Meditatie met hamerhaaien

Het is in de Rode Zee wel erg druk met duikers. Maar Ben van Raaij maakt een duikcruise op bijzondere plekken....

We hebben net Aida II geïnspecteerd, een scheepswrak op 43 meter diepte. Vanaf het wrak klimmen we omhoog langs een steile koraalwand die onder ons in de diepte verdwijnt. Links harde en zachte koralen, mooi uitgelicht door de invallende zon. Rechts het zwembadblauw van het open water.

Grote scholen anthia’s, kleine oranje visjes, deinen als herfstbladeren in de stroming. We zien tonijnen, een napoleonvis, een groene schildpad, van heel dichtbij.

Dan ineens een grijze schim, een raket die opdoemt uit het niets.

Een hamerhaai, een hele grote, zeker drieënhalve meter lang. Hij komt met zijn brede kop recht op ons af, maakt dan een hoek en verdwijnt met één staartzwiep in de verte. Ik heb eerder haaien gezien, maar niet zó. Pas na enkele seconden begin ik weer adem te halen.

Het is mijn eerste shark encounter bij Big Brother, het grootste van The Brothers, twee koraaleilandjes middenin de Rode Zee, zo’n 60 kilometer uit de Egyptische kust.

We zijn aan boord van de Miss Nouran, een zogeheten liveaboard of ‘safariboot’, een geheel op duikcruises ingesteld motorjacht, dat ons langs de mooiste riffen van de Rode Zee zal brengen. Ik heb aangemonsterd met twaalf leden van de duikclub Abyss Diving uit Leiderdorp. Missie: hamerhaai.

Duiken in Egypte, het klinkt intussen wat afgezaagd. De Rode Zee is relatief dichtbij, goedkoop, ook populair bij Britten en Russen en daardoor ‘gewoontjes’ geworden voor duikers die meer willen. Maar enkele verder uit de kust gelegen offshore reefs als Elphinstone (Shab Abu Hamra), The Brothers (El Akhawein) en Daedalus Reef (Abu el-Kizan), beschermde mariene natuurparken, behoren wel tot de beste duikstekken ter wereld.

Dankzij hun ligging, vele tientallen kilometers van de kust, en de stroming groeit het koraal er uitbundig en barst het van de pelagische vis: fauna van de volle zee, zoals haaien. De enige manier om er te komen is met een meerdaagse duikcruise; voor dagboten is het te ver. Het houdt de riffen ongerept. Relatief dan, want vijf, zes boten liggen er wel elke dag. Dat betekent al gauw zeventig duikers.

Voor een mooiweerduiker als ik is het hier wennen. Om haaien te zien, moet je diep, en de stroming is vaak krachtig. Begrijpelijk dat een gevorderdenbrevet en vijftig gelogde duiken verplicht zijn (sommige groepsleden hebben die de afgelopen maanden nog snel bijeen gedoken). Ik gebruik te veel lucht en raak oververmoeid.

‘Rust even, houd jezelf in balans met een vinger aan het rif. Kruip desnoods vinger voor vinger tegen de stroom in’, adviseert Kati, de Oostenrijkse duikgids die met Nederlander Wil de cruise leidt. Lastig, want we mogen onder geen beding iets aanraken op het steile, dichtbegroeide, kwetsbare rif.

Na twee dagen gaat het beter, ook omdat machinist Zacharia mijn tank helemaal afvult met perslucht tot de maximale druk van 200 bar. Zo vind ik mijn vertrouwde duikgevoel terug, zwevend langs de riffen van Little Brother, met blauw boven, naast en onder me. ‘Duiken is meditatie met uitzicht’, zegt iemand later.

De duikgidsen Wil en Kati plannen elke duik zo dat het licht het mooist op de koraalwand valt en de kans op haaien het grootst is. ‘Haaien zien is hier zelden een probleem’, zegt Kati tijdens een van de briefings, waarop elke duik vooraf stap voor stap wordt doorgenomen. ‘Als iedereen zich maar houdt aan de afspraken. Blijf dicht bij het rif. Beweeg niet. Nooit het blauw in zwemmen. Dan verjaag je ze en verpest je het voor iedereen.’

Duikclub Abyss Diving blijkt gelukkig geen stel dwangmatige vis-spotters. Als iemand vraagt naar de naam van een vis, klinkt het steevast: common Red Sea fish. Maar de fotograferende groepsleden besteden uren aan het vastleggen van naaktslakken, en als ze een zeldzame ghost pipe fish (spookfluitvis) hebben gespot, volgt een spontane vreugde-uitbarsting.

De een ziet onderwater meer dan de ander. Kwestie van geluk en ervaring. Waar ik in de diepte een schim zie, herkent een ander een voshaai of oceanic whitetip shark, om over zwaargecamoufleerde koraalkruipers maar te zwijgen.

Troostend is dat de meest bijzondere vissen ‘gegund’ lijken aan de mensen die er de meeste tijd in investeren. Deze harde kern van Abyss Diving blijkt ook midden in de winter in droogpak de ijskoude Grevelingen in te springen om er de snotolf te zien kuitschieten.

Het is een luxe leventje op de Miss Nouran. Voor alles wordt gezorgd. Het dagritme ligt vast: opstaan, bel, briefing, eerste duik, ontbijt, rust, bel, briefing, tweede duik, lunch, rust, bel, briefing, derde duik, rust, diner, tv, slapen. ‘Een liveaboard’, vat gids Wil samen, ‘dat is duiken, eten en slapen.’

En hard werken soms, want elke briefing eindigt met een race om zo snel mogelijk je natte duikpak aan te trekken, trimvest, loodgordel en zuurstoftank om te hangen en in een van de twee rubberboten te springen, alles om te zorgen dat je in het water ligt vóór andere duikers ‘jouw’ haaien verjagen.

Wie onderwater fotografeert of filmt, moet nog harder werken. Zeulen met kisten apparatuur, om te beginnen (groepslid Dennis had 29 kilo overgewicht in het vliegtuig). Accu’s opladen. Camera’s spoelen in zoet water. Opnames inspecteren. Dingen repareren, er gaat altijd wel een lamp of oplader stuk. ‘Een fotograaf is de ergste duikbuddy die er is’, zegt iemand. ‘Je moet altijd wachten.’

Een week lang opgescheept met elkaar – iedereen maakt er het beste van. Beetje zeuren hoort erbij.

Het eten op onze vorige duiksafari was beter, zegt Mike.

De trip in de noordelijke Rode Zee was mooier, zegt Mario.

De kleuren van Sharm (el Sheik) heb ik hier niet gezien, zegt Dennis. ‘Maar ik ben op de Malediven geweest. Daarna valt alles tegen.’

Wil en Kati klagen op hun beurt over de verwende duikers op safariboten. Maar liever dit dan ‘dagboten’. ‘Egypte is een lowbudget- bestemming. Elke sukkel kan hier duiken. Op dagboten heb je lui die denken: Egypte, da’s piramides en duiken. Dus gaan ze duiken, of ze het kunnen of niet. Die hebben geen enkele interesse in het rif.’

Dit laatste geldt ook voor een deel van het liveaboardpubliek. Er zitten soms ‘technische’ duikers tussen die hun grenzen opzoeken. Stoere jongens die extra diep en lang willen duiken. Kati heeft ze liever niet in haar groep. Diepe duiken zijn op de offshore riffen met hun sterke stromingen riskant, want tijdens de langdurige decompressiestops kun je zomaar van het rif af raken. Hulpeloos wegdrijvend in het blauwe niets.

De negenkoppige Egyptische bemanning legt ons in de watten. Na elke duik nemen de matrozen met een glimlach vol gouden tanden je vinnen en loodgordel aan. De machinist vult je tank meteen bij voor de volgende duik. Purser Tarek brengt ’s avonds in de salon de popcorn en de map met dvd’s. ‘Ze werken voor de groepsfooi die ze op het eind krijgen’, zegt Wil.

Elders op het schip leidt de bemanning haar geheime leven. Ze delen er met zes man een hut, ze eten er apart en rollen er hun gebedsmatje uit om ook op zee met het hoofd naar Mekka te bidden.

Na The Brothers koersen we naar Daedalus Reef, een rond rif midden in de Rode Zee, met een eilandje, een lange pier en een 19de eeuwse Britse vuurtoren. We komen er ’s nachts aan. In alle vroegte klinkt een vreemde scheepsbel, blijken er nog vijf boten te liggen. De zee is glad, met af en toe wat spookachtige deining, laatste kielgolven van een onzichtbaar passerend schip op weg naar Suez of Djibouti.

Daedalus is een toplocatie, blijkt meteen bij de eerste duik. Eerst spotten we vanuit de zodiac twee grienden, kleine walvissen. Als we ons achterover in het water laten vallen, zien we bij het afdalen grijze rifhaaien beneden ons.

Wanneer we even later vanaf ons uitzichtpunt bij de rifwand in de stroming turen, verschijnen in de verte hamerhaaien. De een na de ander, een stuk of zes, zeven.

Ze kruisen eerst ver beneden ons langs, komen zigzaggend dichterbij en verdwijnen weer in het blauw. De camera’s flitsen. Een paar minuten later zien we opnieuw hamerhaaien, nu van onderaf, silhouetten afgetekend in de zon. De volgende duiken leveren minder spektakel op. De stroming is afgenomen, en de haaien laten zich dus niet meer zien.

Als ik na de laatste duik aan dek mijn wetsuit sta uit te trekken, mijmerend over duikersgeluk, arriveert de tweede rubberboot. Vanuit de verte is duidelijk dat zij iets bijzonders hebben gezien. ‘Hamerhaai’, gebaren de vuisten aan weerszijden van het hoofd. Triomfantelijke blikken. Gejoel.

De hele groep, vertelt Mike, was wat bij het rif blijven hangen. ‘Er was toch niets te doen, dus ik dacht: dat wordt slakjes fotograferen.’ Aan het eind van de duik, tijdens de veiligheidsstop, ontdekten ze ineens een grote hamerhaai, pal boven hen op het rif. ‘Waanzinnig dichtbij.’ Het beest zag zijn aftocht afgesneden door de indringers en bleef rondcirkelen in de middagzon, op een paar meter afstand, zodat hij, als een model, van alle kanten kon worden gefilmd.

‘Hier kwamen we voor’, roept Mike even later in de salon, waar de eerste ruwe videobeelden worden afgespeeld. ‘Mission accomplished.’ En wat mooi, vindt zijn vriendin Angélique, dat iedereen het prijsdier heeft gezien, niet zoals meestal, slechts één buddypaar.

Ja, denk ik, iedereen, behalve die paar sukkels die zich toen al aan dek stonden af te drogen. Maar op video is het beest ook mooi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden