De Gids Balkontips

Op Caspars balkon is de ‘oogsttijd’ aangebroken: er duiken nieuwe, jonge hommelkoninginnen op

Sinds dit voorjaar probeert Caspar Janssen een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen.

Caspars balkon, 17 september Beeld Najib Nafid

Nou, het zal allemaal best dat de zomer op zijn eind loopt, maar op mijn balkon is het nog altijd een levendige boel. Oogsttijd, in zekere zin. Als ik een beetje in het voordeel van mezelf redeneer, pluk ik nu de vruchten van mijn werk. Op de vooralsnog laatste warme, zonnige dagen, twee weken geleden: nieuwe koninginnen van de aardhommel, de steenhommel en de akkerhommel. Van de akkerhommels vliegen er ook nog altijd mannetjes en werksters, met een vale, afgesleten vacht. Ze zullen het niet lang meer maken, maar zijn nu nog koortsachtig op zoek naar voedsel. Wanhopig zijn ze, zo bedenkt mijn antropomorfische brein; een vliegende hommel fladdert ongeveer 12.000 keer per minuut, dat kost zo veel energie dat hij bijna permanent moet eten om warm te blijven. Een hommel met een volle maag heeft maar een minuut of veertig voordat hij omkomt van de honger. Dat gaat dus binnenkort gebeuren. Maar er is hier nog wat houvast, vanwege de laatbloeiende planten.

De jonge koninginnen zien er juist fris en fruitig uit, met heldere kleuren, glanzende vacht, hun leven is nog maar net begonnen. En ze zijn relatief groot. Zij zoeken straks een plek om te overwinteren, de koninginnen die ik nu nog zie zijn zelfs al laat. Dat ze er zijn, betekent dat de nesten hier in de buurt koninginnen hebben voortgebracht. Het pleit natuurlijk in het voordeel van mijn balkon dat de koninginnen hier voedsel komen zoeken: er valt hier nog wat te halen. En, zo maak ik mezelf wijs, al dat voedsel hier, het hele seizoen door, heeft vast bijgedragen aan het slagen van die nesten.

De koninginnen gaan de winter in met een voorraadje sperma van mannetjes, waarvan de meesten inmiddels dood zijn. Alleen de grootste en sterkste koninginnen overleven de winter, weggedoken in hun schuilplaats. Hun eileiders verschrompelen; pas als ze de winter doorkomen en erin slagen om in het vroege voorjaar voldoende eiwitten uit stuifmeel te eten, gaan hun eitjes zich ontwikkelen. Eerst hebben ze nectar nodig, om aan te sterken, en dan stuifmeel. En dan moeten ze nog een geschikte nestlocatie zoeken. Stuifmeel en nectar zijn schaars in het vroege voorjaar. Vandaar dat koninginnen zich dan massaal storten op wilgen, een van de vroegste bloeiers. Vandaar ook dat ik een wilg heb op mijn balkon. Ik doe niet zomaar wat. Ik hoop hier in het komende vroege voorjaar tientallen koninginnen te zien. Wel ben ik vergeten op te letten of mijn wilg – een half jaar geleden nog slechts een tak die ik zonder veel verwachtingen in een pot met aarde stak – mannelijk of vrouwelijk is. Vrouwelijke bomen produceren nectar, mannelijke bomen produceren katjes met stuifmeel. Dat ga ik het komend voorjaar zeker zien.

Op de laatste hete dag noteer ik: merel, spetterend in het balkonbad. De meesjes komen ook nog regelmatig. Een paar koolwitjes en blauwtjes fladderen nog.

Dan wordt het frisser en wat bewolkter. Ik heb de neiging in te zakken, maar juist deze tijd van het jaar is cruciaal als je iets wilt betekenen voor bijen. In het late voorjaar en in de zomer is er voedsel in overvloed, in de natuur, in tuinen. Ik wil de bijen- en vlinderboog door het hele seizoen spannen, van het vroege voorjaar tot het late najaar. Inventarisatie: welke planten zijn nu populair? Gewoon een kwestie van de bedrijvigheid opzoeken. Met stip op 1: de hemelsleutel, waarvan mijn twee exemplaren nu bloeien. Het zijn bescheiden, niet bepaald schreeuwerige vetplanten, maar ze worden volop bezocht door hommels, wespen, honingbijen, blinde bijen en andere zweefvliegen. Ook het duifkruid, nog altijd in bloei, is populair, evenals het klimopplantje dat ik van Kars Veling van de Vlinderstichting kreeg, in de hoop dat boomblauwtjes er hun eitjes op zouden leggen. Dat is niet gelukt, denk ik, maar het plantje is in trek bij – allerhande – wespen en ook bij vliegen en zweefvliegen. Het wild kattenkruid en de wilde marjolein zijn bijna uitgebloeid, maar er valt nog altijd wat te halen, zie ik. Ook het kaasjeskruid en de ijzerhard bloeien nog en trekken bezoekers. En de siertabaksplant. Vreemd genoeg staat de gewone margriet nu in volle bloei – erg laat – en daar komen veel zweefvliegen en vleesvliegen op af. Het zeepkruid daarentegen is wel mooi maar niet erg populair.

Herfstaster Beeld Najib Nafid

Ik ben er, ondanks de bedrijvigheid, nog niet helemaal gerust op. Dus ga ik op weg voor mijn laatste aanschaf: herfstasters. Een erkende herfstbloeier, zoals de naam al zegt, en populair bij insecten. Naar het tuincentrum, daar was ik een tijdje niet geweest; ik heb het merendeel van mijn planten en zaadjes betrokken van biologische kwekers en zaadleveranciers, of van kennissen, vrienden en lezers. Bij de afdeling met biologisch gekweekte planten gonst het een beetje, ik herken honingbijen. Ik kijk jaloers naar een atalanta, die ik dus niet op mijn balkon heb gezien. Er zijn volop herfstasters.

Ik ga ook nog even naar de afdeling bij- en vlinderplanten, die niet biologisch zijn en waar het minder gonst. Daar staan ook herfstasters, die er een stuk compacter uitzien. Waarom die asters er zo anders uitzien, vraag ik een medewerker. Daar worden ze op geteeld, antwoordt ze. Wel zijn ze gegarandeerd insecticidenvrij, verzekert ze me. Maar kunstmest wordt wel gebruikt, en het gebruik van andere chemische middelen sluit ze niet uit. 

Ik heb in het afgelopen half jaar al vaker gesprekjes gehad met medewerkers van deze vestiging. Ze waren allemaal van goede wil. Ik belde met het hoofdkantoor, en ook daar waren ze van goede wil. Het verhaal is steeds: Intratuin wil voorop lopen, maar ook de kwekers en het publiek mee krijgen, dat duurt even. En, zeg ik dan maar: de tuincentra kunnen het zich moeilijk permitteren om níét al in maart of april aanbod aan fleurige planten te hebben. En in de rest van het jaar. Dus is een groot deel van het sierplantenaanbod in de tuincentra nog altijd nutteloos of zelfs schadelijk voor bestuivers en andere insecten, en voor insecteneters zoals vogels. Deze vestiging in Amsterdam loopt landelijk voorop als het gaat om insectvriendelijkheid. Dat betekent vooral dat er nog een lange weg te gaan is. Uiteindelijk loop ik toch met beide varianten van de herfstaster naar buiten. Ik houd mezelf voor dat ik de twee varianten van de herfstaster nu met elkaar kan vergelijken. Als ik later door de buurt fiets, zie ik dat er overal in de plantsoenen herfstasters staan, van de biologische variant. Dat is dan weer mooi.

Terug op het balkon. Het is frisser inmiddels, maar de zon hoeft maar even door te breken of er komen weer beestjes tevoorschijn. Beide herfstasters doen het goed, qua populariteit. Ik ontdek zowaar nog nieuwe soorten. Voor het eerst merk ik de pissebedden op, onder een pot; merkwaardige beestjes met kieuwen, afkomstig uit een familie van zeedieren. Een woeste sluipvlieg, bladwespen, een platvoetje, een menuetzweefvlieg, een brandnetelblindwants, een viltvlieg. Dat is toch niet niks. En verder nog sluipwespen, muurwespen, gewone wespen en allerhande zweefvliegen. 

En o ja, het wordt spinnentijd. De eerste kruisspinnen heb ik zelf kunnen determineren. Ik loop nu ook steeds hun wielwebben kapot, verstoor dag na dag per ongeluk hun beoogde verblijfplaats. Maar ze ­houden stug vol. Op een dag zal het deze briljante ­ingenieurs lukken.

Met dank aan Aglaia Bouma en Linde Slikboer.

Nieuwe planten op het balkon

Herfstaster

Nieuw waargenomen soorten

Woeste sluipvlieg (Tachina fera)

Bladwesp (Tenthredinidae)

Platvoetje (Platycheirus sp.)

Sluipwesp (Ichneumonidae)

Menuetzweefvlieg (Syritta pipiens)

Brandnetelblindwants (Liocoris tripustulatus)

Viltvlieg (Therevidae)

Niet alle planten trekken bestuivers aan

De Britse ‘bijenprofessor’ Dave Goulson gaat in zijn nieuwste boek De tuinjungle onder meer in op de doelen die plantentelers en wilde planten hebben. De doelgroep van wilde planten zijn bijen en andere bestuivers, de doelgroep van telers zijn mensen. Dat betekent dat de planten worden geteeld op formaat, kleur, vorm, langdurige bloei, snelle bloei et cetera. Helaas wordt daarbij nooit aan bestuivers gedacht, merkt Goulson op. Met als gevolg dat veel kleurrijke tuinplanten geen geur verspreiden, steriele kruisingen zijn zonder stuifmeel of bloemen hebben die niet toegankelijk zijn voor bestuivers. Zo zijn de zogeheten dubbelbloemige planten (zoals rozen, tuinanjers, camelia’s, pioenrozen, akeleien en stokrozen) erg populair, maar waardeloos voor bijen, terwijl de enkelvoudige varianten bestuivers juist wel iets te bieden hebben. Dubbele bloemen komen in de natuur wel voor, maar het zijn mutanten die normaal gesproken snel door natuurlijke selectie uit een populatie verdwijnen, juist omdat ze geen bestuivers aantrekken. 

Goulson gruwt van de praktijk om van mutanten de norm te maken. Toch blijkt het ook in Engeland niet mee te vallen om een lijst te maken van planten die wel goed zijn voor (wilde) bestuivers. Er bestaan er meerdere, maar ze verschillen ook behoorlijk van elkaar, merkt hij op. Dat is ook mijn ervaring in Nederland. Dat komt ook doordat sommige lijsten weer een specifieke doelgroep hebben – vlinders bijvoorbeeld. Heel erg is dat niet. Al die lijsten van (wilde) planten bij elkaar geven een aardig beeld en er zijn ook veel overeenkomsten. Met twee websites kom je een aardig eind: wildebijen.nl en drachtplanten.nl.

Zelf heeft Goulson een lijstje van zijn zestien favoriete tuinplanten voor bestuivers gemaakt. En hoewel een balkon geen tuin is, vond ik het toch mooi om te lezen dat twaalf van die zestien op mijn balkon staan of stonden. 

Een complete lijst van alle planten die op mijn balkon een rol hebben gespeeld, verschijnt binnenkort – na de laatste aflevering van deze rubriek, in oktober – op de website van de Volkskrant. Daarbij plaats ik ook een uitgebreidere lijst van relevante adressen en websites. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden