Interview Matthew Healy

Onze gids deze week: Matthew Healy van The 1975

Tienermeisjes hadden de kwaliteiten van Matthew Healy en zijn stadionsuitverkopende band The 1975 eerder door dan de critici. Als hij er ooit in slaagt Whitney Houston met Leonard Cohen te combineren is hij klaar.

Matthew Healy, zanger en gitarist van The 1975: ‘Als ik iets leuk vind, draai ik helemaal door.’ Beeld Els Zweerink

Matthew Healy staat in het tuintje van zijn hypermoderne nieuwe huis in Noordwest Londen. Hij rookt een jointje. ‘Ik hoop niet dat jullie er last van hebben, maar wiet is het is het enige dat mijn hoofd een beetje rust kan geven.’

Het is ook de enige drug die Healy, 29, zanger componist van de uiterst succesvolle Britse band The 1975 nog gebruikt, nadat hij precies een jaar geleden op Barbados afkickte van een vier jaar durende heroïneverslaving.

Dat is inmiddels breed uitgemeten in de internationale pers, maar hij wist zijn verslaving aanvankelijk voor zijn vooral jonge fans verborgen te houden. Al doken er volgens Healy wel half verstopte referenties op in zijn teksten op de eerste twee albums van zijn band. Albums die in 2013 en 2016 moeiteloos de eerste plaats van de Britse albumhitlijst behaalden, terwijl de tweede plaat met de onmogelijk lange titel I Like It When You Sleep For You Are So Beautiful Yet So Unaware Of It ook in de Verenigde Staten bovenaan kwam te staan.

Dat is een bijzondere prestatie voor een Britse rockband. ‘The 1975 is enorm populair bij tienermeisjes. Dat was in Europa zo, en in Amerika zagen we het zelfde gebeuren. Matige tot slechte recensies maar wel radiohits.’

Matthew Healy: ‘Het Californische licht dat Brautigan noemt, is echt subliem. Mooier dan waar ook ter wereld.’ Beeld Els Zweerink

Tienermeisjes hadden volgens Healy door dat in de gelaagde rockliedjes een diepgang zat die professionele luisteraars nog wel eens ontging. Inmiddels is de popkritiek om. De eerste vijfsterren-recensies (in onder meer NME en Q Magazine) voor het derde album A Brief Inquiry Into Online Relationships, dat dit weekeinde verschijnt, zijn binnen.

Healy zingt in een liedje als I Always Wanna Die (Sometimes) openlijk over zijn depressies die hij voorheen met drugs trachtte te bezweren maar erkent nu: ‘Heroïne was echt de ideale verdoving in mijn hoofd, maar maakte functioneren in een band en het aangaan van relaties steeds onmogelijker.’

De muziek van The 1975 is op het derde album meerduidiger geworden. Auto-Tune vocalen, stukjes electro-breakbeat, soulvolle pop, zwoele ballads en glimmende jaren zeventig artrock wisselen elkaar nog sneller af dan voorheen. ‘Onze fans zijn opgegroeid met Spotify. Die luisteren alles door elkaar. Critici moeten wennen aan zoveel stijltjes, de fans niet. Maar ik sta nog altijd volledig achter het aloude albumconcept: een verzameling muziekstukken die één geheel moeten vormen.

Healy’s hoofd raakte tijdens de opnamen zo vol met nieuwe liedjes en invallen dat er genoeg materiaal was voor twee albums. Het liefst brengt hij met The 1975 komend voorjaar alweer een nieuwe plaat uit. ‘Met wat meer ingetogen liedjes voor de nachtelijke uurtjes. Trompetten, Chet Baker, die stijl.’

‘Amerikaanse en ook Engelse Italianen verpesten Italiaans eten met onnodig volgepropte sauzen.’ Beeld Els Zweerink

‘Ook mooi toch’, vraagt hij. ‘Zal ik Baker noemen bij mijn favoriete muziek? Nee, dat is te cliché. Wie vindt dat nu niet mooi.’ Healy is onrustig. ‘Louter uit enthousiasme hoor, want ik heb zoveel interesses en ik wil zoveel dingen noemen. Als ik iets leuk vind, draai ik helemaal door. Zo gaat het ook als ik in de studio ben. Het is dat we met z’n vieren al sinds ons dertiende samenspelen. Andere mensen zouden gek van me worden.’

1. Muziek, album: The Streets – Original Pirate Material (2002)

‘Ik luisterde weinig naar gitaarbands toen ik opgroeide. Ik had natuurlijk als 14-jarige ook achter The Libertines aan kunnen hollen. Dat was echt dé band toen ik opgroeide. Maar ik vond er niks aan. Pete Doherty en zijn gedweep met heroïne, heb ik altijd verafschuwd. Dat romantische beeld van in een kraakpand zitten en maar lurken aan je crackpijp was nooit aan mij besteed. Toen ik zelf verslaafd raakte, begreep ik nog minder van zijn openlijke drugsgebruik. Daar is niks stoers aan, dat hou je een beetje beschaamd voor jezelf.

‘Ik luisterde vooral naar Britse underground-dance. UK garage. Ik was te jong voor de clubs maar hoorde wel de hele dag piratenstations op de radio, die alleen maar garage draaiden. En toen kwam ineens Mike Skinner, een schoffie dat zich The Streets noemde, in wie ik mezelf meteen herkende. Ik heb een nette middle class achtergrond. Niet rijk, maar ook niet arm genoeg om te klagen. Ik verveelde me vaak te pletter en Skinner wist die verveling precies onder woorden te brengen. Eindelijk iemand die ons begreep. Hij rapte en zong heel geestig over blowen als belangrijkste bezigheid. Zijn eerste plaat, Original Pirate Material, werd een groot commercieel succes en maakte van hem een ster. Wat hem weer geen goed deed, want hij werd nooit meer zo goed als in het begin.’

The Streets - Original Pirate Material

2. Muziek, liedje: The Jesus And Mary Chain – Just Like Honey (1985)

‘Gewone gitaarrock heeft me nooit veel gedaan. Maar die dikke geluidsmuren van opgestapelde gitaarpartijen, zoals My Bloody Valentine die kon optrekken, vind ik nog altijd prachtig. In The 1975 doen we dat, wat bescheidener, ook. Ik hou van het stapelen van laagjes gitaren en beats. Meer dan van gewoon alleen een gitaarsolo.

‘Maar ik hou ook erg van liedjes. Zoals The Jesus And Mary Chain in de jaren tachtig aan de ene kant een snoeiharde sound van feedbackgitaren hadden en daar toch beeldschone, melodieuze liedjes tegenaan plakten, dat was uniek.

‘Twee uitersten combineren, in dit geval abstracte noise met een gevoelig popliedje, dat vind ik het interessantst aan muziek componeren. Mijn ideaal is altijd geweest een liedje schrijven met de tekstuele zeggingskracht van Leonard Cohens Hallelujah en de muzikale uitbundigheid van Whitney Houstons I Wanna Dance With Somebody. Als we met The 1975 zoiets voor elkaar kunnen krijgen hebben we ons doel bereikt.’

The Jesus and Mary Chain Beeld Ilpo Musto / HH

3. Literatuur: Arthur Rimbaud – Een seizoen in de hel (1873)

‘Ik was een veelvraat waar het boeken betrof. Toen ik een jaar of 19 was en het met muziek nog niet zo wilde lukken dacht ik zelfs even het als schrijver te kunnen gaan maken. Niet dat daar aanwijzingen voor waren, maar ik was zo weg van boeken als De vreemdeling van Albert Camus en alles van de beat poets als Jack Kerouac en Allen Ginsberg. Dat zei me allemaal veel meer dan de meeste popmuziek.

‘Toen ik in rehab ging, tijdens Halloween vorig jaar, nam ik veel boeken mee die ik als jongen las. Ik wilde eindelijk greep krijgen op Junkie van William Burroughs. Lukte niet. Maar Een seizoen in de hel van Rimbaud maakte ineens nog meer indruk. Ongelooflijk dat zo’n jongen, want dat was hij, zo beeldend en evocatief kon schrijven. Ik verdronk echt in zijn gedichten. Als ik aan die paar maanden afkicken op Barbados terugdenk, denk ik aan Rimbaud.’

4. Literatuur: Richard Brautigan – Trout Fishing In America (1967)

‘Literatuur over Amerika is een aparte hobby van me geworden. Vooral over de jaren zestig raak ik niet uitgelezen. Zo’n boek als The White Album van Joan Didion, of eigenlijk alles van haar is prachtig. Didion kan volstrekt niksige plaatsen en personages zo tot leven roepen dat je je er echt mee wilt vereenzelvigen.

‘Door het boek Trout Fishing In America van Richard Brautigan ben ik misschien wel naar Los Angeles getrokken, waar ik de helft van het jaar zit. Dat Californische licht dat hij noemt, is echt subliem. Mooier dan waar ook ter wereld. Brautigan opende mijn ogen voor dit soort dingen. Zoals hij de vervlochten snelwegen in LA vergeleek met zonnebloemen, zo’n metafoor is onbetaalbaar. Brautigan schrijft over het Amerika van toen maar ook dat van nu. Over hoe Californië haar inwoners kiest. Niemand komt daarvandaan, iedereen is er op een gegeven moment naar toe getrokken. Ik ook. Wat maakt dat je er blijft, wat zoeken we en vinden we daar uiteindelijk? Die vraag fascineert me.’

5. Film: 12 Angry Men (William Friedkin, 1997)

‘Ik leerde deze nieuwe versie van een film uit de jaren vijftig kennen dankzij mijn vader. Die had in een toneelversie ervan gespeeld. Een lang shot gedraaid in een jurykamer met twaalf juryleden. Meer was het volgens mij niet. Eén man zegt: dit kind is niet schuldig. Ik bleef ademloos kijken. Volgens mij begon hier, met die film waar mijn vader me op wees, mijn enthousiasme voor het medium.

‘Ik heb zoveel favorieten. There Will Be Blood, al was het maar vanwege de prachtige muziek van Jonny Greenwood. Of Lost In Translation. Films terugkijken alleen voor de muziek is ook een hobby van me. Ogen dicht en de soundtrack op je in laten werken. Dat kan ik eindeloos doen met alles waar Gene Kelly in speelt. Vooral Singin’ In The Rain. Dat is natuurlijk de beste film ooit gemaakt. Maar dat zegt iedereen. Dus noem ik 12 Angry Men. Dankzij mijn vader begon daarmee mijn liefde voor film tenslotte.’

12 Angry Men Beeld Imageselect

6. Comedy: The Office (BBC, 2001-2003)

‘De man om wie ik als kind het hardst moest lachen was Peter Sellers. Vooral in zijn rol als inspecteur Clouseau in de Pink Panther-films. Mijn vader en ik lagen dan altijd in een deuk. Die films waren toen ik ze zag, in de jaren negentig, al oud. Maar de comedy’s uit die tijd, zoals Friends en Seinfeld, zeiden me niet zoveel. Voor een 10-jarige is iemand die onhandig is en overal over struikelt onweerstaanbaarder dan een groepje studenten met hun sores in een huis. Dat ben ik pas later gaan waarderen.

‘Wat ik wel meteen snapte, was The Office, toen ik een jaar of 12, 13 was. Alleen al die asgrauwe mistsluier van Slough in de leader was genoeg. Ik herkende alles meteen, en begreep ook precies waar het steeds wrong bij al die personages.

‘Het dansje van Ricky Gervais, het kerstfeestje, de ongemakkelijke gesprekken. Ik denk dat ik er net de leeftijd voor had, en dat ik het daarom extra leuk vond.’

The Office

7. Eten: Restaurant Nobu (Londen, Los Angeles)

‘Ik beledig Nederlanders toch niet als ik zeg dat jullie net als wij een waardeloze keuken hebben en dat we allebei ons beste eten hebben geïmporteerd? Jullie hadden de Chinees, wij maakten van Indiase Tikka Massala een soort nationaal gerecht.

‘De Aziatische keuken is nog altijd mijn favoriet. Ik ben ook gek op Italiaans, maar vooral in Amerika valt het me op dat de meeste Italiaanse restaurants veel te veel ingrediënten gebruiken. Voor de beste Italiaanse maaltijden heb je er maar een handvol nodig. Amerikaanse en ook Engelse Italianen verpesten de boel met onnodig volgepropte sauzen.’

‘Ik hou van sushi en eigenlijk van al het Aziatische eten dat ze serveren in Nobu, een vrij luxe keten met vestigingen in zowel Londen als Los Angeles. Rappers Drake en Future hebben er samen nog eens over gerapt. Nobu Nobu Nobu Nobu, ging dat. In Jumpman.

Het is een beetje snobistisch, dat besef ik wel. Maar het is ook wel fijn als je op een nieuwe plek aankomt en iets vertrouwds tegenkomt. Zo voelt Nobu.’

8. Hotel: The Dylan, Amsterdam

‘Goed, als ik nu toch even de snob uithang: Ik ben dol op hotels en dan vooral op luxe hotels. Ik geniet van de aandacht die je krijgt en van de inrichting. In hotels zijn mensen ook altijd aardig en behulpzaam, wat daarbuiten meteen weer ophoudt.

‘Mijn favorieten zijn The Waldorf Astoria in Chicago, Sunset Marquis in Los Angeles en, het allermooist, het Mandarin Oriental in Praag. Ik probeer wel steeds weer wat nieuws uit, want ik verveel me snel op dezelfde plek. Zo boekte ik met mijn vriendin laatst voor een weekendje het Dylan Hotel in Amsterdam.

‘We houden er erg van om als het even kan een weekendje weg te gaan, en vaak kiezen we voor Amsterdam. Incognito een concert bezoeken, veel rondlopen en lekker eten. The Dylan was nieuw voor ons. Beter comfort kan ik me niet wensen. Het is zo’n hotel dat zo casual mogelijk wil ogen, net als veel hotels tegenwoordig. Dat je niet het idee hebt een hotel binnen te wandelen maar het gevoel dat je thuis komt. Met natuurlijk wel alle comfort dat bij vijfsterrenhotels hoort.

‘Ja, nu hoor je even wat voor een snob er in mij schuilt. Maar geloof me, ik moet de eerste popmuzikant nog tegenkomen die geen obsessie met hotels heeft. Als je zoveel van huis bent ga je daar extra op letten. Het liefst ben ik trouwens gewoon thuis. Hier mag ik tenminste een jointje opsteken.’

Hotel The Dylan in Amsterdam. Beeld HH

The 1975: A Brief Inquiry Into Online Relationships. Dirty Hit/Universal.

CV Matt Healy

1989 8 april geboren in Londen. Zijn ouders zijn de acteurs Tim Healy (Auf Wiedersehen, Pet) en Denise Welch (Coronation Street).

2002 Ontmoet latere medebandleden Adam Hann (gitaar), Ross MacDonald (bas) en George Daniel (drums) op school in Wilmslow, Cheshire.

2004 Formeert band The 1975, vernoemd naar aantekeningen achterop een dichtbundel van Jack Kerouac.

2009 Tekent bij Dirty Hit, label van vriend Jamie Oborne

2012 Debuut EP Facedown met single The City

2013 Debuutalbum The 1975 komt in Groot-Brittannië binnen op de eerste plaats

2016 Tweede album I Like It When You Sleep, For You Are So Beautiful Yet So Unaware Of It, haalt de eerste plaats in de Amerikaanse Billboard Album Top 200

2017 Matt vertrekt op Halloween naar een kliniek op Barbados om af the kicken van heroīne.

2018 Derde album A Brief Inquiry Into Online Relationships verschijnt op 30 november.

Matthew Healy Beeld Els Zweerink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.