De gids De perfecte achtbaan

‘Niet snelheid is het belangrijkste voor een goede achtbaan, maar verandering van snelheid’

Werktuigbouwkundige Jurnan Schilder weet welke toppen en dalen een spectaculaire rit tot gevolg hebben.

Beeld Frank Ruiter

‘Zo’n twee minuten, duurt een achtbaanrit; daarna is de trein door zijn energie heen. Want een achtbaan werkt op zwaartekracht. Er komt alleen een motor aan te pas om de trein in het begin de ‘lift’ op te slepen. Dan kiepen ze hem over de top en van daar af is er niks meer aan te doen. Helemaal aan het eind remmen ze hem weer af. In het stuk daartussen kan de achtbaan niet stoppen.

‘Het gedeelte van de top van lift tot aan het begin van de rem noemen we de gravitysection. ‘Gravity’, G, staat voor zwaartekracht. Als je stilzit op een stoel ervaar je 1 G, éénmaal de zwaartekracht. De G-kracht waarover mensen het hebben als ze praten over een achtbaan wil zeggen: hoeveel groter dan 1 is die. Is die onder in een dal bijvoorbeeld 5 G, dan word je in je stoel geduwd alsof je vijf keer zo zwaar bent als normaal.

Jurnan Schilder (1990) is universitair docent aan de Universiteit Twente. Hij studeerde af bij achtbaanbouwer Vekoma, geeft lezingen over achtbanen en gebruikt ze als voorbeeld in zijn colleges. Zijn onderzoeksgebied is niet-lineaire dynamica: het krachtenspel dat een rol speelt bij bewegingen en trillingen van machines. Zijn simulatiemodellen kunnen onder andere worden gebruikt bij het ontwerpen van achtbanen.

‘Hoe leuk mensen een achtbaan vinden, heeft te maken met de hoeveelheid G-krachten die op het lichaam werken. Hogere G-krachten ontstaan door abrupte wisselingen in de baan. Niet snelheid is het belangrijkste, maar verandering van snelheid. Dus we gaan naar links en dan meteen naar rechts. En de wisseling van omhoog gaan en dan weer afvlakken: dát zijn G-krachten. Je zweeft bij wijze van spreken op het hoogste punt even in de lucht en valt dan weer in je stoel.

‘Vijftien, twintig jaar geleden waren de ontwerpers vooral bezig met hoe ze achtbanen er spannend uit konden laten zien: heuveltje, looping, kurkentrekker, bochtje. Tegenwoordig ontwerpen we andersom. We bedenken nu welke G-krachten we willen dat de passagier ervaart. Dan laten we de computer uitrekenen hoe de achtbaan eruitziet die dat kan. Wij willen dat je zoveel seconden gewichtloos bent, en je daarna je weer zoveel zwaarder voelt. Of dat je het gevoel hebt dat je uit die bocht vliegt en meteen daarna weer op de rit bent.

Beeld Frank Ruiter

‘Mijn favoriete achtbaan staat in Cedar Point, Ohio. Daar staan achttien achtbanen. De hoogste is 128 meter. Maar de beste is een oude houten achtbaan waar ze nieuwe stalen rails op hebben laten bouwen: de Steel Vengeance. Mooi apparaat. Als je kijkt naar de statistieken lijkt het niet eens een heel extreme achtbaan. Hij is zestig meter hoog en hij gaat 120 kilometer per uur; best heftig. Maar hij gaat niet 200 kilometer per uur. Hij gaat maar vier keer over de kop. 

‘Wat maakt hem dan toch zo spectaculair? Het comfort: je zit lekker in je karretje. Het treintje rammelt niet: die baan is heel nauwkeurig geproduceerd. De afwisseling van de G-krachten is heel goed. Na de eerste afdaling, als hij op maximale snelheid is, maakt hij een heel klein heuveltje: je zweeft in je stoel. Pas daarna maakt hij weer een hoog element. De snelheid is hoog, het tempo van afwisseling is hoog. Snelle bochtencombinaties. Links, rechts, links. Hophophop: actie! Tot de allerlaatste seconde word je echt verrast: vlak voordat hij de remmen inschiet, doet hij nog een klein heuveltje. Echt heel goed gedaan. Dat is een van mijn tofste achtbaanervaringen in tijden.’

Beeld Frank Ruiter
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden