De Gids Balkontips

Op Caspars balkon is de herfst aangebroken, de tijd van dorre bladeren. Vooral niet opruimen!

Het balkon van Caspar Janssen, 3 oktober 2019. Beeld Najib Nafid

De herfst is aangebroken, de tijd van dorre bladeren en afstervend groen. Harken en opruimen? Welnee, zegt de expert.

De signalen vallen niet te negeren: het seizoen loopt op zijn eind, het is herfst. In de binnentuinen kleuren en vallen de bladeren. De eerste koolmeesjes melden zich op mijn balkontafeltje, dat vol met planten staat. Hier staat in de winter altijd een voederschaal, ze komen de boel natuurlijk alvast inspecteren, vul ik maar in; het geheugen en het lerend vermogen van koolmeesjes moet niet onderschat worden.

Het regent dus. Dagenlang. Op die dagen is het stil op het balkon. Maar als de zon dan even doorbreekt komen er uit alle hoeken en gaten toch weer zweefvliegen, vleesvliegen en zelfs nog hommels tevoorschijn. Het zijn er veel minder dan een maand geleden, maar toch. Juist in deze tijd van het jaar is het mooi dat hier nog voedsel is.

Het duifkruid is nog altijd een belangrijke strohalm. De plant staat op een strategische plek, op een opbergkast rechts, de bloemen steken over de reling. Erg populair is de kleine klimopplant, de kleine bloemetjes bevatten blijkbaar veel nectar, het is er druk. Dan is er nog iets wonderlijks gebeurd; in één van de potten is een zonnebloemzaadje heel laat gaan kiemen. En nu staat er een reuzenzonnebloem, sinds een week ook vol met bloemen, die inmiddels zijn ontdekt.

Aardpeer. Beeld Najib Nafid

De herfstasters geven het balkon nog kleur, en zijn in trek, ook het kaasjeskruid heeft nog bloemen, en het zeepkruid, en zelfs de nachtkoekoeksbloem.

Verbazingwekkend dat de margrieten nog altijd in bloei staan, en een paar korenbloemen. Zelfs het paars van de bolderik duikt weer op. Het Malieveld in Den Haag staat vol met trekkers, op mijn balkon staan planten die eigenlijk op het boerenland horen te staan. En ik breek me het hoofd over het verband tussen die zaken.

Op bezoek bij Alies Fernhout, van De Tuinakker, in Amsterdam-Osdorp, een van de weinige biologische bloemenkwekers in de wijde omtrek. Ze kweekt in de ‘volle grond’, dus niet in containers, niet met potgrond, gewoon in de vruchtbare landbouwgrond van de Lutkemeerpolder. Ze moet altijd hard lachen als iemand zegt dat het niet kan, planten, groente of wat dan ook kweken of verbouwen zonder chemische middelen en kunstmest. Gewoon goed voor de bodem zorgen, compost maken, zorgen voor afwisseling. Haar planten staan er in ieder geval mooi bij. Het is een zonnige ochtend en ik ben lichtelijk jaloers, want koolwitjes, atalanta’s, luzernevlinders, zandoogjes vliegen van bloem naar bloem, daar kan mijn balkon niet tegenop, op mijn balkon is het met de vlinders toch wel voorbij.

Ik wil, als relatieve beginneling, graag weten wat te doen om de planten goed de winter door te krijgen, om in het vroege voorjaar nog wel iets over te houden. Doe vooral niet veel, zegt Alies. ‘De tuin winterklaar maken is hartstikke dom.’ Afstervende planten, dode bladeren, gewoon laten liggen, de natuur doet dat niet voor niets, het dode materiaal biedt bescherming tegen de vorst. Dat is alvast een welkome tip: weinig doen. Pas in het vroege voorjaar snoeien, en opruimen, en ook weer niet te vroeg, want ook in het vroege voorjaar kan het nog vriezen. Over de meerjarige planten die ik heb, die nu weelderig groen zijn maar pas volgend jaar gaan bloeien, is Fernhout ook duidelijk: niet uitdunnen of snoeien, ze bieden schuilplaatsen aan beestjes, en uiteindelijk overleven de sterkste planten. Wederom welkom nieuws: niets doen. 

Wel is het handig, begrijp ik, om van sommige uitgebloeide planten nu zaadjes te verzamelen, te drogen en in te zaaien. Dat verzamelen had ik al gedaan bij de koekoeksbloemen en nog wat andere planten, het kan ook bij ijzerhard en duifkruid. Veel van de vroege bloeiers, zoals longkruid en smeerwortel, die ik in de tuin van een vriendin heb ondergebracht, kunnen in het vroege voorjaar gewoon weer terug, met nieuwe potgrond. Je kunt ook stekjes maken en in nieuwe potten zetten, zegt Fernhout. Het kan allemaal, maar het was de bedoeling om volgend jaar weer zelf op het balkon te zitten, met minder planten dus. Een probleempje waaraan ik vooraf niet had gedacht: ik kan niet zomaar abrupt stoppen; ik voel me bijna moreel verplicht, tegenover die planten en hun bestuivers.

Bolderik. Beeld Najib Nafid

Alies Fernhout heeft andere, grotere zorgen. Haar Tuinakker moet hier weg. Sterker: in deze Lutkemeerpolder van 24 hectaren komt een bedrijventerrein, alle boeren moeten weg, dit wordt een dozenlandschap. Een ongelukkige erfenis van vorige gemeentebesturen. Het huidige door Groen Links gedomineerde stadsbestuur weigert de beslissing terug te draaien, want dat kost geld. Jarenlang duurt de strijd van de bewoners, omwonenden en sympathisanten al om de Lutkemeerpolder te behouden voor de voedselproductie. Allerlei prachtige plannen zijn ingediend, er was een actiekamp, alles vergeefs. In de tijd dat iedereen de mond vol heeft van stadslandbouw, korte ketens en voedsel dichtbij, wordt de laatste vruchtbare landbouwpolder binnen de Amsterdamse stadsgrenzen opgeheven. Ik vind het maar decadent. Het gaat hard nu, merkt Fernhout. De bewoners van de naastgelegen biologische boerderij De Boterbloem hebben al een dwangbevel gekregen om de boerderij te verlaten. En politiebezoek. Op het land, verderop, liggen grote zandhopen, sloten worden gedempt, over een tijdje is het hier een grote zandvlakte, waarna de dozen gaan verrijzen. Groen lullen is makkelijk als partij of stadsbestuur, maar in gelul groeien geen plantjes. Alies Fernhout denkt dat het tij nog te keren valt. ‘Het verzet groeit.’ Ze verwacht zeker honderden mensen bij een demonstratie in de polder, op 12 oktober. 

Terug op het balkon. Wat nog te doen? Er gaat nog een inventarisatie komen van de bodembeestjes in de potten. En ik zal toch nog wat bakken of potten moeten inzaaien. Daar is het nu al de tijd voor. Ik bel er over met de Cruydt-Hoeck, kweker en leverancier van inheemse wildeplantenzaden. ‘Je kunt het beste meebewegen met het natuurlijke proces,’ zegt Thijs Gerritsen. ‘De bestuivers zijn uitgewerkt, de planten staan in het teken van het zaaien. Je kunt het beste dat ritme volgen.’ Nu zaaien dus, is het advies. Toch nog aan het werk dus, nog even dan.

Inspectie, op een zonnige ochtend. Ik zie zowaar twee soorten die ik nog niet eerder heb opgemerkt, of die nieuw zijn. Het is toeval, maar hun namen lijken te duiden op het verval dat vanaf nu onherroepelijk gaat intreden. Ik noteer: Doodskopzweefvlieg (prachtig beestje). En: afvalvlieg (meerdere exemplaren).

De voorlopig laatste aflevering in deze rubriek verschijnt over drie weken.

Nieuw vastgestelde soorten op het balkon

Doodskopzweefvlieg (Myathropa florea)

Afvalvlieg (Suillia spec.)

Doodskopzweefvlieg op herfstaster. Beeld Caspar Janssen
Afvalvlieg op klimop. Beeld Caspar Janssen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden