Nagenoeg natuurlijk

Drie dagen wandelen buiten de bewoonde wereld: het is ook in Nederland nog mogelijk. Machteld van Hulten en fotograaf Marcel van den Bergh sluiten zich aan bij een schaapskudde....

The middle of nowhere in Nederland, het bestaat. En wel op de Veluwe, in de driehoek Rheden, Beekhuizen, Dieren. Een klein halfuur lopen van de Schaapskooi in Rheden is het al meteen raak: flinke heuvels, ruige heideplanten, en in de verste verten niets dat duidt op de bewoonde wereld. Oké, die ene communicatiemast, maar geen snelweg, geen spoorlijn, geen bebouwing. Is dit Nederland?

Drie dagen lang natuur aan een stuk in Nederland – wie dat wil ervaren heeft nodig: acht honden, een paard en wagen met proviand, drie herders en honderd Veluwse heideschapen. En belangrijker: een ontheffing van Natuurmonumenten.

‘Die krijgen we drie keer per jaar’, vertelt herderin Cynthia Berendsen van de Rhedense schaapskudde aan het begin van de tocht. Daardoor mag zij samen met haar collega-herders Martine Otten en Henk Harmans een groep van veertien mensen drie dagen dwars door het Nationaal Park Veluwezoom laten trekken. De Verboden-Toegangborden negerend, midden tussen grassen, brem of ander schapenlekkers door.

Eerlijk is eerlijk: je moet er soms wel wat voor doen om de illusie te koesteren. Soms even de andere kant op kijken, even een oogje toe, want vroeg of laat kom je altijd wel weer een ANWB-paddestoel tegen. Maar toch, als je elk teken van de bewoonde wereld turft, valt de score mee. Tussenstand na de eerste dag: huizen: 0. Geasfalteerde wegen: 3 (fietspaden). Bankjes: 1. Prullenbakken: 1. ANWB-Paddestoelen: 2.

Dag twee begint meteen al goed. Eerst een stuk door het rulle zand. De ochtendzon verlicht het bos, het is nog fris, tussen de bomen zie je de heidevlakte al glooien. Dit kan overal zijn: Frankrijk, Luxemburg, Schotland, Corsica? Via een asfaltweggetje – streepje erbij – duiken we langs een brandweertoren – ook weer een streepje – ineens rechts het open veld in. Glooiende banen van witte grassen worden afgewisseld door het diepe donkerpaars van uitgedroogde heide. Langzaam kruipt voor ons de zilverwitte kudde tegen de heuvel op. Kan het mooier?

‘Dutch’, maant Cynthia een van haar honden in zangerig Engels. ‘Dadildoe.’ That will do. Laat de schapen maar. We zijn op het hoogste punt. In de verte loopt een edelhert afwisselend in draf en galop. Het is etenstijd. Onder een eenzame berk staat Parola, het paard, met een wagen vol proviand.

De beste plek om te genieten van de Veluwse Heideschapen – vlassige wol, lange staart, en flaporen – is naast de herderin, helemaal vooraan. Dan heb je ook het minst last van die andere kudde, de veertien wandelaars, en kun je bovendien precies zien hoe de onvermoeibare bordercollies Dutch, Jura, Kate, Gwynn, Dife en Mitch te werk gaan om de schapen bijeen te houden. Elk schaap heeft zijn eigen plek: het zwarte schaap altijd veilig in het midden, de eigenwijze geit Bessie altijd vooraan.

‘Kate, come by’, roept Otten haar hond tevergeefs, tegen de wind in. Bij de T-splitsing gaan de schapen linksaf. ‘Zie je dat? Ze kennen de weg hier. Normaal gaan we altijd links. Maar vandaag moeten we naar rechts.’

Otten is onthand: ‘Ik heb mijn fluitje gisteravond afgedaan, en ik kan het niet meer vinden.’ Wel tien verschillende fluittonen heeft ze. En evenveel commando’s. Voor links, rechts, opdrijven, langzaam, snel en terugkomen. ‘Kate! Come by!’ Nu hoort Kate het wel. Met een grote boog drijft ze vanaf de linkerkant de schapen in de goede richting.

‘Hier mogen wij normaal ook niet komen’, zegt herderin Berendsen als we aan het eind van die dag aan de voet komen van wat de Elsberg blijkt te zijn. ‘Zelfs niet met de schapen.’

We zijn aangekomen in wat in de terminologie van Natuurmonumenten ‘nagenoeg natuurlijk landschap’ heet, een gebied waar niet tot nauwelijks wordt ingegrepen, zeg maar 100 procent natuur maar dan op zijn Hollands. Zelfs veepaden zijn hier niet te ontdekken. Heide tot aan de knie. Een eenzame Schotse hooglander. Waarom blijft dat stomme ‘nagenoeg natuurlijk’ nou in mijn hoofd hangen?

Na acht uur wandelen is onze slaapplaats aan de rand van het bos bij Dieren het eerste gebouw dat we zien die dag. Het laatste daglicht legt een blauwige gloed over het bos. Elk brekend takje, elk ritselend blaadje onder onze voeten klinkt oorverdovend. Tijd voor het echte wild. Meteen al: een ree en een wild zwijn. ‘Het bos is nu niet meer van ons’ , fluistert iemand. Dan gebaart Berendsen in de verte: een, twee, drie, vier, nee vijf manshoge herten lopen in onze richting. Minutenlang kijken we stilzwijgend naar het schouwspel. The middle of nowhere, oké; maar op safari, in Nederland? Ongelooflijk, maar waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden