de gids lastminutemaatschappij

Leve de lastminutemaatschappij: (bijna) te laat is juist heel erg zen

Nooit ergens tijd voor? Alles op het laatste nippertje? Herkenbaar? In de huidige lastminute-maatschappij leven we voortdurend in onmin met de tijd, constateert Wilma de Rek. Maar is dat erg?

Beeld Deborah van der Schaaf

Dus sta je weer lullig naar je schoenpunten te staren en hoor je jezelf voor de zoveelste keer zo’n laffe zin mompelen: ‘Wanneer jullie zeggen: vrijdag dit artikel inleveren, bedoel je dan vrijdag als in ‘vrijdag!’, of is maandagochtend ook goed? En dan ook echt maandagochtend hoor, dus vóór 9 uur, dan ligt het er. Beloofd!’ Waarna de eindredacteur je vermoeid aankijkt en ‘tikken kreng’ gromt. Opgelucht wandel je weg. Weer gelukt, denk je blij, maar ook een beetje kotsmisselijk van jezelf. Je neemt je voor om vanaf nu je zaakjes echt beter te plannen. Maar nu echt. En dan ook echt echt echt echt!

En je weet ook dat het niet gaat lukken.

Het is de schuld van de lastminutemaatschappij. Een lastminutemaatschappij is een maatschappij waarin iedereen alles tot het laatste moment uitstelt. Niet alleen vervelende dingen, maar ook best leuke. Het krijgen van baby’s bijvoorbeeld; sinds de jaren zestig is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen kinderen krijgen elk jaar een beetje gestegen en inmiddels bevallen hoogopgeleide vrouwen rond hun 32ste jaar van hun eerste kind.

Of het plannen van vakanties. Afgelopen zomer steeg het aantal lastminuteboekingen zo spectaculair dat de reisbranche het officiële einde van de goedkope lastminutevakantie moest aankondigen. Nederlanders wachten steeds langer, deelde directeur Frank Oostdam van de ANVR mee, de overkoepelende organisatie voor de reisbranche, en daarom was het prijsvoordeel van de lastminute nu vrijwel geheel weggevallen.

Het is niet de tijd zelf die van de maatschappij een lastminutemaatschappij heeft gemaakt. De tijd is in de loop der eeuwen heus niet in volume af- of toegenomen. Het is de mens die in toenemende mate in onmin met de tijd leeft. En dat terwijl hij er meer van krijgt. De gemiddelde levensverwachting is immers spectaculair toegenomen. In de prehistorie waren mensen van 30 hoogbejaard; rond 1840 lag de gemiddelde levensverwachting op 40 jaar. Nu is die in Nederland voor mannen 79 jaar en voor vrouwen 83.

Brein is traag

Hinderlijk genoeg is het aantal activiteiten dat we in die toegenomen tijd willen proppen nóg harder gestegen, zo hard dat veel mensen voortdurend het gevoel hebben dat ze tijd te kort komen. Gebrek aan tijd is zonder twijfel een van de oorzaken van de lastminutemaatschappij - wie te weinig tijd heeft, schuift de dingen noodgedwongen door.

En door, en door, en door.

‘Tijd is het onzichtbare en het kostbaarste kapitaal waarover de mens beschikt’, beweert socioloog Theo Beckers in de bundel Komt tijd, komt raad? (2010) van het Sociaal en Cultureel Planbureau. Beckers zoekt de oorzaak van het gebrek-aan-tijd-probleem in het trage tempo waarin het brein van de mens achter veranderingen aansjokt. ‘Psychologen betogen dat onze psyche snelle veranderingen niet kan bijbenen’, schrijft Beckers. ‘Ze ontdekten het ‘westers tijdssyndroom’ met een persoonlijkheidstype dat gekenmerkt wordt door jachtigheid, haast, agressie en het gevoel tijd tekort te komen. Onderzoek in de evolutionaire geneeskunde laat zien dat ons genoom niet is aangepast aan de veranderde omgeving in de afgelopen eeuwen. Genetisch leven we nog in het Paleolithicum. Geschat wordt dat 70 tot 90 procent van de welvaartsziekten kan worden voorkomen door een andere levensstijl.’

Wanneer de maatschappij precies een lastminutemaatschappij is geworden, valt niet met zekerheid te zeggen. Het debat over ons jachtige lastminuteleven loopt in elk geval al jaren. In 1997 pleitte toenmalig minister Margreeth de Boer van VROM in haar nieuwjaarsspeech voor onthaasting. ‘Velen van ons kampen met overvolle agenda’s, zowel privé als zakelijk. Terwijl de ervaring leert dat echt goede ideeën ontstaan in een tijd waarin we juist de tijd nemen voor reflectie.’ 

Twee dagen later werden haar woorden al weer onderuitgehaald door Wim Kok, destijds premier, die in het NCRV-radioprogramma Hier en Nu Nieuwspoort meldde dat de jaren vijftig pas druk waren, toen het land helemaal moest worden wederopgebouwd, de man in zijn eentje de kost verdiende en er geen arbeidstijdverkorting en geen 36-urige werkweken bestonden; maar De Boer had de toon gezet en het gesprek over tijd is sindsdien niet meer verstomd.

Vloeibare samenleving

De lastminutemaatschappij is een iets andere term voor wat de veelgeciteerde Poolse socioloog Zygmunt Bauman al een tijdje omschrijft als de liquid society, de moderne, vloeibare samenleving waarin instituties en individuen voortdurend van gedaante veranderen en de vaste en voorspelbare patronen van vroeger ontbreken. Bauman vindt dat geen goede ontwikkeling. ‘Het in verval raken van het denken, plannen en handelen op de lange termijn, en het verdwijnen of verzwakken van sociale structuren waarin denken, plannen en handelen voor de verre toekomst kan worden vastgelegd, leidt ertoe dat zowel de politieke geschiedenis als individuele levens worden opgesplitst in een reeks van kortetermijnprojecten en episodes die in beginsel oneindig is’, schrijft de socioloog in zijn boek Vloeibare tijden

Voorbeelden van die kortetermijnprojecten zie je overal. De gemiddelde werknemer blijft niet meer vijftig, maar slechts vier jaar bij dezelfde werkgever. Wie nu afstudeert, kan verwachten dat hij in de loop van zijn leven minstens twaalf keer van werkgever verandert, schrijft de Amerikaanse socioloog Richard Sennett in De mens als werk in uitvoering (2010). Relaties duren korter, huizen worden niet meer voor het leven gekocht. Natuurlijk bestaan er nog georganiseerde types die wél al rond hun 30ste kijken hoe het precies zit met de pensioenregeling; maar de lastminutemens lijkt in de meerderheid.

Beeld Deborah van der Schaaf

Overmorgen

Zolang de deadline nog niet in zicht is, is die lastminutemens overigens best een relaxed type. Kijk haar toch lekker op de bank liggen met haar glaasje port en een heerlijk Frans kaasje! Moest ze niet komende maandag vóór negen uur een groot artikel inleveren? Jawel, maar dat is dus pas overmorgen en overmorgen is niet vandaag. Gestresst is ze pas over anderhalve dag, als die ellendige laatste minuut opeens daar is. Dan giert de adrenaline door haar lijf, snauwt ze iedereen af en pompt haar lijf zich vol met stresshormonen - dan is ze een meelijwekkend wezen.

De vraag is of je haar dat erg kwalijk kunt nemen. Grip krijgen op een vloeibare samenleving is net zoiets als een pluisje uit een bad vol water proberen te vissen. Telkens als je denkt dat je het te pakken hebt, dobbert het richting grote teen. In een vloeibare samenleving, waarin vaste structuren en voorgeschreven ritmes ontbreken, komt alles aan op het vermogen de dingen te structureren en te plannen. En dat is nu net iets waar mensen over het algemeen niet goed in zijn.

Dat komt omdat vluchtige impulsen ons voortdurend afleiden van onze langetermijndoelen, schrijft de Amerikaanse hoogleraar gedragseconomie Dan Ariely in zijn boek Waarom we altijd tijd te kort komen en ander irrationeel gedrag. Uitstel heeft volgens hem te maken met de verschillende toestanden waarin een mens kan verkeren.

Behoeftenbevrediging

Tijdens het in elkaar draaien van kloppende schema’s en het kopen van een abonnement bij de sportschool verkeren we in een ‘koele’, verstandige toestand. Maar zodra Downton Abbey begint of een vriendin met een taart voor de deur staat, golft er een lavastroom van emoties het weerloze lichaam binnen en krijgt de onmiddellijke behoeftenbevrediging voorrang boven het langetermijndoel.

De oplossing van het probleem begint met de erkenning ervan, zegt Ariely. Daarna kan worden overgegaan tot het invoeren van keiharde maatregelen die het arme indidivu van buitenaf dwingen zijn gedrag te veranderen. In zijn eentje redt hij het niet; het zou handig zijn als hij zich daarover ook geen illusies meer maakt.

Dat we onze spullen zo vaak niet op tijd af hebben, komt niet uitsluitend doordat we zo veel activiteiten in een dag willen proppen en heeft ook niet alleen te maken met koele en warme toestanden. Het derde punt dat een rol speelt, is dat we een vertekend beeld hebben van de hoeveelheid tijd die de dingen kosten. We denken dat we klusjes, werk of het verven van de keuken veel sneller zullen afhebben dan in werkelijkheid het geval is. Psychologen spreken in dat verband van planning fallacy, de planningsfout.

In zijn vorig jaar verschenen boek Wilskracht beweert de Amerikaanse hoogleraar sociale psychologie Roy Baumeister dat alle mensen er last van hebben, van eerstejaarsstudenten tot ervaren managers. ‘Enig idee wanneer voor het laatst een spoorweg of gebouw een half jaar te vroeg is opgeleverd? Tijds- en begrotingsoverschrijdingen zijn de norm’, schrijft hij. Baumeister haalt een experiment aan waarin aan studenten die aan hun afstudeerscriptie werkten, gevraagd werd wanneer ze in het beste geval dachten klaar te zijn en wanneer in het slechtste geval. De studenten dachten gemiddeld 34 dagen nodig te hebben. In werkelijkheid hadden ze er 56 nodig.

Yes...damn!

‘Al te veel mensen schuiven zelfs hun pleziertjes op de lange baan’, schrijft Baumeister, ‘omdat we de planningsfout begaan wanneer we de resource slack - ons surplus aan middelen - verkeerd inschatten, zoals dat in de gedragseconomie heet. We gaan ervan uit dat we in de toekomst op magische wijze meer vrije tijd zullen hebben.

‘Dus zeggen we ‘ja’ tegen een klus die pas over drie maanden gaat spelen, maar die we voor volgende week nooit zouden hebben aangenomen. En dan komen we er te laat achter dat we er ook dan geen tijd voor hebben. Onderzoekers noemen dit het ‘yes... damn!’-effect.’

Voor wie de hoop op verbetering nog niet heeft opgegeven, is er een uitgebreid aanbod aan cursussen en zelfhulpboeken. Momenteel is ‘Benedictijns timemanagement’ erg populair, een methode die voorschrijft dat je de dag opdeelt in vaste tijdsblokken, waarin je je geconcentreerd en met opperste toewijding aan je taken wijdt, net zoals Benedictus het zijn monniken in de 6de eeuw leerde.

Ook filosofe Marli Huijer wijst in haar boek Ritme. Op zoek naar een terugkerende tijd op het belang van ritmes en op het gevaar van aritmie, veroorzaakt door de flexiblisering. Het overboord gooien van ritmes is niet zonder risico, schrijft ze: ‘Zo kan tijd niet langer als excuus dienen om iets niet te doen. In een door flextijden geregeerde wereld heeft de uitspraak dat de dag erop zit, dat het klokje zeven slaat, dat woensdag papadag is, of dat het zondag is, weinig gezag. Er is geen autoriteit meer buiten het eigen ‘ik’ waar we ons op kunnen beroepen als we iets op een bepaald tijdstip niet willen doen. (...) Het verdwijnen van sociale ritmes leidt tot een afname van rustmomenten. Het risico op burn-out neemt toe, zeker als ambitie en competitie belangrijke motoren zijn om hogerop te komen. Zonder rustmomenten kunnen mensen zich letterlijk doodwerken.’ 

Huijer wil overigens niet terug naar vroeger. Wel moeten we nieuwe ritmes ontwikkelen, ook omdat anders de oriëntatie in tijd wegvalt: ‘Als er geen verschil meer is tussen dag en nacht, tussen maandag en vrijdag of tussen zomer en winter, als kortom alle ritmiek verdwenen is, dan wordt alle tijd hetzelfde. De vraag is of we dan zelfs nog van tijd kunnen spreken.’

Heel zen

Op de momenten dat je lullig naar je schoenpunten staat te staren, is de lastminutemaatschappij een ellendig ding. Maar als je het wat breder bekijkt, zitten er toch ook voordelen aan. Want was het nou echt zo leuk om in december al te weten dat je ook de volgende zomervakantie weer op de camping in Normandië zou doorbrengen? En dat je over tien jaar nog altijd bij je oude vertrouwde baas zit om hetzelfde oude vertrouwde werk te doen als nu?

Het was veilig, dat wel; en mensen houden van veiligheid. Maar iedereen die wel eens een paar onvoorspelbare weken heeft doorgebracht, bijvoorbeeld op vakantie maar dan níét op die vaste camping, weet dat juist het onverwachte de tijd op wonderbaarlijke wijze kan verlengen. Drie dagen lijken met terugwerkende kracht drie weken geduurd te hebben, en drie weken leken drie maanden; want elke dag gebeurde er iets nieuws.

Misschien is iemand die alles op het laatste moment doet, eigenlijk heel erg zen. Doordat hij niet kan plannen, heeft hij nauwelijks overzicht over zijn verleden en toekomst; doordat hij de korte termijn altijd voorrang geeft boven de lange, leeft hij helemaal in het hier en nu. En is leven in het hier en nu volgens boeddhisten, aanhangers van mindfulness en andere wijze lieden niet het allerbeste dat je kunt doen? Nou dan. Leve de lastminutemaatschappij! 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden