De gids Bescherming tegen de zon

Moeten we nu wel of niet smeren?

Smeer dik, smeer dagelijks, smeer elke twee uur, zo luidt het advies over zonnebrandcrème. Toch? Niet alle dermatologen denken daar hetzelfde over.

De zon staat hoog aan de hemel, thuis in Hellevoetsluis of op het Spaanse strand. En wat doet u, behalve wensen dat het altijd zo kon zijn? Smeren, smeren en nog eens smeren natuurlijk. Met een goede laag zonnebrandcrème (zeven theelepels per sessie, adviseert KWF Kankerbestrijding) van een hoge factor.

Over een ding zijn alle voor dit verhaal gesproken dermatologen het eens: huidkanker krijg je (voornamelijk) van de zon. Daar dienen we dus verstandig mee om te gaan. Maar wat dat ‘verstandig’ dan precies betekent, daarover lopen de gedachtes uiteen.

Neem scheidend hoogleraar dermatologie Carla Bruijnzeel (UMC Utrecht, specialisme atopisch eczeem) afgelopen mei in een interview in NRC Handelsblad met de veelzeggende kop ‘Wat de zon betreft ben ik lichtzinnig’. Of de gebruinde hoogleraar zich goed insmeerde? ‘Nauwelijks’, biechtte ze op. ‘Alleen in het begin van het voorjaar smeer ik me in. Verder nooit. Nooit gedaan ook. Ik pigmenteer snel en door gewenning aan de zon krijg je een dikkere hoornlaag. Die beschermt je tegen verbranding.’

Dat viel niet bij alle collega-dermatologen even goed. ‘Zeer ongelukkig’, noemt Tamar Nijsten (hoogleraar dermatologie in het Erasmus MC, Rotterdam) de uitspraak. ‘Op een etentje in besloten kring kan je zoiets wel zeggen, maar niet in een interview in een landelijk dagblad. Elke vorm van nuancering over het gebruik van zonbescherming is voor de leek een excuus om niet te smeren. Als je zegt, smeer soms wel en soms niet, weten mensen niet waar ze aan toe zijn.’ Daarom is Nijsten liever duidelijk: altijd smeren, ook als je een donkerdere huid hebt.

Rosalie Luiten, hoogleraar experimentele dermatologie (AMC, Amsterdam), sluit zich daarbij aan. Niet dat je van één keer verbranden huidkanker krijgt, zegt Luiten, maar het risico stijgt wel meteen. ‘Het is als een emmer die zich vult. In een krant moet de boodschap daarom eenvoudig en helder zijn. Altijd smeren dus.’

Bovendien bestaat er zoiets als het stapeleffect van jaren zon op de huid, zeggen Nijsten en Luiten. ‘Cumulatieve blootstelling’ in dermatologentaal. ‘Mensen met een buitenambacht, zoals bouwvakkers, hoveniers of boeren verbranden misschien niet snel, zoals Bruijnzeel beschrijft, omdat hun huid gewend is aan de zon, maar ze hebben wel een verhoogd risico op plaveiselcelcarcinoom’, zegt Nijsten.

En mensen onderschatten hun zongedrag chronisch, zegt Nijsten. ‘Ik kom nooit in de zon, zeggen ze me en dan blijken ze te golfen. Of: ik smeer me altijd in, hoe kan het dat ik toch verbrand?’

En die crèmes dan? 

Kwade tongen beweren nog wel eens dat er kankerverwekkende stoffen in zonnebrandcrèmes zouden zitten. Die angst blijkt terug te voeren op enkele studies waarbij knaagdieren hoge doseringen van deze stoffen (de hormoonverstorende EDC’s) kregen toegediend als voeding of injectie, of door onderdompeling in het spul. Nicole Kukutsch (LUMC): ‘Op basis van zulke studies kun je dus niet beweren dat mensen er ziek van kunnen worden. Alle stoffen in zonnebrandmiddelen voldoen aan de wetgeving en zijn niet schadelijk voor mensen. Als mensen irritaties van een crème krijgen is dat vaak vanwege het parfum.’

Gevraagd naar toelichting op haar uitspraken laat Carla Bruijnzeel weten dat zij ‘geen persoonlijke mening’ verkondigde, maar zich baseerde op de richtlijnen van de Nederlandse vereniging van dermatologie en venereologie (NVDV). In het document ‘huidkankerpreventie en vitamine D’ op de site van de NVDV, uit 2014 wordt de vraag ‘moet ik altijd zonbescherming toepassen?’ letterlijk gesteld. Het antwoord: ‘nee, dit hangt af van uw persoonlijke omstandigheden/ activiteiten.’

‘We zeggen niet dat mensen niet onbeschermd naar buiten mogen’, zegt Jorrit Terra, woordvoerder namens de NVDV op het gebied van huidkanker. ‘Dat is niet reëel. Wij willen vooral dat mensen bewust en verstandig omgaan met de zon.’

Terra, dermatoloog in het Isala dermatologisch centrum in Zwolle, smeert zelf ook niet altijd. ‘Ik wil mijn huid laten wennen aan de zon. Maar bij de eerste lentezon of op vakantie in Spanje ben ik op mijn qui vive, en bescherm ik mijzelf goed tegen de zon. Ik zie om me heen en in mijn spreekkamer dat mensen op die momenten niet voldoende alert zijn.’

De zon is ook goed voor je, met tal van positieve effecten op lichaam en geest, zoals de aanmaak van vitamine D. Geniet er dus van, maar met mate, zegt Terra. Het doet denken aan de slogan van de alcoholbranche. Een slogan die multi-interpretabel en daarmee verwarrend is. Terra vindt van niet. ‘De boodschap is helder. We zien meer en meer huidkanker, een op de vijf Nederlanders krijgt ergens in zijn leven een vorm van huidkanker. Dat moeten mensen zich realiseren.’

Wat betekent dat in de praktijk? Terra: ‘Voorkom piekbelasting (uit het niets heel veel zon), intermitterende belasting (een leven lang met onderbrekingen kort en veel), cumulatieve belasting (de bouwvakker of de boer) en verbranding.

En de slogan ‘smeren, kleren, weren’ van KWF dan? Deze is direct afgeleid van de Australische campagne ‘slip, slop, slap’ (‘slip on a shirt, slop on the 50+ sunscreen, slap on a hat’) die elke Australiër kan dromen.

‘De NVDV ondersteunt KWF Kankerbestrijding en haar campagnes’, zegt Terra, ‘maar de vergelijking met Australië kun je niet maken. Australië, het land met de meeste huidkanker, heeft een (sub)tropisch klimaat en veel inwoners met een licht tot zeer licht huidtype.’

Dermatoloog Nicole Kukutsch (LUMC, Leiden) draait de slogan liever om: met ‘kleren’ voorop. Goed smeren is belangrijk, maar ze adviseert mensen die een hoog risico lopen (met een lichte huid en rood/blond haar) om zich in eerste instantie met kleren, pet, hoed en zonnebril te beschermen en tussen de middag uit de zon te blijven. ‘Ga niet de zon in om bruin te worden. Houd van je eigen huidskleur, want de beschermingsfactor die verdikking van de huid en pigmentatie oplevert is vergelijkbaar met factor 4, niet echt hoog dus.’

Net als Nijsten wijst Kukutsch erop dat ‘mensen notoir slecht met risico’s kunnen omgaan’. ‘Met de zon is het als met roken. Je valt niet meteen dood neer als je een sigaret opsteekt. Maar over dertig jaar word je misschien wel ziek.’

Huidkanker in cijfers

Huidkanker is de meest voorkomende kanker in ons land en komt vooral voor bij mensen met een licht huidtype. Kregen in 1989 in 15 duizend mensen een vorm van huidkanker, inmiddels zijn het er al meer dan 50 duizend – een exact getal kan niet gegeven worden omdat basaalcelcarcinomen (de meest onschuldige én meest voorkomende vorm van huidkanker) niet landelijk worden geregistreerd.

De drie belangrijkste vormen van huidkanker:

* De kwaadaardigste is het melanoom (letterlijk ‘zwart gezwel’, ontstaat in 25 procent van de gevallen uit een al bestaande moedervlek), deze ontstaat door ‘intermitterende blootstelling’, niet doorlopend maar af en toe een overdosis zon (bijvoorbeeld: elk jaar op wintersport en in de zomer in de mediterrane zon), verbranding op jonge leeftijd zorgt voor een verhoogd risico op deze vorm.

* Plaveiselcelcarcinoom komt vooral voor bij mensen die jarenlang intensief (cumulatief) aan de zon zijn blootgesteld, vaak door buitenarbeid.

* Basaalcelcarcinoom komt het meest voor bij mensen die van tijd tot tijd intensief in de zon komen om bewust bruin te worden.

Frank de Gruijl, huidkankeronderzoeker (LUMC, Leiden) vindt ‘altijd smeren’ juist onverstandig. ‘Ik heb het idee dat mensen het als excuus gebruiken om langer in de zon te blijven. Ik ben meer van de oude school: matig je zonblootstelling. Met je dagelijkse routine went je huid in de loop van de lente en zomer rustig aan de zon, wat de nodige bescherming oplevert.’

Gewenning werkt als volgt, legt De Gruijl uit: de hoornlaag verdikt waardoor de barrière voor UV-B groter wordt, het pigment neemt toe, waardoor er in diepere huidlagen ook bescherming ontstaat en allerlei ontstekingsstofjes worden gekalmeerd, waardoor verbranding minder snel zal optreden.

Zonder gewenning is de huid kwetsbaarder. Daarom is De Gruijl geen voorstander van het dagelijks insmeren van kinderen op scholen en kinderdagverblijven. ‘Het is duur, onpraktisch en vergeet je het één keer, dan verbrandt het kind juist. Biedt liever afdoende schaduw.’ Pas bij langere blootstelling (naar zee, buiten sporten, zeilen) adviseert hij smeren: ‘en dan lekker dik en vaak’.

Mensen verbranden nog veel te vaak, ziet De Gruijl. ‘Een verbranding is eigenlijk een vergiftiging. Het is geen thermische verbranding, zoals met heet water, vuur of een strijkijzer. Er ontstaat een ontstekingsreactie in het lichaam, waarvan de uiterlijke kenmerken zoals roodheid en soms zelfs zwelling of blaren pas uren na het daadwerkelijke verbranden opkomen. De roodheid is het gevolg van een verwijding in de oppervlakkige bloedvaatjes. De bloedcellen komen de huid in om de rommel op te ruimen.’

Je weet het kortom pas als het al te laat is. Houd je kleren daarom aan en blijf lekker in de schaduw, adviseert De Gruijl. ‘En dan opletten dat je zo min mogelijk blauwe lucht ziet, want daar komt ook uv-straling vandaan.’

Factor zoveel

De factor van de zonnebrandbescherming zegt iets over het percentage uv-straling dat doorgelaten wordt. Factor 4 = 75 procent bescherming, factor 10 = 90 procent, factor 20 = 95 procent en factor 50 = 98 procent.

Lees ook hoe waterbestendig uw zonnebrandcrème nu echt is en over de zin en onzin van aftersun

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.