De Gids Balkontips

Naarmate de zomer vordert, neemt de drukte op Caspar Janssens balkon toe; hadden we het al over nachtvlinders gehad?

Caspar Janssen probeert sinds dit voorjaar een vlinder- en ­bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen. Dit is aflevering 9. Voor eerdere afleveringen kunt u hier terecht.

Beeld Rebecca Fertinel

Mijn balkon wordt nu toch wel een klein lusthof. De wilde marjolein die erg hoog groeide in de plantenbak aan de reling staat eindelijk in bloei, evenals de tijm, in de balkonbak ernaast. Dit zijn krakers, vooral de wilde marjolein. Voedselbommen. Tientallen maskerbijtjes, akkerhommels, bladsnijders, klokjesbijen, zweefvliegen, wespjes, de hele dag door. Ook de honingbijen zijn terug, die zoemen het hardst. Gelukkig hebben de werksters dit keer niet al hun zusjes en halfzusjes gewaarschuwd, de aantallen blijven nu beperkt, er blijft genoeg ruimte en voedsel over voor de wilde bijen. Het gaat de hele dag door, het geslurp van nectar en het verzamelen van stuifmeel. Decadentie. Bacchanalen. Ik kan nu toch wel beweren dat mijn balkon een buffetfunctie heeft in de omgeving. Of misschien beter: een kroegfunctie. In de tuinen onder mij is het aanmerkelijk stiller, wat insecten betreft. Nu maar hopen dat de voorraden niet opraken.

Beeld Rebecca Fertinel

Ik ben geneigd om niet meer te letten op de hommels. Die helicopteren gestaag voort, van plant naar plant op het balkon, ze zijn er altijd, en tot nu toe waren het altijd dezelfde drie soorten: akkerhommel, weidehommel en aardhommel. Totdat ik werd verrast door een boomhommel. En nu zit ik in de wilde marjolein te turen en zie ik opeens een wel erg opvallende rode kont bij een verder zwart lijf: een jonge koningin steenhommel. Uitroepteken. Nieuwe soort. Net geboren, hier in de buurt, neem ik aan, ergens in een nest onder stenen, een muizen- of een vogelnest.

Akkerhommel op Wilde Marjolein. Beeld Caspar Janssen

Nieuwe planten op het balkon:

Boerenwormkruid
Brandnetel

Nieuwe soorten op het balkon (niet compleet):

Steenhommel
Grote koekoekshommel of Vierkleurige koekoekshommel
Blinde bij
Gewone maskerbij (hun gezichtsvlekken lijken op maskertjes)
Nachtvlinders en motjes (19 soorten).

Bloeiende tijm. Beeld Rebecca Fertinel

Een broedparasiet op het balkon

En dan, het kan niet op: nog een nieuwe soort. Een rare aardhommel, denk ik eerst. Als ik beter kijk lijkt ze wel verdomd veel op een koekoekshommel, de grote koekoekshommel, meen ik. Een broedparasiet. ‘Gasthommel’ van de aardhommel. Het vrouwtje legt een ei in een cocon in het nest van de aardhommel en laat de broedzorg vervolgens over aan de gastvrouw. Ik stuur de foto naar Linde Slikboer, bijenkenner, en zij meldt: ‘Goed opgelet zeg! Mannetje grote koekoekshommel of vierkleurige koekoekshommel. Soort niet te bepalen zonder microscoop.’ Vierkleurige koekoekshommel, dat kan dus ook. De vrouwtjes van deze soort gebruiken de weidehommel als gasthommel.

Beeld Rebecca Fertinel

Bezoekjes op het balkon. Alies Fernhout van biologische vollegrondskwekerij De Tuinakker komt kijken hoe de planten erbij staan. Nou, goed dus. Behalve dan dat sommige planten zich duidelijk aan het ‘strekken’ zijn. Ze vormen lange slierten om toch maar voldoende licht te vangen. Het staat inmiddels zo vol op het balkon dat het her en der wat schaduwrijk wordt. Het wordt tijd om wat uit te dunnen. Uitgebloeide planten verplaatsen. Dat doe ik een paar dagen later: ik breng het longkruid, de smeerwortel en wat planten waar ik pas volgend jaar iets aan heb naar de tuin van een vriendin. Fernhout ziet ook dat verschillende planten al flink aan het uitzaaien zijn. Een deel van die zaadjes kun je dan weer verzamelen, laten drogen, in zakjes bewaren en later weer inzaaien of verspreiden.

Alles in volle bloei op het balkon. Beeld Rebecca Fertinel

Ook een ontdekking, die gemeenschap van natuurlijke tuiniers. Ik krijg van diverse kanten plantjes aangeboden. Op een dag stap ik op de fiets om in Amsterdam-Oost, bij een lid van Tuinpark Nieuwe Levenskracht, een pol boerenwormkruid op te halen. Ik had zelf al gezocht, aan de randen van de stad, maar niet gevonden. De pol staat buiten klaar, bij de voordeur, ik laat op mijn buurt een zakje met zaden van veldsalie achter. Dan weer naar huis fietsen, met de veel te grote pot met grote plant aan het stuur, slingerend in de fietsspits, me afvragend of ik dit project niet iets te ver doorvoer.

Mieren hebben mijn balkon inmiddels ook bereikt. Welke soort, dat heb ik nog niet vastgesteld, maar ik kijk opeens naar een bijzonder tafereel: een mier die een enorm zaadje van een korenbloem aan het transporteren is. Myrmecochorie heet dit verschijnsel. Mieren die samenwerken met planten, met wederzijds voordeel. Mutualisme, nog zo’n term. Planten ontwikkelen zaden met een mierenbroodje, die aantrekkelijk zijn voor mieren. En gebruiken zo mieren om hun zaad te verspreiden. De omgeving van mierennesten is relatief ook erg geschikt voor het kiemen en groeien van plantjes, door het typische mierengedrag. In Nederland worden zeker 15 procent van de zaden van zaadplanten door mieren verspreid. Mooi, biodiversiteit. Op mijn proefbalkon speelt het zich voor mijn ogen af.

Beeld Rebecca Fertinel

Biodiversiteit

Over biodiversiteit gesproken. In deze krant lees ik een commentaar waarin een tegenstelling is bedacht tussen biodiversiteit en het redden van het klimaat met meer bos. De gewenste winnaar werd ook alvast aangewezen: biodiversiteit moest maar wijken voor meer bomen, voor het klimaat. 

Tja. Dat zou goed nieuws zijn voor de eikenprocessierups. Die houdt ook niet zo van biodiversiteit; al die lastige vogelsoorten, vleermuizen en sluipwespen die hem op verschillende manieren bestrijden, heel vervelend allemaal. Laat hem toch lekker schuifelen door eikenrijen, meer heeft hij niet nodig.

Goed, rustig blijven. Dat het mooie van biodiversiteit nu juist is dat het problemen voorkomt, dat soorten elkaar in een gezond ecosysteem in toom houden, dat is nu eenmaal niet meer algemeen bekend. Op de website Nature Today tikken ze zich dezer dagen de vingers blauw om dit soort basiskennis over te brengen. 

Meer of minder

In werkelijkheid is er natuurlijk maar één echte tegenstelling: meer of minder ruimte voor natuur, bos en natuurvriendelijke landbouw. Volume en biodiversiteit toevoegen, op mijn balkon, dat gaat natuurlijk gewoon samen. Wel zal ik volgend jaar een adresje moeten vinden voor mijn wilgenboom, die flink de pot uitgroeit en vast al heel wat CO2 aan het vasthouden is. Het is ook weer niet de bedoeling dat het balkon straks bezwijkt onder het gewicht van planten en bomen.

Meer bezoek. Ik had al wat nachtvlinders geïdentificeerd op mijn balkon, paardenbloemspanners bijvoorbeeld, het wordt tijd voor een grondiger aanpak. Bij vlinders doelt iedereen altijd op dagvlinders, ik ook, want ze zijn mooi en je kunt ze overdag zien. Maar er zijn slechts 53 soorten dagvlinders in Nederland, en meer dan 2000 soorten nachtvlinders, die tamelijk onopgemerkt door het leven gaan. Daar wil ik dan toch wel iets over weten, zeker als het mijn balkon betreft. Ik heb geluk, ik heb een buurtgenoot, Edo Goverse, die weliswaar bij Ravon (voor reptielen, amfibieën en vissen) werkt, maar ook nachtvlinders inventariseert. Hij komt langs, met een lichtval. Die staat de hele nacht op mijn balkon licht te geven. Goverse verwacht rond de twintig soorten. En verdomd: 19 soorten, nachtvlinders en motjes, zo blijkt als hij de volgende dag de lichtval komt leeghalen. Geen zeldzame soorten. Veel onbestemde kleuren, op het eerste gezicht, bij nader inzien blijkt dat dan toch weer genuanceerder te liggen. Bijzondere namen, zoals de bramenbladroller, de gewone stofuil en de huismoeder. Dat wordt studeren. Wordt vervolgd.

Huismoeder (nachtvlinder). Beeld Malene Thyssen

Met de dagvlinders valt het nog altijd wat tegen. De atalanta’s die ik wel zie baltsen in de tuinen beneden – soms vliegen ze voor mijn neus getweeën omhoog – weigeren even te pauzeren of te foerageren op een van mijn planten, die er toch uitnodigend bij staan. Wel komen de boomblauwtjes en koolwitjes nu vaker drinken op mijn balkon. En op een dag scheert er een vlinder in grote vaart voor mijn neus langs op het balkon. Dat moet haast wel de distelvlinder zijn, meen ik in die flits te zien, ook al vanwege het typische vlieggedrag van de trekvlinder, die duidelijk op weg is. Er is dit jaar een kleine invasie gaande van de distelvlinder, vandaar. De vlinders doen er drie generaties over om vanuit de Sahel naar onze boreale streken te trekken.

Boomblauwtje. Beeld Caspar Janssen

Intussen hoop ik dat er ook vlinders eitjes gaan leggen op de waardplanten op mijn balkon. Maar rupsen heb ik nog niet gezien.

Verder nog nieuws? Jawel. Mijn veronderstelde probleemplant, de beemdooievaarsbek, staat opeens uitbundig te bloeien, die kleurt prachtig paars. De dropplant staat in bloei, en het wild kattenkruid, de steenanjer ook, heel subtiel, korenbloemen, klaproos, gele kamille, en nog veel meer. De melkdistel is nu ver boven de vuurdoorn uitgegroeid en ik blijk ook brandnetels te hebben, een flinke in de pot met de aalbes. Brandnetel: belangrijke waardplant voor meerdere vlindersoorten. Ik vond het wat ver gaan om ze op het balkon te zetten, maar nu ze er eenmaal zijn laat ik ze graag staan. Alles voor de goede zaak.

Vorige week, toen het nog warm en zonnig was, was het een drukte van belang bij het blok hout op de kast, dat dienst doet als insectenhotel. Klokjesbijen, bladsnijders en allerhande sluipvliegjes. Vijf gaatjes zijn inmiddels zichtbaar dichtgemetseld.

De leukste ontwikkelingen komen van het vogelfront. Ik vond het wat rustig worden, en herinner me op de zoveelste warme, droge dag een advies van de vogelconsulente van Vogelbescherming Nederland, Marga van der Schalie: zorg voor drinken, en voor een bad. Ik vul een plantenschotel met water, en wat zand – voor de illusie van een zandige oever – en zet die op de grond, tegen de balkonreling aan. Een half uur later is een merel zich al aan het wassen. Een paar uur later komen de meesjes, een groepje van vier, ze slaan flink aan het spetteren. En nu komen ze iedere dag, niet per se voor het water, denk ik, maar omdat ze de planten van mijn balkon inmiddels zien als onderdeel van de binnentuinen. Ze posteren zich parmantig in de plantenbakken.

Nog een succesje. Ik was nogal blij met de eerste trosjes aalbesjes aan de grote plant. Maar deze week waren ze opeens verdwenen. Opgegeten door de zanglijsters en merels, die mijn balkon ook weer ontdekt hebben. Helemaal volgens plan.

Pl@ntnet en iObs

Apps om (wilde) planten op naam te brengen  bestaan al jaren, maar lang niet altijd zijn ze betrouwbaar. Inmiddels heb ik Pl@ntnet geïnstalleerd. Nog lang niet in 100 procent van de gevallen zeker, maar toch tamelijk betrouwbaar, op basis van een uitgebreide database. Je kunt bloem, blad, vrucht en andere kenmerken laten identificeren. Als de determinatie zeker is, kun je de eigen foto toevoegen aan de database.

Ik maak sinds kort ook gebruik van iObs, dat samenwerkt met waarneming.nl. Via iObs en waarneming.nl kun je niet waarnemingen invoeren en dier- en plantensoorten determineren op basis van foto’s. Dat kan dankzij het onderliggende programma voor automatische beeldherkenning, ObsIdentify. Voor android was dit al langer beschikbaar. Bij sommige soortgroepen gaat het determineren beter dan bij andere. Bij nachtvlinders gaat het, merk ik, verrassend goed. ObsIdentify is nog in ontwikkeling. Naturalis en het EIS Kenniscentrum Insecten zijn bij het project betrokken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden