InterviewModetalent van 2019

Ninamounah Langestraat maakt mode voor mensen, niet voor geslachtsdelen

En mede daarom is ze hét modetalent van 2019.

Ninamounah Langestraat.Beeld Imke Panhuijzen

Ze is pas vorig jaar afgestudeerd aan de Gerrit Rietveld Academie. Met haar eindexamencollectie, getiteld Mother Nature is a Slut, won ze de Frans Molenaar Coutureprijs en sindsdien gaat het hard. Vanuit een klein atelier in het centrum van Amsterdam begon ze direct haar eigen merk: Ninamounah. Ze zocht er iemand bij voor het management, de communicatie en de marketing – je hoeft haar niet uit te leggen hoe belangrijk dat is – en ze werkt nu nauw samen met merkenmanager Robin Burggraaf. Begin dit jaar presenteerde ze haar tweede collectie tijdens de mannenmodeweek in Londen, in juli gaf ze een presentatie in Parijs en in september vierde ze het éénjarig bestaan van haar merk met een show tijdens de Amsterdam Fashion Week.

Tailored pak of leren motorbroek?

‘Allebei. Zowel het pak als de motorbroek, allebei klassiekers, komen terug in al mijn collecties. Voor mij symboliseren deze kledingstukken macht en dominantie en dat zijn belangrijke thema’s in mijn werk. Ik maak ook weleens een jurk, of een korset, maar dan wel op mijn eigen manier. Wat dat betekent? Dat het een krachtige jurk is. Ik ben nou eenmaal meer geïnteresseerd in dominantie dan in seksuele macht; die laatste vorm van macht wordt je als vrouw vaak opgelegd en dat vind ik niet zo interessant. Van vrouwen die zich kwetsbaar opstellen wordt vaak misbruik gemaakt. Zelf voel ik me ook het lekkerst in een driedelig pak of een motorbroek.’

Commercieel of underground?

‘Underground. Want dat klinkt als een spannende plek, waar de zon ondergaat en het feest begint. Commercieel klinkt als massaproductie; kleding van slechte kwaliteit, gemaakt van vreselijke stoffen. Commercieel betekent voor mij ook dat je je moet aanpassen aan de massa en mee moet doen aan trends. En ik háát trends, die zijn uitgevonden om de omloopsnelheid in de mode te verhogen. Als je iets moois koopt, doe je dat toch zeker omdat het bij je past en niet om het een paar maanden later weer weg te doen? Dat vind ik een vorm van schelden op de ontwerper en op het ambacht van mode.’
‘Kijk, ik hoef niet zo nodig de nieuwe Coco Chanel of Karl Lagerfeld te worden, want ik wil helemaal niet verplicht zijn tien collecties per jaar te maken. Daar wordt het werk echt niet beter van. Maar ik vind commercie verder geen vies woord. Dat ik wil maken wat ík wil, betekent niet dat ik het alleen voor mezelf wil maken. Natuurlijk wil ik verkopen: ik wil een gezond bedrijf opbouwen en een sterk merk neerzetten. En dus zit in mijn collectie ook een T-shirt met een logo. Maar dat shirt is gemaakt van biologische hennep die niet gebleekt hoeft te worden en het logo wordt er met de hand op geborduurd in onze studio.’

Nieuw of tweedehands?

‘Duurzaamheid vanzelfsprekend voor mij. Ik ben opgegroeid in kunstenaarskolonie Ruigoord, aan de rand van Amsterdam. Ik heb altijd oude kleren gedragen, want de kinderkleding ging daar van hand tot hand. Ik koos altijd de kleren van de grote jongens: leren broeken, motorjacks, een oud colbert. Massaproductie vind ik naar: het is ontzettend vervuilend en mensonterend en het zorgt er bovendien voor dat heel veel wordt weggegooid. Ik vind het juist mooi als bestaande dingen een nieuw leven krijgen. Daarom maak ik onder meer kleding van oude leren banken die uit auto’s worden gesloopt en maak ik nieuwe pakken van vintage maatpakken. Die halen we uit elkaar en dan vernieuwen we het skelet en passen we de pasvorm aan; zie het als een ode aan het ambacht.’

Man of vrouw?

‘Dat doet er niet toe. Ik vind dat een ouderwets onderscheid. In mijn shows lopen zowel mannen als vrouwen mee, en alles daartussenin en daarbuiten, van alle leeftijden en met alle maten. Ik maak kleding voor mensen, niet voor geslachtsdelen. Ook ontwerp ik niet met een bepaald archetype in mijn hoofd. Als een man iets wil kopen dat ik eerder voor een vrouw heb gemaakt, pas ik het ontwerp gewoon aan. Dat kan, want ik maak vooralsnog vooral kleren op bestelling. En ik ontwerp al mijn patronen zo dat we de heup- en borstomvang gemakkelijk kunnen veranderen. Er is vraag naar dit soort kleding. Je hoeft er als man of vrouw tegenwoordig niet meer zo stereotiep uit te zien. Sterker nog, alles wordt gemixt en de seksen worden steeds gelijkwaardiger.’

Amsterdam of Parijs?

‘Moeilijk. Want ik voel me thuis in Amsterdam. Ik woon hier, hier voel ik me gesteund en gewaardeerd. Ik krijg steun van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie en ik heb vorig jaar, op uitnodiging van de organisatie, het éénjarig bestaan van mijn merk gevierd met een show tijdens Amsterdam Fashion Week. Dat was een geweldige ervaring en een drukbezochte show. Maar realistisch gezien kan ik niet om Parijs heen: dáár gebeurt het op modegebied. Ik heb daar ook een show gegeven en we gaan er in februari weer naartoe met de nieuwe collectie Evolution 004. In Parijs ben ik nog maar piepklein, maar ik ben ambitieus genoeg om dat te veranderen.’

Rushemy Botter en Lisi Herrebrugh.Beeld Getty Images for MBFW

2 Rushemy Botter (33) en Lisi Herrebrugh (28)

De nummers twee op de lijst hebben een druk jaar achter de rug. Ze schopten het tot de laatste tien van de LVMH-prijs (met een geldbedrag van 300 duizend euro de grootste prijs in de modewereld). En ze wonnen de eerste prijs tijdens het jaarlijkse modefestival in Hyerès, in mei. Dat festival fungeert vaker als vliegwiel voor een internationale carrière, maar zo hard als bij Botter en Herrebrugh gaat het maar zelden: eind augustus werden ze benoemd tot creatief directeur van Nina Ricci, een Parijs modehuis dat met de aanstelling van deze twee hippe jonkies hoopt op nieuw elan.

Het is geen voor de hand liggende combinatie: twee jonge Nederlandse ontwerpers die zijn doorgebroken met streetwise mannenkleding aan het hoofd van een Frans modemerk dat groot is geworden met oldskool chic. ‘Maar ze willen een revolutie, en dat willen wij ook. Wij brengen nieuwe energie en een nieuwe definitie van elegantie mee’, aldus Botter. Natuurlijk hoopt de directie van Nina Ricci ook dat het jonge ontwerpersduo, dat actief is op Instagram, een nieuwe klantenkring met zich meebrengt – in de modewereld wordt hard gejaagd op de portemonnee van de millennials en vooralsnog is Nina Ricci geen klinkende naam onder de jeugd.

Botter studeerde vorig jaar af aan de Antwerpse modeacademie, Herrebrugh studeerde in 2014 cum laude af aan het Amsterdam Fashion Institute. Hun kleding is streetwise, maar zit ook vol referenties naar klassieke kleding als pakken en overhemden, een combinatie die het momenteel goed doet. Bovendien zijn ze niet bang om actuele thema’s als milieuvervuiling aan te snijden. Enter de visnetten en opblaasbeesten uit de collectie Fish or Fight, waarmee ze wonnen in Hyerès.

Amber Jae Slooten.Beeld Amber Jae Slooten

3 Amber Jae Slooten (25)

Volgens Amber Jae Slooten is het een kwestie van tijd voordat we allemaal in een passend huidkleurig pak lopen en een passende outfit downloaden in de vorm van een holografische laag. Drie jaar geleden studeerde ze af aan het Amsterdam Fashion Institute, met een volledig digitale collectie. Vrijwel direct daarna begon ze met Kerry Murphy (36), die eerder in de filmwereld werkte, met een digitaal modehuis: The Fabricant. ‘Er wordt ontzettend veel verspild in de modewereld. Denk alleen al aan de samplecollecties die merken laten maken voordat ze overgaan op de rest van de productie. Met The Fabricant willen we een duurzaam alternatief bieden: het is hoog tijd dat we op zoek gaan naar nieuwe manieren om mode te presenteren.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden