Interview Johan Harstad

Onze gids deze week: De zwaarmoedige favorieten van de schrijver van Max, Micha & het Tet-offensief

Kiest Johan Harstad, die voor zijn roman Max, Micha & het Tet-offensief de Europese Literatuurprijs ontving, zijn favorieten, dan pakt dat wat zwaar uit - gelukkig ziet hij licht en levensdrift in het donker.

Schrijver Johan Harstad. Beeld Els Zweerink

Een paar uur voordat de Noorse schrijver Johan Harstad op Crossing Border in Den Haag de Europese Literatuurprijs 2018 in ontvangst zal nemen – hij kreeg hem voor zijn overweldigende, 1.200 pagina’s dikke roman Max, Micha &  hetTet-offensief – zit hij in een Amsterdams hotel met koffie en cola om zijn lijst met favoriete kunstwerken toe te lichten. Hij vond het moeilijk, had hij al per mail laten weten en nu zegt hij: ‘Je wilt dat mensen een zo goed mogelijk beeld van je krijgen, maar hoe kunnen een paar boeken, films, toneelstukken en schilderijen jou nou definiëren? Onmogelijk.’

Dat zijn lijst behoorlijk donker is, zeg ik. Twee makers, de schilder Rothko en de schrijver David Foster Wallace, hebben zelfmoord gepleegd. De oorlog zit er flink in. OK Computer van Radiohead: draai het album een paar keer achter elkaar en je hapt naar adem.

‘Wat zal ik daar op antwoorden? Het is verrast me niet. In de woonkamer van ons appartement hangen twee kunstwerken. Het ene is een hyperrealistische zwart-wit tekening van een postapocalyptisch Tokio. Het andere een zeefdruk van twee contouren van lichamen, alsof ze over een schutting geworpen zijn – of dood. We kochten dat werk vlak na de dubbele aanslag van 22 juli 2011. Mijn vrouw schudt altijd haar hoofd als ze langs die twee werken loopt. ‘Moeten onze kinderen hier naar kijken?’ Maar ik voel ook de energie erin. Soms komt er licht uit het donker. Levensdrift. Een waarschuwing: je moet je best doen om dit soort scenario’s te vermijden.’

1. Muziek: OK Computer, Radiohead.

‘Ik kan het hebben over de gelaagdheid van de plaat, en dat ik na twintig jaar luisteren nog steeds nieuwe dingen ontdek, zoals: hoeveel herrie er in elk nummer zit. Let maar eens op: elk nummer begint of eindigt met een lawaai dat de harmonie verstoort en jou als luisteraar uit balans brengt. Ik kan het hebben over het artwork, dat mij het zetje gaf om zelf mijn boekomslagen te ontwerpen. Ik kan het hebben over de teksten: bijna allemaal even briljant.

‘Maar wat OK Computer vooral heeft betekend: de plaat heeft mij geleerd buiten de gebaande paden te treden. Dat zit ook in het gebruik van het woord wij. Alle popliedjes zijn vanuit de eerste persoon geschreven: ik hou van je, ik mis je, ik haat je. En hier zingt Thom Yorke ineens over wij en ons. In Karma Police bijvoorbeeld: this is what you get when you mess with us. Daar zit zo’n dreiging in. Wie zijn die ‘us’? De band? Een collectief? De mensheid?

‘Al die dingen bij elkaar bliezen voor mij, als 19-jarige, de deuren open. Ik ben er fanatiek van gaan schrijven en ontwerpen, zonder me iets aan te trekken van wat het resultaat zou zijn. Ik schreef op alles, over alles, en realiseerde me: deze kans krijg je maar een keer: als je zo jong bent. Het kwam misschien op anderen over alsof ik als een gek bezig was. Maar ik had voor het eerst het idee dat ik als schrijver een eigen stem had, en niet anderen kopieerde.’

2. Film: Apocalypse now, Francis Ford Coppola

‘Net als Max, hoofdpersoon in Max, Micha & het Tet-offensief, ben ik al heel vroeg geïnteresseerd geraakt in de Vietnamoorlog. Ik las er boeken over, ik kocht de filmmuziek van Apocalypse Now toen ik 10 was, kreeg er nachtmerries van, liet desondanks de cover van het album op een T-shirt drukken. Toen mijn leerkracht op school zei dat ik veel te jong was voor die film, werd het een obsessie voor me om hem te zien, en toen dat eenmaal gebeurde, in mijn eentje in het souterrain, nog steeds 10 jaar oud, vond ik hem heel eng, en heel saai. Er is veel in die film dat een tienjarige boven de pet gaat. Maar de hallucinerende sfeer van de film maakte een enorme indruk op me.

‘Terugkijkend ben ik blij dat ik Apocalypse Now zo jong heb gezien. Want het is de eerste film die me bewust maakte van de kracht van beelden. De fotografie is geweldig, de film prachtig gedraaid, de muziek ondersteunt het hallucinerende van de beelden. Een paar jaar later werd mijn bewondering voor Coppola nog groter door A Heart of Darkness, de documentaire over het maakproces van de film. Al die tegenslagen: een tyfoon die de set vernielt, Martin Sheen die een hartaanval krijgt tijdens het draaien, budgetoverschrijdingen. Voor mij werd dat het voorbeeld van waar je toe in staat bent als je onder hoge druk staat. En dat heeft me geholpen tijdens het laatste jaar van Max, Micha & het Tet-offensief, tegelijkertijd het eerste jaar van mijn eerste kind. Het was zo’n intens jaar – ik was nerveus over het boek, nerveus over mijn vaderschap, ik sliep amper. Maar juist door die druk heb ik toen de beste hoofdstukken geschreven. Je leven moet op het spel staan, zo voelde het: als ik dit niet tot een goed einde kan brengen, heb ik zeven jaar voor niks gewerkt.’

3. Strip: Akira, Katsuhiro Otomo

‘Akira is cool. Japanse manga op zijn allerbest. Begonnen als serie in Weekly Young Magazine, een jeugdtijdschrift dat vooral door bikers werd gelezen, maar ik zag Akira voor het eerst als tv-serie. Cool, neon, sprankelend, jeugd in opstand: het heeft alle ingrediënten van een popcultuurklassieker. Tegelijkertijd is het een heel Japans verhaal, want het gaat over de angst voor de atoombom in post-apocalyptisch Tokio. Elk frame dat Otomo heeft getekend kun je opblazen en aan de muur hangen. Zijn tekeningen zijn extreem gedetailleerd, zitten vol perspectiefwisselingen, er zit een energie en snelheid in alsof je naar een film kijkt.’

4. Serie: Twin Peaks

‘Ik ben altijd fan geweest van horror – niet van het simpele slachtwerk, maar van horror die op een andere manier huiveringwekkend is. In Twin Peaks, een normale kleine stad, gebeurt iets vreemds: het lijk van de scholiere Laura Palmer wordt gevonden. Als FBI agent Dale Cooper de moord gaat onderzoeken en begint te krabben aan het oppervlak, valt dat hele gewone stadje uit elkaar en blijken er vreselijke geheimen onder te zitten.

‘De eerste zeven afleveringen van het eerste seizoen waren briljant. Een groot deel van seizoen twee was heel slecht, die kun je bij wijze van spreken zo overslaan. Lynch was daar niet bij betrokken. Maar aan het eind van seizoen twee, als Lynch als regisseur terug is, wordt het weer heel akelig. Ik heb de laatste twee afleveringen gezien toen ik 13 was. We waren in ons huisje in de bossen, mijn ouders waren al naar bed, er lag sneeuw, het was pikkedonker in de kamer omdat we geen elektriciteit hadden behalve die van één zonnepaneel – en die had ik nodig voor de zwart-wit tv. Dus ik zat daar, bij een kaars, te kijken naar hoe Dale Cooper in de Red Room komt waar een dwerg achterstevoren praat. Ik was doodsbang, maar ik kon er mijn ogen niet vanaf houden.

‘Iedereen hoopte dat het verhaal in het derde seizoen verder zou gaan waar het 25 jaar geleden was geëindigd. Maar dat is niet zo: het is een 17 uur durende, expressionistische film geworden. Veel mensen zijn na een paar afleveringen afgehaakt omdat ze er niets meer van begrepen. Die vrijheid: dat Lynch iets maakte zonder zich iets aan te trekken van zijn publiek, dat is voor mij de essentie van kunstenaarschap. Niet miljoenen verdienen maar iets maken omdat jij het belangrijk vindt. Dat geeft mij als kijker energie, en inspiratie. Het is alsof je gaat tanken, en opgeladen door kunt.’

Schrijver Johan Harstad. Beeld Els Zweerink

5. Boek: Infinite Jest, David Foster Wallace

‘Ik vind het moeilijk om samen te vatten waar dit boek, 1.097 pagina’s dik, over gaat, omdat er zo veel in gebeurt. Er is een tennisacademie voor teenagers, aan de andere kant van de heuvel ligt een opvanghuis voor drugsverslaafden, en dan is er de zoektocht naar een videotape van de film Infinite Jest, een film die zo vermakelijk is dat je, als je hem eenmaal hebt gezien, niks anders meer wilt doen dan hem opnieuw en opnieuw zien – tot je sterft van de honger omdat je bent vergeten te eten. Het boek gaat over verslaving. Aan middelen, aan beroemd worden, aan entertainment op tv.

Infinite Jest is verwoestend, hilarisch en het heeft mij voor altijd veranderd. Als lezer en als schrijver, omdat Wallace liet zien wat je kunt doen met literatuur. Zijn ritme is briljant, hij wisselt korte zinnen af met zinnen van vijf, zes pagina’s. Hij gebruikte zoveel unieke woorden, dat je dacht: heeft hij ze zelf verzonnen? Hij begon zinnen met En, maar, dus. Terwijl het een regel in de literatuur is om een zin nooit met deze drie woorden te beginnen. En hij zet ze achter elkaar! En dan de personages. De goeroe in de tennisacademie die altijd in lotushouding in de kleedkamer zit en van wie wordt gezegd dat hij leeft van andermans zweet. De jonge tennisspeler die altijd naar een wedstrijd komt met een geladen pistool in de hand, als hij verliest, pleegt hij zelfmoord. Zo zijn er wel honderd, en je gaat van ieder van hen houden.’

6. Toneelstuk: Angels in America, Tony Kushner

Angels in America gaat over de viering van het leven – tegen elke prijs. Kushner schreef zijn briljante toneelstuk in de jaren tachtig. Reagan aan de macht, Koude Oorlog, en een aidsepidemie die om zich heen sloeg. Het stuk heeft zo veel betekend voor de homogemeenschap. Het heeft helden gemaakt van de mensen die aan de ziekte zijn overleden. Ik heb vrienden met hiv die deze periode hebben meegemaakt, en die kunnen vertellen hoe ze zich in de jaren tachtig in de steek gelaten hebben gevoeld. Het is zo pijnlijk, wat Prior zegt aan het eind: we zullen niet meer worden vergeten. We zullen niet een stille dood sterven. Je moet dood zijn van binnen als daar je hart niet van breekt. Want dat deden ze wel. En wij zeiden: eigen schuld.

‘Ik heb voor het National Theatre in Oslo in 2014 een stuk geschreven, Etc. Dat is gemodelleerd naar Angels, alleen ging mijn stuk over genocide in Bosnië en in Rwanda. Ik stond er tijdens het schrijven niet bij stil, maar ik denk dat ik met Etc. hetzelfde heb geprobeerd als Kushner: een ode brengen aan mensen die nooit mogen worden vergeten.’

7. Fotografie: Farewell to Bosnia, Gilles Peress

‘Magnumfotograaf Peress was in 1993 zes maanden in de gebieden rond Mostar, Tuzla, Sarajevo om de verwoesting van de oorlog vast te leggen. Ik heb veel oorlogsfotografie bestudeerd, en dit boek was anders. Het is geen machofotografie, de fotograaf probeert niet te dramatiseren door net het licht te vangen als de bommen vallen. Peress’ foto’s zijn bijna bleek, zonder oordeel. Ze laten zien: dit is wat het is. Een kapotgeschoten huis, voeten op nat asfalt, een man op een ziekenhuisbed met benen als stompjes.

‘Toen ik Etc. schreef, heb ik me moeten afvragen: hoe zou het zijn om met een camera in oorlogsgebied rond te lopen en foto’s te maken van dode mensen? Als je een geweer hebt, kun je je agressie kwijt. Maar wat moet een fotograaf zich nutteloos voelen. En dan verdient hij ook nog geld met zijn beelden. Fascinerend is ook dat Farewell een soort koffietafelboek is geworden, prachtig vormgegeven, gedrukt op mooi papier. Daarmee zeg je eigenlijk tegen je publiek: dit is ook iets om van te genieten. Zo was het met Etc. ook. Ik had een lezing kunnen geven over genocide, maar ik maakte een toneelstuk dat mensen moest amuseren. Hopelijk met een bijeffect: dat anderen er iets van leren. Dat weegt dan zwaarder dan de cynische constatering dat jij geld verdient met de ellende van anderen.’

Schrijver Johan Harstad. Beeld Els Zweerink

8. Schilder: Mark Rothko

‘In de jaren tachtig hing in de keuken van elk huis waar ik ging spelen dezelfde Rothko kalender. Ik wist toen nog niet dat de decoratieve kleurvlakken die erop stonden afgebeeld, gemaakt waren door een van de beroemdste naoorlogse Amerikaanse kunstenaars. Voor mij was die kalender gewoon iets dat bij die tijd hoorde. Ik denk dat veel mensen Rothko’s werk nog steeds zien als uitsluitend decoratief. Maar er gebeurt iets met je als je er voor staat. De eerste keer dat mij dat overkwam was tien jaar geleden, in het Tate Modern in Londen. Daar hing zijn Seagram Series, oorspronkelijk gemaakt voor het restaurant van het Four Seasons Hotel in New York. Rothko wilde dat de schilderijen zo indringend waren, dat de gasten geen hap meer door hun keel konden krijgen.

‘Kijk naar Black on Maroon: twee paarse kolommen tegen een donkere achtergrond. Ik zal proberen om mijn ervaring zo te beschrijven dat het niet klinkt alsof er een psychiatrisch patiënt aan het woord is, maar dit is wat er gebeurde toen ik ervoor zat: ik werd misselijk. Het leek alsof die kolommen op me af kwamen, ik ertussen gevangen zat. Het is een schilderij als een heel stille brul.

‘Rothko’s schilderijen zien er op een bepaalde manier simpel uit. Maar kijk je goed, dan zie je dat hij de verf laag voor laag voor laag heeft aangebracht om een bepaalde kleurtoon te bereiken. En dan de formaten van zijn werk: zo groot dat je er, als je heel dichtbij staat, helemaal door wordt omgeven. Dat idee heb ik gebruikt voor Max, Mischa & het Tet-offensief. Toen ik eenmaal op 500 pagina’s zat en wist: dit gaat een dik boek worden, een boek waarbij je niet helemaal het overzicht hebt, maar waar je ín zit – als een fysieke ervaring.’

1979 Geboren in Stavanger, op 10 februari

2006 Buzz Aldrin, waar ben je gebleven?, roman

2009 Hässelby. Het demonteren is begonnen, roman. Huisregisseur van het Nationaal Toneel, Oslo, schrijft toneelstuk Etc.

2011 Darlah - 172 uur op de maan, jeugdboek/sf-roman

2012 Blissard, in oplage van duizend verschenen boek over de totstandkoming van het album van de gelijknamige Noorse band Motorpsycho.

2014 Ambulance, verhalen, oorspronkelijk verschenen in 2002)

2017 Max, Micha & het Tet-offensief, roman

2018 Heterdaad, roman

Harstad won in 2018 de Europese Literatuurprijs. Hij deelt die met de vertalers van de Nederlandse editie van Max, Micha & het tet-offensief, Edith Koenders en Paula Stevens. Harstad is in eigen land bekroond met de National Ibsen Award voor zijn toneelstuk Etc. Hij is behalve schrijver ook grafisch vormgever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.