de gids Bonaventure Soh Bejeng Ndikung

Onze gids van de week: Bonaventure Soh Bejeng Ndikung, je mag hem wel de anti-hokjesman noemen

Bonaventure Soh Bejeng Ndikung. Beeld Daniel Cohen

De wereld van curator Bonaventure Soh Bejeng Ndikung is er een van kunsten, landen, tradities. Vraag hem niet er maar ééntje te noemen.

Bonaventure Soh Bejeng Ndikung is in vele opzichten een curieus mens. Om te beginnen is daar die prachtige middeleeuwse voornaam die goed geluk betekent, gecombineerd met zijn driedelige, voor Nederlanders welhaast onuitspreekbare Kameroenese achternaam. Dan zijn beroep, of liever gezegd: beroepen. Ndikung is allereerst biotechnoloog: doctor en ingenieur, geschoold en gepromoveerd aan de TU van Berlijn en de Heinrich Heine Universiteit in Düsseldorf. Een ontzettende bèta zou je denken, ware het niet dat hij daarnaast ook curator, kunstcriticus en auteur is, en oprichter en creatief directeur van de non-profit kunststudio en galerie Savvy in Berlijn. Als curator is hij veelgevraagd van Johannesburg tot Kopenhagen, en van Dakar tot, jawel, Arnhem: volgend jaar zal Ndikung de gerenommeerde kunsttentoonstelling Sonsbeek 2020 artistiek leiden. Alsof dat allemaal nog niet genoeg is, is Bonaventure een uitzonderlijk goed geklede verschijning. Wie zijn lange naam intikt in Google Images ziet een vrolijk uitgedost heerschap in knalblauwe pakken, grasgroene jasjes, roze sokken, gele broeken, kekke pochetjes, wufte sjaaltjes, sieraden, bolhoeden en tweedpetten. Een feest voor het oog. 

 Alle reden om hem uit te nodigen als gids in deze rubriek, want als er iemand een well dressed man with a well dressed mind en een ongetwijfeld reusachtig referentiekader is, dan is het de heer Ndikung wel. Het enige nadeel van een interview met deze culturele intellectueel is dat hij niet in hokjes kan denken. Niet in hokjes als ‘lievelingsstad’, ‘favoriet vakantieland’ en ‘beste mode-ontwerper’, zoals we ze bij deze rubriek steevast door de geïnterviewden laten invullen. Wat bij elke vraag een lange stilte of in het beste geval een wedervraag oplevert, omdat hij niet gelooft in het concept van landen, steden, mode. Maar wat wel uiterst originele antwoorden oplevert, verrassende inzichten en het langzaam citeren van een gedicht van een Kameroense dichter. Een prachtig gedicht, voorgedragen met een hypnotiserend donkere stem, want dat heeft – excuus voor het gedweep – Bonaventure óók nog eens in huis.

Wie zijn lange naam intikt in Google Images ziet een vrolijk uitgedost heerschap in knalblauwe pakken, grasgroene jasjes, roze sokken, gele broeken, kekke pochetjes, wufte sjaaltjes, sieraden, bolhoeden en tweedpetten. Een feest voor het oog. Beeld Daniel Cohen

Land: Kameroen

‘Wat mijn favoriete land is? Ik praat liever over het concept land, dat lijkt wel synoniem geworden aan natie of staat, en dat vind ik heel problematisch. We moeten dat idee deconstrueren, want het heeft Europa de ultrarechtse kant op geduwd. Het begrip natie is een exclusieve entiteit geworden, in plaats van een inclusieve, omdat het voor velen niet draait om wie erbij hoort, maar om wie er níét gedoogd worden. Ik ben erg sceptisch over deze begrippen, en erg bezorgd. We moeten ons op een andere manier verhouden tot onze medemensen. 

Het begrip ‘land’ is op het Afrikaanse continent uitgesproken complex. Ik ben geboren in Kameroen waar de Frans sprekenden vechten tegen de Engels sprekenden. In 1884 zaten de zogenaamde veertien grote naties bij elkaar in Berlijn en verdeelden ze Afrika. Kameroen werd een Duitse kolonie. Nadat Duitsland de oorlog verloor werd Kameroen verdeeld tussen de Britten en de Fransen, met alle gevolgen van dien. Daardoor ben ik erg sceptisch over landen en landsgrenzen en zal ik niet zomaar zeggen: Kameroen is mijn lievelingsland, of Duitsland. Ik vind het fijn vind om in Berlijn te wonen maar dat wil niet zeggen dat ik het fijn vind om in Duitsland te wonen. 

Het begrip thuis moet gedelokaliseerd worden. Zeker in Duitsland, waar de vertaling van het begrip zo veel groter is dan alleen je woonplek. Heimat is een heel romantisch idee van een bijzonder gebied. Maar hoe omschrijf je een thuis zonder het te beperken tot geografie?

Muzikant Hugh Masekela zei: ‘Home is where the music is’, en hij maakte er een album over. Voor mij is thuis op geen enkele manier gerelateerd aan landen. Thuis is waar de mensen zijn, waar het goede eten is, waar de muziek is. Waar je rust kunt vinden. Home is allesbehalve land.

We hebben bij Savvy een tijd geleden lezingen gegeven rond het thema ‘caressing the phantom limb’, het liefkozen van je fantoomledemaat. Dat is zoals een verloren thuis voelt, iets wat er niet meer is maar wat je nog steeds mist en voelt, zoals mensen na een beenamputatie nog jeuk kunnen hebben aan hun teen. Net als ‘land’ is ‘thuis’ een abstract begrip. Het kan de plek zijn waar je je eerste kus kreeg, het kan een plek zijn waar je genegenheid vond, of nog steeds vindt. Misschien is thuis iemand, de schouder waar je kunt uitrusten. Mooier dan land.

De Nigeriaanse kunstenaar Olu Oguibe schreef ooit: ‘Er is niets naïever dan de liefde voor een land’. Denk eens na: met vlaggen zwaaien, de grond kussen, waarom zou je dat doen? Kus liever iemand! Wat geeft de grond jou terug? De grond kussen is misplaatste affectie.

Natuurlijk moeten we ergens thuishoren, maar kijk liever naar mensen, de mensheid, en verder dan mensen: onze omgeving, de natuur. We moeten andere manieren vinden om samen te zijn, groepen te vormen. Hoe maken we er iets van dat Europa overstijgt? Europa is groots, maar de mensheid is nog grootser.’

‘Natuurlijk moeten we ergens thuishoren, maar kijk liever naar mensen, de mensheid, en verder dan mensen: onze omgeving, de natuur.’ Beeld Daniel Cohen

Reisbestemming: Cultuur

‘Voor mijn werk reis ik veel. Ik ben net terug uit Istanbul, morgen ga ik naar Essaouira in Marokko. Ik doe een biënnale in Bamako, Mali en de quadriënnale hier in Arnhem. Ik ben geboren in Yaoundé en ik woon in Berlijn. Het is niet zo dat ik al die plekken alleen maar bezoek omdat ik erheen moet. Het is een keuze. Als ik ergens niet heen wil, ga ik niet.’

Op vakantie ga ik naar Bamenda, Dakar, Montpellier. Overal en nergens. Op vakantie ga ik op zoek naar rust. Of ik op vakantie cultuur mijd? Nee, dat is onmogelijk. Overal is cultuur, ook op stille plekken. Cultuur is niet het tegenovergestelde van natuur; overal vind je mensen, en de manier waarop mensen leven is cultuur.’

Kunstenaar: Olu Oguibe

‘Eén kunstenaar of kunstwerk noemen is lastig. Ik ben een curator, een tentoonstellingsmaker. Ik ga op zoek naar manieren om kunstwerken te verbinden en zich tot elkaar te laten verhouden. Ik ben geïnteresseerd in artiesten die kritisch zijn over de maatschappij, die dieper gaan dan het oppervlak. Olu Oguibe die ik net noemde bijvoorbeeld. Zijn werk betekent veel voor me. Hij schrijft, beeldhouwt, schildert. Zijn laatste grote werk is de obelisk die ten gelegenheid van kunsttentoonstelling Documenta 14 in 2017 in de Duitse stad Kassel is geplaatst. Het monument zelf is niet controversieel, maar het statement dat erop staat wel. Het is een citaat uit de bijbel: ‘Ik was een vreemdeling en hij nam me in huis’, dat in het Engels, Duits, Turks en Arabisch op de zijden van de obelisk staat. Dit werk bewoog duizenden mensen die ofwel demonstreerden om het monument te behouden ofwel wilden dat het vernietigd werd. Er kwamen zulke heftige reacties op één zin uit de bijbel, en dat in Duitsland, een land dat zich erop voor laat staan dat het christelijk is.’

Hoe is dat mogelijk? En hoe is het mogelijk dat in Italië, een land dat zich katholiek noemt, mensen geen anderen meer mogen helpen die op zee drijven? Zo lang er maritieme wetten zijn, is vastgelegd dat je iemand in nood redt van de verdrinkingsdood. Maar tegenwoordig wordt je juist gestraft als je vluchtelingen redt! Waar zijn we terecht gekomen? In wat voor samenleving leven we?’

Olu Oguibe. Beeld Getty

Dichter: Kamau Brathwaithe

‘Ik lees elke dag gedichten. Poëzie is een prachtig concept; met een paar woorden kun je werelden uitdrukken, de deuren naar een ongezien universum openen. Gisteren heb ik het nog gehad over een gedicht van de Ghanese dichter Kwame Dawes. How to pick a hanging tree heet het. Zo mooi, zo droevig. Dawes maakte in South Carolina een rondleiding over een voormalige plantage. Die worden tegenwoordig gebruikt voor bruiloften en feesten, mooie en blije gelegenheden. Dawes vroeg tijdens de rondleiding: ‘Waar sliepen de slaven? Waar werkten ze?’ Maar daar wilde niemand antwoord op geven. Ze hadden het liever over trouwpartijen. Toen schreef hij het gedicht. Zulke mooie zinnen! Bijvoorbeeld: Soms gaat een jonge boom eenvoudigweg dood / als de pis van een stervende man in zijn wortels sijpelt. 

‘Ik ben geïnteresseerd in poëzie als ruimte, in de architectuur van poëzie. Het ritme dat erin wordt gemanifesteerd. En dan heb ik het niet over de pentameters. Een van mijn lievelingsdichters is Kamau Brathwaite uit Barbados. Hij zei: ‘De donder rolt niet in pentameters’. De manier waarop hij schrijft! Een heel eigen ritme. De manier waarop hij speelt met de architectuur van de pagina. Ook de manier waarop hij poëzie leest, de oraliteit ervan, beeldschoon.

‘Het Duitse woord voor vers is Gedicht, dat heeft een sterke connectie met dichter maken, comprimeren. Samenvatten, ter zake komen. Beknopt zijn. Er is iets moois aan dat ‘dicht’ in gedicht. Denk eens wat een paar woorden kunnen doen! Dat is de ongelooflijke schoonheid van poëzie.

‘Mijn laatste nieuwe ontdekking is een jonge Kameroenese dichter uit Bamenda. Ze heet Viola Allo en schrijft zulke sterke zinnen. Ik herken mezelf in haar woorden.’

Mode: N’dop

‘Ik ben niet zozeer geïnteresseerd in designers, ik ben geïnteresseerd in mode als houding. De manier waarop mensen zich uiten. Het gaat niet om wat je draagt maar wat jóu draagt, en hoe je je gedraagt in wat je aantrekt. Ik zie kleding en ontwerpen graag als plekken van kennis. Uit de stoffen, de weefsels en de kleuren kun je veel lezen. Niet zozeer over de persoon, maar over het textiel. Een van de weinige passies die ik heb is het verzamelen van lappen stof. Ik ben gefascineerd door vakmanschap en de verwantschappen tussen technieken. In Congo heb je Kubashua, geometrische weefsels van raffia. In Ghana zijn er prachtige Kente-weefsels. In Kameroen heb je N’dop-stoffen, die geweven zijn volgens traditionele patronen. En er bestaat ook nog een indigo ‘stitch & dye’-methode, een soort batik met borduursels. Zo fascinerend! Het resultaat is bijna cartografie. Je ziet zelfs steden, huizen, water. Mensen maken en dragen dit sinds duizenden jaren. Je moet weten: natuurlijke indigo is een van de meest waardevolle verfstoffen, er werden oorlogen over gevoerd. Abubakar Fofana, een Malinese indigo master uit Bamako, werkt nog met natuurlijke indigoverf. Hij zorgt voor zijn planten, snoeit ze, heeft grote Japanse potten om de indigo in te laten fermenteren. In dat proces ben ik geïnteresseerd, niet in prêt-à-porter. Ça ne m’interesse pas.

Een jonge vrouw met een Kente-weefsel. Beeld Imageselect

Park: Sonsbeek Park

‘Ik voel me bevoorrecht om Sonsbeek 2020 artistiek te mogen leiden. Sonsbeek is een prachtig park, het is de gastheer van een van de belangrijkste tentoonstellingen van de wereld geworden. Meteen na de Tweede Wereldoorlog, in 1949, kozen mensen ervoor om in dit park tentoonstellingen te maken, en kunst te gebruiken als een mogelijkheid om zich te verzoenen. Dit park is een plek waar iedereen heen gaat. Met baan of zonder, de rijken, de armen, jong en oud, mannen en vrouwen: ze ontmoeten elkaar daar. Kunst heeft ook een verbindende en verbroederende functie. Dat interesseert me enorm.

‘Je ziet in dit park ook de historie van Nederland, dit land is door de mens aangelegd, en het park is een miniatuur-maatschappij. Ik zie ook een link tussen het park en de plantages in Suriname, de koloniale geschiedenis van Nederland. Het is ook het geld van de plantages dat dit allemaal heeft gefaciliteerd. Toch wijst het park niet met de vinger naar je, je kunt erheen en rust vinden, ruimte.

‘In het park zie je ook de littekens van het geweld van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog. Er is zovéél daar! Dit is de plek waar tieners elkaar ontmoeten, en hun eerste kus krijgen. Mensen komen er om te trouwen. Gisteren sprak ik met boswachter Jeroen Glissenaar die er al 25 jaar werkt. Hij begon als papiertjesraper, en nu is hij hoofdboswachter. We zijn nog niet eens echt begonnen met het uitpakken van alle verhalen en anekdotes.’

Sieraden: toearegkruizen

‘Om mijn hals draag ik een gouden toearegkruis, ik verzamel ze. Er zijn in totaal 21, ik heb ze nog lang niet allemaal. Het gaat er ook niet om om ze te sparen en te bezitten, maar het stáát ergens voor, mensen vereenzelvigen zich ermee. Elke regio van de toeareg, de nomaden die de Sahara doorkruisen sinds het begin der tijden, heeft een symbool van toebehoren. Het is niet religieus. De meest populaire kruizen zijn de Tahoua en de Agadez. Het kruis dat ik draag heeft de naam Zinder, ik kan ervan genieten hoe mooi gevormd en gemaakt het is door de goudsmid. 

‘De ringen die ik draag zijn het eeuwigheidssymbool in goud, van de maker van het toearegkruis, en de andere met een bewegend gedeelte is uit Hong Kong. Verder draag ik nog een trouwring en een koperen armband uit Congo. That’s it.’

Toearegkruizen. Beeld Imageselect
Beeld Daniel Cohen

CV Bonaventure Soh Bejeng Ndikung

1977 Geboren in Yaoundé, Kameroen.

1997 Verhuist naar Berlijn, studeert voedselbiotechnologie aan de Technische Universiteit, doet een doctoraat in medische biotechnologie aan de Heinrich Heine Universiteit in Düsseldorf/TU Berlijn en een post-doctoraat in biofysica in Montpellier.

2008 Clinical Study Manager bij Biotronik.

2010 Oprichting en artistieke directie van SAVVY Contemporary, laboratorium voor vorm-ideeën, een onafhankelijke, non-commerciële projectruimte voor internationale visuele en uitvoerende artiesten en curatoren in Berlijn-Neukölln.

2014 Giving Contours To Shadows in Marrakesh, Berlin, Nairobi, Dakar en Johannesburg.

2014 Co-curator van de groepstentoonstelling ‘If You Are So Smart, Why Ain’t You Rich? On the Economy of Knowledge’ voor de Marrakesh Biennial Satellite.

2016-17 An Age of our Own Making in Holbæk, MCA Roskilde en Kunsthal Charlottenborg Kopenhagen.

2017 Hoofdcurator Documenta 14 in Athene en Kassel.

2017 The Conundrum of Imagination, Leopold Museum Wenen/ Wienerfestwochen.

2018 Gastcurator van de Dak’ Art Biënnale in Senegal.

2019 Curator Finland Paviljoen tijdens Biënnale van Venetië, samen met het Miracle Workers Collective.

2019 Gastdocent ‘curatorial studies and sound’ aan de Städelschule in Frankfurt.

2020 Artistiek directeur Sonsbeek 2020 in Arnhem.

Dr. ing. Bonaventure Soh Bejeng Ndikung woont met zijn gezin in Berlijn.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden