Nieuwe invasie van Normandië

Hollywood heeft de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog een impuls gegeven. Eveneens dankzij Hollywood zijn feiten en fictie rond D-Day - zondag 6 juni precies 55 jaar geleden - steeds lastiger te scheiden....

DE STRIJD tegen de Duitsers op Omaha Beach is gestreden, maar de oorlog tegen de bladeren, het onkruid, de tijd, gaat onverminderd door. Vijfenvijftig jaar na de bloedigste slag van operatie D-Day wordt de serene stilte van de zeventig hectare grote dodenakker boven het strand verscheurd door de geluiden van een ander front. Met grasmaaimachines, bladblazers en scharen gaan de Franse tuinlieden dagelijks de vijand te lijf op de begraafplaats bij Colleville sur Mer: humanitaire interventie op maaiveldniveau ter ere van de gevallenen.

De witte grafstenen staan in het gelid, de parkeerplaats ligt er nog verlaten bij. Wachtend op de dagjesmensen, de toeristen, de veteranen. Maar ook op de babyboomers die de overlevenden na de oorlog in grote aantallen hebben verwekt, en hun kleinkinderen.

De Tweede Wereldoorlog lijkt even ver weg als de oorlog in Joegoslavië. Columnisten worden niet moe ze te vergelijken. Hollywood wordt te hulp geroepen om de publieke opinie te overtuigen van de noodzaak tot militair ingrijpen op de Balkan. Zei Hillary Clinton, omstuwd door Kosovaarse vluchtelingen in Albanië, niet dat Schindler's List van Spielberg niet nog een keer mocht gebeuren?

Phil Rivers, de opzichter van het American Cemetery Omaha Beach, kent intussen de kracht van feiten en fictie. Sinds Spielbergs film Saving Private Ryan vorig jaar juli werd uitgebracht in Amerikaanse en Europese bioscopen, is het aantal bezoekers van Omaha Beach met 30 procent gestegen. 'Gemiddeld zeventig bussen per dag, mensen van alle generaties, zeker niet alleen veteranen', vertelt Rivers. De 'eerste echte film over oorlog', opmerkelijk vanwege de eerste 28 minuten waarin hyperrealistisch de stormloop van de Amerikaanse militairen op Omaha Beach in beeld wordt gebracht, heeft de belangstelling voor de Tweede Wereldoorlog een onverwachte impuls gegeven.

Behalve op Omaha Beach werden in de vroege ochtend van 6 juni 1944 op de stranden met de codenamen Utah, Gold, Juno en Sword in totaal 156.205 man aan land gezet. Amerikanen op Omaha en Utah, vooral Britten en Canadezen op de andere drie zorgvuldig uitgekozen sectoren van het schiereiland Cotentin.

Op Omaha Beach voltrok zich een catastrofe. De 329 Liberator-bommenwerpers die dertien Duitse doelen op, aan en bij het strand zouden bombarderen, lieten hun bommen niet vallen. Rook en en stof, het gevolg van inleidende beschietingen door de oorlogsbodems voor de kust, ontnamen hun het zicht. Uit angst eigen troepen te raken, wierpen de Liberators de bommen vijf kilometer landinwaarts af. Toen de eerste landingsvaartuigen hun kleppen neerlieten, was dat het startsein voor chaos, paniek, de hel - nu samengebald in 28 minuten Spielberg. Van de ruim tienduizend doden die op D-Day vielen, sneuvelden er zesduizend op Omaha Beach.

Feiten en fictie: de geschiedenis als echoput of decor voor een filmscenario. 'Er komen heel wat mensen hier vragen naar het graf van kapitein Miller', zegt opzichter Rivers. 'Natuurlijk geloven ze niet echt dat hij bestaan heeft, maar je weet maar nooit.

Omdat het strand door na-oorlogse bebouwing niet meer geschikt was als decor, werden alleen de eerste en de laatste scènes van Saving Private Ryan op de begraafplaats geschoten. De rest werd in Ierland opgenomen. Die twee scènes tonen het bezoek van soldaat Ryan - op oudere leeftijd - aan het graf van kapitein Miller. Hij kreeg van het Amerikaanse opperbevel de opdracht de para Ryan in Frankrijk op te sporen, omdat hij de enige van vier broers is die nog niet is gesneuveld.

Een onwaarschijnlijk verhaal dat hedendaagse morele dilemma's projecteert op een verleden waarin ze niet speelden of als volstrekt onzinnig werden beschouwd. Maar goed, Ryan wordt gered. All's well that ends well.

Fictie en feiten. De Amerikaanse sergeant Tammy Lambert, gelegerd in het Duitse Kaiserslautern, is in Normandië om de herdenking van 55 jaar D-Day in goede banen te leiden. Zij heeft de film gezien en was geschokt. 'Die eerste minuten waren zo treurig. Dat de oorlog zo is, daar word je niet op voorbereid.' Wat vindt zij van het perspectief dat er mogelijk in Joegoslavië grondtroepen zullen worden ingezet? 'We hopen dat het niet nodig zal zijn. Onderling is er weinig debat. Maar als de president het nodig vindt dat we gaan, dan gaan we. Logistiek is het in ieder geval een voordeel dat we ons nu al wel in Europa bevinden.'

Buiten het kantoor van Rivers bewegen zich de eerste bezoekers op een zonnige lente-ochtend. Mannen en vrouwen die voor de oorlog werden geboren, wier uiterlijk de Amerikaanse nationaliteit doet vermoeden: te korte lange broeken, te rode lipstick, veel gemakkelijke sportschoenen. Bij het gedenkteken wijzen twee bejaarde mannen, veteranen, op een monumentale landkaart van Europa naar de legeronderdelen waarvan zij destijds deel uitmaakten. Gemoedelijk steggelen ze over data en topografische details. Het is lang geleden, het geheugen vertoont lacunes. Ze helpen elkaar door het labyrinth van fictie en feiten.

De 74-jarige Mose Forster heeft Private Ryan niet gezien. Wel The Longest Day uit 1962, het docudrama over D-Day van regiseur Darryl F. Zanuck op basis van het gelijknamige boek van Cornelius Ryan (geen familie). 'Ik heb die film niet alleen gezien, my boy, maar ik heb in de echte versie meegespeeld. Trouwens, die parachutist die aan de kerktoren van Sainte Mère Église bleef hangen, hoe heet hij ook alweer, die kwam uit een dorp vijftig mijl van Metropolis (Illinois), waar ik woonde.'

Forster is nooit gewond geraakt. 'Met het Zevende Leger heb ik nog gevochten in de Ardennen, december 1944.' Zijn strijdmakker wil ook iets in het midden brengen, maar de vrouw van Mose wenkt: de bus vertrekt. Een veteraan moet capituleren voor het heden.

IN HET kantoor van het Syndicat d'Initiative in Arromanches, de Britse sector, wordt de toestroom van Amerikanen bevestigd, zij het uit de tweede hand. 'De hotels zeggen dat ze meer gasten hebben', aldus de receptioniste die al acht jaar achter de balie zit. 'Ik krijg hier vooral mensen die op eigen gelegenheid reizen. De Amerikanen komen meestal in groepen en onder begeleiding. En omdat dit de Engelse sector is, komen hier vooral Engelsen. Of dat aan die film ligt, is moeilijk te zeggen.'

Op het terras van de Winston Pub, met uitzicht op de Mulberry - een van de twee kunstmatige havens die direct na D-Day werden aangelegd om materieel en manschappen aan land kunnen te brengen - is de rugbyploeg van Taunton uit Somerset neergestreken. Blote bovenlijven, piercings, grote bieren onder handbereik. Grappen en grollen vliegen heen en weer. De eilandbewoners van overzee amuseren zich, de resten van de eens zo imposante haven zijn hun getuigen.

De coach van de club, een toeschietelijke Welshman 'en racist', zegt hij er meteen bij, verklaart hun invasie. Al 41 jaar spelen ze tegen een club in Lisieux. Over de oorlog, die van toen en die van nu, is hij kort: 'Milosevic is een Hitler. Hard aanpakken die bastard. Trouwens, die Amerikanen' - hij wijst richting Omaha Beach - 'hebben het voor een deel aan zichzelf te wijten dat het daar zo beroerd ging. Ze weigerden al onze gadgets, drijvende tanks bijvoorbeeld. Ze wisten het weer beter, geloofden alleen in hun eigen spullen. Wijsneuzen.' Dát is fictie: de Amerikanen beschikten over de zogeheten DD-tanks, maar vele werden te ver van de kust in zee gelaten en verdwenen in de golven.

Over Kosovo moet de coach toch nog wat kwijt. 'We moeten niet te veel vluchtelingen opnemen. We hebben al te veel Paki's en Afrikanen. Ze worden in de watten gelegd, leuk voor ze, maar dat frustreert de blanken. Zelf ben ik getrouwd met de laatste blanke vrouw uit Bradford, een Engelse, ha, ha!' Tijd om afscheid te nemen.

Of toch niet? Gehijg, een zware hand op de schouder. Een bevrijder meldt zich. 'Curly' Gunter, bouwjaar 1926, in blazer, grijze broek en met moeilijke voeten, heeft ons ingehaald. Hij hoort bij de rugbyclub en heeft in 1945 deelgenomen aan de geallieerde voedseldroppings bij Ypenburg. Het betekende de redding voor duizenden verzwakte Nederlanders na de hongerwinter in het westen.

Hij laat een foto zien, jonge mannen in het uniform van de Royal Air Force. 'Die met die bos haar dat ben ik, vandaar de bijnaam curly.' Hij strijkt over zijn rood verbrande, vrijwel kale hoofd. 'Er is weinig van over.' Hij doet de groeten aan Arie de Jong uit Rotterdam die in 1994 een reünie heeft georganiseerd. 'Geweldig, al die mensen applaudisserend langs de weg.'

Op de klip boven Arromanches verdringt een schoolklas Britse kinderen zich voor de ingang van de 360 graden-bioscoop om Le prix de la Liberté - 'Achttien minuten van totale emotie' - te ondergaan. In een koepelzaal zonder stoelen, slechts voorzien van hekjes om te leunen, ontrolt zich een impressie van D-Day. Beelden van het typische Normandische bocagelandschap: koeien, fruitbomen, omhaagde percelen, het landschap vol coulissen dat voor bevrijders en bezetters zowel een voordeel als een nadeel was.

Pas op 31 juli (Operatie Cobra) zouden de geallieerden zich vanaf het schiereiland naar de Seine een doorgang hebben verschaft. De nieuwbouw in dorpen en steden verhult de sporen niet maar benadrukt ze, ook al heeft het landschap zich hersteld. Zowel het gras in de bomkraters bij het monument van Pointe du Hoc als dat op de rondpoints, rotondes, wordt keurig geknipt en geschoren.

In de zaal klinken alleen de geluiden van de oorlog. Er is geen commentaar, de beelden moeten voor zichzelf spreken. De schoolkinderen zien het verveeld aan, zonder 'totale emotie'. Misschien hebben ze al te veel geweldfilms in vredestijd gezien, of in videospelletjes zelf virtueel een doodklap uitgedeeld. Maar dan scharrelt er, klaaglijk miauwend, een verdwaasd poesje tussen de puinhopen. Zielig, zucht de klas. Knuffels voor Kosovo, denkt een babyboomer.

De deuren zwaaien open en zeelicht stroomt binnen. De caissons zijn gegroeid, het tij is gekeerd. Tijd voor een souvenir. De Tweede Wereldoorlog als handel. In de winkel wordt wat nagepraat over de film. Maar waarom zegt die oude man niks tegen zijn vrouw? Ruzie, of zijn het Duitsers? Aan hun uiterlijk is het niet af te zien. Stiekem kijken in welke auto ze stappen? In Kosovo haalden de Serviërs aan de grens de nummerplaten van de vluchtende Albanese automobilisten. Soms wordt fictie werkelijkheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden