de gids balkontips

Onrust op het balkon rond de blauwe regen: de honingbijen nemen het over

Geen tuin, maar wel de behoefte om gastheer te zijn voor allerlei planten en dieren? In deze serie laat Caspar Janssen zien hoe zelfs een klein stadsbalkon mooi en nuttig wordt. Deel 4: De honingbijen nemen het over.

Beeld Rebecca Fertinel

Zo maak je een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon

Caspar Janssen probeert dit voorjaar en deze zomer een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen. Al zijn tips worden gebundeld op deze pagina.

Groot nieuws, bijzondere waarneming, zeldzaamheid! Hij zoemt tegen de blauwe regen omhoog, die inmiddels in uitbundige bloei staat. Niet te missen, een imposante zwarte bij, met een blauwe gloed op de vleugels. Een helikopter, zo lijkt het wel. Uiteindelijk lukt het me om een paar vage foto’s te schieten met mijn telefoon. De blauwzwarte houtbij, de grootste bij van Nederland. Ik weet het meteen, omdat hij hier vorig jaar ook al vloog, in de tuin van mijn onderbuurman. Een zeldzaamheid, die zich langzaam, vanuit het zuiden over het land aan het verspreiden is. Een schoonheid bovendien.

Blauwe regen. Beeld Rebecca Fertinel

De waarneming valt volledig op het conto van mijn onderbuurman te schrijven; onbedoeld heeft hij de ideale biotoop voor de blauwzwarte houtbij gecreëerd. Achter in zijn tuin liggen de resten van een dode boom. Blauwzwarte houtbijen overwinteren in boomstammen en paren in het voorjaar. Het vrouwtje knaagt een nestgang in afgestorven, maar toch nog vast hout. Mooi, vind ik, de wetenschap dat deze bijen hier de winter hebben doorgebracht en juist deze plek als geschikte habitat hebben aangemerkt. Ook vanwege de blauwe regen, waarvan de nectar voor hen niet te versmaden is.

Ik stuur foto’s naar Linde Slikboer, een van de bijenkenners van EIS, het kenniscentrum voor insecten, die in de week hiervoor mijn balkon kwam inspecteren op wilde bijen. ‘Wauw, ik ben jaloers!’, reageert ze. ‘Die heb ik nog nooit gezien in Nederland.’ Ik voer de blauwzwarte houtbij in op waarneming.nl, de website voor natuurwaarnemingen. Op de openingspagina van de site prijkt mijn melding even later bovenaan het lijstje ‘recente zeldzaamheden’, inclusief het rode symbooltje dat staat voor ‘zeer zeldzaam’. Op een kaartje valt te zien dat de betreffende bij dit jaar pas op drie plaatsen is waargenomen. Een van die plaatsen is dus mijn balkon, in Amsterdam.

Een andere ontwikkeling. Ook een nieuwe waarneming, maar die levert gemengde gevoelens op. Sinds de blauwe regen in bloei staat, gonst het er van de bijen. Alleen, zo merk ik allengs, het is maar één soort: de honingbij. Tientallen, honderden honingbijen zoemen er nu dagelijks doorheen, ze klampen zich vast, maken gaatjes in kelken en zuigen zich vol met de nectar. Maar alle andere bijen, de wilde bijen waar het me om te doen was, zijn verdwenen, ze melden zich niet meer. Op een enkele aardhommel na.

Ik bel met bijenkenner Arie Koster, van bijenhelpdesk.nl. Koster inventariseerde al een paar keer het bijenbestand in Amsterdam. Ook deed hij in het Amsterdamse Bos onderzoek naar de invloed van honingbijen op wilde bijen. Dan gaat het om voedselconcurrentie. Honingbijen leven in volken (van 40 tot 50 duizend bijen), en zijn dus met velen. In tegenstelling tot de wilde bijen, die gewoon in bescheiden families leven (op de hommels na). Honingbijen zijn ook generalisten, zowat iedere plant met bereikbare nectar is goed genoeg voor ze, terwijl veel wilde bijen in meer of mindere mate specialisten zijn, afhankelijk dus van specifieke planten. 

Koster adviseerde de gemeente Amsterdam het aantal kasten voor honingbijen in het Amsterdamse Bos niet verder te laten uitbreiden. ‘Er staan er dertig, dat kan nog best, maar in de directe omgeving staan er nog eens honderd, en dat is te veel. Er is zelfs een park in Amsterdam waar honderd bijenkasten staan. Daar leeft nauwelijks nog een wilde bij.’ Hij heeft de gemeente al een paar keer geadviseerd om het aantal bijenvolken in Amsterdam te beperken. ‘Voor de bestuiving van voedselgewassen zijn ze hier ook niet of nauwelijks nodig. Het is toch raar dat wilde bijen eronder lijden dat mensen het zo leuk vinden om imker te zijn en honing te maken. En dan is er ook nog het risico dat de honingbijen een besmettelijke ziekte overbrengen op wilde bijen.’

Beeld Rebecca Fertinel

Het zijn heikele thema’s. Stel het nut van imkeren ter discussie en je steekt je hoofd een wespennest. Koster: ‘Veel mensen hebben tien jaar geleden gehoord dat het slecht ging met de bijen en dachten toen: als ik ga imkeren, doe ik iets goeds. Maar alles wijst erop dat de aanwezigheid van te veel kasten met honingbijen niet goed is voor de wilde bijen.’

Terug naar mijn balkon. Wat is er aan de hand? ‘Onrust’, weet Koster, want voedseltekort kan het nu niet zijn. Koster: ‘Er staat gegarandeerd een bijenkast binnen een straal van een kilometer. Een van de werksters van dat volk heeft je blauwe regen ontdekt, ze communiceert dat met de rest, en voor je het weet komen ze allemaal. Samen zorgen ze voor zo veel beweging en onrust dat wilde bijen wegblijven.’

Nou, daar ben ik mooi klaar mee. Ik heb niets tegen imkers, maar heel even komt toch de bozige gedachte in me op dat de hobby-imkers hun honing produceren dankzij mijn balkoninspanningen, en dat ‘mijn’ wilde bijen worden afgeschrikt. 

Ik zoek het op. Op een website van de gemeente staan bijenkasten aangegeven op een kaart. Binnen een straal van een kilometer van mijn huis tel ik er drie. En dat zijn dan alleen nog de bijenkasten die mensen vrijwillig hebben opgegeven, zegt Geert Timmermans, stadsecoloog, die ook even op mijn balkon komt kijken. ‘Het kan maar zo dat er mensen hier in de buurt een bijenkast in de tuin of op het dak hebben staan. En dat mag’, zegt Timmermans. ‘Amsterdam heeft nog geen beleid om het aantal bijenkasten te beperken. Sommige andere steden wel. Misschien komt dat beleid er in de toekomst wel, als ook echt wetenschappelijk is aangetoond dat het houden van bijenvolken slecht uitpakt voor wilde bijen. Intussen doet Amsterdam het nodige om het voedselaanbod voor bijen te vergroten. Bijvoorbeeld door bermen later te maaien.’

Beeld Rebecca Fertinel

Ik was toch al enigszins in mineur. Mijn eigen inspanningen lijken ondergesneeuwd te raken door de weelderigheid van de blauwe regen. Mijn planten staan deels letterlijk in de schaduw. Op sociale media zie ik trotse filmpjes voorbijkomen van mensen met druk bevolkte bijenhotels, maar de mijne blijven leeg. Ik wil zelf nog een nieuw hotel maken en een betere, nog zonnigere plek zoeken, maar ben er nog niet aan toegekomen. Ook bij mijn hommelnestconstructie – een omgekeerde bloempot in een bak grond – gebeurt niets. Het koolmezenkastje blijft leeg, bij de mussennestkastjes die ik heb opgehangen is het oorverdovend stil. Ik heb ook al in geen drie maanden huismussen gezien of gehoord. Eigenlijk, denk ik op het dieptepunt, mislukt alles.

Ach, die bijenhotels, relativeert Geert Timmermans. ‘Ook al voldoen ze aan alle eisen, dan nog kan het wel een jaar duren voordat de bijen ze ontdekken’, zegt hij. ‘En je moet het belang ervan niet overschatten. Hier in die binnentuinen is er voor de meeste bijensoorten nestelgelegenheid genoeg in de grond.’

Nog wat kwesties

1. Potgrond 
Ik dacht even dat ik de enige was die zich druk maakte over het veen dat voor onze potgrond in de Baltische staten wordt afgegraven. Maar dat blijkt gelukkig niet zo te zijn. Liedewij Loorbach van Sprinklr, een jong bedrijf in Amsterdam dat biologisch geteelde planten verkoopt, raadde me aan om eens bij Alies Fernhout op bezoek te gaan, van de kleinschalige biologische vollegrondskwekerij De Tuinakker, in de Lutkemeerpolder in Amsterdam. Alleen al vanwege de plek blijkt dat de moeite waard. De laatste vruchtbare landbouwpolder in Amsterdam, al meer dan tien jaar verzetten bewoners en anderen zich tegen het onzalige plan om ook hier een bedrijventerrein aan te leggen. 

Fernhout verkoopt haar planten zo veel mogelijk direct van het land, juist om zo min mogelijk potgrond te gebruiken. De planten worden tussen oktober en december gerooid, en kunnen dan meteen weer elders de grond in. Omdat het groeiseizoen dan voorbij is, kunnen de planten ook makkelijk een tijdje buiten de grond overleven. De weinige potgrond die Fernhout nog nodig heeft, bevat geen turf als basis, maar compost. Bio-Kultura, zo heet het. Ontwikkeld door kwekerij Van Houtum in Doorn, zo blijkt. Verdomd, daar was ik twee weken eerder, om wat plantjes te kopen; zo grijpt alles weer in elkaar. Eenmaal thuis zie ik dat ik de potgrond gewoon om de hoek kan kopen, bij Ekoplaza. Tot zover de reclame voor de goede zaak.

2. Uitsteken
In mijn vorige aflevering meldde ik dat ik een witte dovenetel had uitgestoken uit een berm, buiten de stad. Dat was me aangeraden door verschillende kenners. Sommige zeer algemene soorten staan zo overvloedig in bermen of slootkanten dat het geen kwaad kan er eens een plantje uit te halen. Maar dat moet je natuurlijk niet opschrijven. Het beste is dus toch om plantjes te ruilen of te krijgen van anderen, of gewoon op tijd te kopen en te planten. Een acceptabele tussenweg: een paar zaadjes oogsten van een plant die is uitgebloeid en ieder moment weggemaaid kan worden. Goed, ook weer opgelost.

Beeld Rebecca Fertinel

Bij nader inzien zie ik ook dat mijn planten en boompjes het hartstikke goed doen. Volop in het blad en in de groei. Longkruid nog altijd in bloei, evenals de dovenetels en de beemdkroon. Van een vriend heb ik smeerwortel gekregen, ook die staat inmiddels volop in bloei. Over een week is de blauwe regen alweer uitgebloeid, dan is het een kwestie van bijsnoeien en dan trekken mijn eigen planten weer alle aandacht. Ik pot sommige planten over in grotere potten, zaai nog wat in, plant nog wat nieuwe plantjes. Over een maand komen de meeste boven de blauwe regen uit en is het hier een bloemenzee. Tot en met de zomer. We staan nog altijd aan het begin van het seizoen.

Beeld Rebecca Fertinel

Intussen gebeurt er nog best het een en ander. Ik kan het groot koolwitje en het klein koolwitje bijschrijven, die fladderen zo af en toe over de blauwe regen. In de tuin van de onderbuurman zie ik zowaar een bont zandoogje, maar die mag ik strikt genomen niet meetellen. Ik sta een paar keer op het punt te stoppen met vogels voeren, maar besluit dan toch nog even door te gaan. Het is goed als de vogels aan mijn balkon wennen, straks kunnen ze misschien de zaadjes van mijn wilde planten gaan verspreiden. Want dat is natuurlijk ook de bedoeling: het wilde plantenarsenaal in de stad uitbreiden. Wat zei Arie Koster ook alweer? ‘Als je iets wilt doen voor wilde bijen, hoef je niet per se verstand te hebben van bijen, maar wel van planten.’

Mezen waren er even wat minder, maar nu vliegen ze weer af en aan. Ik vermoed dat ze koortsachtig hun kroost aan het voeren zijn. De heggenmussen zijn er nog altijd, en een merelpaartje zit nu wel heel frequent op mijn balkon. Ze beginnen vooral ook aan mij te wennen. Zelfs als ik op een meter afstand sta, gaan ze nu gerust door het gaas de voedertafel op. Soms zit het mannetje of het vrouwtje op de balkonreling luid te schetteren. Niet zingen, maar schreeuwen. Ik maak me voorstellingen van de teksten die ze naar elkaar roepen: ‘De rozijnen zijn op, maar er liggen wel meelwormen!’ Of: ‘Ik kom eraan.’ Of misschien hebben ze het tegen mij: ‘Vul die meelwormen eens bij, lul!’ Dat doe ik dan maar weer. Want ik denk dat ook de merels al jonge monden te voeden hebben.

Nieuw waargenomen soorten op het balkon:

- Blauwzwarte houtbij
- Honingbij
- Klein koolwitje
- Groot koolwitje
- Duitse wesp
- Groene schildwants (op mijn bijenhotel)
- Een groene (vermoedelijk Lucilia sp.) en een blauwe vleesvlieg
- Muurwesp (Ancistrocerus sp.)

(Met dank aan Aglaia Bouma)

Nieuwe planten op het balkon

- Gewone smeerwortel
- Salie
- Koekoeksbloem (al in bloei)
- IJzerhard
- Dropplant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden