Olifantenstropers zijn geen gewone jongens meer

De ivoorstroperij heeft Centraal-Afrika ontdekt. Bosolifanten worden er massaal over de kling gejaagd. Zeker nu de Chinese aanwezigheid toeneemt. De bestrijders moeten grijpen naar paramilitaire middelen. 'Een helikopter zou mooi zijn.'

Centraal-Afrikaanse bosolifant. Een slagtand levert 2.100 dollar per kilo op. Beeld getty

We banen ons al uren een weg over de olifantenboulevard, een groot woord voor een modderspoor door het regenwoud van Messok-Dja in het noorden van Congo, als patrouilleleider Victor Mbolo ineens halt houdt.

Hij wijst op geknakte twijgen, die anders zijn weggekapt dan hoe rangers het doen. Even later vinden we afdrukken van blote voeten. Twee mannen, vermoedelijk Baka-pygmeeën, zijn kort geleden net als wij in noordelijke richting gelopen.

Stropers, zegt Mbolo met bezorgde blik. Het zouden de eerste zijn sinds februari, toen hij zes man inrekende en hun illegale kamp verwoestte.

Hij stuurt twee mannen met kalasjnikovs vooruit. Dit kan menens worden.

De ivoorstroperij, voorheen vrijwel onbekend in dit deel van Afrika, is sinds een jaar of tien in opmars. De Tridom-regio op de grens van Kameroen, Congo en Gabon, tot in de jaren negentig een vrijwel intact regenwoud met de grootste bosolifantenpopulatie van Afrika, is in hoog tempo opengelegd door wegen voor houtkap en mijnbouw. De steeds hoger oplopende ivoorprijs heeft vervolgens tot een ware stroperijcrisis geleid die met steeds hardere middelen wordt uitgevochten.

Overal vind je de sporen. Neem de houtconcessie van het Chinese bedrijf Sefyd, een bosgebied van 5.000 km2 waar de logging roads als platgewalste sporen doorheenlopen. Als de houthakkers klaar zijn in een stuk bos, moeten de wegen worden afgesloten om de toegang te bemoeilijken (in het kader van een verplicht wildbeheerplan), maar dat gebeurt vaak niet. En dan vind je, zoals hier, overal stroperskampjes. Twee hutjes, waarvan een in Baka-style. De as in het kampvuur is nog warm. Verderop patroonhulzen, met merkje uit Kameroen.

Victor Mbolo kent de gevolgen. De hoofdranger van het Wereld Natuur Fonds (WWF) patrouilleert sinds 2008 met zijn mannen in het grensgebied van Congo, Kameroen en Gabon en stuit er steeds vaker op karkassen van olifanten. Ontdaan van hun slagtanden, zinloos wegrottend in de jungle. Zelfs in een afgelegen bos als Messok-Dja, waar nauwelijks mensen komen, zijn de olifanten schuw geworden.

Bosolifanten Beeld Pete Oxford

Professionalisering van de stroperij

Het komt allemaal door de torenhoge prijs van ivoor. Die is in 25 jaar tijd verveelvoudigd, opgedreven door de vraag uit Thailand, Vietnam en China, waar de opkomende middenklasse zichzelf graag met ivoren prullaria verwent. Een kilo ivoor levert in Tridom 55 dollar op, in havensteden als Lomé of Douala al 350 dollar, en in China 2.100 dollar (1.700 euro). En dat is dan nog groothandelsprijs.

De stroperij is steeds professioneler geworden. De traditionele stroperij, gericht op bushmeat voor lokaal gebruik, heeft plaatsgemaakt voor georganiseerde wildlife crime, gericht op vlees voor de stad maar vooral op ivoor. De stropers zijn ook veranderd. 'Toen ik begon waren het gewoon jongens uit het dorp met wie ik bier dronk', zegt Gilles Etoga van WWF Kameroen. 'Nu zijn het vreemden met automatische wapens, gps-ontvangers en satelliettelefoons.'

Ecoguards in het Odzala-park in Congo. Beeld Pete Oxford

Het stropen zelf gaat nog altijd vrij eenvoudig in zijn werk. Een ivoorhandelaar van buitenaf (een 'Big Man' uit de stad) doet een bestelling en levert vaak de wapens en munitie. Een groep dorpelingen gaat een week het bos in, schiet een paar olifanten en hakt de slagtanden af. Het ivoor wordt op de brommer of verstopt in cacaotrucks het bos uit gesmokkeld, op weg naar Yaoundé of Douala.

Veel stropers zijn Baka-pygmeeën, de oorspronkelijke bewoners van het Centraal-Afrikaanse regenwoud. De Baka zijn vanouds de beste jagers en ze laten zich gemakkelijk ronselen, want ze zijn arm en leven aan de rand van de samenleving. Stropen is zo lucratief (voor een slagtand van vier kilo koop je een motorfiets) dat het moeilijk is er weerstand aan te bieden. Te meer daar de Baka de wetten van de staat niet bevatten: het is hun bos, zij waren hier het eerst.

Chinese bouwprojecten

De ivoorstroperij wordt bevorderd doordat Chinese bedrijven in dit deel van de wereld alomtegenwoordig zijn geworden. Overal in Kameroen en Congo zie je bouwprojecten met Chinese arbeiders. Ook in de bosbouw zijn ze steeds actiever. Ze beginnen de weg te kennen in het binnenland, en als gevolg daarvan liggen vraag en aanbod in het illegale ivoor dichter bijeen dan ooit.

De natuurbeschermingsorganisatie African Parks ontdekte dit jaar dat Chinese handelaren inmiddels actief ivoor werven in Congo. 'Vroeger kochten ze alleen ivoor op, nu plaatsen ze direct bestellingen', zegt David Zeller, tot voor kort parkmanager van Odzala-Kokoua Nationaal Park. 'Ze leveren de stropers zelfs wapens en munitie. We hebben het bewijs op video.' Het gaat om werknemers van Chinese bouwbedrijven, die overal in Congo wegen aanleggen.

De autoriteiten staan tot nu toe machteloos. Tegenover de steeds zwaarder bewapende stropers kunnen zij weinig inbrengen, zegt ecoguard Guy Pokam in een haveloos kantoortje in Abong-Mbang, Kameroen. Het staat vol met aftandse brommers en huisgemaakte geweren die van stropers zijn ingenomen. De moderne automatische wapens liggen elders achter slot en grendel. Maar de inbeslagnames helpen niets, zegt hij. 'De stropers gaan gewoon door.'

Een van de problemen is dat er te weinig ecoguards zijn. Zo zou het nationaal park Nki (3.000 km2) volgens de regels zestig ecoguards moeten hebben, maar het zijn er dertig. Netto nog minder, want er zijn veel 'spook-ecoguards', die wel in dienst zijn, maar niet werken. Nog erger is de situatie bij veel houtkapconcessies - die ook tegen stroperij moeten optreden. Het houtbedrijf IFO in Congo heeft 19 rangers voor een concessie van 10.000 km2, een kwart van Nederland.

Behalve onderbezet zijn de ecoguards ook onderbewapend. Ze dragen in Kameroen niet eens wapens, en kunnen zich dus niet goed verdedigen. Stropers schieten in het bos vaak tweemaal in de lucht, zodat een patrouille weet dat ze even uit de buurt moet blijven. Niettemin sneuvelen er elk jaar rangers. Pokam: 'Natuurlijk zijn wij bang. Die stropers zijn bewapend, wij niet. Je moet dus heel voorzichtig zijn. En de criminelen verrassen voordat ze jou verrassen.'

Door stropers gedode bosolifant in Odzala-Kokoua Nationaal Park, Congo Beeld Jabruson

Corruptie is alomtegenwoordig

De alomtegenwoordige corruptie maakt de zaak nog erger. Hogere kringen in Yaoundé en Brazzaville zijn bij de stroperij betrokken. Zij beschermen ivoorhandelaren of handelen zelf. Het is gemakkelijk. Een Kameroenese ecoguard hield onlangs bij een checkpoint een verdachte wagen aan. Een van de inzittenden liet alleen maar zijn kolonelsstrepen zien. 'Dan kun je niks meer', zegt de ranger. 'We zijn niet gemachtigd om officiële voertuigen te controleren.'

De corruptie heeft zijn weerslag op het rechtsstelsel. Opgepakte stropers staan vaak meteen weer buiten, zegt Bas Huijbregts van WWF in Yaoundé. 'En als een stroper al achter de tralies verdwijnt, moet je regelmatig blijven controleren of hij nog in de bak zit, anders is hij vaak alweer weg.' Van de zeven ivoorhandelaren die sinds juli 2013 in Kameroen werden veroordeeld, kregen er zes minder dan de minimumstraf van één jaar cel. Drie werden voortijdig vrijgelaten.

In Congo is de situatie niet veel beter. In de tweede helft van 2013 rekende Victor Mbolo 26 stropers in (plus wapens, kettingzagen, slagtanden en gorillavlees), maar slechts twee gingen de cel in. De rest kreeg voorwaardelijke straffen of boetes, of wist vóór de rechtszaak te ontkomen. 'Een grote frustratie voor mijn mannen, die elke dag hun leven wagen.' Dit jaar heeft hij elf stropers gepakt, met zes veroordelingen. De reden: een nieuwe aanklager in Ouesso.

Vermoorde rangers

Het gaat er in de rimboe intussen steeds harder aan toe. In de grensplaats Ntam treffen we een groep ecoguards die enkele dagen eerder aan de dood zijn ontsnapt. De patrouille had vijf stropers op heterdaad betrapt, maar kwam in de knel bij aankomst in het dorp van de stropers. Ranger Desiré Mpai vertelt nog natrillend hoe ze werden ontwapend, mishandeld en opgesloten en hoe de verdachten onder luid gejuich werden bevrijd. De rangers wisten uiteindelijk te ontsnappen. 'Goddank, want soms worden onze mensen vermoord.'

Een stuk verder naar het zuiden, in nationaal park Odzala in Congo, is de zaak minstens even somber. Daar pioniert de organisatie African Parks (APN) sinds 2010 met een succesvolleamnestieregeling, waarbij stropers in ruil voor een bekentenis en hun geweer als ranger hun oud-collega's mogen gaan bestrijden. De regeling zette kwaad bloed bij de bevolking van Mbomo, de zetel van het APN-hoofdkwartier, maar ook een berucht stropersnest. Dit voorjaar escaleerde de zaak. Park manager Zeller en zijn mensen werden aangevallen en moesten hun hoofdkwartier evacueren.

Het probleem is dat het parkpersoneel vanouds deel uitmaakt van de gemeenschap van Mbomo, vertelt Zeller in zijn tijdelijke hoofdkwartier buiten het park. 'Als onze rangers vroeger op patrouille gingen wist het hele dorp vaak la waar ze heen gingen. Ook waren de rangers en hun gezinnen voortdurend het mikpunt van bedreigingen en represailles, door de stropers, maar ook door de rest van het dorp. Daarom willen we onze ecoguards nu buiten het park gaan stationeren.'

STROPER

Emmanuel Mboundji (36) komt uit het dorp Mekom, niet ver van Djoum in het zuiden van Kameroen. Hij is ongetrouwd maar heeft twee kinderen bij twee vrouwen en verdient de kost als stroper op ivoor. Hij bekende na zijn arrestatie in mei dit jaar dat hij in zes jaar meer dan 150 olifanten had gedood.

Hij heeft voor zeven opdrachtgevers gewerkt. Die betalen zijn trips in het bos. Ze leveren wapens en munitie en vaak ook proviand voor onderweg.

Zijn laatste tocht, twee weken met vijf man, was voor een zakenvrouw in Mekom. In dat dorp zitten meer ivoorhandelaren, onder wie een Malinees en een Ivoriaan. Die werken weer voor Kameroenezen uit het noorden en westen van het land. Mboundji kreeg per trip zo’n 50.000 CFA-frank (76 euro) betaald.

VN-Veiligheidsraad

De stroperij groeit de rangers van Odzala boven het hoofd, erkent Zeller. 'We hebben nog steeds geen volledige controle over het hart van het park.' Treurig, want Odzala was ooit een tuin van Eden, waar je vaak tientallen olifanten en gorilla's tegelijk kon zien. Het park telt nog 9.600 olifanten, veel minder dan twintig jaar geleden. Dat het aantal de laatste drie jaar wat stabiliseert, komt vooral doordat het ongeremde afknallen buiten het park de kuddes het park indrijft.

Een lichtpuntje is dat er enige hoop op een kentering is. De regeringen van Centraal-Afrika lijken wakker geschud. De strijd tegen de stroperij staat inmiddels hoog op de agenda, nu zelfs de VN-Veiligheidsraad zich zorgen is gaan maken over de wereldwijde wildcriminaliteit en haar banden met terreurbewegingen en politieke instabiliteit. De aanpak in Tridom verhardt, met de steun van ngo's zoals WWF, dat in Kameroen antistroperijpatrouilles financiert.

Het leidt tot een ware militarisering. Gabon gaat prat op een junglecommando met helikopters, de Democratische Republiek Congo (DRC) zet special forces in en ook Kameroen is door de bocht, bevestigt hoge ambtenaar Joseph Leleakem van het ministerie van Bossen en Fauna in Yaoundé. Een snelle interventiebrigade wordt uitgebreid van 200 naar 1.000 man, het aantal ecoguards wordt verdubbeld, en die rangers worden net als in Gabon en DRC bewapend met nieuwe automatische wapens. En de stroperijwetgeving wordt aangescherpt.

Dromen van een paramilitaire strijdmach

Ook in Odzala, Congo, kiest men inmiddels voor de harde aanpak. 'We moeten gaan professionaliseren', zegt Zander - 'geen achternaam' - van African Parks, een bebaarde Amerikaanse Afghanistan-veteraan die de strijd tegen stroperij beschouwt als een vorm van terrorismebestrijding.

Met dit verschil dat de 'Taliban' hier niet alleen schuil gaan onder de lokale bevolking, maar zelfs in eigen gelederen. 'We hebben mensen in onze organisatie die onder één hoedje spelen met de stropers. Maar we weten wie het zijn, we zijn ermee bezig.'

Zander droomt van een paramilitaire strijdmacht. Hij wil het aantal ecoguards verdrievoudigen (tot 300) en ze even goed uitrusten als de stropersbendes die ze moeten bestrijden. Op het wensenlijstje staan moderne vuurwapens (in plaats van geconfisqueerde AK-47's), radiocommunicatie, een bevelcentrum, een vliegtuigje voor luchtverkenningen, misschien een helikopter. 'Nu kost het ons drie dagen om op sommige plekken te komen. Straks maar een half uur.'

Justitiële keten

'We moeten zorgen dat opgepakte stropers werkelijk worden berecht en straffen krijgen die echt afschrikken. We adviseren de Kameroenese overheid daarom hoe het proces beter en transparanter te maken.' Om diezelfde reden heeft African Parks in Congo gepleit voor een onafhankelijke aanklager voor wildcriminaliteit die direct onder president Sassou-Nguesso zou moeten ressorteren.

De harde aanpak van de stroperij levert inmiddels de eerste successen op. Zo werd onlangs bij Kameroen een vrachtwagen aangehouden met 187 slagtanden verstopt in de lading. Maar het confisqueren van ivoor of wapens is niet genoeg. De strijd wordt niet in het bos gewonnen, zegt Huijbregts van WWF, maar daarbuiten, in de justitiële keten die nu van corruptie aan elkaar hangt.

Soms leidt de verhevigde strijd tegen stroperij tot excessen. Vooral de Baka-pygmeeën zijn nogal eens het slachtoffer, stelt Survival International, een westerse actiegroep voor inheemse volkeren, die onlangs aan de bel trok. Baka zouden in Kameroen worden geïntimideerd en mishandeld door antistroperijbrigades die mede gefinancierd worden door westerse natuurorganisaties.

Alternatieven voor stroperij

Critici waarschuwen intussen dat een harde aanpak alleen niet werkt. Je moet de bevolking ook alternatieven bieden voor stroperij. Bijvoorbeeld door het opzetten van community forests - stukken bos die door lokale gemeenschappen worden beheerd, zodat ze belang hebben bij de bescherming van wild - en door Baka beperkt te laten jagen in beschermde gebieden (maar niet op olifanten).

Dat mag zo zijn, zegt ranger Gilles Etoga in Kameroen, maar de strijd tegen de ivoorstroperij is wel een oorlog, en dat maakt keihard ingrijpen onvermijdelijk. 'Met ivoor is zoveel geld gemoeid dat iedereen wordt gecorrumpeerd. Het is een kanker die de hele maatschappij aanvreet. Om die te bestrijden moet je naar de afnemersmarkten in Azië. Dat is een zaak van internationale politiek.'

De voetsporen op de Congolese olifantenboulevard leidden Victor Mbolo en zijn team uiteindelijk naar twee Baka-stropers, gewone jongens uit een dorpje in de omgeving. Ze bleken te werken voor een opdrachtgever in Ngbala, een Kameroenese handelaar uit de grote stad. Die bekende na zijn arrestatie zelf twee olifanten te hebben gedood. Hij wordt nu in Ouesso berecht.

IVOORHANDEL

De illegale handel in ivoor, steeds meer gedomineerd door internationale misdaadsyndicaten, groeit sterk dankzij de toegenomen vraag vanuit Aziatische markten als China, Thailand en Vietnam. Traffic schat de groei tussen 1998 en 2011 op 300 procent. Gedreven door een bijna exponentieel gestegen ivoorprijs, van 5 dollar per kilo in 1989 tot 2.100 dollar nu (groothandel).

Harde cijfers over deze zwarte markt zijn schaars. Schattingen zijn gebaseerd op het aantal geconfisqueerde transporten in het Elephant Trade Information System (ETIS). Hieruit blijkt dat het aantal grote transporten van 500 kilo of meer sinds 2000 stijgt, met recordvangsten tussen 2011 en 2013. In de afgelopen vijf jaar zou er zo'n 170 ton ivoor zijn verhandeld, overeenkomend met 230 duizend olifanten. Jaarlijks wordt 5 tot 7 procent van alle olifanten gedood, meer dan de natuurlijke aanwas (rapport Born Free).

Geen wonder dus dat de stroperij op Afrikaanse olifanten zich al lang niet meer beperkt tot de savannes van Oost- en Zuid-Afrika. Het Tridom-gebied in Centraal-Afrika, waar de laatste grote kuddes bosolifanten leven (een aparte soort), is inmiddels een stropers-hotspot. Volgens Traffic zijn de populaties bosolifanten in twaalf jaar tijd met 76 procent gekelderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden