Literaire top 10 van de geestigheid: op plek 9 staat het korte verhaal ‘Kranten’ van Maartje Wortel

Wat zijn de leukste fragmenten uit de Nederlandse literatuur? De boekenredactie van de Volkskrant stelde een ranglijst samen. We tellen in zes weken af van 10 tot 1. Vandaag nummer 9: Maartje Wortel met het korte verhaal ‘Kranten’ uit haar debuutbundel Dit is jouw huis (2009).

‘Kranten’, brulde ik zo hard ik kon

Het schelden en de kanker hebben niet direct wat met elkaar te maken. Voor zover ik weet was het schelden er eerst. Het schelden was er ook eerder dan papa of mama. Eerst zei ik sorry en daarna zei ik kut. Ik was te klein om het me te kunnen herinneren, maar het staat in mijn babyboek. Opgeschreven in het meisjeshandschrift van mijn moeder. Aan het handschrift kon ik niet aflezen wat ze ervan gevonden had, geen emotie, het stond er gewoon, zoals je de boekhouding bijhoudt op een druilerige zondagmiddag, bij wijze van spreken.

Nu kan ik het niet laten om de hele dag door kanker te roepen. Het is geen zwarte humor of flauwe grap. Ik roep de kanker vanuit mijn tenen. Het lucht op.

Ik roep ook op straat. Eigenlijk is het schreeuwen. Kanker, schreeuw ik vanaf mijn fiets. Kankerstoplicht, kankerauto, kankerdag, kankerweer, kankerlekkeband, kankerkinderen. Alles.

Gisteren stopte er een vrouw op de Amstelveenseweg om mij aan te houden. Ze leek op een paardje, hoe heet zo’n beest?

Een shetlander.

Ze had haren als manen en een gebit waar ik liever niet over praat.

Ik kon niet ruiken hoe ze rook want zij stond links op het fietspad, daarna kwam haar fiets, daarna een stuk fietspad, daarna mijn fiets en daarna pas ik.

Ze zei: ‘Meneer, zei u daar het K-woord?’

‘Wat?’ vroeg ik.

‘Zei u daar het K-woord?’

‘Als ik wist wat dat was mevrouw, maar als u de kanker bedoelt; ja, dat zei ik. Ik zei: krijg allemaal de kanker. Sorry hoor, maar ik heb daar recht op. Om te zeggen wat ik wil, is het niet?’

‘Beseft u niet dat dat beledigend kan werken?’

Ik besefte heel goed hoe beledigend het kon werken. De kanker had mijn hele lichaam beledigd, het zal vol met beledigingen. En als allergrootste, extra belediging is mijn hoofd overgeslagen godverdomme.

‘Dat snap ik, mevrouwtje,’ zei ik

Ze schraapte haar keel. Grommend. Het geluid paste helemaal niet bij haar verschijning.

‘Weet u wat ik mijn kinderen geleerd heb?’ zei ze.

‘Nee?’ zei ik.

‘Kranten.’

Wat?’

‘Kranten.’

Ze begon me echt op de zenuwen te werken.

‘In plaats van het K-woord, wat tegenwoordig zo in de mode schijnt te zijn, laat ik ze kranten zeggen. Van dat woord gaat dezelfde kracht uit, begrijpt u? Het lucht evengoed op en je doet er niemand pijn mee.’

‘Kranten?’ vroeg ik.

‘Precies,’ zei ze. ‘Probeer het maar eens.’

Ik zag dat ze ongeveer net zo hoog was als haar eigen fiets. Zou het een lilliputter zijn?, dacht ik. Ik wist wel dat lilliputters zich altijd extra snel beledigd voelden, alsof ze hoogstpersoonlijk verantwoordelijk zijn voor iedere vorm van vernedering.

‘Nou?’ vroeg ze.

Ik kuchte.

‘Kranten’, zei ik flauw.

Ja sorry hoor, ik wilde best mijn best doen, maar kranten kon nou eenmaal niet teweegbrengen wat kanker teweeg kan brengen. Voor mij persoonlijk dan.

‘Harder,’ schreeuwde ze opgewonden.

‘Kranten’, brulde ik zo hard ik kon. Met mijn vuisten beukte ik de lucht alsof ik hard op een tafelblad sloeg.

De vrouw deinsde achteruit met haar fiets tegen zich aan gedrukt alsof iemand hem van haar af zou komen pakken.

‘Goed zo’, zei ze. ‘Dat is beter voor iedereen. Kanker is zo universeel, begrijpt u. Ieder individu wordt er op haar manier wel mee gekwetst.’

Ik knikte. Ik geloof dat ik wel begreep wat ze bedoelde. Bijna wilde ik zeggen dat ik zelf kanker had, dat ik door de kanker in eigen persoon gekwetst was, dat het universum daar vast niet van terug had. Maar ik dacht: laat maar, want de vrouw was niet heel aantrekkelijk en ik ben niet heel sentimenteel.

Jurycommentaar

Haro Kraak:

‘Ik kan erg genieten van de lelijkheid en lompheid van de taal van deze verteller. Wortel schrijft hier heerlijk onbevangen, alle regeltjes negerend. Een strenge redacteur zou deze tekst strak trekken en zo ook de energie, vaart, woede en humor eruit halen. Nu staan er hoekige opsommingen en onbeholpen toevoegingen als ‘Voor mij persoonlijk dan’ in die het verhaal juist authentiek maken. En grappig dus. Voor mij persoonlijk dan.’

Madelijn Strick:

‘Wortel bedient zich hier van twee belangrijke humoringrediënten: onaangepast gedrag en overdrijving. Onaangepast gedrag is vaak grappig; de hoofdpersoon in dit fragment vindt het prettig ‘kanker’ te schreeuwen op een hoek van de straat, dat zie je niet vaak. Het onaangepaste daarvan wordt nog eens versterkt door het contrast met de zeer correcte vrouw die hem de les leest. Die vrouw is dan weer zo overdreven fanatiek dat het ook weer grappig wordt.’

De jury

De jury van Lachen bestaat uit Julien Althuisius, Erik van den Berg, Bo van Houwelingen, Bart Koetsenruijter, Haro Kraak, Jeroen van Merwijk, Arjan Peters, Katinka Polderman, Wilma de Rek, Jet Steinz, Madelijn Strick en Aleid Truijens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.