De Gids Reizen

Lustig erop los fantaseren op de wandelroute van het jaar, langs de Romeinse Limes

Beeld Claudie de Cleen, foto Peter Eekelder

De Wandelroute van het Jaar loopt langs de voormalige Romeinse grens, ook wel de Romeinse Limes – van Katwijk naar Nijmegen. Classicus David Rijser dwaalt door een romantisch landschap en mijmert over grenzen tussen culturen. 

De meeste Nederlanders denken dat de Romeinen hier ooit op wacht stonden en dat zij daar aan de overkant het dreigend glinsterend oogwit van de barbaarse Batavieren tussen het riet zagen, klaar voor de aanval.’ We staan even buiten Bunnik, op een drassig weiland langs de A12, waar architectuurhistoricus Koen Ottenheym graag wat historische clichés opruimt. Op deze plek verrees rond het begin van onze jaartelling het oudste en grootste castellum in Romeins Nederland, Fort Fectio, vlak naast het latere Fort bij Vechten. Ottenheym: ‘De grens van het Romeinse Rijk was niet zo hard als wij denken.’ We kijken naar het noorden, het Heart of Dark­ness van de Romeinen, en zien een truck met bevroren kippenbouten passeren.

Koen en ik wandelen graag langs de grens van het Romeinse Rijk, onlangs nog in Marokko. Nu de Limes (Latijn voor grens) in Nederland is uitgeroepen tot Wandelroute van het Jaar en tevens kandidaat is voor een plaats op de werelderfgoedlijst van Unesco, hebben we een goed excuus het glorieuze land van Maas en Waal nog eens te bekijken vanuit het perspectief van een grensgebied. Onze samenleving is nu intens bezig met grenzen, lijkt het. Maar hoe zat dat toen? Maakte het pad langs de Rijn, de Limes, het verschil tussen ‘binnen’ of ‘buiten’, als tussen levend of dood? Of was het een niemandsland?

Verwilderde barbaren

Bij de ‘grenzen van Rome’ denk je al gauw aan het begin van Ridley Scotts populaire film Gladiator, waarin een geoliede Romeinse krijgsmachine in gelid staat opgesteld tegenover verspreide plukken harige, verwilderde barbaren in de bosjes. Maar hier, bij het grootste en oudste Romeinse ­castellum in Nederland, blijkt wat ­anders. Uit de archeologische vondsten in en rond het Romeinse fort blijkt niet alleen dat de lokale cultuur aan de Romeinse kant van de grens naadloos overging in die binnen het fort. 

Ook blijkt er geen wezenlijk verschil tussen wat je aan de ‘barbaarse’ kant aantreft en wat aan de Romeinse. In Fort Fectio werd dus gewoond en geleefd, gepraat en gehandeld binnen en buiten de muren en aan beide zijden van de zogenaamde grens. In plaats van barbaren klaar voor de aanval, bestond er een bedrijvig verkeer tussen de lokale bevolking en de ‘faciliterende’ Romeinen. Wat nu de A12 is, was toen de rivier. Niks heart of darkness. Niks zwart of wit. Net zoals nu, was het ook toen een rijk palet aan grijzen.

Wandelen langs de Limes is zo leuk omdat alles sinds de Romeinse tijd zo volkomen en onvoorstelbaar anders is geworden – stel je de Romeinse historicus Tacitus voor, oog in oog met het hypermoderne ‘Wallgebouw’ langs de A2, die rode reuzeworm verderop. Je begint met je wandelvrienden te ­praten – of te denken, als je alleen bent, ook heerlijk – over heden en verleden, over noord en zuid, over ­beschaving en barbaren. Zulke ­contrasten prikkelen de historische verbeelding.

Zo ook in Fort Fectio. Het grondplan van dit enorme fort is door landschapsarchitecten zichtbaar gemaakt door witbetonnen bakken. Dankzij een slimme 3D-techniek zijn aan de bovenkant van die bakken vondsten uit de opgravingsgeschiedenis gemonteerd: scherven, spelden, amforen, ­gereedschap – absoluut hufterproof, zoals een Romeins fort zou moeten zijn. Misschien geen overbodige luxe op deze verlaten vlakte op steenworp afstand van de Galgenwaard. Maar het resultaat is van een opmerkelijke schoonheid: betonnen blokken in het patroon van een Romeins fort fungeren als massieve vitrines. Daarop, duurzamer dan brons, minuscule stukjes muur en steen, een enkel mes, en potscherven, eerst gebroken, toen ­gefragmenteerd door de tijd.

Beeld Claudie de Cleen

Waar nu de A12 dendert, liep in de Romeinse tijd de Rijn. Als een wandeling langs de Limes met het boekje van Wandelnet op zak iets leert, is het dat een rivier niet alleen een grens was, maar vooral een verkeersader. Fort Fectio ligt naast het Fort bij Vechten uit de 19de eeuw, onderdeel van de Hollandse Waterlinie, de keten van forten met land ertussen dat onder water kon worden gezet. Die Hollandse waterlinie is nooit gebruikt – die ene keer dat we er wat aan gehad zouden kunnen hebben, tegen de nazi’s in mei 1940, bleek hij onbruikbaar omdat militaire operaties inmiddels door vliegtuigen werden ondersteund. 

De forten blijven ook nu nog vriendelijke bulten in het Hollandse landschap,­gezellig haast, en zijn inmiddels in trek voor culturele evenementen. Misschien gold iets dergelijks ook wel voor de Romeinse forten langs de Limes. Ze konden een militaire functie vervullen. Maar ze waren vooral steunpunten voor communicatie en handel.

Dat strookt met moderne wetenschappelijke inzichten. In plaats van wij (de Romeinen) tegen hen (de barbaren) gelooft men nu dat de manier waarop de Romeinen hun gezag uitoefenden eerder informeel en indirect dan autoritair was. Rome deed ‘suggesties’ aan steden of gemeenschappen die door haar gedomineerd werden. Dat klinkt misschien als een offer you can’t refuse, maar het is in ieder geval heel wat anders dan het beeld van de dictatoriale staat. Oudheidwetenschappers schilderen de Romeinen niet langer af als marcherende nazibeulen, maar eerder als informele netwerkers die hun persoonlijke charme in de strijd gooiden.

Ontmoetingsplaats

Langs de Nederlandse Limes kun je zien, aan de potjes en pannetjes die ze met Batavieren, Chatten en Germanen deelden, dat de Romeinen open stonden voor anderen; dat de grens geen grens was, maar een ontmoetingsplaats. Dat begon eigenlijk al in 753 voor Christus met de ‘vrijplaats’, die Romulus uitriep om burgers ­binnen te krijgen. En verordonneerde keizer Caracalla niet in 212 na Christus dat voortaan alle bewoners van het ­Romeinse Rijk ook Romeinse burgers zouden zijn? Zeker wanneer je die ­Romeinen nog identificeert met de helmen en de oorlogsmachines van Gladiator, met militaire snelwegen en kadaverdiscipline die de fascisten zo in ze bewonderden, valt er in Fectio en elders in Nederland wel wat anders over ze op te steken.

Ik vervolg het pad alleen, op een nieuwe, zonnige dag, richting Wijk bij Duurstede, langs resten van wat misschien zelfs een Romeinse villa is geweest, bij Cothen. Een Romeinse villa, nota bene! La dolce vita in de Betuwe.

Het is een glorieuze dag, maar niet vanwege de Romeinen. Die kunnen me eerlijk gezegd even gestolen worden. Zelden heb ik een meer majesteitelijke aanblik gezien dan die van de Nederrijn die kalm de aken draagt in de eerste lentezon. Met andere woorden: het pad langs de Limes voert langs het mooiste landschap van ­Nederland. Maar in plaats van in het land van Caesar en Augustus, Bataven en Cananefaten, zijn we ineens in het land van de dichter Nijhoff beland, met de wasvrouw op de voorplecht van een rijnaak die onder een gietijzeren brug doorglijdt. 

Wie doorzet en zich laat belonen met een slotetappe naar het Nijmeegse Valkhof, ziet het allemaal bij elkaar: de moderne brug, de rivier, het Valkhof-museum met een mooie archeologische collectie en de resten van de middeleeuwse burcht die eeuwenlang ten onrechte voor Romeins werden aangezien. Juist dat: dat je gaat zien hoe gelaagd ons landschap is, maakt die Limeswandelingen zo memorabel.

Beeld Claudie de Cleen

­Voorlopig de Betuwe: het landschap, de straks weer vruchtbeladen bomen, maar ook de historische architectuur van het land van de grote rivieren zijn van een onbeschrijfelijke schoonheid. Bovenlangs Amerongen, Elst, Rhenen, onder langs Lienden, langs waarden en dijken: wie er gaat lopen, wordt onwillekeurig een beetje trots, niet op Nederland maar op ­Latijns-Europa. Want ook dit Nederland van Nijhoff heeft veel met de oudheid te maken. Sterker nog: juist waar de Romeinse Oudheid niet meer te zien was, heeft die sporen achtergelaten, maar op minder voor de hand liggende manieren.

Toen Julius Caesar en Augustus aan het begin van onze jaartelling zowel het economisch potentieel als het strategisch belang van Noord-West-Europa zagen, wilden ze het aanvankelijk vanuit verschillende uitvalsbases, waaronder Nijmegen, onder controle krijgen. Dat bleek niet duurzaam te realiseren en ze bleven hangen bij de Rijn, de grens die als een zilveren streep door Nederland loopt. Als knopen aan deze riem bouwden de Romeinen er forten, kampen en wachttorens, zoals Fectio. 

Maar die waren zelden van duurzaam materiaal gebouwd en lieten, toen Rome door andere staatsverbanden werd vervangen, nauwelijks sporen achter. Dat er, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in ­Italië, zo erbarmelijk weinig over is van de Romeinse wereld in Nederland, maakt juist moderne reconstructies als in Fectio mogelijk. Zoiets gebeurde al eerder, in de renaissance. Zoeken naar Rome leidde toen tot een ware explosie van creativiteit. Want dat was de tijd dat de bewoners van ons land op zoek gingen naar een respectabel verleden in de oudheid. Ze konden er des te lustiger op los fantaseren, omdat er zo weinig was.

Krankzinnige keizer

Dat blijkt ook aan het einde van de route, in oerchristelijk Katwijk, nu vol met niet al te moderne sculpturen. Waaronder een charmant monument dat herinnert aan ‘Kalla’s toren’, de ­fortificaties die de krankzinnige keizer Caligula hier zou hebben aangelegd. Zo claimt Katwijk de locatie te zijn voor een curieus verhaal uit Suetonius’ biografie van Caligula: de keizer zou zijn voltallige leger in slagorde aan de oever van de oceaan in Katwijk hebben opgesteld, met geschut en belegeringswerktuigen en al, zonder dat iets of iemand wist wat hij van plan was. Vanaf een platform dat trots uitzag op de Noordzee klonk plots ’s keizers bevel aan de soldaten: ‘Schelpen verzamelen!!!!!’ Die waren immers ‘krijgsbuit van de oceaan, verschuldigd aan Capitool en Palatijn’.

De stad van Dirk Kuyt was vanaf de 16de eeuw het brandpunt van een fel debat. Toen waren bij laag tij de resten van een Romeins fort zichtbaar geworden, die nog getekend zijn op een prent van Abraham Ortelius, nu te zien op een aardige tentoonstelling in het Katwijks museum. Waren dat niet de trotse resten van de Brittenburg, waarop bijvoorbeeld de adellijke familie Van Wassenaer haar afstamming baseerde? Uiteraard. De Van Wassenaers werden zo Romeinen. Vandaar de naam Katwijk: de Germaanse stam van de Chatten, door Tacitus beschreven.

De resten van het Romeinse castellum – of was het wellicht een graanopslag? – zijn inmiddels weer door de zee verzwolgen, en naast het moderne monument rest alleen de herinnering. Katwijk, het begin of einde van het Limes-wandelpad, is daarmee de ideale ­geheugensteun dat heel Nederland eeuwenlang naar de Romeinen heeft gezocht, vergeefs omdat ze er niet meer waren, maar toch niet voor niets, omdat ze tijdens het zoeken opnieuw werden uitgevonden. Misschien doet de kandidatuur van Unesco-­werelderfgoed niet veel anders: de Romeinen opnieuw uitvinden. Maar wie vindt die zoektocht erg, als hij langs deze verbijsterend mooie en leerzame route door Nederland loopt?

Het Lange Afstand Wandelpad LAW XVI langs de Romeinse Limes is uitgeroepen tot Wandelroute van Het Jaar 2019. Stichting Wandelnet bedacht en onderhoudt een 275 kilometer lange route die loopt van Katwijk tot Berg en Dal bij Nijmegen, verdeeld in 45 beloopbare etappes van circa 6 kilometer. De route is online te bekijken op wandelnet.nl. De stichting geeft ook een wandelgids uit met routes, kaarten, historische informatie en suggesties voor pleisterplaatsen (19,45 euro, wandelnet.nl).

Dit weekend wordt de jaarlijkse fiets- en wandelbeurs gehouden in de Jaarbeurs Utrecht. 

CO2 uitstoot

Een wandeling langs de Limes, waarbij de reiziger per trein arriveert en vertrekt, levert een CO2-uitstoot van 0 kg op. Alle elektrische locomotieven van de NS rijden op windstroom (milieucentraal.nl).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.