'Niet denken en dan ineens gebeurt het'

Als dat gevoel er is, weet ze: niemand verslaat mij. Drie jaar achtereen was het er op het moment suprême, nu duurt het wachten wel erg lang....

DRIE WEKEN terug heb ik de videoband voor het laatst gezien. Om een aantal technische aspecten te bestuderen. Dat was de eerste keer dit seizoen dat ik de beelden terugzag. Ik doe het om mijn geheugen op te frissen, dat gevoel terughalen. 't Is genieten en leerzaam. Als ik zit te kijken, krijg ik niet het idee: zo wordt het nooit meer. Het komt terug, zeker weten.

'Daar ging het vanzelf en dat is nu niet het geval. Ik merk wel dat ik anders naar die beelden ben gaan kijken. In het begin vond ik het heel vreemd. Ben ik dat? Heb ik dat gepresteerd? Dat heb ik nu niet meer. Ik weet dat ik dat kan. Nu kijk ik naar de techniek, naar de stijl. Als ik het zie, krijg ik meteen weer dat gevoel. Alleen ik kan het nog niet op het ijs vertalen.'

Op de tweezitsbank in Sappemeer kan Marianne Timmer zo weer in trance geraken. Even spontaan als toen wellen de tranen op als de video haar op de 1500 meter opnieuw olympisch goud laat winnen. Maar een kampioene mag niet teren op het verleden. Nu het seizoen 1999/2000 de climax nadert, wordt het tijd dat de magie wederom z'n werk doet. 'Dat je denkt: hé, nu de finish al.

'Eigenlijk moet ik er niet over nadenken. En die neiging heb ik wel. Als het niet gaat, word ik alleen maar fanatieker en nog meer bezeten. Dat kost vaak alleen maar meer energie. In dat olympisch jaar bleef ik heel relaxed, zelfs toen de Spelen steeds dichterbij kwamen. Die benadering is misschien wel het beste. Niet denken en dan ineens gebeurt het gewoon.

'Rustig blijven, dat is het moeilijkst. Na de World Cup in Calgary, eind januari, was ik heel even in paniek. Ik had een planning in mijn hoofd en die werd ineens in de war gestuurd. Beetje ziek en een beetje moe, gewoon twee slechte races. Als dat nou in december gebeurt dan is er niks aan de hand, maar in januari is zoiets vervelend. Toen heb ik die video teruggekeken, dat geeft zelfvertrouwen. Dát ben ik!'

Dit weekeinde in Seoul staat een titel op het spel, evenals over een week in Nagano, dus is het er gewoon, de betovering. 'Daar vertrouw ik op; zo is het altijd gegaan. Het NK sprint twee weken geleden net zo. Het ging de dagen voor het toernooi voor geen meter. En ineens op zaterdag gaat het. Timmer maar tweede, zeggen ze dan. Nou ik was zelf dik tevreden. Hoe het kan? Geen idee. Alsof mijn lichaam zich onbewust oplaadt.

'Als ik dat gevoel heb, kan niemand mij verslaan. Dat heb ik vijf, zes keer in mijn carrière gehad. Vorig jaar bij de WK afstanden in Heerenveen voor 't laatst. De avond voor de duizend meter heb ik tegen Frouke Oonk gezegd: ik ga morgen winnen. Dat zeg ik niet tegen anderen natuurlijk. Je moet jezelf ook niet onnodig onder druk zetten. Maar dat gevoel is zo bijzonder, dan kan ik bijna niet wachten. Kom maar op.

'De eerste keer was bij het WK junioren zes jaar geleden. Alleen, dan besef je nog niet hoe speciaal dat gevoel is. Ik won de duizend meter, alsof het geen kracht kostte, zonder moe te worden. Maar ja, 1.23, dat is goed voor een junior, maar je hebt geen idee wat het verder waard is. Nu weet ik: dat was mijn één-na-beste-race ooit. Alleen die 1500 meter in Nagano was beter. Toen in Nagano dacht ik: hé, dit gevoel ken ik. Dit had ik ook toen bij het WK junioren.'

EVEN schaars als haar talent zijn de momenten van geluk. 'Elke dag wordt het klokje ingedrukt. Rijd je een snel rondje, zit je 's avonds met een heerlijk gevoel aan tafel. Ben je de volgende dag een paar tienden langzamer, zit je de hele avond te piekeren. Maar op de één of andere manier is dat ook verslavend.

'Misschien dat zoveel topsporters daarom zo'n moeite hebben te stoppen? Ik weet niet of ik later, in het gewone leven, dezelfde kicks zou kunnen krijgen. Mijn moeder is kapster: 's morgens om acht uur gaat ze naar haar werk, 's avonds om zes uur terug, da's toch anders. Minder pieken en dalen.'

Als junior droomde ze ooit 'zoiets als Bonnie Blair' te worden, om vervolgens te ontdekken dat wie die status inderdaad bereikt nog niet per definitie geslaagd is. Integendeel; voor wie twee olympische gouden medailles om de hals heeft hangen, wordt presteren zo mogelijk een nog grotere druk. De junior die zich ongestraft een off-day kon permitteren, wordt inmiddels geacht te winnen - altijd en overal.

En publiek bezit zijn, went nooit. 'Ik heb ook fans die zich enorm met mij verbonden voelen; dat is bijna beangstigend. Alsof ik hun bezit ben. Bij sommigen kom ik eerlijk gezegd liever niet in de buurt.'

Bart is anders. Na de Olympische Spelen viel zijn brief bij haar in de bus en nog altijd haalt ze 'm af en toe uit de la. 'Als ik down ben of zo.' Zo ziek zijn en toch nog zoveel levenslust en wilskracht hebben. Haar goldrush had hem geïnspireerd. Of ze op zijn verjaardag wilde komen? Het zou zijn laatste zijn. 'Wat zou jij doen?

'Ik ben gegaan. Ik had een bos bloemen gekocht en ik dacht: ik blijf een half uurtje. Wat zeg je tegen zo'n jongen? Ik ben de hele avond gebleven. Eén groot feest, niks te merken van verdriet. Dan merk je wat voor bijzondere mensen er zijn. Ik vecht voor gouden medailles, maar die jongen vecht voor zijn leven. Als je ziet hoe hij daar mee omgaat, die wil om er iets van te maken. Het vuur spat uit zijn ogen.

'Normaal worden ze niet ouder dan achttien, hij is nu zesentwintig. Hij kan alleen een vinger nog wat bewegen. Maar Bart accepteert gewoon geen beperkingen. We hadden afgesproken dat we voor elkaar een schilderij zouden maken. Hij had het als eerste af. Als je ziet wat-ie heeft gemaakt! Ik ben nu net met het zijne begonnen.

'Door hem ben ik anders tegen dingen gaan aankijken. Ik put er kracht uit. Tijdens een training, als ik al stuk ben, denk ik weleens: laat ik mijn benen maar even flink opblazen, want Bartje zou d'r alles voor over hebben om één keer hetzelfde te voelen. Dan bijt ik nog een keer op de tanden. Ik heb het geluk dat ik me druk kan maken om twee seconden, dat ben ik wel meer gaan beseffen.'

Natuurlijk praten ze over schaatsen. Bart wist als één van de eersten van haar irritaties binnen de Sanex-ploeg en Bart zegt altijd dat je je eigen leven in de hand moet nemen. 'Niet morgen, vandaag!' Dat heeft haar gesterkt om in december, middenin het seizoen, een breuk te forceren. 'Ik ben er niet trots op, maar het moest.

'Er zijn strubbelingen geweest. We waren niet een team en dat zullen we ook niet meer worden. Ik heb de zaken vaak genoeg aangekaart bij Geert Kuiper, onze coach, maar er veranderde niks. Ik heb hem genoeg kansen gegeven. Al ligt het natuurlijk niet alleen aan Kuiper. Iedereen binnen de ploeg wist wat me dwars zat. Kennelijk vinden ze het niet belangrijk. Dan weet ik genoeg.'

Ze was toch binnengehaald als tweevoudig olympisch kampioene? Maar van die status vond Timmer tijdens teambesprekingen aan invloed niets terug. Alles draait binnen de Sanex-equipe om Ritsma. Diens wil is wet en daar verandert zelfs de koningin van Nagano niets aan. En Kuiper luistert naar Ritsma. Natuurlijk weet Timmer dat ze bij SpaarSelect met open armen ontvangen zal worden. En anders is er wel een andere gegadigde.

Dat had ze vroeger niet gedurfd, toen ze achttien was en als groot talent haar debuut maakte in de kernploeg. Tijdens trainingen voelde ze zich soms duizelig worden en zo moe was ze ook niet eerder geweest, maar Ab Krook zei dat als ze dit niet aankon ze nooit een topper zou worden. Niet zeuren dus: wie achttien is vertrouwt op de kennis van de bondscoach. Aan het eind van het seizoen was ze lichamelijk uitgeput en bleek ze de ziekte van Pfeifer te hebben.

Die wond is nooit geheeld. 'Coaches zijn belangrijk, maar je moet het vooral zelf doen. Ik ben niet de makkelijkste voor een trainer, maar dat heeft z'n reden. De mensen die ik vertrouw zijn op de vingers van een hand te tellen.'

MEDE daarom wisselt Timmer straks voor de vierde keer in vier seizoenen van trainer. Via Pfrommer, Mueller, Kuiper en Van 't Oever komt ze na deze winter opnieuw uit bij Mueller, de man onder wiens leiding ze in Nagano zoiets als Bonnie Blair werd. Gevoel voor cynisme is haar niet vreemd. 'Als ik zelf een buitenstaander was, zou ik ook denken: die Timmer meent dat het gras bij de buurman altijd groener is. 'Wat de rest denkt maakt me niet uit, het gaat om mij. Het meest ideaal is om met een groepje sprinters te trainen. Het moet een eenheid zijn. Dezelfde programma's, dezelfde wedstrijden, samen naar een doel toewerken. Daar word je beter van. Kijk naar die jongens van Mueller, die hebben allemaal dit seizoen een sprong gemaakt. Zoals zij elkaar stimuleren, dat werkt.

'Ik vind het jammer dat ik de laatste twee jaar niet met Bos en Wennemars heb kunnen trainen. Zij waren in dat olympisch seizoen heel belangrijk voor mij. Die sfeer van toen heb ik dit seizoen gemist. Ik denk dat ze nog wel een plaatsje vrij hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden