De Gids Balkontips

Lieveheersbeestjestijd is aangebroken op het balkon van Caspar

Caspars balkon. Beeld Rebecca Fertinel

Caspar Janssen probeert dit voorjaar en deze zomer een vlinder- en bijenvriendelijk stadsbalkon te creëren. Hij doet tweewekelijks verslag van de ontwikkelingen en geeft tips om uw eigen balkon ook in een bijenparadijs te transformeren. Dit is aflevering 7. Voor eerdere afleveringen kunt u hier terecht.

Ah, het zevenstippelig lieveheersbeestje. Goed nieuws, gewoon omdat het zo’n fijne algemene, inheemse soort is, het archetype lieveheersbeestje. Het kevertje staat bekend als geluksbrenger en is ook al eens uitgeroepen tot symbool tegen zinloos geweld. Ik ben vooral blij met het zinvolle geweld dat dit roofzuchtige dier pleegt op mijn balkon: hij kan wel honderd luizen per dag eten.

Viervleklieveheersbeestje Beeld rv

Het is lieveheersbeestjestijd. Ik zit naar een larve te kijken van een Aziatisch lieveheersbeestje, die is vies en mooi tegelijk. En als ik nog eens wat beter kijk, zie ik schaakbordlieveheersbeestjes en ook een viervleklieveheersbeestje. Leuk, dat is eigenlijk een soort van naaldbomen en zandgronden.

En er valt genoeg te halen op mijn planten: de bladluis is met afstand in populatie de dominante soort. Dat is goed en slecht nieuws. Het slechte nieuws is dat je hoopt dat je planten niet worden opgegeten. Het goede nieuws is dat luizen voedsel zijn voor veel andere insecten, lieveheersbeestjes dus, maar ook voor de larven van zweefvliegen.

Schaakbordlieveheersbeestje
Larve van Aziatisch lieveheersbeestje.

Magneet voor zweefvliegen

Als ik dan toch alvast van een succes mag spreken wat betreft mijn minideltaplan biodiversiteitsherstel: mijn balkon is een magneet voor zweefvliegen. Ze schuimen de hele dag de planten af, op zoek naar nectar en stuifmeel. Ze schuilen tussen de bladeren en zetten er hun eitjes op af. Ik struikel er vaak achteraan om foto’s te maken. Zo identificeer ik langlijfjes, snor-, band-, komma- en halvemaanzweefvliegen. Met hulp van mijn nieuwe Veldgids zweefvliegen en Aglaia Bouma, zelfverklaard insectennerd. Bouma is inmiddels uitgegroeid tot vraagbaak binnen de groeiende subcultuur van insectenliefhebbers. Het zijn slechts de ‘geslachten’ die Bouma noemt. Binnen het geslacht van bijvoorbeeld de kommazweefvliegen bestaan er nog verschillende soorten, maar om op precieze soort te determineren, schrijft ze, zal je het genitaal eruit moeten peuteren. Dat gaat me dan net te ver.

Bandzweefvlieg

Weer een nieuwe wereld, die van de zweefvliegen. De vliegjes spelen ook een bescheiden rol in de bestuiving overigens. Nooit echt op gelet. Je zou ze kunnen verwarren met wespen, bijen en soms zelfs met hommels. Een belangrijk verschil is dat zweefvliegen slechts twee in plaats van vier vleugels hebben. Ze zijn ook erg herkenbaar aan hun wendbaarheid en hun vermogen stil in de lucht te hangen. Veel van de zweefvliegen op mijn balkon zijn geel en zwart, in vele varianten, waardoor ze nog het meest doen denken aan wespen. Wolfskleren zijn het, ze bootsen gevaarlijker soorten na, mimicry. In werkelijkheid zijn de zweefvliegen tamelijk weerloos tegen de dieren (vogels bijvoorbeeld) die op hen jagen.

Langlijf

Wat doe je tegen bladluizen? (Niets)

Het olifantje op het balkon: bladluizen. Vanwege de droogte, tot vorige week, doen de luizen het prima. Wat doe je er tegen? Het liefst doe ik helemaal niets. Want luizen vormen dus weer een voedselbron voor andere insecten. Dat geldt ook voor de honingdauw die de luizen uitscheiden. Maar intussen staan in tuincentra de schappen vol met middelen om luizen (en andere dieren en ‘onkruiden’) te bestrijden. En dan zijn er nog de zogenaamd ecologische middelen en de huis- tuin- en keukenmethoden (spuiten met water en groene zeep, of water met afwasmiddel). 

Ik bel toch maar even met Alies Vernhout van De Tuinakker, een vollegrondskwekerij voor biologische planten. Hoe doet zij dat eigenlijk, luizen bestrijden? Het geruststellende antwoord: niet, eigenlijk. ‘De planten moeten het zelf doen’, zegt ze, ‘met hulp van predatoren, luizeneters.’ Heel soms gaat er dan iets verloren, maar dat hoort er nou eenmaal bij, zegt ze. ‘Wat je wel kunt doen is sproeien, spuiten met water, gewoon water. Daar houden luizen niet van. En je kunt soms een steeltje dat vol zit met luizen afknippen.’

Mooi, dat scheelt weer. Het luizenprobleem is ook slechts zeer plaatselijk. Een paar planten lijken er een beetje last van te hebben. Een van de smeerwortels, de witte, die al belangrijk werk heeft gedaan, heeft een flink pak luizen. Ik maak er maar een experimentje van: iedere dag een paar keer water spuiten op de stengels. En het lijkt zowaar te werken, na een paar dagen lijken er minder luizen te zijn en lijken de nieuwe bloemen het te gaan redden.

Dambordvlieg

Nieuwe planten op het balkon

-Zeepkruid

-Nachtkoekoeksbloem

-Steenanjer

-Prachtanjer

-Slangenkruid

-Grote centaurie

-Wild kattenkruid

Nieuwe dieren op het balkon

-Bandzweefvlieg (Epistrophe of Syrphus)

-Dambordvlieg (Sarcophaga sp.)

-Larve van Aziatisch lieveheersbeestje (Harmonia axyridis)

-Schaakbordlieveheersbeestje (Propylea quatuordecimpunctata)

-Viervleklieveheersbeestje (Exochomus quadripustulatus)

-Langlijf (Sphaerophoria sp.)

Vlasbekje Beeld Rebecca Fertinel
Dagkoekoeksbloem Beeld Rebecca Fertinel

Wormenhotel

Ik kan er niet omheen: het wormenhotel. Van diverse kanten kreeg ik in de afgelopen maanden de enthousiaste tip: begin een wormenhotel op je balkon! Vermoedelijk vanwege mijn worstelingen bij de aanschaf van de juiste potgrond. In Amsterdam heeft daarnaast het verschijnsel van het buurtwormenhotel een hoge vlucht genomen; komende augustus wordt al de honderdste geplaatst. Er is inmiddels een wachtlijst. 

Kringloop avant la lettre: je gooit groente-, fruit-, en tuinafval niet weg, maar gebruikt het om er, met behulp van wormen, compost van te maken. De enige reden voor mijn terughoudendheid was dat ik dit jaar weinig compost meer zou kunnen oogsten, voor dit project leek het me dan ook te laat. Maar ja, ook volgend jaar heb ik weer potgrond nodig. Dus ga ik er toch maar werk van maken, ofwel thuis, ofwel in de buurt.

Het balkon raakt vol

Je moet met zo’n project – een insectenparadijs creëren op een stadsbalkon – niet proberen een of ander gelijk te halen, bedenk ik als ik op een dag met de gieter rondloop. Want dat leidt onherroepelijk tot frustratie. Op basis van beschikbare data en onderzoek kun je zeggen dat het enorm slecht gaat met vlinders, bijen en andere insecten, zowel qua soortenrijkdom als in aantallen. De grote klappen zijn, in de afgelopen veertig jaar, vooral op het boerenland gevallen, de helft van ons grondgebied. Dat hakt er dus in. Maar hier, in deze minibiotoop, lijkt het behoorlijk goed te gaan. 

Campanula met zweefvlieg Beeld Caspar Janssen

In bredere zin: in Amsterdam gaat het er – wat betreft bijen en vlinders – de laatste vijftien jaar op vooruit. Dat heeft te maken met allerlei inspanningen van de gemeente: bloemrijke bermen (met veel insectenplanten), maaibeheer en stoppen met het gebruik van gif. Daarnaast hebben veel bewoners en volkstuinverenigingen het nodige voor mekaar gekregen. Maar wie helemaal niet wil geloven dat het slecht gaat met insecten – uit eigenbelang of onverschilligheid – zal slechts de bevestiging zien van het eigen gelijk: zie je wel, het gaat helemaal niet slecht, want je moet de beesten van je afslaan.

Dus probeer ik te laten zien wat er mogelijk is op een stadsbalkon. Het is leuk en ik leer in korte tijd best veel over planten en insecten. Een van die lessen is dat het geen goed idee is om zomaar wat kleurrijke plantjes te kopen bij het tuincentrum of bij de supermarkt. Veel van die plantjes hebben niet eens stuifmeel of nectar, het zijn vaak exoten die weinig aantrekkelijk zijn voor bijvoorbeeld inheemse bijen. Het zijn kasplantjes, vaak opgekweekt met kunstmest, kunstlicht en gif, dat kan dus zelfs averechts werken.

De veranderingen bij tuincentra gaan langzaam. Bij Intratuin, de grootste, lopen ze wel voorop in het aanbod van biologische en insectvriendelijke planten en zaadjes, maar ook daar trekken de nutteloze spektakelsoorten nog altijd veel aandacht. Het kost tijd, zo is het verhaal van Intratuin, om kwekers én consumenten mee te krijgen. Consumenten moeten er bijvoorbeeld aan wennen dat het niet logisch is als allerlei planten in maart al volop in bloei staan. En ja, vul ik dan maar in, een tuincentrum wil natuurlijk ook zo veel mogelijk verkopen. En dan helpen felle kleuren.

Smeerwortel Beeld Rebecca Fertinel

Nu ja, wat ik dus ook leer, is dat je niets hebt aan een paar nectarplanten die een paar weken per jaar volop bloeien, maar dat je het hele jaar door en juist ook in het voedselarme najaar nog wat te bieden moet hebben. Je bent helemaal goed bezig als je ook planten hebt waarop insecten zich kunnen voortplanten en overwinteren. Dat leidt dus, in mijn geval, tot een veel te vol balkon. 

Maar op mijn overvolle balkon komt toch weer iets nieuws. Van Arjan Vernhout van NL Bloeit, dat als missie heeft de inheemse flora en bijbehorende fauna te verspreiden over het land, krijg ik een aantal planten. Deels ontbrekende planten, deels planten die al wel heb ingezaaid maar vermoedelijk dit jaar nog niet in bloei komen. Met die doos planten, variërend van steen- en prachtanjers tot zeep- en slangenkruid, en van dag- tot nachtkoekoeksbloem, sta ik dus zoekende op het balkon. Waar moet ik die nog kwijt?

Groene schildwants Beeld Caspar Janssen

Voort maar weer. Droogte, zon, onweer, regen, storm, nog meer regen, en dan wordt het weer rustig en zonnig. En aangenaam druk. Ontwikkelingen: de veldsalie in bloei is nog altijd een trekpleister voor hommels, het vlasbekje vormt een magneet voor hommels en zweefvliegen en als ik ’s avonds kijk, zie ik ook al nachtvlinders in de buurt. Ik heb de uitgebloeide steeltjes uit de smeerwortels geknipt, nieuwe steeltjes met bloemen trekken nog altijd hommels en zweefvliegen. De echte koekoeksbloem is over zijn hoogtepunt heen, de oude campanula krijgt daarentegen zijn eerste klokjes. De ijzerhard, fier overeind, komt in bloei, klaar voor de vlinders, die vooralsnog wegblijven. En eindelijk: van het al vroeg dit jaar ingezaaide mengsel van de Vlinderstichting komt een eerste plant in bloei: een korenbloem. Een korenbloem op het balkon, ja, dat is zeker eigenaardig.

Dat lijkt allemaal leuk en aardig, maar als ik het balkon zo overzie is het vooral groen, paarstinten en wat geel van het vlasbekje. Nog geen grote uitbundigheid. Die verwacht ik komende weken. En daarna komen, hoop ik, eindelijk al die vlinders. En hopelijk komen dan ook de wilde, solitaire bijen terug, want die heb ik al een tijdje niet gezien. Doe ik toch iets fout? Is het plantenaanbod dan toch ontoereikend?

Insectenhotel Beeld Rebecca Fertinel

Kleine succesjes

Een zonnig dagdeel, afgelopen weekend. Ik verplaats een paar uitgebloeide planten de hoogte in, ze komen op de kast aan de zijkant. Daar ligt ook nog de boomstronk, bedoeld als insectenhotel. En zowaar: een van de gaten blijkt opeens dichtgemetseld, met het leem dat ik er in een bord bij heb staan. Toch succes. Elders op mij balkon heb ik op een strategische plek ook een insectenhotelletje opgehangen, toch maar. Daar volg ik de afgelopen weken een muurwesp (nee, niet gevaarlijk) die in en uit gaat, om eitjes te leggen, neem ik aan. En vandaag is ook dit gat dichtgemetseld. Nog een succesje.

Ik geef de planten water, de zon schijnt op het balkon. In de binnentuin zingen winterkoninkjes, de hommels foerageren onafgebroken op mijn planten. Ik bewonder een mannetjes weidehommel, zweefvliegen overal, een pimpelmees hipt het balkon op om te drinken uit een plasje gemorst water. Het komt allemaal goed.

Gewone wesp Beeld Caspar Janssen

De kleur paars

Het is niet voor niets dat mijn balkon langzaam maar zeker een paarse gloed krijgt. Zowel dagvlinders als bijen hebben een voorkeur voor paarse en roze bloemen. Nachtvlinders hebben een voorkeur voor gele bloemen. Insecten zien niet de kleuren die wij zien, en wilde planten hebben zich daar in de loop van de evolutie op aangepast. De basiskleuren die insecten zien zijn geel, blauw en ultraviolet. Die laatste kleur is voor het menselijk oog niet waarneembaar. Paars en roze zijn voor vlinders en bijen het meest uitgesproken, andere kleuren zien ze in verschillende grijstinten. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor rood, een voor ons felle kleur, die door insecten niet of nauwelijks wordt opgemerkt. In het filmpje hieronder kun je zien hoe bijen en vlinders bloemen waarnemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden