Oorlog: een geheel verzorgde reis

OORLOG IS OOK altijd een vorm van vreemdelingenverkeer geweest: duizend, tienduizend of honderdduizend soldaten verlaten stad en land en slaan hun tent op in een omgeving die ze niet kennen....

Zo leerden de Macedoniërs van Alexander de Indus kennen, en de Carthagers van Hannibal de Apennijnen. Zo kregen boerenknechten uit het leger van Alva de teerpotten van Kenau Simonsdochter Hasselaar op hun kop, gunde Napoleon zijn manschappen een blik op de piramide van Cheops, en stonden Brabantse dorpelingen die nooit verder dan 's-Hertogenbosch waren gekomen, ineens oog in oog met de Borobudur.

Leerzame ervaringen, zou je zeggen. Rijke herinneringen. Stof voor levenslange overdenkingen.

Even fascinerend als ontelbaar moeten de verhalen zijn geweest waarop de reizigers na terugkeer (áls ze terugkeerden) de thuisblijvers hebben getrakteerd, maar helaas: die zijn we kwijt. Godzijdank is er ook veel vastgelegd. Door Caesar bijvoorbeeld. Of door Hollandse zeelui in scheepsjournalen. Of door Spaanse kroniekschrijvers die de wederwaardigheden vastlegden van honderden landgenoten die zich in de vroegste periode van de Tachtigjarige Oorlog vergaapten aan de moerassigheid van de rebelse Lage Landen.

Wie zou denken dat de kennismaking met al die vreemde, soms exotische landen en culturen, de opvattingen van de uitverkorenen zou hebben verruimd - oorlog verbroedert! - komt natuurlijk bedrogen uit. Voor Caesar waren de Galliërs mislukte Romeinen, de koopvaarders van de Oost-Indische Compagnie probeerden de inboorlingen op hun routes tot Hollanders te emanciperen, de Spanjaarden wilden ons rooms houden. Ook in dat opzicht was er weinig verschil tussen legerscharen en (massa)toeristen: aan cultuurrelativisme werd niet gedaan.

Zo moet Europa op eigen wijze zijn beleefd door de miljoenen Amerikaanse soldaten die zich in de jaren van de Tweede Wereldoorlog via Engeland en Noord-Afrika tot diep in Duitsland aan de Elbe vochten om het Avondland te verlossen van Hitler en Mussolini.

De Belgische historicus Peter Schrijvers, die amerikanistiek studeerde en doceerde in onder andere Leuven, Ohio en Genève, doet er verslag in The Crash of Ruin, de geschiedenis van de 'GI' als ontheemde op een vreemd continent. Voor een deel kennen we die geschiedenis uit de onsterfelijke reportages van Ernie Pyle, die als weinig andere oorlogscorrespondenten met de Amerikaanse Jan Soldaat heeft meegeleefd: mee in de modder, mee in de kou, mee onder vuur en mee met alle andere denkbare frontontberingen.

Maar Pyle was exclusief geïnteresseerd in het welzijn van zijn infanteristen, die hem ook beschouwden als een boezemvriend en bijna een beschermheilige; als Pyle in z'n 'syndicated column' (afgedrukt in driehonderd Amerikaanse kranten) schreef dat op Sicilië bedorven soep was geserveerd, nam het Pentagon onmiddellijk maatregelen. Wáár zijn jongens precies vochten, kon hem minder schelen - hij wist het soms zelf niet.

Bij Schrijvers gaat het bovenal om de locatie, en meer speciaal om de vraag hoe de soldaten van Dwight Eisenhower het Europese slagveld van toen zagen, wat ze ervan dachten, en op welke wijze ze er nu nog aan terugdenken.

Hij begint met de saillante belevenis die hem in 1985 tot zijn onderzoek inspireerde. In dat jaar bezocht hij de nog levende leden van een B-26-bemanning die tijdens de oorlog na een noodlanding onderdak hadden gevonden bij een Belgische familie en die hem, als blijk van eeuwige dank, bij zijn afscheid een reusachtige hoeveelheid truien, hemden, sokken en ondergoed meegaven.

Want dat was na al die jaren klaarblijkelijk het veteranenbeeld gebleven van Europa: een verwoest en verpauperd werelddeel, dat nog tot in lengte van dagen afhankelijk zou zijn van institutionele dan wel particuliere 'Marshallhulp' uit het rijke Amerika.

Schrijvers' toen begonnen speurwerk leek dat beeld alleen maar te bevestigen en zelfs te versterken. Hoe meer brieven, manuscripten, dagboekfragmenten en overgeleverde herinneringen tot zijn beschikking kwamen, des temeer bewijzen stapelden zich op voor de stelling die de ruggengraat van zijn boek vormt: de ineenstorting van de Oude Wereld was naar het oordeel van honderdduizenden 'GI's' niet zozeer het resultaat van deze ene oorlog, als wel het gevolg van een onomkeerbaar proces van economische stagnatie, politiek cynisme en culturele decadentie, die Europa in de loop van vele eeuwen ongeneeslijk ziek hadden gemaakt. En met de schenking van voedsel en kleding kon het lijden van de deerniswekkende bewoners misschien nog een beetje verlicht worden.

Het klinkt boud, en eerlijk gezegd koester ik ook wel enige argwaan als het gaat om de toetsbaarheid van de door Schrijvers ontvouwen 'theorie', die er eigenlijk op neerkomt dat het in de Verenigde Staten nog altijd wemelt van mensen die zich bij Europa louter ruïnes, honger en in armzalige todden gehulde stakkers voorstellen.

Maar hij heeft veel herkenbaars en plausibels verzameld over de Amerikaanse soldaten-perceptie van toen - over de cultuurschok met name, waarmee hun plotselinge, massale aanwezigheid op het continent van edelen, koningen en tirannen gepaard moest gaan. Ze waren er summier op voorbereid - als moderne toeristen door een reisgidsje. Dus ze wisten bijvoorbeeld dat hier op een oppervlakte zo groot als Kansas plus Oklahoma plus Colorado vier of vijf verschillende nationaliteiten naast elkaar bestonden, elk met een eigen vlag en een eigen volkslied en een eigen, soms giftige, afkeer van elkaar. De verbazing was er niet minder om.

Voorzover ze de Amerikaanse geschiedenis niet op school hadden geleerd, zat die als het ware in hun genen: Europa was het continent waarvan hun voorvaderen zich een paar eeuwen tevoren welbewust hadden losgescheurd, omdat het er niet pluis was met de vrijheid, de gelijkheid en de broederschap. Vandaar ook hun zekerheid dat ze met een patiënt hadden te maken - en wat ze van de Normandische stranden tot aan München, van Anzio tot in Tirol beleefden, klopte wat dat betreft allemaal als een bus.

Schrijvers is buitengewoon gedetailleerd te werk gegaan - hij had weleens wat mogen overslaan, denk je vaak. De seizoenen komen afzonderlijk aan bod, en allicht misschien: de storm van de herfst bracht weer een ander humeur teweeg dan de sneeuw in de winter, of de krokusjes in het voorjaar, of de regen van de zomer.

Ook de oorlogs'theaters' krijgen elk een aparte beurt, want, ja: de bergen bij Monte Cassino waren op een weer andere manier verschrikkelijk dan de bossen tussen Venlo en Eindhoven. En stuk voor stuk worden tenslotte ook de contacten met al die verschillende vreemde volkeren behandeld - die stugge Engelsen, de weinig toeschietelijke Fransen (die uit het platgebombardeerde Normandië werden als ronduit vijandelijk ervaren), de rare Italianen, de gastvrije Belgen, de dolgelukkige Nederlanders, de opgeluchte Duitsers.

Toeristen?

De vergelijking blijft zich door het hele boek heen opdringen, de specifieke geweldsmissie van de bezoekers ten spijt. Natuurlijk is er gevochten, geleden en gesneuveld, maar er waren tenslotte ook 'leave centers' in Parijs, in Brussel, in Rome en in Napels. Hoeveel Amerikanen konden in 1940 voorspellen dat ze binnenkort nog eens de Eiffeltoren, Manneken Pis, de Trevi-fontein en Capri zouden zien?

Afgezien van een hoofdstuk over seksuele relaties achter het front (en de rol van de bloeiende soldatenprostitutie in het bijzonder) is Schrijvers wat zwijgzaam over de verlofervaringen, maar bij wat hij erover meedeelt, moet je onherroepelijk denken aan de klassieke Europa-in-tien-dagen-excursies van veel later: 'If it's Tuesday, this must be Bruxelles.'

Zouden die latere toeristen met een zondagser beeld van Europa naar huis terugkeren dan hun ouders en grootouders uit de Tweede Wereldoorlog?

Je zou nu al de brieven en de dagboeken willen lezen van de Amerikanen in het voormalig Joegoslavië: ook een deel van Europa, en dan niet meteen een deel waar ze op andere gedachten gebracht worden. De bakermat van de westerse beschaving, dat misschien wel. Maar helemaal in orde zal het nooit meer komen.

Jan Blokker

Peter Schrijvers: The Crash of Ruin - American Combat Soldiers in Europe during World War II.

MacMillan Press, import Nilsson & Lamm; 325 pagina's; ¿ 177,65.

ISBN 0 333 69590 9.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.