De gids Christine and the Queens

Onze gids deze week: Christine and the Queens doet alles alleen

Ze is in haar eentje de band Christine and the Queens (‘zeg maar Chris’) en ze voert dit jaar alle toplijstjes aan. Veel van haar eigen favorieten wortelen in de tijd dat ze geboren werd ‒ die wonderlijk optimistische late jaren 80.

Christine and the Queens. Beeld Daniel Cohen

Met kortgeknipt haar en nog iets kleiner van postuur dan verwacht komt ze de catacomben van de Amsterdamse concertzaal AFAS Live binnenwandelen. Precies op tijd, ferme tred. ‘Bonjour’. Goedendag, maar hoe moeten we de Franse popster die het buiten eigen land zo opmerkelijk goed doet met haar sterk op de ­jarentachtigmuziek geënte elektropop eigenlijk noemen? Héloïse, zoals ze dertig jaar geleden bij haar geboorte werd genoemd? Christine, de artiestennaam die ze aannam voor haar eerste album Chaleur humaine (2014), met liedjes waarin ze haar panseksualiteit bezong? Of Chris, ook de titel van haar dit jaar verschenen nieuwe plaat waarop ze haar favoriete thematiek verder uitbouwt?

‘Zeg maar Chris, dat is lekker kort’, stelt ze voor. ‘Ik ben er nog niet helemaal uit. Mijn artiestennaam is Christine and the Queens. Dan denkt iedereen meteen aan een band, maar ik ben dat gewoon zelf. Van een band is nooit sprake geweest. Ik doe alles alleen en voor optredens en tournees nodig ik muzikanten of dansgezelschappen uit.’

Christine and the Queens was de naam die ze zichzelf een jaar of tien geleden gaf toen ze vanuit Frankrijk min of meer naar Londen was gevlucht. ‘Ik studeerde theater, maar strandde omdat ik als vrouw met regie-ambities niet de mogelijkheden kreeg die mannen wel hadden.’

In Londen kwam ze in contact met een groep dragqueens die haar naar eigen zeggen al het zelfvertrouwen gaven dat ze nodig had. ‘Ik kwam er zwaar ­depressief naartoe, en vertrok vol energie, levenslust en creativiteit. Als dank en eerbetoon aan mijn Londense vrienden noemde ik mezelf Christine and the Queens.’

Een bandnaam die goed kon verhullen dat Chris, zoals we haar nu dan maar zullen noemen, eigenlijk alles zelf deed. ‘Mannelijke artiesten die alles alleen doen worden bewonderd. Vrouwen vooral gewantrouwd. Bij Prince vroeg niemand zich af of hij echt alles zelf deed, bij mij denkt iedereen dat er een of ander genie achter me aan de touwtjes trekt.’

Kreeg Chris bij haar eerste album nog wel enige hulp van buiten, vooral waar het productionele zaken betrof, de minstens zo lovend ontvangen opvolger Chris maakte ze echt helemaal zelf. Dat de namen van Mark Ronson (van onder meer de mega-hit Uptown Funk met Bruno Mars) en Damon Albarn (Blur, Gorillaz) in de Britse pers op­doken, wuift ze weg.

‘Ik ben de Britten erg dankbaar voor het enthousiasme waarmee ze me hebben onthaald. Ik krijg er de ene vijfsterrenrecensie na de andere en speel er in grotere zalen dan waar ook ter wereld. Maar ook zij kunnen niet geloven dat ik niemand, zelfs Mark Ronson en Damon Albarn niet, nodig had. Ik heb meegewerkt aan hún ­platen. Dat is iets anders.’

Beeld Daniel Cohen

1. Muziek: Cameo: Word Up (single, 1986)

‘Ik ben 30, dus ik heb de jaren tachtig niet meegemaakt, maar mijn muzikale dna is volledig door die tijd bepaald. De beste jarentachtigpop was flamboyant, had een soort larger than life-uitstraling die me aanspreekt. Een band als Cameo maakte muziek die tegelijk heel strak en funky en ook minimalistisch was. De drums van Cameo in het liedje Word Up klappen hard en meedogenloos, maar toch ademt de muziek.

‘De sound van dat nummer liep vooruit op veel latere hiphop. Cameo is ook door veel rappers gesampeld. Maar hiphop was nooit zo mijn ding. Strakke funk gekoppeld aan epische synthesizers, daar houd ik van. Dat had je veel in de jaren tachtig. De muziek had toen ook iets opbeurends. Het leek wel alsof er een geluid was uitgevonden waarmee iedereen dacht de hele wereld aan te kunnen. De tijd van cynisme was voorbij. Het doemdenken ook, muziek mocht weer euforisch klinken, het leven mocht gevierd worden. Zoiets.’

Cameo. Beeld Getty

2. Muziek: Janet Jackson: The Velvet Rope (album, 1997)

‘De producers Jimmy Jam & Terry Lewis mogen niet ongenoemd blijven. Zij maakten met Janet Jackson in de jaren tachtig al haar baanbrekende album Control, die datzelfde opzwepende had als Cameo.

‘Die plaat betekende de internationale doorbraak voor Janet, de zus van ­Michael. Ik vind Michael Jackson ook geweldig trouwens, maar hij heeft niet zo’n gewaagd conceptueel meesterstuk gemaakt als Janet deed in 1997.

Janet Jackson.

‘The Velvet Rope is een buitengewoon expliciet popalbum over haar seksuele verlangens en frustraties. Daar zong ze al eerder over, maar thema’s als sm en homoseksualiteit waren voor haar nieuw. En alles bezong ze in een openhartige, zeer geloofwaardige verteltrant.

‘Dat zo’n groot artiest als Janet Jackson, voor wie toch echt wel wat op het spel stond, het meer dan twintig jaar ­geleden aandurfde om gewoon even een stukje telefoonseks te debiteren vind ik nog altijd onvoorstelbaar. Toch doet ze het, in het nummer Interlude - Speaker Phone. Het zusje van Michael Jackson dat op plaat masturbeert: zoiets bedenk je toch niet.’

Beeld Daniel Cohen

3. Performance: Laurie Anderson

‘Ik houd ervan om in mijn shows theaterelementen en moderne dans te verwerken. Pina Bausch was een inspiratiebron; door haar ben ik theaterregie gaan studeren. Maar misschien nog belangrijker voor mij was Laurie Anderson, de eerste vrouw die ik ooit op een ­podium verschillende soorten expressie zag combineren.

‘Haar ook verfilmde voorstelling Home of the Brave is van twee jaar voordat ik geboren werd, maar dit is net als haar andere werk nog altijd zo sterk omdat ze met simpele taal ingewikkelde zaken zichtbaar maakt. Haar voorstellingen vragen veel van de toeschouwer, maar de middelen die ze gebruikt zijn altijd simpel.

Laurie Anderson. Beeld Getty Images

‘Taal, decorstukken en lichtplan zijn bij haar haast elementair te noemen. Ook mooi hoe ze haar lichaam als klankopwekker of instrument gebruikt. Ze blijft dicht bij zichzelf, maar voert je in gedachten toch ver weg, naar onbekende gedachtenwerelden.

‘Zij komt uit een tijd dat artiesten dachten dat muziek en theater goede vehikels waren om de wereld te verbeteren, ook al was het maar een beetje. Dat zag je na de jaren tachtig steeds meer verdwijnen. Het cynisme dat ik zelf altijd heb geprobeerd te ­­­­bestrijden, kwam weer in de mode.’

Beeld Daniel Cohen

4. Literatuur: Jean Genet: Onze Lieve Vrouw van de Bloemen (1943)

‘Ik was in mijn puberteit een obsessief lezer. Vooral romans verslond ik. De werken van Dickens, Balzac en Flaubert konden me niet dik genoeg zijn. Verdrinken in boeken was echt een favoriete tijdsbesteding.

‘Iedereen heeft wel een boek dat een soort gamechanger werd in zijn leven. Bij mij was dat Notre-Dame Des-Fleurs (Onze Lieve Vrouw van de Bloemen) van Jean Genet. Hij is misschien wel mijn favoriete schrijver. Wat dit boek zo goed maakt is dat het nadrukkelijk gaat over de verschoppelingen, de onaangepasten en alle andere outcasts in onze samenleving. Genet schreef het in de gevangenis. Hij kwam door zijn openlijke homoseksualiteit regelmatig met het gezag in aanraking en veel van wat hij beschrijft heeft hij zelf meegemaakt.

Jean Genet. Beeld RV

‘Hij verbleef echt aan de zelfkant van de maatschappij. Leefde tussen dragqueens en zocht in de Parijse culturele underground naar inspiratie.

‘Hij gaf mensen die je nergens anders hoorde een stem en wist iets als een tandeloze mond nog op een aantrekkelijke manier te beschrijven. Schrijven was voor hem een manier om de buitenwereld op zaken attent te maken waar die geen weet van had.’

Beeld Daniel Cohen

5. Beeldende kunst: Basquiat (1960-1988)

‘Ik hou van schilderijen, maar niet van musea. Dit hoor je vast niet te zeggen, maar ik kijk liever naar schilderijen op internet dan in het Louvre. Het museum of de galerie, de mensen met wie je in een zaal staat te kijken, het maakt allemaal deel uit van wat je waarneemt. Terwijl: een schilderij moet je alleen zien, los van de omgeving. Daarom zoek ik liever naar een Caravaggio op Google dan dat ik er een museum voor binnenstap. Caravaggio vind ik het mooist vanwege de lichtval in zijn werk en Goya bewonder ik om zijn weergave van wreedheden, maar mijn favoriet is iemand die overleed in het jaar dat ik geboren werd, Jean-Michel Basquiat.

Jean-Michel Basquiat. Beeld Getty Images Europe

‘Uit zijn werk spreekt een enorme levenslust en vitaliteit. Hij schildert expressie, zoals een freejazzmuzikant speelt. Zijn werk lijkt ook niet gemaakt om een mooie plek in een museum te krijgen, maar omdat hij iets kwijt moest.

‘Dat vind ik mooi aan veel streetart, graffiti en alles wat de hiphop- en skatecultuur aan kunst heeft voortgebracht. Het is gemaakt voor iedereen en je kunt het overal tegenkomen.’

Beeld Daniel Cohen

6. Documentaire: Animism – People Who Love Objects (William Spahic, 2013)

‘Mijn Londense jaren hebben me veel opgeleverd, maar ik moest eerst wel de nodige depressies te boven komen. Lezen lukte niet meer, schrijven al helemaal niet. Een beetje you­tuben en slappe series kijken was het enige waar ik me nog een beetje op kon concentreren.

‘Mijn leesgedrag is sinds het weer beter gaat ingrijpend veranderd. Ik lees nu liever korte verhalen in plaats van romans en poëzie. Maar kijken doe ik nog altijd het liefst naar een beetje trashy tv.

Animism - People Who Love Objects.

‘Ik heb me kostelijk vermaakt met een documentaire over mensen die verliefd worden op en zelfs een relatie krijgen met gebouwen of andere grote objecten. Animism behandelt dit heel serieus, ook al is het gegeven vooral lachwekkend. Wie wordt er nou verliefd op de Eiffeltoren? Ik niet, mij veel te fallisch. Maar eigenlijk ben ik ook jaloers op mensen die zo’n gevoel wél hebben. En als je er langer over nadenkt: waarom zouden we niet op objecten verliefd mogen worden? Het heeft nog voordelen ook. De Eiffeltoren zegt nooit nee.’

Beeld Daniel Cohen

7. Restaurant: Fulgurances (Parijs)

‘Gewoon een avondje vrij ben ik ­eigenlijk zelden meer. Ik ben altijd bezig met mijn werk, maar dat is helemaal mijn eigen keuze. Terug uit Londen, geestelijk weer helemaal opgepept, wist ik meteen wat ik wilde. Zelf muziek maken en die naar het podium brengen.

‘Dat kan ik alleen door mezelf hier ook helemaal aan te wijden. Ik ben een enorme perfectionist, op het irritante af en gun me nergens anders meer de tijd voor. Behalve om eens lekker uit eten te gaan. In Parijs is de keuze groot ­genoeg.

Fulgurances in Parijs.

‘Ik heb een zwak voor Fulgurances, dat elke paar weken een andere kok inhuurt. De chef wisselt, maar de sommelier is al jaren dezelfde. Bij elk gerecht serveert hij een andere wijn. Die zijn altijd lekker, maar het mooist zijn de verhalen die hij erbij vertelt. Kennis gekoppeld aan poëtische vaardigheden en gevoel voor humor.

‘Het is er ook niet zo duur, zodat ik me niet schuldig hoef te voelen. Ik heb er namelijk moeite mee, van een basisbehoefte waar niet iedereen goed in kan voorzien, zo’n luxeproduct te maken. Ik hou alles het liefst simpel.’

Beeld Daniel Cohen

CV Christine and the Queens

1 juni 1988 Geboren in Nantes als Héloïse ­Letissier.

2006 Studeert theater aan de École Normale Supérieure de Lyon.

2010 Zet studie voort in Parijs.

2010 Verblijft in Londen, waar ze in contact komt met lokale dragqueens.

2011 Keert terug naar Parijs, begint als Christine and the Queens in de popmuziek en brengt eerste EP uit, Miséricorde.

2014 Debuutalbum Chaleur humaine.

2016 Engelstalige versie Chaleur humaine wordt best verkopende debuutalbum van het jaar in Groot-Brittannië.

2018 Tweede album: Chris. ­(Warner Music)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.