ReportageZelf moeder worden

Mijn lieve zoon, gemaakt in een fertiliteitskliniek in Aarhus

Een deel van de vriendengroep die als familie fungeert voor baby Kaspar en zijn moeder Brecht De Backer, vierde van rechts.Beeld Valentina Vos

Alleenstaande en lesbische vrouwen met een kinderwens hebben in Nederland speciale 'toestemming’ nodig wanneer ze in aanmerking willen komen voor spermadonatie. Daar piekert Brecht De Backer niet over en zoekt haar heil bij een Deense spermabank.

Maandag 18 november 2019

Vandaag een jaar geleden gooide ik een rietje sperma in een virtuele winkelmand van een Deense donorbank en rekende 1.200 euro af. Het sperma van donor Jacobsen zou diezelfde dag nog door een DHL-bezorger worden afgeleverd bij de Maigaard Fertilitetsklinik in Aarhus. Een privékliniek die een kleine twee kilometer is gelegen van Cryos, de spermabank. Een maand eerder had ik uit nieuwsgierigheid de route gelopen die mijn sperma zou gaan afleggen. Eerst beklim je een kwartier lang een verraderlijk steile berg en doorkruis je zo het idyllische Botanisk Have, om vervolgens rechtsaf te slaan en in ongeveer tien minuten de Jens Baggesens Vej uit te lopen. Een prachtige route. Mijn sperma deed er minder lang over dan ik. Dat zag ik namelijk op de livetracker die ik online kon volgen. Zoals je via de app van Thuisbezorgd.nl de koerier volgt van de pizzeria naar je huis, zo volgde ik mijn sperma van donorbank naar fertiliteitskliniek.

Een week later lag ik verrassend comfortabel met mijn benen in de beugels op de Jens Baggesens Vej een eerste poging te doen om zwanger te worden van een donor met de codenaam Jacobsen. Zijn echte naam weet ik niet, al heb ik toch het gevoel dat ik hem ken. Jacobsen is namelijk wat men noemt een ‘open donor’. Elk open donorprofiel is vergezeld van een dossier waarin kinderfoto’s, een uitgebreid interview, een professionele EQ-test, een handgeschreven brief, een stamboom, een beschrijving van zijn charisma en een gesproken boodschap zijn opgenomen.

Cryos stuurt sperma naar ruim tachtig landen in de wereld en helpt zo jaarlijks om en nabij 3.000 baby’s te verwekken. Zeker wanneer je lesbisch of alleenstaand bent en een kinderwens hebt, is Cryos het walhalla. In tegenstelling tot Nederlandse spermabanken presenteert Cryos namelijk een overvloed aan donoren. Je kunt door ruim duizend donorprofielen browsen, zowel open als anonieme, en op een soort Tinder-achtige manier je droomsperma uitkiezen. Om het jezelf te vergemakkelijken kun je ook op uiterlijke kenmerken zoeken, zoals etniciteit, oogkleur, haarkleur, lengte en gewicht. Op elk spermapotje past bij Cryos wel een dekseltje.

In Nederland heb je al die keuzes niet en kan de wachttijd voor een donor bovendien oplopen tot wel twee jaar. Bij Cryos ligt het eraan hoe snel DHL zijn werk doet.

Mijn keuze voor dit Deense droomzaad en ook de bevruchting bij een Deense kliniek, is in de eerste plaats een politieke keuze. Voor aanvang van een behandeling bij een Nederlandse fertiliteitskliniek word je op intakegesprek uitgenodigd. Anders dan bij heterokoppels moet je als lesbische en/of alleenstaande vrouw ‘toestemming’ krijgen van een medewerker om in aanmerking te komen voor een behandeling. Het is een vorm van discriminatie waar ik mezelf niet aan wil onderwerpen. Het is vernederend om door een vreemde goedgekeurd te moeten worden voor het moederschap.

Op de website van VivaNeo, een vruchtbaarheidskliniek in Leiderdorp, lees je bijvoorbeeld hoe heterostellen meteen een breed scala aan hulp wordt aangeboden, maar dat lesbische of alleenstaande wensmoeders eerst verplicht een webinar moeten bijwonen en vervolgens pas op intakegesprek mogen waar de ‘keuring’ plaatsvindt.

Bij de Maigaard Fertilitetsklinik vroeg niemand naar mijn geaardheid of partnerschap.

Wanneer mijn kinderwens precies de kop op stak, is moeilijk te bepalen. Dat hij zó zwaar zou gaan wegen was iets waar ik soms net zo verbaasd over was als mijn omgeving. Toch spendeerde ik de jaren die voorafgingen aan mijn Deense avontuur volledig aan het zoeken naar een passende vorm voor mijn toekomstige gezin. Die zoektocht voelde, als ik heel eerlijk ben, vaak als een slepend rouwproces. Keurig verdiepte ik me als vrijgezelle lesbische vrouw in mijn opties, om elke keer weer van een koude kermis thuis te komen. In eerste instantie voelde het dan ook als een laatste toevluchtsoord, de keuze voor alleenstaand moederschap. Het kostte me heel wat tijd en tranen voor ik vol voor deze keuze kon gaan. Die ommekeer vond plaats op 13 juli 2018, de dag van het befaamde Grote Spermafeest.

Vrijdag 13 juli 2018

Het is vrijdag de 13de en mijn vrienden en ik houden een spermaverkiezing in het Amsterdamse Westerpark. Twee dagen geleden ben ik 31 geworden en vandaag beslissen we van wie ik binnenkort zwanger word. Het is een ideale zomeravond. Warm en broeierig, met een belofte van avontuur. Met z’n dertienen zitten we aan een lange picknicktafel. Een laatste avondmaal. Terwijl de ober de flessen wijn nauwelijks kan aanslepen, klim ik baldadig op tafel. Ik heet mijn vrienden welkom op het Grote Spermafeest, geef ieder van hen een thematisch geïnspireerde goodiebag en leg uit hoe de puntentelling van de Spermaverkiezing werkt. Op Songfestival-achtige wijze worden er punten uitgedeeld aan de vier donors van mijn keuze. Van deze vier donors heb ik ieder een kinderfoto, een interview en een handgeschreven brief in een zelfgemaakte Spermafolder opgenomen. Aan hen, de mensen die mij het beste kennen, om te beslissen wiens zaadcellen de ideale match zijn voor mijn eicellen. Voorin staat een lijst waarin een score aan de donors moet worden gegeven. De donor met de hoogste score aan het einde van de avond wordt de andere genetische helft van het kind waar ik amper nog op kan wachten. Als ik mijn vrienden een voor een de folder aandachtig zie bestuderen, weet ik heel zeker: mijn toekomstige kind zal geboren worden in een grote, warme familie. Dit kind wordt niet alleen door mij, maar door ons allemaal, vurig tot bestaan gewenst. Alleenstaand moederschap zal ik allesbehalve alleen moeten doen, met een familie als deze.

Donderdag 25 oktober 2018

Deze week ben ik in Aarhus in het kader van mijn vooronderzoek. Ik wil weten waar mijn sperma vandaan komt. Ik wil met mijn eigen ogen het gebouw zien, de medewerkers, de donoren. Op de Vesterbro Torv, waar het hoofdkantoor van Cryos staat, valt natte sneeuw en mensen staan in een lange rij voor de populaire Pita Corner op de hoek van het plein. Ik zit op de bank achter het raam van mijn Airbnb die uitkijkt op de ingang van de spermabank. Daar zit ik al een paar uur, omdat ik wil kijken wat voor soort mannen zich daar melden. Stalker-skills 2.0. Het kantoor ligt op de vijfde verdieping. Heel zeker weet ik dus niet of de mannen die het gebouw binnengaan ook daadwerkelijk donoren zijn. Dat geeft niet, want wat ik tot nu toe voorbij heb zien komen voldoet aan mijn verwachtingen. Ze zijn netjes, zoals de mensen hier eigenlijk allemaal wel netjes zijn. Ze zien eruit als grafisch ontwerpers, architecten of meubeldesigners.

In de afgelopen dagen heb ik twee fertiliteitsklinieken bezocht. Eentje zag eruit als een filmlocatie voor Black Mirror en bij de andere waande ik me in een wellnessresort. Beide gaven vertrouwen, maar ik koos voor de wellnessvariant, omdat ik daar geïnsemineerd word door een vrouw. Een vrouw waarbij mijn gaydar enigszins alarm slaat en dat voelt voor mij als de natuurlijkste keuze in een kunstmatig proces; bezwangerd worden door een lesbische vrouw. Dan toch nog. 

Zaterdag 24 november 2018, 11.10 uur

Ik kijk nog snel naar de klok wanneer Line, de misschien-lesbische vrouw, aan me vraagt of ik er klaar voor ben. Het is om onduidelijke reden belangrijk voor me om te weten hoe laat mijn mogelijke kind verwekt wordt. Dat controleren van elk klein detail omtrent de bevruchting hoort waarschijnlijk bij mijn verwerkingsproces. Als het niet op de natuurlijke manier kan, dan wil ik in elk geval dat het op een hoogstpersoonlijke en intieme manier gebeurt. Zodat ik later een uitvoerig sprookjesachtig verhaal kan vertellen aan mijn kind als de vraag rijst waar hij of zij vandaan komt. Dan zal ik vertellen over de zaadjes die achter op de fiets door de botanische tuin van Aarhus werden vervoerd, op zoek naar mama. Dat deze zaadjes om precies 10 over 11 op een zaterdag, in de herfst die meer lijkt op een winter, het eitje van mama vonden. Dat mama niet alleen was, maar dat opi in de wachtkamer zat. Dat opi toen al zo veel van hem of haar hield dat hij helemaal in zijn uppie en in het holst van de nacht van België naar Denemarken was gereden om zijn toekomstige kleinkind – hoe minuscuul ook – alvast te ontmoeten.

Zaterdag 8 december 2018

De laatste twee weken duurden minstens twee jaar. Het wachten op deze dag, de dag dat ik een zwangerschapstest mag uitvoeren, duurde bijna onmenselijk lang. Maar nu is het dan eindelijk zover. Gisteravond had ik al keurig drie verschillende zwangerschapstesten klaargelegd naast het toilet. Dan kan ik niet één, maar drie keer huilen van geluk. Ik spring opgewekt uit bed en loop met kriebels in mijn buik naar het toilet. Die kriebels blijken echter ongesteldheidskrampen te zijn. Ik weet dat een eerste inseminatie kan mislukken, maar wie ooit zelf geprobeerd heeft om zwanger te worden, weet dat elke cyclus die vergeefs passeert er één te veel is. Hoe dramatisch het ook klinkt, de droom die de afgelopen weken binnen handbereik had gelegen, lijkt plots onbereikbaar.

Daar zit ik dan. Wezenloos voor me uit te staren op het toilet. De tampondoos naast de zwangerschapstesten. Ik ben zo overmand door verdriet dat er geen tranen meer komen. Na een half uur neem ik de telefoon, bel Line en vertel dat de poging mislukt is. ‘I am so sorry to hear that Brecht. I had such high hopes that it would’ve worked.’ Er klinkt oprecht verdriet en teleurstelling door in haar woorden. ‘But it’s okay, it will work out the next time. Pack your bags, we are going to try again. It will be a Christmas baby, I just know it.’ Line trekt me abrupt uit mijn zelfmedelijden en zo gauw ik heb opgehangen, boek ik gelijk een vlucht, reserveer dezelfde Airbnb en reken een nieuw rietje sperma af. Daar gaat-ie weer, in een bakje droogijs achterop de fiets door Aarhus.

Woensdag 19 december 2018, 13.40 uur

Opnieuw kijk ik naar de klok. 20 voor 2. Dit keer zit mijn vader niet in de wachtkamer, maar ben ik alleen. Line telt af en in minder dan vijftien seconden is het gepiept. In tegenstelling tot de vorige keer barst ik nu in tranen uit. Daar lig ik. Met mijn benen in de lucht en mijn handen voor mijn ogen. Line rolt zwijgend een krukje naast mijn bed en pakt mijn hand vast. Dat doet ze opvallend ingetogen en met een innerlijke rust die zo groot is dat het ook mij kalmeert. Ik kijk haar aan door mijn met tranen volgelopen ogen waardoor ik haar troebel zie. ‘You are not alone, Brecht. I am here. This moment will be one of the most beautiful moments in your life. In nine months you will meet the love of your life. Trust me.’

Dat onbedaarlijke huilen begon twee dagen geleden al, ongeveer een uur nadat ik weer een hormonenbom in mijn buik had geprikt. Eerder wist ik het allemaal nog wel in goede banen te leiden, die hormoonopstoten. Nu schiet ik emotioneel alle kanten op en stuiter ik hysterisch door de dag. Niets valt meer te relativeren. Alles voelt hopeloos, eenzaam en van een donkerte die ik nog niet vaak in mijn leven heb gevoeld. 

Ik neem een besluit. Als het dit keer niet lukt, neem ik een paar maanden pauze. Een paar maanden geen hormonen in mijn lijf. Een paar maanden waarin ik weer koffie mag drinken. En wijn. Een paar maanden waarin ik niet dagelijks een trucklading groene groenten naar binnen moet werken. Een paar maanden waarin niet alles draait om dat godvergeten zwanger worden.

Dinsdag 1 januari 2019

Hier zit ik weer. Op het toilet met een staafje waar ik zonet op geürineerd heb met mijn eerste plas van 2019. Het is half 7 in de ochtend en terwijl de wereld nog lang niet wakker wordt met een kater van het feest van afgelopen nacht, wacht ik op het verschijnen van een plus- of minteken op een zwangerschapstest. De seconden tikken voorbij en bij elke tel schieten er beelden voorbij van mijn zoektocht van de laatste vier jaar. Ik zie de reusachtige kantine waar ik speeddates had met homostellen die co-ouderschap wilden. De aula in het gymnasium waar ik naar een advocate luisterde die juridische uitleg gaf over de verschillende rechtsvormen waarin ouderschap plaats kan vinden. Een klein lokaal op de tweede verdieping van Pakhuis De Zwijger in Amsterdam, waar ik een twee uur durend seminar bijwoonde waarin huilende mensen vertelden over hun onvervulde kinderwens. De  akoestisch kille ruimte waar de adoptiedeskundige wist te vertellen dat homo’s en lesbiennes maar in vier landen ter wereld legaal mogen adopteren. De lelijke vergaderzaal van een businesscentrum in Amsterdam Nieuw-West, waar ik me aanmeldde als vrijwilliger en me liet vertellen dat de meeste ouders geen homoseksuele Big Brother of Big Sister voor hun kind willen. Ik herinner me mijn woede-uitbarsting en de nachten die daarop volgden waarin ik mezelf in slaap huilde.

De secondes zijn drie minuten geworden. Ik kijk. Voorzichtig, met bijna dichtgeknepen ogen. Alsof een minnetje in het kleine scherm dan minder hard aan zou komen.

Maar het is een plus.

Een heel heldere roze plus.

Ik ben zwanger.

Ik. Ben. Zwanger!

Vrijdag 1 maart 2019

Er zijn twee maanden verstreken sinds die wondermooie nieuwjaarsdag. Zes dagen geleden, de dag na mijn twaalf-wekenecho, sta ik ’s ochtends luidkeels te zingen in de douche. Zoals ik wel vaker doe sinds die 1ste januari. De vreugde is ontembaar, ondanks de hormonen die me staatsgevaarlijk maken, vooral voor oude mannen in het openbaar vervoer tijdens het forensen naar Den Haag, waar ik sinds kort aan een theatervoorstelling werk.

Het is de dag na de première en ik sta me onder een net te hete waterstraal te verheugen op een lange strandwandeling met mijn beste vriendin. Tot ik naar beneden kijk, met mijn haren nog half in shampoo gezeept, en zie dat de douchekuip zich vult met helderrood bloed dat even snel langs mijn benen lijkt te stromen als het water uit de kop. Mijn maag knijpt samen, mijn hart staat stil en ik begin te trillen tot aan mijn haren toe. In blinde paniek draai ik de kraan dicht, spring uit de douche en loop het huis door op zoek naar het visitekaartje van de verloskundigenpraktijk. Ik trek een spoor van gruwelijk veel bloed door de hal, slaapkamer, woonkamer en ten slotte de kinderkamer waar het visitekaartje ligt. Ik toets het nummer tot twee keer toe verkeerd in door het oncontroleerbare trillen en smijt van frustratie en wanhoop bijna mijn telefoon kapot tegen de muur. Ik schreeuw het uit en schrik zelf van de oerkreet die ik produceer. Dit is pijn.

Wanneer ik eindelijk de verloskundige aan de lijn heb, instrueert die mij om in de grote klonters bloed te zoeken naar een foetus. Ze komt eraan gesneld, belooft ze me.

Amper twee maanden na het mooiste nieuws dat ik ooit heb gekregen, zit ik naakt en onder het bloed op mijn knieën in bordeauxkleurige klonters te zoeken naar mijn kind. Vijf minuten later is de verloskundige er. Ze legt me op bed en gaat met een doppler op zoek naar een hartslag. Ik maak geen geluid meer, lig verstomd naar het plafond te staren. Tot ik het hoor. Zijn hartslag. Daar is-ie. Luid en duidelijk. Mijn kind is er nog.

Na die verschrikking besluit ik op aanraden van Line een paar weken bedrust te houden. De oorzaak van de bloeding is een hematoom, een bloeduitstorting die er nog steeds zit. Om een nieuwe bloeding te voorkomen moet ik zo min mogelijk bewegen en traplopen koste wat het kost vermijden. Met een appartement op de derde verdieping is dat enigszins vervelend. Mijn vrienden wisselen gecoördineerd shifts met elkaar af waarop ze me komen verzorgen en vertroetelen. Mijn lieve, warme moderne familie. Zijn moderne familie. Elke dag groeit hij tot ietsje meer mens en krimpt de hematoom tot ietsje minder dreiging.

De lieve, warme, moderne familie waarin mijn zoon zal opgroeien. Beeld Valentina Vos

Vrijdag 29 maart 2019

Hoewel de laatste weken onzeker waren en ongelooflijk angstig, gebeurde er vandaag iets wonderbaarlijks. Kosmisch zou ik het willen noemen, want zo voelt het. Terwijl ik hier als een zwangere prinses vastzit in mijn toren, afgesloten van de wereld, werd ik vandaag verliefd. Op slag en onstuitbaar.

Ik zie Romana voor het eerst op de 9de dag van het nieuwe jaar. Ze staat op het podium van het DeLaMar Theater. Aanvankelijk reken ik het de hormonen aan dat ik naar geen enkele andere acteur kijk tijdens die hele voorstelling, totdat ze twee weken later mijn kantoor komt binnenlopen op zoek naar een keelpastille. Ze werkt bij hetzelfde theater als ik. Ik wist: als ik niet oplet, word ik verliefd. Al jaren ben ik vrijgezel, niemand kan mij genoeg bekoren. Ik ben amper twee weken zwanger en nu gebeurt het me toch weer. Ironie viert hoogtij. Ik besluit mijn opkomende verliefdheid te onderdrukken. Het is te ingewikkeld.

De enige tegen wie ik mijn stiekeme verliefdheid opbiechtte, is een gemeenschappelijke vriendin. Een vriendin die kennelijk geen blad voor de mond neemt. Op een zaterdagavond in maart staan zij over mij te praten op een premièrefeest:

‘Je krijgt trouwens de groeten van Brecht.’

‘Oké. Doe hem de groeten terug.’

‘Nee, het is een zij. Kijk, hier heb je een foto van haar. Ze vindt jou leuk.’

‘O, oké. Mooi wel. Maar is ze lesbisch?’

‘Ja.’

‘Oh! Oke-e-e-e-e.’

‘Zwanger ook.’

‘Haha, oké wauw. Lijkt me ook wel gezellig. Met zo’n baby’tje.’

De volgende dag word ik wakker met een volgverzoek op Instagram. Daarna gaat het snel. Het appen wordt binnen een tijdsbestek van dagen vervangen door uitvoerige belsessies. Elke dag minstens drie keer. Minstens een uur per keer. Vandaag is onze eerste date. Die was onvermijdelijk. Wij zijn onvermijdelijk.

Vrijdag, 30 augustus 2019, 17.29 uur

Afgelopen maandagochtend begonnen de voorweeën, twee weken voor de uitgerekende datum, om precies 06.27 uur in de ochtend. Ik word er wakker van en app meteen Romana. Het moet natuurlijk weer net zo zijn dat zij over drie minuten naar het buitenland vertrekt voor filmopnames. Ze blijft twee weken weg.

Vanmorgen, vijf dagen na haar vertrek, om kwart over 6 in de ochtend, zijn mijn vliezen gebroken. Sinds die tijd verdraag ik alleen mijn moeder naast mijn bed. Mijn vrienden en vader heb ik weggestuurd. Te veel pijn. Te veel afleiding. Tussen haar opnames door facetimet Romana met mijn moeder vanuit Zuid-Frankrijk. Mijn moeder houdt de telefoon voorzichtig naast me zodat Romana me moed kan inspreken. Al worden we door duizend kilometer land gescheiden, dichterbij is geen enkele partner ooit gekomen.

Veel meer herinner ik me eigenlijk niet van de afgelopen uren. Deze dag is een waas van pijn, onophoudelijk overgeven en nog meer pijn. Mijn moeder is mijn grote steun tijdens elke wee en elke kotspartij. Wanneer ze me vastpakt, word ik rustig van haar geur. Wanneer ze me aankijkt, voel ik de kracht om nog een wee weg te puffen. Tijdens een van mijn laatste persweeën zie ik mijn moeder ietwat onwennig heen en weer schuifelen tot ze links achter de gynaecoloog staat. Ik kijk naar haar terwijl ze voor het eerst de zwartharige kruin van haar kleinkind ziet. Nooit in mijn leven zal ik een mooiere blik zien dan die van mijn moeder op dat moment. Als ik eraan denk, voel ik me op een goddelijke manier verbonden met zowel mijn moeder als mijn kind.

Daarna gaat het bijna mis en word ik met spoed naar de OK gereden. Mijn moeder rent de benen uit haar lijf om het team van dokteren dat mijn bed voortduwt te volgen. Wanneer ik op de operatietafel lig en voel dat mijn buik wordt opengesneden, vraag ik hoe laat het is. Niemand geeft antwoord. Iedereen is te druk met het bevrijden van mijn zoon die met zijn hoofd vast lijkt te zitten in mijn schede. Ik roep het, nu dwingend. Mijn moeder staat naast me, houdt mijn hand vast en zoekt angstig naar een klok. Deze arme lieve vrouw, de stress giert door haar lichaam en ik brul tegen haar dat ik de tijd moet weten. Bijna half 6. Ik moet het exact weten. Hoe laat is het exact. 17 uur en 29 minuten.

Zeventien uur sinds de eerste weeën doorzetten. 154 dagen sinds ik verliefd werd. 187 dagen sinds de bloeding. 241 dagen sinds een helder roze plusteken. 254 dagen sinds ik huilend op een bed lag van een Deense fertiliteitskliniek. 413 dagen sinds het Grote Spermafeest. Het is vrijdag 30 augustus 2019, de klok slaat bijna half 6. De liefde van mijn leven ligt in mijn armen en ik fluister in zijn oor, zodat alleen hij het hoort: ‘We houden van je. Je leven wordt fantastisch, mijn lieve mooie kind. Kaspar Mischa Roman.’

Kaspar Mischa Roman.Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden