Bjarke Ingels.

de gids bjarke ingels

Onze gids deze Week: Architect Bjarke Ingels over zijn liefde voor lego, fictie en Mars

Bjarke Ingels. Beeld Oof verschuren

De Deense architect Bjarke Ingels schrikt ern iet voor terug om ook grote kwesties aan te pakken. Zijn bureau heet dan ook BIG.

Eerst maar de fotoshoot, voordat de Deense sterarchitect Bjarke Ingels straks door zijn pr-assistent weggeplukt wordt voor het volgende interview. Het is zoeken naar een rustige achtergrond, want voor de overzichtstentoonstelling Formgiving van zijn Bjarke Ingels Group (BIG) heeft Ingels een kleurenbom laten vallen in het Deense Architectuurcentrum (DAC) in Kopenhagen. Van de gestreepte trappen tot de bontgekleurde expositiezalen: het lijkt of je door een regenboog loopt in het grijs-zwarte cultuurcomplex, ontworpen door het Office for Metropolitan Architecture (OMA), het bureau van Ingels’ leermeester Rem Koolhaas. 

Yes is more! Met die strijdkreet, een samentrekking van architect Ludwig Mies van der Rohe’s slogan less is more en de voormalige Amerikaanse president Barack Obama’s yes we can, bestormde Ingels tien jaar geleden het internationale architectuurpodium. Als 34-jarig broekie jezelf op een lijn zetten met dergelijke grootheden, en dat in een (gelijknamige) monografie in de vorm van een stripboek: aan lef ontbrak het hem niet. BIG noemde hij zijn bureau, naar zijn doel om een internationale speler te worden en op deze manier Grote Kwesties te tackelen, zoals klimaatverandering en het realiseren van betaalbare woonruimte voor iedereen.

Yes is more! was een pleidooi voor ‘architectonische evolutie’, om voort te bouwen op het werk van voorgangers, in plaats van je tegen hen af te zetten en daarbij het kind met het badwater weg te gooien. Daarbij wilde Ingels laten zien dat duurzaam bouwen niet suf of sober hoeft te zijn, als je het slim aanpakt, wordt de wereld er leuker van. Zo bedacht hij om in Kopenhagen een afvalcentrale te bouwen waarin (schone) energie wordt opgewekt, met op het dak een skihelling.

Formgiving

Er waren collega’s die daarom gniffelden, net als om zijn überpositieve, ‘populistische’ aanpak. Maar inmiddels staat die energiecentrale-met-skihelling er. Net als de gewaagde courtscraper die het bureau voor New York ontwierp, een combinatie van een klassiek Europees bouwblok en een wolkenkrabber met sociale woningbouw. BIG is groot geworden, met vestigingen in Kopenhagen, New York, Londen en Barcelona, waar 560 medewerkers werken aan projecten over de hele wereld: van het hoofdkantoor voor Google tot een drijvende stad voor steden in Azië. Aanleiding voor het DAC om de grootste BIG-tentoonstelling tot nu toe te organiseren.

De titel Formgiving is een verengelsing van het Deense werkwoord formgivning, legt Ingels uit. ‘Het betekent vorm geven aan wat nog geen vorm heeft’, vertelt Ingels, gekleed in een lichtbruin pak, zwart T-shirt en zwarte schoenen, zijn haar nonchalant. ‘Ik hoop dat we het woord in het Oxford Dictionary kunnen laten opnemen. Voor veel mensen is architectuur een beroep dat gaat over stijl, design, maar formgiving behelst meer dan mode of esthetiek: het gaat over in wat voor wereld we willen leven.’

Om een idee van de toekomst te krijgen, is het goed eerst terug te blikken en te zien ‘hoe anders het destijds was’, zegt Ingels. De tentoonstelling begint bij de big bang om via het heden – 71 al dan niet opgeleverde BIG-projecten, waaronder het appartementencomplex Sluishuis en het hoofdkantoor van pakkenmerk Suitsupply in Amsterdam – verschillende toekomstscenario’s te schetsen, van robotisering en 3D-printen tot een kolonie op Mars.

Wat Ingels met zijn bureau aan de toekomst wil bijdragen? ‘Als architect heb je geen politieke of economische macht; wij maken geen wetten en schrijven geen cheques uit. Maar vormgevers hebben een gave: we kunnen multifunctioneel bouwen en zo een ‘cadeau’ aan de buurt, de stad of de wereld geven. In Oslo bouwen we een museum dat ook een brug is, in Manhattan een waterfront met ingebouwde golfbrekers. Mijn zoon zal niet weten dat er ooit een tijd was dat je níét kon skiën op het dak van een energiecentrale. Voor zijn generatie wordt dat de nieuwe standaard.’

Speelgoed en gereedschap: Lego

‘Als kind kon ik urenlang bouwen met lego, toen ik ouder werd, verloor ik de blokjes uit het oog. Maar ze maakten een comeback – en wat voor een. Het begon met uitwerken van een modulair appartementencomplex in Stockholm; we hadden bedacht de maquette van lego te maken. Vervolgens kregen we de opdracht om het Lego House, het bezoekerscentrum in Billund, te bouwen. Ik zag toen dat lego meer is dan speelgoed; het is een gereedschap om te creëren en te experimenteren.

De wereld uit je dromen verbeelden, bouwen en bewonen: daarom draait Formgiving. Lego kan hierbij helpen de drempel te verlagen. De mooiste ruimte van de tentoonstelling – de gouden zaal – hebben we daarom ingericht als speelkamer, met een gigantisch legozwembad voor kinderen.’

Copenhagen nagemaakt in Legoland. Beeld Didier Messens / Getty

Planeet: Mars

Samen met Nasa werken we aan een voor 2117 geplande kolonie op Mars. Voor mij is Mars meer dan ‘de volgende bestemming’: een project om kennis te ontwikkelen die we hier kunnen inzetten. Van de zeventien duurzaamheidsdoelen die de Verenigde Naties zich hebben gesteld, houden er acht verband met het gebruik van natuurlijke rijkdommen, dat kun je ook relateren aan Mars.

‘Zo is water zeer beperkt aanwezig op Mars en zijn er helemaal geen fossiele brandstoffen, dus alle energie moet hernieuwbaar zijn. Op het moment dat we menselijk leven op Mars in stand weten te houden, hebben we wellicht de oplossing voor de klimaatuitdagingen op aarde.

Curiosity Mars rover vehicle van NASA. Beeld AFP

Dimensie: Tijd

Einstein stelde dat alles is te herleiden tot tijd en ruimte. Mijn medium als architect is ruimte, maar ik denk steeds meer na over de rol van tijd. Architectuur is een traag vak. De bouw van de Notre-Dame duurde 180 jaar, de Sagrada Familia is nog steeds niet af. De mensen die aan het project beginnen, zullen het eindresultaat niet te zien krijgen. Even ver weg of abstract klinkt het als we spreken over klimaatverandering of projecten die we plannen voor 2030, 2050, 2100.

De IJslandse schrijver Andri Snær Magnason, die veel over tijd schrijft, maakte het concreet toen hij mij vroeg: wanneer zal er niemand meer op aarde zijn van wie jij intens hebt gehouden? Ik ben nu 44, laten we zeggen dat ik nog veertig jaar leef. Misschien heeft mijn zoon dan een dochter van 5, die ik verhalen vertel, die zich mij als opa zal herinneren. Stel zij wordt 90 jaar, dan zijn we in 2149 beland; honderd jaar na de laatste Blade Runner.

‘Magnasons punt was: we bouwen niet voor nu. We zijn niet verantwoordelijk voor abstracte getallen; we hebben een intense liefdesrelatie met de toekomst. Dat is de motivatie om drijvende steden en kolonies op Mars te creëren.

Sagrada Familia, Barcelona, Spanje. Beeld Getty

Kunstvorm: film

‘Componist Richard Wagner zag opera als de kunstvorm bij uitstek waarin alle andere samenkomen, maar als hij nog had geleefd, zou hij ongetwijfeld film zeggen. Zelf ben ik dol op het werk van vrienden van me, scenarioschrijvers Lisa en Jonah Nolan. Jonah schreef mee aan The Dark Knight, Memento en de scifiwesternserie Westworld. Ik houd van films die gaan over filosofische en maatschappelijke vraagstukken, sterk in beeld gebracht en met een spannend plot.

‘Film is de kunstvorm die het meest lijkt op architectuur. Het grootste verschil is dat film is geworteld in fictie, terwijl architectuur juist fictie moet omzetten in feiten. Al heb ik een fascinatie voor films die op de toekomst weten vooruit te lopen, zoals Westworld uit 1973. Daarin voorspelde Michael Crichton dat er storingen in robots zouden optreden die werden overgedragen op andere robots, zoals bacteriën. Een jaar voordat het eerste computervirus zijn intrede deed.’

Westworld. Beeld imageselect

Architect: Rem Koolhaas

‘Koolhaas is de architect die mij het meest heeft beïnvloed, hij is de enige voor wie ik heb gewerkt. Het was zijn boek Delirious New York uit 1978 dat mij naar zijn OMA in Rotterdam bracht. A Retroactive Manifesto for Manhattan luidt de ondertitel. Daarmee pretendeerde Koolhaas in zekere zin dat het de ideologie van Manhattan betrof, ook al schreef hij het boek toen dat stadsdeel er al stond. Terwijl in Europa architecten druk bezig waren theorieën over de Nieuwe Stad te formuleren, en voorzichtig hun eerste wolkenkrabbers ontwierpen, was in Amerika die stad – zonder een duidelijke vorm van planning – al gebouwd. 

‘Ik vind het boek nog steeds een ongelooflijk manifest voor de kracht van creativiteit: hoe je door interpretatie iets nieuws kunt scheppen.’

Beeld RV

Horloge: Audemars Piguet Skeleton

‘We leven in een wereld waarin hard- en software steeds meer van elkaar zijn losgekoppeld. Auto’s en gebouwen worden bestuurd door computers en als ik naar mijn iPhone kijk, zie ik een zwart kastje, waarvan ik geen idee heb wat erin zit. Het mooie van mijn horloge, een Audemars Piguet Skeleton, is dat hard- en software hetzelfde zijn; je ziet precies hoe het horloge in elkaar zit en waarvan het is gemaakt.’

De opdracht om voor Audemars Piguet een museum te bouwen, bracht me in contact met een meesterhorlogemaker. Hij vertelde me over het ambacht, een combinatie van alchemie en mechanica. Het was zo interessant. Terwijl hij metaal met een brander witheet maakt, de horlogering in de juiste vorm buigt en vervolgens in water ‘blust’, weet hij het materiaal tot leven te wekken. Althans, zo voelt het als ik mijn horloge aan mijn pols hoor tikken.’

Horloge Audemars Piguet Skeleton. Beeld RV

Gebouw: Sydney Opera House (architect Jørn Utzon, 1959-1973)

‘Ik bezocht het Sydney Opera House in 2003 tijdens een vakantie en werd omvergeblazen, het is mijn droomgebouw. Het staat op een prominente plek in het hart van de stad en heeft een belangrijke culturele functie, die weliswaar als elitair wordt gezien, maar zeer toegankelijk is gemaakt door de enorme trappartij waarover je naar binnen loopt. Op dat immense publieke ‘podium’ zijn de kenmerkende schaaldaken geplaatst, die niet alleen een waanzinnige ruimte vormen, maar zijn uitgegroeid tot het icoon van een heel continent.

‘Architect Jørn Utzon ontwierp een abstracte structuur die als een ornament wordt beleefd; het gebouw roept beelden op van zeilen, schelpen, pagoden. Met doodgewone materialen als grindbeton en witte tegeltjes, simpel maar zeer precies vormgegeven, heeft hij iets heel bijzonders gemaakt. Dat proberen we met het bureau ook te doen.’

Het Sydney Opera House van boven. Beeld Getty

CV Bjarke Ingels

2 oktober 1974 Geboren in Kopenhagen als Bjarke Bundgaard Ingels.

1993 start studie architectuur aan de Royal Academy of Arts in Kopenhagen

1998 Eerste baan bij OMA, het bureau van architect Rem Koolhaas in Rotterdam

2001 Richt met de Belgische architect Julien de Smedt, die hij kent van OMA, architectenbureau PLOT op

2003: PLOT realiseert eerste project, een buitenzwembad in de haven van Kopenhagen

2005: De Smedt en Ingels gaan uit elkaar

2006: Ingels richt Bjarke Ingels Group (BIG) op

2008: Oplevering eerste BIG-project Mountain Dwellings in Kopenhagen, dat meerdere architectuurprijzen wint

2009 Monografie Yes is More! en gelijknamige tentoonstelling in het Deens Architectuurcentrum (DAC)

2010: Ontwerpt het Deense World Expo 2010 paviljoen in Shanghai

2011: Opent kantoor in New York, waar BIG wooncomplex Via 57 West bouwt, een kruising tussen wolkenkrabber en bouwblok; Wall Street Journal noemt hem Innovator of the Year for architecture

2014: BIG wint Rebuild by Design-prijsvraag voor het – als gevolg van orkaan Sandy - te vernieuwen waterfront van Manhattan

2017: documentaire BIG Time

2019: Tentoonstelling Formgiving in het DAC, het gelijknamige boek verschijnt in december.

Ingels heeft een relatie met de Spaanse architect Ruth Otero, afgelopen december kregen zij een zoon, Darwin. Ze wonen afwisselend in New York en Barcelona.

Van de gestreepte trappen tot de bontgekleurde expositiezalen: het lijkt of je door een regenboog loopt in het grijs-zwarte cultuurcomplex, ontworpen door het Office for Metropolitan Architecture (OMA), het bureau van Ingels’ leermeester Rem Koolhaas. Beeld Oof Verschuren
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden