Met de Greyhound langs de zelfkant van de VS

De Greyhound-bus is niet goedkoper dan vliegen, maar voor wie geen creditcard heeft is het de enige mogelijkheid Amerika te doorkruisen.

Tussenstop van de Greyhound in Birmingham, Alabama. Een reizigster staat te wachten om op te stappen. Beeld Inge Hondebrink

Door het gangpad van de stampvolle bus rolt een sinaasappel. Een jongetje met vroegwijze ogen rent erachteraan. Brenda bukt en steekt haar hand met de vrucht naar hem uit. Het kind rent door naar de stinkende wc achterin. Net kreeg de jongen nog een paar ingehouden tikken van zijn moeder, een vrouw met een baseballpetje op haar geblondeerde haar. Ze is, net als Brenda, ooit mooi geweest. Brenda's gezicht is vroeg oud, haar tanden zijn vals. De veel jongere moeder van het jongetje heeft een gebit als een kegelbaan.

Brenda werkte in bars, fastfoodrestaurants en maakte huizen schoon. Ze is een van de 47 miljoen Amerikanen die overleven op of onder de armoedegrens - bijna 15 procent van de Amerikaanse bevolking. Mensen die zich van het ene baantje naar het andere haasten en die in aftandse appartementen, trailers of motels wonen. Of ze zijn voortdurend onderweg om elders hun geluk te zoeken. Met de Greyhoundbus, de 'poor men's Cadillac'. Een buskaartje is niet goedkoper dan vliegen, maar als je geen creditcard hebt en geen auto, of als je leven niet via gebaande paden loopt, is de bus de enige manier om van A naar B te komen.

Democracy in poverty

In de Greyhound ontmoet je degenen die niet mee mogen doen in de Amerikaanse democratie, stelt de Amerikaanse politicoloog Daniel Weeks in zijn boek Democracy in poverty - a view from below. Voor de Harvard-universiteit onderzocht Weeks de relatie tussen armoede en democratie. Op een budget van zestien dollar per dag reisde hij 16 duizend kilometer met de Greyhound. Zijn ontmoetingen met de economische onderklasse verwerkte hij in zijn boek.

Tijdens mijn reizen in de VS als radiomaker heb ik vele Brenda's gezien. Slovende vrouwen in restaurants en motels. Of het waren mannen die straten schoonmaakten, met zware spullen sjouwden of rondhingen bij verwaarloosde appartementen. Deze mensen uit de onderbuik van de Amerikaanse samenleving wilde ik ontmoeten en daarom stapte ik - drie jaar na de reis die Daniel Weeks maakte - in de Greyhound.

Weeks' conclusie is dat de Amerikaanse democratie niet werkt. Tientallen miljoenen mensen worden volgens hem buitengesloten. Soms is stemmen bij wet verboden, zoals voor zes miljoen (ex-)gevangenen. 22 miljoen immigranten zonder volledig burgerschap draaien mee in de maatschappij maar hebben geen rechten.

Brenda is op de terugweg van een bezoek aan haar dochter. Haar man zit in de gevangenis en haar vriend ook. Ze is hiv-positief getest en heeft sinds kort een invalidenuitkering. Beeld Inge Hondebrink

Praktische obstakels

Voor mensen die wel mogen stemmen zijn er vaak praktische obstakels. Veel van de Amerikanen die onder aan de maatschappelijke ladder bungelen kunnen zich niet als kiezer registreren omdat ze daarvoor een identiteitsbewijs en een vast adres nodig hebben. Als je, zoals Brenda voordat ze invalide werd, voortdurend verhuist kun je dus niet stemmen. Het zijn vooral rijken die politieke campagnes financieren en die zo hun belangen op de agenda weten te krijgen.

Drie decennia gebruikte Brenda crystal meth. Ze is een jaar geleden gestopt, toen ze hiv-positief werd getest. 'Ik wil niet dood aan aids.'

Ze komt van het jaarlijkse bezoek aan haar dochter Amber die bij de reclassering werkt en net een appartement heeft gekocht en een 'gloednieuwe auto' voor de deur heeft. De Amerikaanse droom. Brenda's eigen thuis is een bank in een huis vol junkies en honden. In ruil voor haar voedselbonnen en koken en afwassen mag ze er wonen.

Ontmoet de outsiders van Amerika

Wie in Amerika geen creditcard heeft, is voor lange reizen aangewezen op de Greyhound. Een buslijn voor de outsiders. Zet uw geluid aan, klik op 'stap in' en luister naar hun verhalen.

Mijn betere ik

Dochter Amber is alles wat Brenda had willen zijn. 'Mijn betere ik', zegt ze. Brenda stopte met school, kreeg Amber uit een huwelijk dat negen maanden duurde, ging aan de drugs en deelt haar leven al twintig jaar met twee mannen met losse handjes.

Toen ze na het eerste rampzalige huwelijk opnieuw zwanger werd - ze weet niet meer van wie - wilde ze het jongetje afstaan. 'Ik had al adoptie-ouders geregeld.' Haar eigen ouders grepen in en namen de baby in huis. Zoon Roy ging het verkeerde pad op en zat tussen zijn 18de en 23ste een paar keer in de bak, tot Brenda's grote verdriet.

Tijdens de stop houdt de blonde moeder de wc van het tankstation lang bezet; ze komt met een wazige blik naar buiten. Weer buiten ratelt ze hyper in de telefoon. Als het verveelde zoontje, dat met een milkshake op de stoeprand zit om aandacht vraagt, krijgt hij een duw. Een jaar geleden ontmoette hij voor het eerst zijn vader. 'Now he wants his dad', zegt ze zuchtend. Die weigert te verhuizen, dus trekt moeder met kind bij haar ex in.

Beeld Inge Hondebrink
Beeld Inge Hondebrink

Een korte reis

Als je naar Brenda kijkt, zie je de jonge moeder over twintig jaar; een levensgeschiedenis lijkt zich te herhalen. De laatste keer dat Brenda's vriend haar in elkaar sloeg, is ze van de trap gevallen. 'We waren allebei dronken.' Ze loopt met een stok nu. Een baantje zit er niet meer in. Haar vriend en haar echtgenoot, allebei verslaafd, zitten in de gevangenis. Als ze vrijkomen, weten ze haar te vinden, vreest ze. Alleen een invalidenuitkering kan haar onafhankelijkheid verzekeren en daarom heeft ze zich ingeschreven als kiezer; ze heeft de hoop dat haar stem zal helpen de broodnodige uitkering te bemachtigen. Nu Brenda van de drugs af is, heeft ze de twee mannen niet meer nodig.

Een zwarte man met alleen een plastic tasje stapt in. Hoewel hij in de onverwarmde busterminal sliep, stinkt hij naar zweet. Komende twee dagen is de bus zijn onderkomen. 'Alles onder de duizend kilometer is een korte reis', mompelt hij. Zodra zijn hoofd het raam raakt, slaapt hij.

Beeld Inge Hondebrink

Gevangenis

Shouman Syrillien - alias rapper Nootchi - zit aan de andere kant van het gangpad. Ze reist al een dag en een nacht. Bij haar voeten staat een uiennet met papieren en wat kleren. Afro-vlechtjes liggen strak over haar schedel. Ze draagt plastic instappers en een slobberbroek - het uniform van mensen die net uit de cel komen. Shouman is onderweg van Arizona naar Florida; twee volle dagen reizen van de ene gevangenis naar de andere, waar ze nog negen maanden van haar straf moet uitzitten. In Florida hoeven haar dochtertje van 4 en haar moeder maar een paar uur te reizen om op bezoek te komen. In Arizona zijn ze nooit langs geweest.

Er hangt een zendertje aan Shoumans shirt. Zo wordt gecontroleerd of ze niet tussentijds de bus uit stapt. Het gevangenissysteem is rot, zegt ze. Als men haar voldoende vertrouwt om haar deze reis te laten maken, had ze net zo goed met elektronisch toezicht thuis kunnen wonen.

In Amerika bepaalt de staat waar je na je veroordeling terechtkomt. Voor Shouman was de ergste straf om zo ver van haar familie te zijn. Niemand verwachtte een positief antwoord op haar verzoek tot overplaatsing naar Florida en daarom besloot Shouman, die zich in de gevangenis bekeerde, te bidden - dagenlang. En God greep in. 'Een wonder is het. Als je gelooft dat bidden helpt, lukt het.' Haar gevangenisogen, die geleerd hebben emoties niet te delen, glanzen even. Als ze straks vrij is, gaat ze weer rappen. Ze heeft een schrift vol teksten nu. Ze zijn wel wat grof, zegt ze, maar het doel heiligt de middelen. Met het geld dat ze gaat verdienen wil ze een tehuis voor tienermoeders openen, op christelijke grondslag.

Met haar primitieve gevangenismobieltje belt ze naar een vriendin. Ze is opgewonden over de transfer; niet meer eenzaam tussen latino's met 'hun smerige eten' maar vertrouwd tussen Afro-Amerikanen. Shouman zit voor digitale identiteitsdiefstal; met een paar vrienden haalde ze vele tienduizenden dollars van privébankrekeningen. Ze wil mijn telefoon even lenen om op internet te gaan, iets op te zoeken voor haar vriendin. Weigeren is moeilijk, maar ik probeer wel te zien wat ze precies doet.

Shouman Syrillien, alias rapper Nootchi, twee dagen onderweg van de gevangenis in Arizona naar de gevangenis in Florida. Ze moet nog negen maanden zitten. Beeld Inge Hondebrink

Van dag tot dag

De Greyhound is al een eeuw oud. Per jaar worden 18 miljoen passagiers over 9 miljard kilometer naar 3.800 bestemmingen vervoerd. De meestal versleten bussen lijken met plakband aan elkaar te hangen; de wielen hobbelen en de stoelen zijn kapot. Echt comfortabel is het nooit. Wie met de bus reist, overleeft op fastfood. Het kan een McDonald's zijn maar ook een hoek in een Greyhound-kantoortje met instantkoffie en magnetronhotdogs.

Niet iedereen in de bus is dakloos of pas uit de gevangenis. Ook gewone mensen stappen in, maar die reizen meestal maar een kort stukje mee. Daarnaast heb je de niet aflatende stroom van arme Amerikanen die door de VS onderweg is. Een aantal van deze busnomaden staat stijf van de drugs. Zoals de zwarte jongen met het Afrikaanse continent op zijn gezicht getatoeëerd. Lucht van K5 - synthetische marihuana - walmt uit de wc. Of de tiener op slippers met zoveel piercings dat je zijn ogen niet kunt zien. Je hebt mensen die met oortjes in net doen of ze er niet zijn. Of verloren mensen, zoals de enorme, kale ex-gevangene wiens ogen boosheid, wantrouwen en angst uitstraalden. In zijn netje een Holy Bible, wat papieren en doosjes medicijnen. Als die op zijn, is er geen herhaalrecept.

Elke bus betekent een nieuwe groep vreemdelingen die voor even hun leven delen. De chauffeur bepaalt de sfeer. De meesten zijn streng. Geen luide conversaties, muziek mag niet en roken of alcohol zijn streng verboden. 'I will be watching you!', klinkt over de intercom.

Shreveport, Louisiana, tussenstop en buswissel. Een kwartier tijd om de mail te checken op de gratis wifi. Beeld Inge Hondebrink

Vier uur wachten

Met bagage en al worden we in Joplin, Missouri gedumpt bij een benzinepomp op een kruispunt van snelwegen. Vier uur wachten op de volgende Greyhound. In de bloedhete wachtkamer zoekt een man met een warrige baard en één grote oorring naarstig naar een stopcontact om zijn telefoon op te laden. Hij was bij de eerste verjaardag van zijn dochtertje, zijn 'everything', maar zijn ex eiste geld van hem. Hij had nog net genoeg over om tot Joplin te komen. Er is geld onderweg van een kennis, maar het kan nog wel twee dagen duren voor dat aankomt.

Dit soort verhalen zijn geen uitzondering; mensen leven - vaak noodgedwongen - van dag tot dag.

Jane en Rhoda hebben elkaar zojuist ontmoet en zijn in gesprek geraakt over de kleinkinderen. Beeld Inge Hondebrink

Niemandsland

Sara Jewel, een 17-jarige latina met een roze lok in haar lange zwarte haren hoeft nog maar een uurtje verder naar Tulsa, Oklahoma, hoofdstad van de crystal-meth-industrie. Op haar 11de begon ze met weed, gevolgd door coke en later crystal meth. Ze kreeg het van de moeder van haar beste vriendin. Die vriendin werd zwanger. De baby was nog niet geboren of ze ging - met haar moeder - weer aan de crystal meth. Sara deed net eindexamen en ze wil weg uit het 'verrotte' Tulsa. Over negen maanden kan ze pas door naar een vervolgopleiding, maar ze gaat het redden, juist omdat ze zo jong al begon met drugs. 'Ik heb het allemaal gezien en gedaan. Ik kan nee zeggen.'

Dit Greyhound-stationnetje in niemandsland is een uitzondering. Bijna alle Greyhound-terminals liggen in het stadscentrum. In de meeste Amerikaanse steden kun je downtown beter mijden. De winkels die het kantoorvolk uit de wolkenkrabbers luxe broodjes en koffie verkopen, sluiten na vieren. Met de lightrail vertrekt de kantoorkudde naar de suburbs en nog voor de zon onder gaat, nemen daklozen, junkies en andere wanhopigen de donkere straten over. Rond de terminals is het nog erger, daar voelt het ondanks zware beveiliging alsof menselijke roofdieren je opwachten. Soms klinkt er een doordringende pieptoon om hen te verdrijven. Zonder effect.

Sara Jewel. 17 jaar oud, op haar 11de aan de weed en tegenwoordig aan de crystal meth. Wil weg uit het 'verrotte' Tulsa, Oklahoma. Beeld Inge Hondebrink

In de steek gelaten

Wat Daniel Weeks het meest steekt, is dat er een halve eeuw na de door president Lyndon Johnson in 1965 ondertekende Voting Rights Act nauwelijks iets is verbeterd. Die wet was bedoeld om het stemrecht van zwarte Amerikanen veilig te stellen, maar nog steeds staan tientallen miljoenen Amerikanen buiten het democratisch systeem. Beleid in de VS volgt het geld en niet de wil van de mensen, zegt Weeks. Dat terwijl iedereen op de basisschool al leert dat de Amerikaanse regering 'voor en van' de mensen is. Maar zo voelen ze dat allang niet meer. Dat ervoer hij tijdens zijn reizen. Geen van de mensen die hij tegenkwam, had ooit een politicus ontmoet.

Niet alleen de onderklasse is in de steek gelaten, vindt Weeks. Nog eens zestig miljoen Amerikanen verdienen misschien iets meer, maar ook zij kunnen elk moment in het gat van de armoede storten.

Beeld Inge Hondebrink

Voorin

Het is tien uur 's avonds en aardedonker. 19-jarige Jeff moet nog meer dan een dag reizen naar Kentucky om er voor dertien dollar per uur in een kippenslachterij te werken, een paar dollar boven het minimumloon. 'Met geld in mijn zak en een dak boven mijn hoofd voel ik me goed. Er zijn veel mensen die het slechter hebben.'

Als hij, zoals nu, 's nachts moet reizen zit hij voorin, achterin vindt hij het niet pluis. De vorige keer dat hij een nacht in een terminal moest wachten, werd hij bestolen. Gelukkig lieten de zakkenrollers zijn portemonnee vallen. Het was al het geld dat Jeff bezat.

Jeff. 19 jaar oud, onderweg van Houston naar Kentucky, waar hij werk heeft gevonden in een kippenslachterij. Beeld Inge Hondebrink

Houston

Hij brengt de nacht door met het enige spelletje op zijn telefoon: Solitaire. Jeff groeide op in de bergen, zonder computers of smartphones. Kiezels en stokken waren zijn speelgoed; het water van de bergstroom zijn zwembad. Op zijn 16de vertrok hij naar megastad Houston, waar hij op 'een andere planeet' terechtkwam. In Houston draait alles om hoe je eruitziet, wat mensen over je denken. 'Ik ging van hard werken om te kunnen leven naar een plek waar vooral een vlotte babbel telt.'

Meer dan zes maanden leefde hij op straat, voor hij op mensen af durfde te stappen en een baantje vond. Nu, drie jaar later, is hij blij met de kippenslachterij. Met kippen hoef je niet te praten én het is hard werk; zijn leven ligt weer op koers.

Aan stemmen doet hij niet: 'In Amerika moet je alles zelf regelen.'

Beeld Inge Hondebrink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden