Recensie De Bloemkool

Met De Bloemkool treft Hiske Versprille per toeval een fijne, oprecht gastvrije zaak

Hiske Versprille, de nieuwe restaurantcriticus van dit magazine, levert zich over aan het lot en belandt bij Restaurant De Bloemkool in Bergen op Zoom. Warempel, zomaar een fijne zaak.

Toon en Marijke Bosters. Foto Els Zweerink

De voorzienigheid slaat toe op de raarste plekken. Zo had ze mij laatst te pakken in een dodelijk hip, semi-ironisch fusionrestaurant vol bezoekers met ernstige kapsels, allerlei cocktails en gestoomde broodjes buikspek. Bij de rekening lag een gelukskoekje – vast ook ironisch bedoeld, want niemand eet zo’n vanillehostie voor z’n lol. Op het briefje dat eruit kwam, stond: ‘Don’t refuse a proposition you will be made next week’. Drie dagen later hing de Volkskrant aan de lijn.

Lang verhaal kort: hier ben ik.

Het lot is net een hondje: af en toe even flink laten rennen, anders wordt het stram en vals. Toch houden we het tegenwoordig steeds korter aangelijnd. Restaurants, stofzuigers en potentiële levenspartners worden uitvoerig voorgelegd aan online algoritmes en reviewprogramma’s, voor we er ook maar over piekeren ze in overweging te nemen. Voor minder dan vier sterren komen we ons bed niet meer uit. Maar toevalstreffers en ad-hocpareltjes horen daarmee ook tot het verleden. Zelfs je ongegeneerd beklagen over een keiharde teleurstelling is er eigenlijk niet meer bij  had je maar beter je research moeten doen.

Voor mijn eerste Volkskrant-recensie leek het me daarom gepast de locatie door het toeval te laten beslissen. Ik trok daartoe vier cijfers uit een hoge hoed, en belandde in postcode 4623: Gageldonk, een buitenwijk van Bergen op Zoom.

Dat was alvast boffen. Want Bergen op Zoom heeft, gelegen op het mooie naadje tussen Noord-Brabant en Zeeland, absoluut een bourgondische inborst. De stad laat zich voorstaan op z’n drie A’s (Asperges, Aardbeien en Ansjovis) en gezien het aantal inwoners zijn er opvallend veel restaurants.

In Gageldonk valt de opbrengst tegen. Een La Place; Chinees restaurant Ni Hao; Theehuis De Theepot; Frituur de Boshut. Maar aan de Wouwsestraatweg, tegenover de Peugeotgarage en niet ver van de snelweg en de sigarettenfabriek, ligt Restaurant De Bloemkool, ‘een echte, ouderwetse en oergezellige Brabantse herberg’. Ik twijfel niet. Dat moet ’m zijn.

Restaurant De Bloemkool

Wouwsestraatweg 146, 4023 AS Bergen op Zoom
0164 233045
Open: woensdag t/m zondag, geen lunch
debloemkool.nl
Cijfer: 7,5

Het pandje staat er sinds de 18de eeuw. Vóór Peugeot en Philip Morris, zelfs voordat Gageldonk er was, deed het dienst als aan- en afspanning voor paarden op de weg van Bergen naar Wouw. Hagelwit stak het uit het groen, als een bloemkool in het veld.

De montere eigenaresse Marijke Bosters vertelt dat ze samen met haar broer Toon de derde generatie in het bedrijf is, dat haar grootouders in 1960 betrokken. Ze wijst naar de vloer, twee meter van onze tafel. ‘Dáár, onder dat raam, ben ik geboren.’ Nog vóór het aperitief achter de kiezen is, heeft ze ons volledig bijgepraat. Chef Toon bestierde de zaak sinds 2002 met zijn vrouw, maar ze gingen uit elkaar en Toon verhuist eind dit jaar zijn nieuwe vriendin achterna naar Ierland. Marijke en het personeel nemen De Bloemkool over. ‘Gelukkig blijft de zaak in de familie.’

Er is een ouderwetse bar en een opkamer, en in het nogal duistere eetzaaltje zijn op strategische plekken objecten geplaatst die in Tolkiens Hobbitstee niet zouden misstaan. Een oude kwikthermometer, een koperen schouw en een reusachtige kroonluchter gemaakt van een karrenwiel waar ik  noem me een doemdenker  liever niet onder wil zitten. Opvallend zijn ook de gebrandschilderde ramen met taferelen van jacht en slacht én van die eerdergenoemde drie A’s  deze aanprijzende slogan voor de stad blijkt, net als de woordgrap over ‘Bergs ansjovinisme’ zelfs te zijn bedacht door opa Bosters.

Bergse ansjovissen lijken in niets op de zoute klieders uit blik die u thuis gewend bent. Het zijn zilveren, vette jetsers en in het seizoen worden ze versgebakken gegeten. De traditionele vangstmethode, waarbij de visjes van april tot halverwege juli met behulp van houten staken in fuiken worden geleid, wordt met uitsterven bedreigd; alleen de Bergse familie Van Dort bedrijft in de Oosterschelde nog deze zogeheten weervisserij. Buiten het seizoen  dat wij nèt een week zijn misgelopen, minpuntje voor de voorzienigheid  verkoopt Van Dort potten gezouten ansjovis. Ook deze zijn een omweg waard; geweldig in de pastasaus of bagna cauda, maar zo verrukkelijk dat je ze ook gewoon zó kunt eten, op een witte boterham.

De menukaart is groot en opgedeeld in drie verschillende keuzemenu’s, vernoemd naar de kinderen van de eigenaren. De gerechten kunnen ook los worden besteld, en daarnaast zijn er nog wat losse voorgerechten en Ierse steaks. We nemen eenmaal ‘Roos & Johan’ (€ 24,50) met tomatensoep, gebakken schol en dame blanche. Tussen kiezen we een salade met zwezerik en spek (€ 10,50) en à la carte de vissoep (€ 11,50), de bavette (€ 19,50) en de pavlova met fruit (€ 10,95).

Vissoep. Foto Els Zweerink

Naast warm brood met goede boter en zelfgemaakte olijftapenade krijgen we een koel en fris-uiig aardappelsoepje. Onze fles Fleurie  de wijnkaart is redelijk uitgebreid en goed geprijsd  is iets te warm, maar wordt meteen uit alle macht gekoeld als we daarom vragen.

De tomatensoep is zoals je ’m hebben wil: hartig, huiselijk en substantieel, met een slinger room erin, en de vissoep is zelfs uitstekend. We proeven wat pit en wat pastis, er zitten volop witvis en mollige mosseltjes in, en ook de bijgeleverde rouille is heel erg goed.

De salade zwezerik is ongeveer zo elegant als een Engels ontbijt, maar ook kraakvers en heerlijk: de stukjes thymusklier zijn hard aangebakken met knapperig spek en goede champignons, en geserveerd op een salade met veel rodewijnazijn.

Ook eenvoudig en prima is de dikke schol uit de boter, geserveerd met een gulle knuist gebakken zeekraal, frites en huisgemaakte mayonaise. Bij de Ierse bavette worden hertoginnenaardappelen (pureetorentjes) en ouderwetse groenten à la bonne femme geserveerd. Het rundvlees smaakt helaas een tikkie leverig  een euvel dat kan voorkomen als mager vlees net te lang in de vacuümverpakking heeft gezeten. De huisgemaakte pepersaus  ik ben een sucker voor de oma-achtige pittigheid van ingemaakte groene peperkorrels  is wat stevig gebonden, maar lekker.

Gebakken schol met zeekraal. Foto Els Zweerink

De desserts kunnen veel beter: de dame blanche is van suf, zoet fabrieksijs met een waterige saus. De pavlova  als het goed is een hemelse toren van fruit, room en zowel zacht krakende als marshmallowtaaie meringue  blijkt gewoon een bros schuimpje.

Toch vinden we De Bloemkool een fijne zaak. Op die desserts na is alles zelfgemaakt, de zaak ademt horecageschiedenis en de bediening is liefdevol en oprecht gastvrij.

Daar kan menig fusionhipster nog een puntje aan zuigen. Het lot lijkt ons goedgezind.

Vier dessertklassiekers (en hun uitglijders)

Tja, die verduivelde dame blanche (om maar niet te spreken van haar vunzige neef: de bananasplit). Hoewel hun natuurlijke habitat, het Hollandse eetcafé, steeds meer uit het straatbeeld verdwijnt, komen we ze nog steeds op veel menukaarten tegen. Officieel – dat wil zeggen volgens keukengod Auguste Escoffier die het gerecht verzon – heeft een dame blanche niks met chocola of vanille-ijs te maken. Het betrof een sneeuwwit bord met witte aalbes, witte perzik, amandelmelk- en citroenijs: hij vernoemde het elegante dessert naar de opera van Boieldieu.

Ook poire belle Hélène, een andere Escoffier-klassieker, werd naar een opera vernoemd. Het is een gepocheerde peer met chocoladesaus en vanille-ijs.

Pêche melba (vernoemd naar operazangeres Nellie Melba) is ook van hem: een concoctie (samenstelling) van gepocheerde perzik, frambozensaus, vanille-ijs en amandelsnippers.

Zoals meestal vallen of staan desserts met de kwaliteit van de ingrediënten: met zelfgemaakt vanille-ijs, warme saus van hele goede chocolade die rillend een beetje opstijft van de kou en mals gepocheerd vers fruit kunnen ze fantastisch zijn. Helaas worden ze meestal gemaakt met fruit uit blik, fabrieksijs en spuitroom, waterige Nesquik of, erger nog, van die mierzoete, glanzende Tova-saus.

Salade met zwezerik en spek. Foto Els Zweerink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.