De Gids interview Anna Katharina Schaffner

Melancholia, neurasthenie: elke tijd kent zijn eigen vorm van uitputting en somberte

Beeld Olf de Bruin

Literatuurwetenschapper Anna Katharina Schaffner (40) belandde in een burn-out en vond troost in een historische zoektocht naar mentale uitputting door de eeuwen heen. ‘De moderne mens is helemaal niet uniek, ook de oude Grieken konden hun tijd niet bijbenen en raakten uitgeput.’

De formule klinkt bekend: persoon wordt door uitputting en wanhoop te grazen genomen en schrijft een boek. De in Engeland wonende Duitse literatuurwetenschapper Anna Katharina Schaffner (Universiteit van Kent) kwam echter niet met een persoonlijk relaas of zelfhulpnaslagwerk. Ze schreef een fascinerende historische verkenning van het fenomeen ‘uitputting’, getiteld Exhaustion: A History.

De Volkskrant-burn-outgids

De komende weken onderzoekt de Volkskrant in gesprek met (ervarings)experts waarom zovelen van ons zich opgebrand voelen, hoe we kunnen voorkomen dat we uitgeput raken en of we echt de meest overprikkelde generatie ooit zijn. Kampen we met een overdaad aan stress en stressoren, of zijn we de weg kwijt? 

Op Volkskrant.nl/burnout verzamelen we de verhalen over burn-out en stress. Via deze besloten Facebookgroep kunt u uw eigen verhaal delen. 

Want zou het echt, dat wij, de moderne mens die kampt met burn-outs, overprikkeling en chronische stress, de uitgeputste generatie ooit zijn? Schaffner, al vijftien jaar woonachtig in Canterbury, in het zuidoosten van Engeland, kon het zich niet voorstellen.

Schaffner warmt haar handen aan een imposante kop koffie, ze praat zacht, fluisterend bijna. Zonder aanleiding maakt ze een grapje over haar accent in de taal die aanvoelt als ‘native’ maar inderdaad niet zo klinkt (‘I am German, can you hear it?’). Het is wat fris in dit koffiebarretje, verstopt in een achterafsteeg in het centrum en zoals vrijwel alles in het historische Canterbury gesitueerd in een even indrukwekkend als tochtig Victoriaans pand. Maar ze komt er graag: ‘Het is hier altijd stil, niemand kan het vinden.’

En, zijn we inderdaad de meest opgebrande generatie ooit?

‘Natuurlijk niet, zou ik bijna willen uitroepen. Elke tijd kent zijn eigen vorm van uitputting, lethargie en somberte. En dan bedoel ik de variant zonder duidelijke aanleiding zoals fysiek werk of een kind dat je uit je slaap houdt.

‘Eind 19de eeuw had je neurasthenie (ofwel ‘zenuwzwakte’, de burn-out avant la lettre, een term die door huisartsen nog altijd wordt gebruikt voor overspanning, red.), een aandoening die optrad bij intelligente, creatieve en fijnbesnaarde mensen – een beetje kunstenaar of schrijver wílde dat hebben. Artsen legden de oorzaak bij de vele moderne ontwikkelingen, zoals de komst van de trein, de telegraaf en het leven in de stad.

‘De Grieken en Romeinen hadden het over melancholia. Zij geloofden in de humorenleer, waarbij het lichamelijk en geestelijk welbevinden door de balans van de vier lichaamssappen – zwarte gal, gele gal, slijm en bloed – wordt bepaald. Volgens artsen uit die periode verstopte een overdaad aan zwarte gal het brein. Dat vertraagde het denken en het bewegen van het lichaam en zorgde voor leegte, neerslachtigheid, mentale en fysieke uitputting.

‘Een paar eeuwen later schreef Evagrius, een christelijke monnik in de Egyptische woestijn, over acedia, luiheid, een van de zeven zonden – een vorm van spirituele uitputting, die hij bij zijn medemonniken ontwaarde. Wie mentaal uitgeput raakte, kreeg het advies om dan maar wat harder te bidden. Acedia was een vorm van zwakte, van gebrek aan doorzettingsvermogen.’

Anna Katharina Schaffner Beeld rv

Zijn burn-out en stress van alle tijden, maar heten ze alleen telkens anders?

‘Het verhaal verandert, de oorzaak wordt elders gezocht: intern of extern. Sociaal, psychologisch, religieus of fysiologisch. Neem de oude Grieken: uitputting en melancholie zouden worden veroorzaakt door een teveel aan zwarte gal. Het probleem was volgens hen intern en fysiologisch. De beste remedie was een dieet. Wat dat precies behelsde, varieerde nogal per arts en periode, maar terugkerend element was een argwaan voor nieuwe producten. Dat is iets wat je vrijwel in elke tijd tegenkomt: angst voor verandering, observaties over negatieve ‘moderne’ ontwikkelingen, verheerlijking van het verleden.

‘Die verhalen over uitputting lezen als cultuurverslagen, over angst en hoop door de jaren heen. Ze vertellen veel over de maatschappij van dat moment. Veel angsten blijven, zoals de angst voor verandering, maar ze worden telkens omgeven door nieuwe interpretaties en oplossingen. Wij kijken kritisch naar smartphones en het neoliberalisme, zoals ze in de 19de eeuw kritisch keken naar de trein en de telegraaf, en in de eeuwen van het kolonialisme naar alles wat van overzee kwam. Je kunt terug blijven gaan in de tijd, altijd tref je een blik van nostalgie ten aanzien van het verleden en scepsis ten aanzien van het heden.

‘Een andere universele onderliggende angst is die voor de dood, voor vergankelijkheid. Of je nu gelooft in het eeuwige leven en in een God of niet, die angst delen we met alle tijden.

‘Wat ik vooral heb geleerd: onze analyse van het probleem, het verhaal dat we vertellen over mentale uitputting, bepaalt onze ervaring. Als je denkt dat epilepsie het gevolg is van een duivel die in het lichaam is gekropen, dan beleef je een aanval heel anders dan wanneer je daar een moderne medische verklaring voor hebt. Hetzelfde geldt voor e-mail als bron van uitputting, of een gebrek aan goddelijke toewijding als oorzaak daarvan.’

U raakte zelf ook mentaal uitgeput. Had u een burn-out?

‘Ik zou het misschien eerder een milde, terugkerende depressie noemen. Het begon rond mijn 20ste. Donkere perioden, afgewisseld met fasen waarin ik juist extreem gemotiveerd ben en heel goed kan werken.

‘Ik denk dat er een verband is tussen het soort werk dat je doet en een gevoeligheid voor uitputting. Als academicus, zeker in de alfawetenschappen, moet je jezelf continu motiveren. We moeten ons ervan overtuigen dat wat we doen ertoe doet. Je steekt zo veel tijd in je werk; als je dan het gevoel hebt dat het irrelevant is, is dat lastig te verkroppen en demotiverend. De meeste academische werken worden door vijf enthousiaste vakgenoten gelezen en toch moeten we wat we doen belangrijk vinden en serieus nemen. Op dat punt bevind ik me van tijd tot tijd in een geloofscrisis. Dan kan de ‘zwaarte’ zich aandienen.’

Hoe ziet uw ‘zwaarte’ eruit?

‘Het begint met een lichamelijk haperen. Zelfs de meest alledaagse zaken – opstaan, aankleden, eten, wandelen – alles wordt ‘stroperig’. Het voelt alsof mijn lichaam met lood is gevuld. Elke beweging voelt alsof ik iets loodzwaars optil. Lopen voelt alsof ik me door een moeras probeer te verplaatsen. Ik heb een volkomen gebrek aan energie, een moeheid die niet verholpen kan worden door te slapen, en tegelijkertijd voel ik me gejaagd. En heb ik een gevoel van hopeloosheid.

‘Werken wordt moeilijker, mijn concentratie verdwijnt. Onderwijs geven gaat nog wel, op een soort half-automatische piloot. Maar de toewijding en focus die het onderzoekswerk vraagt, kan ik niet meer opbrengen. In zulke perioden blijf ik mijn mail verversen. Dat wordt een soort repeterende reflex: klik, klik, klik, honderden keren per dag.’

Hoe kwam u eruit?

‘Ik ben in therapie geweest, eerder ook al. Ik stop in die perioden niet echt met werken, als een academicus kun je blijven functioneren als docent, maar op onderzoeksterrein komt er niets uit mijn handen. Hm, misschien is het toch een burn-out, nu ik er zo over nadenk. Enfin, inmiddels weet ik: het is tijdelijk, uiteindelijk gaat mijn vlam weer branden. Zo ging het dit keer ook.

‘Het begon met een artikel in de Frankfurter Allgemeine, waarin de journalist stelde dat mensen bij zichzelf liever van ‘burn-out’ spreken dan van ‘depressie’, omdat het stigma minder groot zou zijn. Burn-out als ziekte van de succesvollen, omdat de onderliggende aanname is: je hebt te hard gewerkt.

‘Ik woon al vijftien jaar in Engeland, maar ben Duitse. Ik reis veel heen en weer en heb familie en vrienden in Duitsland. Het fascineerde me dat daar een publiek debat gaande was over burn-out, het zou een epidemie zijn, terwijl ik er in Engeland niets over hoorde. Hoe kon dat? Het zette me, als vergelijkend wetenschapper, aan het denken. Zou het ook minder voorkomen in Engeland als het verhaal eromheen anders is?

En wat bleek?

‘In Engeland en de VS hebben ze het niet over ‘burn-out’ maar over ‘stress’. Stress is het probleem én de verantwoordelijkheid van het individu. Als je te gestresst bent, is dat omdat je niet veerkrachtig genoeg bent. Daar moet je zélf iets mee, jíj moet werken aan je weerbaarheid en incasseringsvermogen. Mediteren, gezond eten, yoga en je zult je beter voelen.

‘In Duitsland of Nederland is het welbevinden van werkenden, alleen al door het een burn-out te noemen, een maatschappelijk probleem. En zoals met veel onderwerpen is het in Duitsland politiek beladen geworden. Het debat wordt gedomineerd door sociologen. Zij zien burn-out als een ziekte die het gevolg is van het neoliberalisme. Consumentisme en hypercompetitie hebben zelfs werknemers tot wegwerpartikel gemaakt. Daarbij heeft de moderne technologie het onderscheid tussen werk en privé vervaagd: wat ons leven moest vergemakkelijken, is als een soort gif, we staan nooit meer uit.’

Bent u het eens met deze analyse?

‘Ik ontken niet dat we onszelf omgeven met afleidende techniek en dat we in onze maatschappij veel belang hechten aan presteren en hoge eisen. Maar ik bestrijd het idee dat wij moderne mensen de uitgeputste mensen ooit zijn. Elke tijd kent zijn eigen psychosociale stressoren en uitdagingen, denk aan de monnik in de Egyptische woestijn. Je zou hoogstens kunnen zeggen dat mentale uitputting, zoals veel zaken in het heden, is gedemocratiseerd. Ooit was ze voorbehouden aan een intellectuele elite, nu kan ze iedereen te grazen nemen.

‘Wat mijn onderzoek ook liet zien: er bestaat geen gemakkelijke oplossing, er is geen kant-en-klaarrecept om je weer beter te voelen. Ook dat is tijdloos.’

Hebt u suggesties om uit een dal te komen?

‘Het verschilt per individu. Mijn perioden van zwaarmoedigheid hangen sterk samen met een gevoel van zingeving. Het onderzoeken van en me verdiepen in uitputting gaf me ironisch genoeg mijn vuur terug. In twee jaar tijd was het boek er en was er een roman die ook aan dit onderwerp raakt – precies op tijd, twee weken later werd mijn dochter geboren.

‘Ik vind het troostend dat het zo’n oud probleem is. We zijn niet alleen, dit is blijkbaar iets waarmee mensen sinds het begin van ons bestaan worstelen. En ook die tendens om jouw eigen tijd als de ongezondste en uitdagendste periode in de geschiedenis te zien, is tijdloos. Dat vind ik zalig geruststellend.

‘Ik heb mezelf ook een aantal regels opgelegd. Zo beantwoord ik geen mails meer na zes uur of in het weekend. Studenten verwachten dag en nacht je aandacht, maar ik doe het niet meer. Het zuigt me leeg en haalt me uit het nu. Als ik bij mijn gezin ben, wil ik daar zijn. Maar het blijft een strijd tegen mijn impulsen. Die zijn er nog altijd.’

Bij wie ligt de verantwoordelijkheid: bij het individu of de werkgever?

‘Ik doe dit op eigen initiatief, maar de universiteit zou ook kunnen ingrijpen. Want als ik een privémail verstuur, zie ik die werkberichten natuurlijk wel, het blijft een latente druk. Mijn broer werkt bij Mercedes in Duitsland. Zij hebben een systeem dat voorkomt dat je na acht uur ’s avonds mails kunt ontvangen of versturen. Niemand kan daar dus meer een middernachtelijke ingeving sturen. En als je op vakantie bent, worden e-mails teruggestuurd met de mededeling: deze persoon is afwezig en kan geen mail ontvangen, stuur het bericht opnieuw als het over twee weken nog belangrijk is. Dan heb je dus geen volle inbox bij terugkomst. En als mensen te lang geen vrije dagen hebben opgenomen, zijn ze verplicht dat wel te doen. Dat is geen liefdadigheid, maar slim en gericht op de best mogelijk functionerende werknemers.

‘De eigen verantwoordelijkheid is weten wie je bent en wat je nodig hebt. Dat verschilt per persoon. Zo vind ik interactie met mensen energieslurpend, maar een ander laadt er juist van op. Het kunnen kleine dingen zijn zoals yoga, wandelen, of katten.’

U doet aan yoga?

(lachend) ‘Ja, en ik heb twee katten.’

Docent en recensent

Anna Katharina Schaffner (40) is vergelijkend literatuurwetenschapper en docent aan de Universiteit van Kent. Voor de Britse krant The Times is ze literair recensent. Momenteel werkt ze aan een boek over zelfhulp door de eeuwen heen. Ze woont met haar vriend en dochter in Canterbury.

Middeleeuwse burn-out
In de 13de eeuw noemde de belangrijke theologische denker Thomas van Aquino acedia, ofwel luiheid (een van de zeven christelijke hoofdzonden), de kwalijkste aller zonden. Geestelijke luiheid welteverstaan. Volgens Aquino was er een direct verband tussen pessimisme, somberte, spirituele moeheid en geloofstwijfel. Deze ‘middeleeuwse burn-out’ werd ingefluisterd door de duivel, vandaar dat harder bidden het recept tot beterschap was.

Alain Ehrenberger
Anna Katharina Schaffner verwijst in haar boek geregeld naar de Franse socioloog Alain Ehrenberg, die al in 1998 – toen veel millennials nog moesten beginnen met puberen – een boek schreef over de verschrikkelijke vrijheid van de moderne mens. Omdat elk levenspad mogelijk is, voelt de moderne mens de verplichting zichzelf telkens opnieuw uit te vinden; die psychologische druk resulteert in een permanent gevoel van falen, met depressies en burn-outs tot gevolg. Ehrenbergs gedachtegoed keert onder meer terug in de Nederlandse documentaire All We Ever Wanted (2010) van Sarah Mathilde Domogala.

We hebben allemaal wel een last van stress, maar wat is stress precies? Stress betekent namelijk niets. Hoe zit het dan wel? En waarom zijn we, als het om stress gaat, niet verder ontwikkelt dan een vis? We leggen het je uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.