Lust aan de kust

Na de Zeeuwse kust, deze week een flink stuk Holland, alwaar de hoogst bedaarde keurigheid van Noordwijk wordt afgewisseld door warempel wat hippigheid aan het Bloemendaalse strand....

De onderkant van de Zuid-Hollandse kust is bars. De hemel erboven is minder weids dan in Zeeland; de stranden zijn aanmerkelijk smaller en grauwer en het zand ervan zou uit een mortelkuip afkomstig kunnen zijn. Tel daar de fabriekspijpen en de rookkolommen van de Maasvlakte en van Europoort bij op, en je hebt het decor van het enige autostrand in Nederland, dat van Oost voorne.

Het strekt zich over een lengte van enkele kilometers uit van paal 8 in zuidelijke richting tot aan het vogelreservaat van het Zuid-Hollands Landschap, en het kijkt uit op de zogenoemde Slufter: een met baggerspecie uit de Rotter damse havens gevulde, enorme zandtaart. De spreekwoordelijke geconfijte kers daarop vormt de aanwezigheid van cruisende homo's, waar het autostrand meer is voorbehouden aan heteroseksuele stelletjes, strandgangers die slecht ter been zijn en eigenaren van four-wheel-drives.

Vlak na hotel Het Wapen van Marion kunnen ze met de wagen het terrein op en zich ter hoogte van paviljoen De Zeemeeuw in categorieën opsplitsen. De crossers rijden door tot het rulle zand bij paal 8. De mindervaliden kiezen veelal de beschutting van hun eigen geopende autoportier op het midden van het strand. En de lustzoekers delen zich weer op in paren die wél gezien willen worden bij het vrijen, en paren die daar nog even buiten kunnen.

Van verdere regelgeving is in Oostvoorne amper sprake. Het enige wat tijdens een bezoek aan het autostrand nog roet in het eten kan gooien, is het springtij dat bij gierende noordwestenwind zo snel opkomt dat je het zeewater al tegen je kont kunt voelen klotsen als je alleen haar bovenste knoopje nog maar open hebt.

Die noordwestenwoeiwind is er op deze doordeweekse dag dus wel, maar de animo om daar een dure auto of een inzittende sekspartner aan bloot te stellen, ontbreekt. Jaap Boutkam zit alleen in zijn paviljoen De Zeemeeuw en we moeten het doen met zijn verhalen en zijn in de loop der jaren opgekropte ergernis over de onzekere toekomst van het autostrand. Het zal niet lang meer duren of de natuurbeschermers krijgen hun zin en het gebied wordt omheind ten behoeve van de gemoedsrust van 'de vogeltjes'.

En nu is het helemaal niet zo dat Jaap Boutkam een hekel heeft aan de vogeltjes, maar het kan er bij hem eenvoudigweg niet in dat mensen en vogeltjes tegenwoordig van elkaar moeten worden gescheiden, 'terwijl er op het autostrand dagelijks toch genoeg achterblijft dat die beestjes lekker vinden'. Ja, had ie als tegenargument van de vogeltjesvrienden gehoord, maar de vogeltjes schrikken van mensen als die op het autostrand gaan vliegeren.

Die redenering heeft hem tot het inzicht gebracht dat de zaak, ondanks een succesvolle handtekeningenactie in het dorp en de steun van het Oostvoornse gemeentebestuur, uitzichtloos is: vogeltjes zijn in Nederland belangrijker dan invalide mensen die ook weleens naar zee willen, heeft Jaap Boutkam tot zijn leedwezen geconcludeerd.

Daarmee is het lot van De Zeemeeuw (sinds 1929) bezegeld. Zelfs de strijd om dan voor de duur van het onteigeningsproces ten minste nog wat vuilnisbakken te mogen plaatsen, is op voorhand verloren. Het autostrand moet over twee seizoenen maagdelijk voor de vogeltjes worden opgeleverd.

Het grote ingelijste portret van de oude Elvis, de antieke reddingsboei met het opschrift 'Voor hen die dronken', het scheepsmodel van de Titanic en de prachtig opgezette eekhoorn in De Zeemeeuw kunnen de bedrukte stemming daarna niet meer wegnemen.

Sterker, de twijfels over de lust van de kust vermenigvuldigen zich wanneer Hoek van Holland als eerstvolgende etappeplaats wordt aangedaan. De enige toeristen op het strand langs de Nieuwe Waterweg zijn een totaal verkleumd backpackers-duo uit Scandinavië en een in een snackbar samengepropte schoolklas, hetgeen gemeente-employé Kees wel mooi de gelegenheid verschaft om met een Caterpillar-shovel de troep van de dag ervoor op te ruimen. Als te doen gebruikelijk is hij vannacht om drie uur aan die dagelijks terugkerende klus begonnen en zal het gemiddeld tot halverwege de middag duren voor hij 52 containers van elk 1100 liter vuil bij elkaar heeft geschept.

Wat hij daarbij zoal aan afval tegenkomt, dat willen wij niet weten, zoals we er evenmin niet happig op zullen zijn te horen wat er dan nog blijft liggen. Kees onthult het niettemin toch maar: zijn grootste vijand is het bierflesje van het merk Corona, en wel omdat het een statiegeldloos bierflesje is en badgasten in dat geval niet de moeite nemen om er nog acht op te slaan als het eenmaal leeg is.

Kunnen wij ons voor de geest halen wat een Caterpillar-shovel-rupsband met een Coronaflesje doet, en wat dat op een kwaad moment voor onze blote voeten of voor die van onze kinderen betekent? 'Mensen zijn niet zo milieuderbewust meer', zegt Kees vanaf zijn eigen vergrotende trap. 'Alleen op het blote-kontenstrand hoef je nooit met je machine te komen.'

We drinken samen koffie op zijn vaste stek, paviljoen de Noorderpier op het Golfslag, waar meer clientèle zich rondom de stamtafel posteert om afwisselend de lof van Hoek van Holland te bezingen danwel af te geven op het gebrek aan allure van de badplaats. Niks hebben ze er, 'nog geen kegelbaantje', en als ze al iets willen hebben, dan zijn het de 'milieufreaken' die het voor de Hoekenezen verpesten omdat ze weer een eigenaardig en derhalve onaanraakbaar plantje of een vosje hebben gezien.

Dat de gemeente Rotterdam, waarvan 'de Hoek' deel uit maakt, die patstelling met een miljoenen kostend kustproject wil doorbreken, gaat in één moeite door ook van tafel. Een hotelletje extra is natuurlijk niet verkeerd, maar je moet wel een rasechte niet-Hoekenees zijn wil je geloven dat er ooit heuse toeristen aan de monding van de Water weg zullen verschijnen. 'Dat geloof je toch zelf niet? Dit is van oudsher een strand voor dagrecreatie voor Rotter dammers. Je komt hier toch niet om er ook nog eens te blijven slapen?'

Neemt evenwel niet weg dat de Hoek 'uiteraard de mooiste badplaats van Nederland is'. Zo mooi dat Kees, als ie op de Maasdijk fietst, wel tien keer achterom kijkt naar de vuurtoren en al bij 's-Gravenzande heimwee naar huis heeft. En mocht dat nog niet voldoende indruk maken: 'Het is statistisch bewezen dat van alle militairen, die uit de Hoek het meeste heimwee hebben.'

Waarna de stamtafel weer net zo makkelijk terughaakt op het drinkfeest van de avond ervoor, waarbij een van de vaste jongens zoveel Bacardi-cola's tot zich had genomen 'dat ie helikopters uit de muur zag komen'.

Een paar honderd meter boven de Noorderpier kunnen ongelovigen zelf vaststellen dat het binnen een jaar of tien mogelijk nog goed komt met de Hoek als badplaats. Het Expocenter aan de Koningin Emmaboulevard biedt ruimte aan een permanente tentoonstelling waarin het Ontwikke lingsbedrijf Rotterdam zijn plannen voor de verst afgelegen deelgemeente schetst.

Het 80 hectare grote project schept de infrastructuur voor nieuwe horeca, vakantiewoningen en natuur- en recreatiegebieden, waaronder ook een lagunestrand langs de pier van de Nieuwe Waterweg, en zal straks een schakel van uiteenlopende 'belevingen' bij de badgast moeten bewerkstelligen.

Aan die beleving van het Nederlandse strand schort op het ogenblik nog wel het een en ander, beaamt projectleider Jan-Willem Vader. Hij wijt dat aan de monocultuur van frietkramen en verwante toeristische voorzieningen die de Nederlandse kust zijn huidige schamele imago geven, zeker omdat de strandgemeenten er de laatste decennia nauwelijks culturele prestaties tegenover hebben gesteld.

Maar als gevolg van de verhevigde concurrentie (na de val van de Muur is bijvoorbeeld de belangstelling van Duitse strandgangers voor hun eigen noordoostkust-flink aangewakkerd) is de druk op een badplaats om zich in gunstige zin van de rest te onderscheiden, navenant gestegen. 'En het is niet onvermijdelijk om dan het tweede Knokke of het tweede Scheveningen te worden', zegt Vader.

Hij heeft een oriënterende reis langs de Europese kusten gemaakt en weet zich sedertdien verknocht aan het Bel gische De Haan, waarin gemoedelijkheid, elegantie en drukte op en om strand harmonisch samengaan. Die kant moet het ook op in Hoek van Holland: goede restaurants, douches op het strand, pootjebaden en kastelen bouwen in de lagune, rustplekken voor de vogels in de vogeltrek, en een lange wandelpier voor de tienduizenden mensen die in de Hoek naar de zeeschepen komen kijken.

En dat allemaal dus 'losjes', niet opgeprikt. 'We hebben dus maar afgezien van een marina voor jachten', zegt Vader. 'En al zouden we het alsnog willen, het kan niet. Pleziervaart bij de Nieuwe Waterweg, dat kan niet. Dat is als met een skelter de A13 op rijden.'

Ook Noordwijk, dat tegen het vallen van de avond is bereikt, laat er zich op voorstaan dat het er beschaafd losjes en tegelijk vormelijk aan toe hoort te gaan wanneer men voornemens is daar zijn frissche neus te halen. Daar stelt de oude badplaats dan ook wel wat tegenover, zoals het bordje aan de rand van het duin waarop keurig aangegeven staat dat in het zeewater heden voor slechts 400 punten aan faecale streptococcen en faecale colibacteriën zijn aangetroffen, zijnde veel te weinig poep om voor je leven als zwemmer te vrezen.

Aan de andere kant: een aanmoediging is het zo te zien ook niet, want niemand begeeft zich welgemoed in de branding. Liever zet men zich in een strandkorf of eventueel in een gewone stoel in een paviljoen neder, om zich daar onder het genot van een beker karnemelk met suiker en het bibliotheekboek.

Het autostrand lijkt hier alweer duizend kilometer achter de rug. Wandelen en tegen de wind in fietsen, laat staan vliegeren of in de auto wippen, worden in Noordwijk als nutteloze en onchique vermoeienissen beschouwd.

Als er op een doordeweekse dag al enige actie mag worden verwacht, dan betreft het hooguit het slaan van een balletje op de tennisbaan voor Grand Hotel Huis ter Duin. Of men doet zoals mevrouw Appeldorn en men trekt er, gereden door de eigen chauffeur, even op uit om een nieuw standbeeld in te slaan voor in de tuin. Wie dan nog niet genoeg beweging heeft gehad, kan zich ter plaatse ook nog melden als lid van de 'sus-ploeg', door burgers opgericht ter bestrijding van mogelijke overlast van jongeren die geen karnemelk drinken.

Het is fijn in Noordwijk. Anders dan in de voorgaande badplaatsen overstemt de radio in het paviljoen het rollen van de golven nimmer. Het bakken van patat op of bij het strand is er bij besluit van het college van burgemeester en wethouders verboden, het bedienend personeel is vlot en hoffelijk, en de kans dat een loslopende hond met zijn vieze poten over een badlaken holt is er nog miniemer dan een faecale streptococcenbesmetting van een overvliegende zee-arend.

En uit het feit dat de portie bitterballen, mits op een porseleinen bordje, op het Noordwijkse strand wordt ge doogd, mag niet automatisch worden afgeleid dat bij de ballotage even niet is opgelet. Diep in de nacht is directeur Stephan Stokkermans van het vijf sterren tellende Huis Ter Duin er nog door een gast over wakker gebeld: een bitterbal dient toch heus rond te zijn, zelfs als het een handgerolde Van Dobben-bitterbal betreft.

De eerste eigenaar van Huis ter Duin had ooit zijn Kurhaus in Noordwijk gedacht, en Stokkermans is er blij om dat het nooit is gebeurd. Voor hetzelfde geld was Noordwijk een Scheveningen geworden, en waar blijf je dan met je zo consciëntieus nagestreefde uitstraling van vanzelfsprekende klasse? 'Ik loop er weleens, en als je dan die halve discotheken ziet daar op het strand, nee, dan ben ik blij dat het hier in Noordwijk anders is afgesproken.'

Samen met andere belanghebbenden confereert Stok ker mans regelmatig met het gemeentebestuur over het aanzien van de badplaats, en hoe dat nog kan worden opgevijzeld. Voornaamste agendapunt en aanleiding tot enige onderling 'gestechel' is nog steeds de planvorming voor de inrichting, bestrating en aankleding van een nieuwe boulevard.

De gemeente heeft er allerlei adviseurs en ontwerpers 'van buiten' voor aangetrokken, terwijl het toch een eitje zou moeten zijn. 'We willen een boulevard om op te flaneren', vat de jonge, in krijtstreep gestoken hoteldirecteur samen. Niet supermodern. Eerder klassiek en terughoudend. Straatmeubilair met een krulletje, een dito zitbank-ideetje, ingetogen allure. En nu hij toch aan het bestellen is: meer publiek dat dit alles wat beter weet te waarderen.

'Nederlanders', verklaart Stokkermans, 'hebben nog te weinig flair. Ze doen veel moeite zich aan Bourgondisch genieten over te geven, maar worden daarin waarschijnlijk gehinderd door hun calvinisme, wat een zekere kilheid met zich meebrengt. Onze buitenlandse gasten gaat dat veel makkelijker af. Met name de Duitsers. Die maken ook geen gebruik van een hotel, die verblíjven er. Hun cultuur is ernaar.'

Stukje bij beetje tracht Stokkermans het Bourgondisch genieten in Huis ter Duin op internationaal aanvaard niveau te krijgen. Zo prijkt op de menukaart van een van zijn twee inpandige restaurants vis uit de Indische Oceaan. 'Maar het blijft moeilijk', zegt de hotelier. 'Men wil altijd weer die tong. Ik kan me niet voorstellen dat we ooit een kaart zouden voeren zonder tong.'

Als je je er maar flink aan overgeeft, lukt het als Nederlander best: zonder tong te hebben gegeten, toch een luxe strandleven leiden in het Noordwijkse Grand Hotel. Je reserveert de Imperial Suite op de tiende etage van Huis ter Duin (¿1750,- per nacht), drinkt een cocktail of twee, drie van twintig gulden per stuk in de Van Diepeningen Lounge, en 'mingelt' dan wat met de andere gasten alsof je nooit anders gewend bent geweest.

Mevrouw Appeldorn, een in de jaren zeventig naar het Haagse Benoordenhout verhuisde, platinablonde Duitse, is met haar privé-chauffeur teruggekeerd van de tuinbeeldenjacht. Helaas zonder resultaat, maar dat hoeft een volgend avontuur niet in de weg te staan. Vrijdag gaat ze alweer iets spannends ondernemen. In een lichtblauw ensemble met bijpassende zonnebril en hoge hakken, heeft ze de bediende van het hotelrestaurant opgedragen kopieën te maken van de menukaart, die ze inmiddels aandachtig bestudeert:

'Ik ga hier vrijdag tong eten, denk ik. Ik wil gewoon weten of die hier nou beter is dan in Saur. U kent ook Saur toch wel in Den Haag, nicht ?'

Je mag het allicht niet zeggen in een strandverhaal dat nog een honderd of wat woorden voort moet, maar na een paar dagen door het zand ploegen, wordt het toch ook wel iets van, eh, een klus. Zeker bij vloed, als wandelaars, honden, blootlopers, blootkijkers, voetballers, badmintonners, volleyballers, jeu-de-boulers, bouwers van zeekastelen, gravers van slotgrachten, eigenaren van zitkuilen, picknickende gezinnen, kwallen, loopvogels, vissers, strandwachten, pierenstekers, journalisten, vliegeraars, jongens-die-meisjes-natspetteren en andere pootjebaders door het tij allemaal op één hoop worden geveegd.

Klim dan het duin op, geniet van het uitzicht, neem er gezellig iets te drinken bij en schrijf dáár dan over, zullen de thuisblijvers hier tegenin brengen, maar veel duin ligt vanwege de kwetsbaarheid ervan achter prikkeldraad, elk toeristenplaatsje ziet er in z'n noeste, bakstenen onbeholpenheid zo'n beetje hetzelfde uit, en als je op het terras van één strandpaviljoen hebt zitten doorgaren, ken je de menukaart van de gehele Nederlandse kuststrook, pl£s de overwegingen van de mensen aan het tafeltje naast het jouwe om vandaag maar eens de Griekse salade te nemen en niet de gerookte zalm.

'Gerookte zalm...?', zegt mevrouw 1 op het bordes van De Uitkijk in Egmond aan Zee, 'Neem jij gerookte zalm?'

'Nee, ik zég je toch net, ik neem de Griekse salade', antwoordt mevrouw 2. 'En ik wil hem binnen opeten. Het eet voor mij niet lekker in de zon.'

'Dat doe ik niet hoor, binnen eten. Dan ben ik mijn plek kwijt. Het is juist zo lekker buiten. Waarom wil jij dat nou niet, buiten eten?'

'Dat zeg ik toch: voor de zon. De zon!'

'Nou zeg, ik hoor je wel! Ik kan het alleen niet begrijpen!'

'DE ZON! Wat valt daar nou aan te begrijpen?'

'Het is natuurlijk omdat je Amsterdamse bent, hè. Binnenzitten! Nou, ik doe het niet hoor. Dan hadden we net zo goed thuis kunnen eten!'

'Jíj begrijpt míj niet! Sommige mensen vinden dat gewoon niet lekker, eten in de zon! Ik ben niet de enige hoor!'

'Goed, goed. Ik lach je niet uit, als je dat soms denkt. Als jij binnen wil eten, dan ga je daar maar zitten, ik eet mijn salade hier op. Ik begrijp het alleen niet...'

'Had ik nu maar niks gezegd...'

'Zeg het maar gewoon. Ik vind het prima hoor. Ga maar gerust binnen eten!'

'Wil je nu ophouden!'

Enfin. Zulke dingen.

'Het valt niet mee, hè, studieren bij dit weer', zegt een Duitse dame die voor het nuttigen van de Tomatensuppe aan jouw tafeltje aanschuift, terwijl haar oog op alweer zo'n angstaanjagend leeg vel van het notitieblok valt. 'Wat bestudeert u eigenlijk?'

De cultuur van de Nederlandse badplaats is in 1997 uitvoerig bestudeerd door het Vormgevingsinstituut en de stichting Architectuur Lokaal, en is aansluitend onderwerp geweest van een symposium in IJmuiden, waarbij 'het algemene misnoegen' over de kuststrook uiteindelijk de aanzet moet vormen tot een gevarieerder en kwalitatief beter aanbod van voorzieningen. Er is nog te veel beton, vatte architectuurcriticus Pieter Uyttenhove in het verslag van die bijeenkomst de kritiek samen, te veel patat, te veel sombere hotels, te weinig stijl, en te veel pretpark.

'Van Julianadorp tot Roompot en Breskens, van Den Helder via IJmuiden-Velsen tot Port Zélande, leiden grote ontwikkelingsprojecten tot privatopia's, afgesloten woon- en amusementseenheden met alles erop en eraan. Alles gebeurt binnen de hermetische omheining. Overal schiet dit soort grote en kleine ontwikkelingsprojecten als paddestoelen uit de grond. Aan welke ruimtelijke logica beantwoorden ze echter behalve aan die van het vrije marktprincipe?'

'De zee wordt als een excuus gebruikt voor andere doeleinden dan haar essentiële waarden. Shoppingcentra, discotheken, attractieparken, commerciële indoor-activiteiten en andere vormen van massaconsumptie beschouwen de zee alleen maar als een publiekstrekker of als een aangenaam, vrijblijvend decorum. De zee wordt constant geweld aangedaan. Deze wraakroepende situatie vraagt om een diepgaande bezinning over de betekenis en waardering van deze unieke ontmoeting tussen land en zee.'

De Hollandse badgast moet dan tussentijds natuurlijk wel bereid zijn mee te veranderen, maar volgens de onderzoekers kan de nieuwe toerist hier en daar reeds, in al zijn postmoderne gedaanten, in de strandmenigte worden gespot. Er is het 'ongewisse' type, het 'ontheemde', het 'geregelde', het 'eigengereide', het 'gedeelde' en het 'recreatieve' type - en elk voor zich zullen ze op een mooie dag een hoogsteigen 'psychologische en sociale huishouding van verlangens, behoeften, vrijheden, codes, taboes en rituelen' naar de kust meenemen om dat nieuwe plezier vorm en inhoud te geven.

Op papier mag zo'n voorspelling, en vooral ook de sociologische casting van zo'n toekomstbeeld nogal vaag klinken, in dit verhaal hoeft het alleen maar zondag te worden om alvast een tipje van die veranderende Nederlandse badcultuur werkelijkheid te laten worden.

Goed, het is dus zondag, de zon schijnt, de ouwetjes zijn op het terras blijven zitten, en je bent van Zandvoort naar Bloemendaal komen ploegen voor de laatste alinea's, die zich zullen gaan afspelen op de enige echte hotspot van het Nederlandse strand, het 'straatje' dat begint met de dit seizoen geopende strandclub Republiek en hooguit een kilometer verder eindigt bij Woodstock.

De namen zeggen het min of meer al: hier is het niet zomaar in een stoel neerploffen en je al wapperend, kloppend en wrijvend proberen het zand uit je zwembroek te verwijderen, hier neem je deel aan een celebration van het strandleven. Toegang tot die ervaring verkrijg je door er vooral niet uit te zien als iemand 'die alleen maar komt kijken', of als 'iemand die alleen maar komt kijken omdat ie er een stukje over wil schrijven'. Republiek heeft voor dat laatste type al een 'persstop' afgekondigd, want eerdere publicaties in kranten en tijdschriften hebben tot veel ongewenste klandizie geleid, zegt bediende Tino. 'Je gelooft niet wat er sindsdien zo allemaal op ons af is gekomen. Mensen met kinderen!'

Als je de reikwijdte van die opmerking vat, hoeft er als gast van Republiek verder niks aan de hand te zijn, en word je daarvoor beloond met een atmosfeer waarin eveneens niks aan de hand is: de tracks met chill out-deuntjes die door een wat oudere dj worden afgespeeld zijn van een hoog niks-aan-de-handgehalte, in de tweepersoons-hangmatten is niks aan de hand, op de witleren achtpersoons ligbedden is niks aan de hand, en heb je het toevallig koud: niks aan de hand, er is personeel om beddenspreien uit te delen.

Vanonder je dekentje en 'loungend' op een bruin bankstel met een kussen onder je hoofd, laat je dan een koffie verkeerd of een fles rosé in een koeler bezorgen. Niks aan de hand: net als vroeger bij je ouders thuis maar dan zonder dat de tv erbij aan staat, en met de verwende balorigheid die daar ook bij hoort. Ja zeg nou zelf: mooie mensen moeten toch ook een bestaan hebben? Die moeten toch ook ergens heen kunnen?

Ook in Woodstock komen mensen die naar het strand willen 'zonder koelbox en handdoek', maar het eigengereide, het ongewisse, het geregelde, het ontheemde en het gedeelde strandtype vinden elkaar hier ogenschijnlijk makkelijker, zeker nu de in 1994 geopende openluchtsoos (met rafelige, afgedankte banken van het grof vuil) is uitgebreid met een goede, voor het Nederlandse strand verrassende keuken en meubilair waarin je bij wijze van trend nu eens gewoon rechtop kunt zitten. 'Als je ook al in je vrije tijd steeds heel hip moet zijn, dan wordt dat op den duur vermoeid', zegt mede-eigenaar Bjørn André de la Porte van Woodstock. 'Je moet hier komen met je eigen onderbuikgevoel, je eigen energie, en de rest doet er dan niet toe. Zelfs als je zonder geld komt, zal niemand je wegsturen. We creëren hier geen doelgroep, geen bewust concept zoals dat in Republiek gebeurt.'

In weerwil van het toch nog altijd hippe imago van dit roversnest, delen de geregelden, de ongewissen en de recreatieven de gedeelten van het strand in de ongedwongen ambiance van Woodstock. Kortgeleden heeft nota bene de Milieufederatie hier voor honderdvijftig gezworenen haar jaarlijkse borrel nog gehouden. 'Ze hadden tevoren veel reserves, want ze waren bang dat Woodstock te vooruitstrevend is en veel te alternatief', zegt De la Portes vriendin Laurette. 'Het was dus wel een giller om te zien dat zij het alternatiefst waren van alle klanten die dag.' En nu De La Porte het voorzitterschap van de horecabelangenvereniging van Bloemendaal op zich heeft genomen, zijn stilaan ook de verhoudingen met de collega's, de huurders van de aanpalende strandhutjes en de gemeente genormaliseerd.

Omringd door palmbomen - gemaakt van pvc-buis en omtrokken met camouflagenetten en blankgeschilde boomtakken die na de laatste voorjaarsstorm op het strand zijn komen aandrijven - wacht je in Woodstock het slot van dit verhaal af. Met een tikje geluk, heeft De La Porte even eerder gezegd, komt er dadelijk iemand met conga's het terras op om te spelen. Iemand die spontaan zijn onderbuikgevoel met je deelt. En dan zul je net zien dat er ook een gast in de buurt is met een didgeridoo, en een meisje dat er mooi bij kan zingen. Tot die tijd kun je dus je pen wel even neerleggen en nog een fles rosé in een koeler bestellen. Zo'n einde moet je niet willen afdwingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden