'Namibië pakt me beet, schudt me door elkaar en strijkt me uiteindelijk glad'

Sterrenkunde-medewerker Govert Schilling trok zes weken in z'n eentje door Namibië. 'Keihard vloeken, schreeuwen, janken. Er is niemand om me voor te schamen.'

Droge bomen in de Sossusvlei; een kleivallei in het midden van de Namibwoestijn. Beeld Govert Schilling

Zo was de aarde vóór de komst van de mens. Ik rijd door onbekende landschapsvormen met bizarre kleuren, alsof ik een buitenaardse wereld verken. Die bleekwitte vlekken aan de horizon: golvende duinen? De branding van een oceaan? Luchtspiegelingen? Fijn zand stuift aan alle kanten mijn auto binnen. Zelfs de zon brandt hier anders dan ik gewend ben.

Het jachtige Nederlandse leven is ver weg. Twitter en Facebook staan zes weken uit. Mail lees ik niet. Namibië werpt me terug op mezelf. Ik reis alleen - beter kan niet. Geen verwachtingen, geen noodzaak tot overleg, geen concessies of compromissen. Een overweldigend landschap, een fourwheeldrive en ikzelf, meer is er niet.

De dieren zijn hier de oorspronkelijke bewoners. In het uitgestrekte Etosha National Park sta ik oog in oog met olifanten, zebra's en waterbuffels. Buiten het park trouwens ook. Giraffen kijken me hautain na - wonderlijke schepselen uit een fantasiewereld. Een paar luie leeuwen rekken zich uit in de schaduw van een struik. Aan de rand van de eindeloze Etosha-zoutvlakte kijk ik uit over de zinderende leegte die zich van mij niets aantrekt.

Tekst gaat verder onder de foto.

De dieren zijn de oorspronkelijke bewoners. Beeld Govert Schilling

De Namibische natuur heeft weinig boodschap aan de mens. Die loopt hier ook pas rond sinds enkele tienduizenden jaren - een kosmische oogwenk. Bij Twyfelfontein heb ik eerder op de dag de rotstekeningen van het San-volk gezien. Giraffen, leeuwen, springbokken, zelfs een pinguïn. Nu rijd ik richting Torra Bay, in het Skeleton Coast Park. Als sinistere geraamtes liggen hier de wrakken van stukgeslagen schepen op de mistige kust. Ten prooi gevallen aan de elementen.

Namibië is tientallen jaren geleden al ontdekt door het toerisme. In Opuwo, ver in het noordwesten, stappen twintig passagiers uit een touringcar. Kleurrijke, gladgestreken zomerkleding, frisse hoofden, camera's om de nek. Inheemse vrouwen poseren in ruil voor een paar Namibische dollars. Ze zijn traditioneel uitgedost. Himba's met lendendoeken, kralenkettingen op het ontblote bovenlijf en oranjerood geverfde lichamen; Herero's met grote hoeden en opzichtige gewaden. Vanavond lopen ze weer naar huis, naar hun armetierige lemen hutjes in kleine nederzettingen vele kilometers verderop, terwijl de toeristen een driegangenmaal nuttigen in hun lodge.

Ik laat die cultuur voor wat-ie is. Naar andere mensen ben ik niet op zoek. Ik wil de planeet zélf ervaren. De grootsheid van de natuur, het krachtenspel van de geologie. Ik wil me klein voelen - onbeduidend. Gek genoeg is dat een ultiem bevrijdende ervaring. Niets doet er meer toe. Ik draag al weken dezelfde spijkerbroek. Ik scheer me niet meer. Geen radio, geen nieuws. Geen geluid, behalve het fluiten van de wind en het rammelen van de Toyota Hilux.

Tekst gaat verder onder de foto.

Govert Schilling: 'Een ultiem bevrijdende ervaring' Beeld Govert Schilling

'Mijn indrukken delen met iemand anders?', zei solo-zeezeiler Henk de Velde ooit. 'Dan heb ik maar de helft!' Een man naar mijn hart. Omdat ik alleen reis, komt alles ruw en ongefilterd binnen - ik kan het er met niemand over hebben. Het uitzicht vanaf de vlakke top van de Gamsberg, 2.347 meter hoog. De rotsformaties van de Giant's Playground bij Keetmanshoop. Die onverwachte ontmoeting met een trotse gemsbok, even voorbij Solitaire. Ik sta er alleen voor, en dat is geweldig.

Niet alleen de natuur komt binnen. Datzelfde geldt voor emoties. Het intense geluk dat ik voel wanneer ik 's morgens mijn daktentje uitkruip, moederziel alleen in een eindeloos heuvellandschap, de warme stralen van de opkomende zon op mijn naakte lijf. Maar ook de ergernis over het onafgebroken gehobbel op de eindeloze onverharde wegen, over drie lekke banden binnen 48 uur. Keihard schreeuwen, vloeken, janken. Er is niemand om me voor te schamen.

In de hoofdstad Windhoek slaap ik tussen oude hippies en backpackers in The Cardboard Box, een van de populairste hostels in het land. De sfeer is oké, maar hun wereld heeft net zo weinig met het wildernislandschap van Namibië te maken als mijn huis in Amersfoort. Ik maak een praatje, drink een glas whisky, snuif de geur van marihuana op en luister naar gitaarmuziek. Maar pas als ik de volgende dag het Khomas-hoogland inrijd, alleen, voel ik me weer vrij. Weer helemaal mezelf.

Namibië pakt me beet, schudt me door elkaar en strijkt me uiteindelijk glad. Maar niet van de ene dag op de andere. Ik ben in totaal ruim zes weken op pad. In Zuid-Afrika, Lesotho en Botswana is het alsof ik nog een toeschouwer ben van mijn eigen ervaringen, alsof ik alles niet echt intens doorleef.

Tekst gaat verder onder de foto.

De Toyota waarmee Schilling het land doorkruist. Beeld Govert Schilling

Praktische informatie

KLM vliegt dagelijks naar Windhoek, de hoofdstad van Namibië.

Africa on Wheels heeft moderne 4WD-auto's of -campers.

Bij Namibia Wildlife Resorts kan een verblijf worden geboekt in een van de vele nationale parken.

Etosha National Park is met een oppervlak van 22.270 vierkante kilometer (half zo groot als Nederland) een van de grootste wildreservaten in Afrika.

Na Mongolië is Namibië het dunst bevolkte land ter wereld, met gemiddeld 2,6 bewoners per vierkante kilometer. Ter vergelijking: Nederland heeft 488 inwoners per vierkante kilometer.

Duin 45, het bekendste duin in de Namibwoestijn. Beeld Govert Schilling

In Namibië raken mijn gedachten langzaam maar zeker uitgestuiterd en vallen binnen- en buitenwereld uiteindelijk samen. In het uiterste zuiden rijd ik langs de Oranjerivier van Rosh Pinah naar Aussenkehr, en dan verder via Ai-Ais naar Hiker's Point, aan de oostrand van de machtige Fish River Canyon. Hier ging de natuur miljoenen jaren zijn eigen trage gang, scheurde de aardkorst open, kerfde een rivier een kronkelige loop in het gesteente. Het landschap is even indrukwekkend als bij de Grand Canyon in Amerika, maar hier zijn geen parkeerplaatsen, toeristenwinkeltjes en photo points. Ik ben helemaal alleen, het is doodstil en ik wil hier nooit meer weg.

Natuurlijk, de oranje zandduinen bij Sossusvlei in de Namib-woestijn zijn ook prachtig. Het strijklicht in de vroege ochtend, de surrealistische dode boomstronken op de voorgrond - het is allemaal uiterst fotogeniek. Maar verlaten is het er nooit; een Zuid-Afrikaanse reiziger die ik ontmoette noemde Sossusvlei zelfs een tourist trap. Mijn roadtrip voelt er opeens weer als een gewone vakantie. Niks mis mee, maar niet waar ik naar op zoek ben.

Ik ben trouwens nergens naar op zoek. Ik laat alles gebeuren. Het overkomt me. Rust, stilte, zelfacceptatie. En dat bevrijdende gevoel van onbeduidendheid. Het Namibische landschap is in al zijn variatie en extremen vooral onbarmhartig, op het ongenaakbare af. Ik doe er helemaal niet toe en juist daardoor kan ik honderd procent zijn wie ik echt ben.

Tekst gaat verder onder de foto.

Eindeloos hobbelen op de onverharde wegen. Beeld Govert Schilling

Dicht bij Tsumeb, in het hoge noorden, ligt de Hoba-meteoriet; met een gewicht van zestig ton de grootste ter wereld. Tachtigduizend jaar geleden viel hij uit de hemel, onaangekondigd en nietsontziend. Een kosmische korrel die de willekeur van de natuur onderstreept - daar helpt geen presidentieel decreet tegen. Woestijnen, canyons en meteorieten helpen me de wereld aan te kunnen en de hype van de dag in perspectief te zien.

En de kosmos zelf natuurlijk. 's Nachts lig ik op mijn rug in het zand. Zelden zag ik zo'n spectaculaire sterrenhemel. Geen wonder dat Nijmeegse astronomen hun oog op de Gamsberg hebben laten vallen, ze willen er een grote radiotelescoop bouwen. Canopus en Achernar schitteren me tegemoet, het Zuiderkruis komt op in het zuidoosten en de Melkweg is bijna helder genoeg om een boek bij te lezen. In gedachten verleg ik mijn road trip naar het universum, naar andere zonnen en buitenaardse landschappen, duizenden lichtjaren hiervandaan.

Vlakbij de desolate havenplaats Lüderitz ligt Kolmanskop. In de eerste helft van de vorige eeuw was dit een bedrijvig mijnbouwstadje. Maar toen de diamantwinning in het gebied tot stilstand kwam, kort na de Tweede Wereldoorlog, veranderde het in een spookstad. De school, het ziekenhuis, het hotel, de woning van de opzichter - alles viel ten prooi aan het eeuwig stuivende zand. Over nog eens vijftig jaar is Kolmanskop uitgewist.

De half bedolven huizen van Kolmanskop, de scheepswrakken aan de Skeleton Coast en de kolossale Hoba-meteoriet drukken me met de neus op het feit dat de natuur uiteindelijk altijd de baas is. Twintigduizend jaar geleden trokken de eerste jager-verzamelaars Namibië binnen. Over nog eens twintigduizend jaar is de homo sapiens wellicht weer van het toneel verdwenen. Wij zijn weinig meer dan een ademtocht in ruimte en tijd. Maar de Spitzkoppe en de Brandberg rijzen dan nog steeds fier boven het gortdroge landschap uit. De Oranjerivier volgt haar loop, de Namib-duinen wandelen gestaag voort.

Ik hoop dat de giraffen overleven.

In Etosha National Park sta je oog in oog met zebra's, olifanten en giraffen. Beeld Govert Schilling
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden