje, met wie ze in de afgelopen zomer hebben gepaard, waarna het mannetje kon sterven.

In die cruciale weken na de overwintering beginnen ook de eitjes die de koninginnen met zich meedragen zich te ontwikkelen. En als de koninginnen overleven, en een geschikt nest vinden – soms onder de grond (de aardhommel), soms in oude vogelnesten of muizenholletjes - moet er nog het een en ander gebeuren. Nestmateriaal verzamelen, daar een bolletje van maken, een kommetje van was maken, dat kommetje vullen met geconcentreerde nectar, een balletje maken van stuifmeel, enfin, het is eigenlijk duizelingwekkend, al die activiteiten.

Beeld Wauter Mannaert

En dan is ze klaar om eitjes te leggen, die ze direct bevrucht met het sperma in haar lijfje. Ze maakt een holte in het stuifmeelballetje, drukt zestien eitjes in ‘het deegachtige spul’ (ik leen de omschrijving uit Een verhaal met een angel, van de Britse hommeldeskundige Dave Goulson), ze broedt de eitjes uit, zoals een vogel dat doet, maar moet intussen ook voedsel verzamelen. Lees het volledige verhaal bij Goulson, en je kunt er alleen maar bewondering voor hebben. Alleen al deze wetenschap: ‘Een koningin verbruikt per dag soms haar eigen gewicht in voedsel om haar eitjes uit te broeden, waarvoor ze zesduizend bloemen af moet gaan.’ Gelukkig voor haar: als de eerste werksters eenmaal zijn geboren, gaan zij op zoek naar voedsel, terwijl de koningin nieuwe eitjes legt.

In zekere zin is mijn balkonprojectje simpel: veel soorten insecten (maar ook vogels) lokken naar mijn balkon. En: zoveel mogelijk bestuiving stimuleren. Dat kan door te zorgen voor een gevarieerd aanbod aan aantrekkelijke planten voor bestuivers. Bestuiving is essentieel voor de voortplanting van zaadplanten. En voor de bestuiving zijn bestuivers, die bewust of onbewust stuifmeel verplaatsen van een meeldraad naar een stempel van een plant, essentieel. Bijen (waaronder hommels) zijn de belangrijkste bestuivers. Niet alleen van belang voor landbouwgewassen, maar ook voor bomen en planten.

Variatie in bestuiving is ook belangrijk. Zo blijkt uit onderzoek dat stadsbomen meer vruchten vormen wanneer er meer bloembezoek door wilde bijen is, terwijl bloembezoek door honingbijen niet leidt tot meer vruchtvorming. Het is ook een kip-en-ei-verhaal. Hoe meer gevarieerd, enigszins natuurlijk beheerd openbaar groen in de stad, hoe meer wilde bestuivers. En hoe meer variatie en rijkdom aan bestuivers, hoe beter de verspreiding van zaadplanten. Hommels en andere wilde bijen (en honingbijen) zijn de belangrijkste bestuivers, maar ook zweefvliegen, kevers, wantsen, vlinders en zelf vogels (kolibries), vleermuizen en slakken bestuiven in meer of mindere mate.

Meer over bestuivers en bestuiving: bestuivers.nl

Beemdkroon. Beeld Rebecca Fertinel

Nu ja, dat gebeurt hier dus allemaal, in die binnentuinen, en ik krijg er dus iets van mee, op mijn balkon. Tegelijkertijd het besef: met een balkon en de binnentuinen alleen red je het niet, en hoop je maar dat de bermen in de stad nog veel meer dan nu mogen vollopen met wilde planten, die echt iets betekenen voor wilde bijen en vlinders. En dat de gemeente niet te vaak, en op de juiste momenten maait, dus pas op het moment dat planten zijn uitgebloeid en hun zaadjes hebben kunnen verspreiden.

Nu ja, nog zo veel om uit te zoeken. Ik beperk me maar weer tot mijn balkon, dat is al ingewikkeld genoeg. Informatie van de buitenwereld dringt intussen wel binnen. Het grote nieuws bijvoorbeeld. Het rapport dat onder auspiciën van de VN verschijnt over de biodiversiteit wereldwijd. Conclusie: ecosystemen verarmen, honderdduizenden soorten dreigen uit te sterven, de leefbaarheid van de planeet komt in gevaar. Wel dramatisch, niet verrassend. Ook de voorspelbare reacties volgen (‘alarmisme!’), bekend van het klimaatdebat. Ik ga de plantjes maar water geven. Want ja, wat kun je doen?

Het ‘kleine’ nieuws dan. Op opvallend veel plekken worden dode, jonge koolmeesjes aangetroffen in nestkastjes. De foto’s van dode koolmeesjes komen harder binnen dan het biodiversiteitsrapport, merk ik. Het vermoeden bestaat dat de meesjes slachtoffer zijn van het gif dat wordt gebruikt om de exotische buxusmot te bestrijden, die exotische buxushagen opeet. Met het gif doden mensen dus – als het vermoeden bewaarheid wordt, er loopt een onderzoek – een natuurlijke bestrijder van de buxusmot. 

De oplossing ligt voor de hand: geen gif gebruiken (tip 1), mezen juist helpen (tip 2) en, de beste oplossing: geen buxus planten, maar mooie insect- en vogelvriendelijke alternatieven: taxus, liguster, aalbes (zoals op mijn balkon), hulst (tip 3). Een vriendin van me was vorig jaar enorm blij met de buxusmot, die de hele door haar gehate buxusconstellatie opat in het tuintje van haar huurhuis. Nu is de buxus weg, en gaan ook de tegels in de rest van de tuin eruit (tip 4), in het kader van operatie Steenbreek. Nou ja, dat kun je dus op kleine schaal doen. Intussen hoop ik maar dat niemand in mijn buurt met gif heeft gespoten.

Beslissingen nemen. Het wordt tijd om te stoppen met vogels voeren. Het merelpaartje is inmiddels gehospitaliseerd, de twee zitten bijna permanent op mijn voedertafel. Er is inmiddels voedsel genoeg in de omgeving. Ik heb het voedertafeltje ook nodig voor het uitdijende plantenpark. De doorslag geeft een nieuwe waarneming op mijn balkon. Op een avond zit ik te eten met mijn dochter en zien we vanaf de eettafel binnen een jong ratje op de vlonder. ‘Wat schattig’, zegt mijn dochter nog. 

Sinds ik kenner Maarten ’t Hart interviewde over de bruine rat (‘Het zijn net eekhoorns, maar dan zonder pluimstaart.’) heb ik best bewondering gekregen voor het dier. Ik zie ze ook weleens langs de waterkant voor het huis, dus ik weet dat ze in de buurt zijn, maar dat ze hier omhoog klimmen is toch geen goed idee. Ik zie ook direct waar het jonge ratje op af komt, op de geur van de meelwormen. De volgende dag gaat de vlonder omhoog, ik veeg de troep eronder weg, schrob het balkon en haal het voer weg. Alleen de ongevaarlijke zaadjes mogen nog even in een houdertje aan een tak van de blauwe regen, voor de mezen.

Een schoon balkon met mooie planten heb ik nu, de gewenste collectie is bijna compleet. En het wordt weer zonniger. Ik zie weer honingbijen in de blauwe regen, in bescheiden aantallen nu, veel hommels, maar vooral veel zweefvliegen. Dat zijn beestjes voor gevorderden, als je de bijen kent kun je daaraan beginnen, het zijn ook meer dan driehonderd soorten. Bekijk ze van dichtbij en ze blijken enorm mooi te zijn. En ze kunnen stil hangen in de lucht. Nuttig ook, want de larven eten de luizen van de planten. Dat soorten voor niets bestaan, dat je zomaar ongestraft honderdduizenden happen uit het voedselweb kunt nemen, is een idee dat uitsluitend bestaat in het brein van mensen die lijden aan zelfoverschatting, denk ik in een alarmistische bui.

Het voert te ver om ze nu al allemaal te kennen, maar ik stuur toch een paar foto’s van beestjes op naar insect geek Aglaia Bouma, die dan namen terugstuurt als snorzweefvlieg, pyamazweefvlieg, halvemaanzweefvlieg en blindwants. En van de metselwesp, die, zo schrijft ze, nestjes maken van zand en vocht en daarin prooien leggen voor hun nageslacht. Sommige maken graag gebruik van de bijenhotels die mensen massaal neerzetten. Dat drijft me tot een inspectie van mijn blok hout met gaatjes (en scheuren). Ik ging er al vanuit dat hier niets meer zou gebeuren, maar verdomd: twee gaatjes blijken nu toch dichtgemetseld. Door een solitaire bij, of misschien wel door een metselwesp, wie weet. Toch weer een succesje.

Een zonnige dag, begin deze week, inspectie van het balkon. Een klein koolwitje vliegt over de blauwe regen, die al over zijn hoogtepunt is, ik heb ook iets gekortwiekt om mijn planten meer zon te gunnen. Boomblauwtjes vliegen volop, een paar honingbijen hebben de blauwe regen weer gevonden, hommels zoemen, overal zweefvliegjes, de gouden regen in een buurtuin staat nu in volle bloei. En er zit een bont zandoogje in een van mijn plantenpotten. Doorbraakje, nieuwe waarneming, een vlinder die nadrukkelijk van mijn balkon gebruik maakt. Ik denk dat hij af is gekomen op de honingdauw die op sommige planten zit. Dat is een nectarachtige vloeistof die bladluizen eten, maar deels ook weer afgeven. Zo grijpt alles in elkaar. En het is, zo hoop ik, de voorbode van nog vele vlinders die gaan volgen.

Later op de dag is er een samenscholing van koolmeesjes in de blauwe regen, in de buurt van mijn houdertje met zaadjes. Zo druk is het lang niet geweest. Ik hoor bedelroepjes, en ja, het zijn jonge koolmeesjes, met moeite kun je het verschil zien, ze hebben nog geen volledige stropdas, en iets gelere wangetjes. En ik meen in een flits te zien dat een van de ouders een jong meesje een zaadje voert. Het is dus gelukt, hier in de buurt, er zijn jonge koolmeesjes uitgevlogen. Dat is toch een opluchting.

En dan meldt zich die dag ook nog een huismus op de rand van een plantenbak aan de balkonreling.

Beemdooievaarsbek. Beeld Rebecca Fertinel

Nieuwe soorten op het balkon:

-Bont zandoogje
-Huismus
-Bruine rat
-Snorzweefvlieg
-Halvemaanzweefvlieg
-Metselwesp
-Blindwants

Nieuwe planten op het balkon (ingezaaid):

-Ruig klokje
-Muskuskaasjeskruid
-Middelste teunisbloem
-Grote centaurie
-Dagkoekoeksbloem
-Peen
-Duifkruid
-Gewone rolklaver
-Gewone margriet
-Oost-Indische kers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.