Noorse schaatsers zijn zonderlingen

Wat zou het fantastisch zijn als een Noor dit weekeinde Europees kampioen schaatsen wordt. 'Goed voor onze sport.' In een land waar hobbyïsme een belangrijkere pijler is dan professionalisme is talent echter een schaars bezit....

'IK DENK dat ik nu een keer of acht al heb meegemaakt dat het schaatsen in ons land dood en begraven was', zegt Geir Karlstad.

En dat in een tijdsbestek van twintig jaar: van 1981, toen Karlstad debuteerde op het WK junioren, tot nu, het seizoen 1999/2000 waarin hij aan zijn tweede jaar als Noors bondscoach bezig is. Noem hem een land waar een sport zulke pieken en dalen heeft gekend als het schaatsen in Noorwegen. De huidige stand van zaken? Karlstad zou graag zijn contract verlengen tot en met de Olympische Spelen van 2002; dat zegt genoeg.

'Er is veel potentie. Natuurlijk niet zoals in de jaren zeventig, met de vier S'en, die tijd komt misschien wel nooit meer. En we hebben ook nog geen nieuwe Koss. Maar ik zie zeker vier, vijf jongens die de mogelijkheden hebben om wereldtitels of olympische titels te halen. En ik ben niet de enige, we geloven er weer in.'

Wat heet; het Europees kampioenschap komend weekeinde in Hamar is uitverkocht. Dat is lang geleden. Woensdag zond de televisie een veertig minuten durende special uit waarin alle favorieten werden geportretteerd en gisteravond was het EK het belangrijkste thema tijdens een grote tv-show vanuit het Vikingschip. Sinds de gloriedagen van Koss - 1990 tot en met 1994 - heeft de Noorse pers niet zo lyrisch over de eigen schaatsers bericht. De krant Aftenposten voorspelde voor dit weekeinde een volksfeest.

Noorwegen heeft weer een klein handvol talentrijke schaatsers. Eskil Ervik brak vorig jaar door met brons op het WK allround in eigen land, Petter Andersen is één van de revelaties van dit seizoen, en dan is er uiteraard nog Adne Sndral, geen kanshebber voor de Europese titel, maar als grootmeester van de 1500 meter wel een publiekstrekker. Binnen drie jaar is Ervik 's werelds beste allround-schaatser, voorspellen Andersen en Sndral.

Toeval?

'Wij hebben geen professionele structuur zoals in Nederland, minder schaatsers en minder geld. Maar schaatsen zit ons in het bloed', zegt Karlstad.

'Ik vroeg me af hoe ze er toch steeds weer in slagen één of twee toppers voort te brengen. Daarom ben ik hier gekomen', zegt adjunct-bondscoach Ingrid Paul.

Paul werd in de zomer van 1998 benaderd om coach te worden in Noorwegen. Als ongediplomeerd trainster had ze in de voorgaande seizoenen de Canadese sprintster LeMay naar olympisch goud geleid en dus heette ze één van de aangewezen personen te zijn om de Noorse misère op te lossen. Afgezien van routinier Sndral leden alle Noorse schaatsers sinds het afscheid van Koss aan een minderwaardigheidscomplex. De nieuwsgierigheid die Paul deed toehappen, is na anderhalf jaar omgeslagen in verwondering.

Op het eerste gezicht schaatst in Noorwegen bijna niemand, ontdekte Paul. Op de baan in Oslo ziet ze de levende legende Knut Johannesen, 66 inmiddels, nog regelmatig zijn rondjes draaien, maar nieuwe aanwas is nergens zichtbaar. Soms ziet ze een trainer met twee kinderen, soms is ze gewoon de enige bezoekster. De lichtmasten branden wel elke avond. 'Een lege ijsbaan. Kan je je dat voorstellen in Nederland?'

SCHAATSERS zijn zonderlingen in Noorwegen - hoe gek dat ook klinkt. Zie Petter Andersen en Eskil Ervik. Andersen werd geboren in Kolboten, een buitenwijk van Oslo, waar toevallig een ijsbaan was én een enthousiaste trainer, Alf Rikstad. Toen de baan werd gesloten, haakten zijn zeven vrienden af. Vierhonderd kilometer noordelijker, in Trondheim, groeide Ervik op. Diens vader Thormod was ooit een verdienstelijk schaatser en dus kreeg zijn zoon voor zijn zesde verjaardag geen ski's maar een paar schaatsen.

Eskil Ervik: 'In mijn jeugd was schaatsen redelijk populair in Trondheim. Falk-Larssen komt uit onze stad en die werd juist in die periode wereldkampioen. Omdat mijn vader zelf schaatser was geweest, kwamen bij ons veel mensen over de vloer die ook enthousiast waren. Ik ben met schaatsen aan geboren. Maar op school vonden ze mij maar vreemd. Bijna alle jeugdwedstrijden vinden in Oslo plaats, of in het Zuiden, dat is tien uur rijden met de auto vanuit Trondheim.'

Dat vereist een vorm van sportverdwazing, erkent Ervik, en ja, dat is op hem en zijn vader wel van toepassing. Hoe getalenteerd een junior in Noorwegen ook is, omdat er geen systeem bestaat van lokale, regionale of zelfs nationale jeugdselecties kan de top slechts bereikt worden ten koste van een uitzonderlijke discipline en toewijding. Vergelijk dat met Nederland, waar een piramidaal stelsel van selecties en een keur aan goed opgeleide trainers over het potentieel waakt.

Met 200 clubs en amper 1000 actieve schaatsers is Noorwegen getalsmatig sterk ondergeschikt aan Nederland, waar het gewest Noord-Holland/Utrecht alleen al bijna 5000 licentiehouders (en ruim 50duizend leden) telt. En dat illustreert volgens Karlstad nog maar ten dele hoe kwetsbaar het schaatsen in zijn land is. 'Als de schaatstrainer bij een club stopt, bestaat de club vaak niet meer. Dat is in Nederland toch ondenkbaar?'

'Misschien is het niet zozeer moeilijker om in Noorwegen een topschaatser te worden, maar de drempel om met schaatsen te beginnen is bij ons wel veel hoger dan in Nederland', meent Karlstad.

Met slechts tien kunstijsbanen in een land dat ruwweg acht keer zo groot is en een kwart van het aantal inwoners telt als Nederland (twaalf kunstijsbanen), zijn de faciliteiten in Noorwegen lang niet voor iedereen onder handbereik. Dat het klimaat het mogelijk maakt vijf maanden per jaar op natuurijs te schaatsen, doet daar niets aan af. Wie heeft nog zin om voor elke training een halve meter sneeuw te moeten schuiven? Dan gaat de jeugd liever voetballen of handballen, de snelst groeiende sporten in Noorwegen de afgelopen vijftien jaar.

Ervik: 'Dat wij minder schaatsers hebben, kan ook een voordeel zijn. In Nederland is de concurrentie veel groter en harder. Daar zijn sommige talenten al opgebrand voor ze senior zijn.'

Karlstad: 'Het aantal talenten doet niet ter zake, het gaat erom dat je het talent dat er is ontdekt. Nederland hoeft minder kieskeurig te zijn. Van de tien talenten blijven er altijd wel drie of vier over. In Noorwegen moeten we elk talentje koesteren.'

Ervik: 'Debutanten in de nationale ploeg in Nederland zitten al op een veel hoger niveau dan debutanten in Noorwegen. Vergelijk het met aardbeien plukken. In Nederland plukken ze alleen de dikste aardbeien van de struik, in Noorwegen plukken we ze allemaal, ook de kleintjes.

Paul: 'Het rare is dat vanuit de Noorse bond amper aandacht wordt besteed aan de jeugdopleiding. Het geld dat ze hebben, besteden ze liever aan dat ene talent dat ze ontdekken. Daar investeren ze alles in.'

DAT WILLEN ZE trouwens wel veranderen. Maar wat graag zelfs. Karlstad heeft bij de Noorse bond een plan ingediend om de jeugdopleiding te stroomlijnen, zoals trouwens zijn voorganger Sletten eerder al trachtte een revolutie in gang te zetten. Diens toekomstvisie, vastgelegd onder de titel Training 2000, verdween ondanks alle loftuitingen in een donkere la. Te duur, volgens de officials. Voor het totale Noorse schaatsen is dit seizoen 12 miljoen kronen (circa 3 miljoen gulden) beschikbaar.

'Gelukkig is de rijkste niet per definitie ook de beste', zegt Karlstad.

'Je moet ze niet te veel over geld vragen. Dat ligt gevoelig. Ze weten ook wel dat in het Nederlandse schaatsen veel meer geld omgaat', zegt Paul.

De laatste crisis in het Noorse schaatsen ontstond na het afscheid van Koss. De complete technische en medische staf die het toenmalige fenomeen omringde trad na de Olympische Spelen van 1994 terug, waarmee in één klap alle opgedane kennis verdween. De erfenis die de viervoudig olympisch kampioen achterliet, konden de achterblijvende schaatsers onmogelijk beheren. De pers was genadeloos: het schaatsen was dood - ditmaal definitief.

Het grootste slachtoffer was zonder twijfel Kjell Storelid, zes jaar geleden achter Koss nog winnaar van tweemaal olympisch zilver. Karlstad: 'Storelid trainde altijd met Koss, reed achter hem, kopieerde zijn techniek, zijn stijl. Toen Koss stopte, was Storelid nog niet op z'n top. Maar omdat hij ineens zijn voorbeeld miste, raakte hij van slag. Storelid heeft daarna dat niveau van '94 zelfs niet meer gehaald.'

De huidige cracks Ervik en Andersen zeggen nooit beangstigd te worden door de geest van de grootste Noorse schaatser uit de geschiedenis. Dat Andersen na zijn nationale titel in 1996 prompt als nieuwe Koss werd bestempeld, vindt hij 'grappig' en toch ook wel 'een mooi compliment', maar natuurlijk 'niet erg realistisch'. 'Alle concurrenten waren dat jaar ziek of geblesseerd; het was een beetje een goedkope titel.'

Inmiddels is Ervik aangewezen als opvolger van Koss. 'Och ja, leuk wel. Ik ben het gewend.'

Maar Eskil Ervik is dan ook een ander verhaal. Al op jonge leef- tijd gold hij als uitzonderlijke belofte, uit een bovendien roemrijk milieu. Zijn club Falken bracht eerder olympische kampioenen als Hjalmar Andersen en Jan-Egil Storholt voort. Erviks carrière raakte in een stroomversnelling nadat hij in 1993, samen met zijn vader die tevens zijn trainer is, naar Hamar was verhuisd teneinde betere trainingsfaciliteiten te krijgen. In Hamar had het Vikingschip net zijn poorten geopend.

Zijn progressie in de daarop volgende winter was opzienbarend. Ervik, tweedejaars junior toen, werd nationaal jeugdkampioen allround én sprint en baarde voorts opzien door zijn persoonlijk record op de vijf kilometer met meer dan een halve minuut te verbeteren. Tegenwoordig staat zijn beste vijfduizend meter genoteerd op 6.29,22 - de zesde tijd ooit gereden. In de training kan Ervik aan wat Koss aankon.

Karlstad: 'Ik heb samen met Koss getraind en ik zie nu Ervik. Fysiek en technisch hebben ze dezelfde mogelijkheden. Maar het blijft altijd afwachten of het er op het juiste moment uitkomt.'

Paul: 'Het is zeker geen bluf. Ervik is zo sterk. Dat is ook één van de dingen waarvan ik het meest van onder de indruk ben geraakt. Die Noren zijn conditioneel sterker dan de meeste schaatsers die ik gekend heb.'

De fout die de Noren volgens Paul evenwel tot voor kort maakten, was om het trainingsprogramma van de kopman als opmaat te nemen voor alle schaatsers. Daarom werd in de eerste helft van de jaren negentig blindelings de Koss-formule gehanteerd, met als onvermijdelijke gevolg dat veel schaatsers vòòr het aanbreken van de winter hun krachten al verspeeld hadden. Paul traint anders. Zij snijdt de programma's toe op de individuele capaciteiten.

Na amper een jaar is Petter Andersen een adept geworden van de nieuwe methode. 'Ik ben niet zo'n krachtpatser als Ervik. De trainingen van Ingrid Paul zijn een verademing voor mij. We trainen minder uren en minder hard, maar wèl intensiever.'

En Paul kan meer bewijzen aanvoeren voor haar gelijk. Onder haar leiding is sprintster Edel-Therese Hiseth op 33-jarige leeftijd aan een revival bezig en wist de pas 18-jarige Hedvig Bjelkevik zich te plaatsen voor het EK. Topsportcoördinator Hans-Trygve Kristiansen heeft al tegen haar gezegd impressed te zijn door wat ze heeft gedaan met haar team. Er ligt een aanbod om haar contract te verlengen. Maar Paul ligt bovenal goed omdat ze ondanks alle successen niet het evangelie predikt, maar zich loyaal opstelt binnen het Noorse collectief.

A LLEEN uit synergie kunnen kampioenen groeien, luidt het credo. In tegenstelling tot de situatie in Nederland claimen Noorse schaatsers geen vedette-status, maar dient ieder zich ondergeschikt te maken aan het teambelang. Geen coach - Paul, Oxholm en Rnning trainen allen een deel van de nationale ploeg - zal het gezag van captain Karlstad en supervisor Kristiansen betwisten. Zo is het altijd geweest en zo zijn ze ook altijd weer elke crisis te boven gekomen. Samen.

Ervik: 'Afgelopen zomer trainde Veldkamp met ons mee. Hij vertelde dat in Nederland de jongens elkaar in de training kapot proberen te maken, zodat ze in de winter minder concurrentie hebben. Wij proberen elkaar juist beter te maken, zodat het Noorse schaatsen succes zal hebben.'

Karlstad: 'De geschiedenis herhaalt zich altijd. Er zal altijd weer een Noorse kampioen opstaan.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden