Lapjesspektakel voor een thuisevent

Zo allemachtig populair als in de jaren zeventig zal het niet meer worden, maar toch: de naaimachine mag weer op tafel....

Op de markt van Capelle aan den IJssel, waar Els van Dongen woont, koopt ze steevast bij een en dezelfde stoffenkraam. Maar hier, op de lapjesmarkt in Utrecht, komt ze net zo graag. Van Dongen (52) – gekleed in een bruine broek en een bont, groen T-shirt (zelfgemaakt) – is ‘genetisch besmet’, zoals ze zelf zegt; van oudsher komen in haar familie zowel aan vaders als aan moeders kant ‘maaksters’ voor.

Met ogen en handen tegelijk scant ze de kramen met luxe stoffen, op zoek naar iets dat geschikt is voor een feestelijke outfit. En een getailleerde colbert, dat wil ze ook nog maken dit najaar. Els van Dongen is actief in de plaatselijke politiek van Capelle aan den IJssel en heeft als marketingcoach een eigen bedrijf; niettemin zit ze één à twee keer per week achter de naaimachine en gaat ze ook nog naar naailes.

Dat doet ze – uiteraard – voor haar plezier. Maar ook omdat haar eigen pasvorm niet overeenkomt met die van de gemiddelde confectiekleding. ‘Of het past in de taille en dan zit ik met van die lege tassen aan de zijkanten. Of het past om de heupen en dan is de taille te krap. Bovendien is het echt niet zo dat je met maat 46 vanzelf een D-cup hebt.’

De lapjesmarkt op de Breedstraat in Utrecht is een begrip. Behalve koopjes en zomerrestanten en een enkele kraam met kant-en-klare T-shirts zijn er kramen met gordijnstoffen en vitrage, met fournituren en de nieuwste najaarsstoffen.

Zo te zien zit je komend seizoen goed met geruit, gekreukeld of ingenieus geweven of gebreid materiaal. Maar Patricia Koster (36) uit Culemborg – twee kinderen, net begonnen met een eigen bedrijf – is daar niet op uit. Ze wil voeringstof voor bij de paarse katoen die ze in Afrika heeft gekocht. Daarvan gaat haar naaister, de moeder van een vriendin, een jurk maken. ‘Ik heb wel zelf genaaid’, zegt ze. ‘Maar ik wil het mooi hebben, qua snit en afwerking. Daar ben ik niet goed genoeg in.’

Wat ze wel aandurft: rokjes en haarbanden. ‘Dan ga ik naar mijn moeder en dan zitten we met twee naaimachines tegenover elkaar. Twee avonden babbelen en doorwerken en dan is het af. Heb ik weer een paar rokjes, basismodelletjes van tien jaar geleden, die door de jaren heen zijn vervormd, veranderd, vergroot en verkleind.’

Ze heeft ‘een zware hekel aan winkelen’, vandaar. En het is mooi meegenomen dat ze voor die basisrokjes (‘honderd euro heb ik er niet voor over’) relatief weinig geld kwijt is. Maar soms permitteert ze zich wel een mooie wollen lap van 30 euro per meter. ‘Ik vind het juist leuk om er zelf een draai aan te geven met een splitje of knoopje en niet iets te kopen waarvan er twintig in het rek hangen.’

Zo wijdverbreid en allemachtig populair als het in de jaren zeventig was, zal het niet gauw meer worden. Maar toch: de naaimachine mag weer op tafel, het geniet zelfs weer aanzien zelf je eigen wikkeljurk of gilet te maken.

Niet alleen is de belangstelling voor naaicursussen en workshops toegenomen, ook in de naaimachinehandel zit schot. Al doet de branchevereniging van naaimachineverkopers AVVN daar nog wat zuinigjes over. Secretaris Gerard Leenders erkent dat het gebruik toeneemt, maar: ‘Er zijn nog zoveel naaimachines in omloop. Die worden eerst uit de garage of van zolder gehaald voordat een nieuwe wordt gekocht.’

Het Hoofdbedrijfschap Ambachten (HBA) wel degelijk een opwaartse trend na jaren van treurnis en stilstand: ‘Verbetering van de omzet door vernieuwde aandacht voor creatieve zelfmaakmode en voor textielgeoriënteerde hobby’s’ heet het op de website van het HBA.

Die trend wordt ook waargenomen door Hans Nijtmans van Nijtmans Naaimachines in Tiel, met vier vestigingen (in Tiel, Veenendaal, Druten en Oss), die dezer dagen blijmoedig en opgewekt het 50-jarige jubileum viert. ‘We hebben wel moeten omschakelen naar een heel andere manier van werken’, zegt hij.

De belangrijkste oorzaken van de malaise in de zelfmaakmodebranche, die sinds de jaren tachtig dramatische vormen aannam: een stijgende welvaart, de alomtegenwoordige, goedkope confectie uit lageloonlanden en gebrek aan kennis en vaardigheden. Want wie leert, zoals Els van Dongen in haar jonge jaren, nog vanzelfsprekend op school de fijne kneepjes van het handwerkvak?

Volgens Hans Nijtmans van Nijtmans Naaimachines zijn de nieuw intredende naaisters vooral dertigers met kleine kinderen. ‘Want in kinderkleding kun je nog wel besparen. De aanschaf van stoffen is in verhouding goedkoop, omdat je maar weinig nodig hebt. En het is qua pasvorm makkelijk om te maken.

‘Als dat dan inspireert en voldoening geeft, zoals het zelf betegelen van de badkamer een trots gevoel kan geven, dan is de eerste stap gezet naar een serieuze hobby, met betere materialen en ingewikkelde patronen.’

Waar zijn vader in de vakanties de ene na de andere school afging voor machineonderhoud (‘stonden er 20, 30 machines in een lokaal’), of een bestelling moest afleveren bij een trouwerij, daar heeft hij ‘een dame’ in dienst die is belast met het workshopaanbod – voor zover de relaties van Pfaff, Husqvarna of Bernina al niet met bruikbare ideeën komen.

Nijtmans Jr. moet met andere woorden niet alleen actief in de weer zijn met klantenbinding, de bottom line is: ‘De naaimachine is van een gebruiksartikel uitgegroeid tot een hobbyapparaat.’

Dus is de moderne naaimachinewinkel tevens creatief hobbycentrum, en kan de huidige verkoper niet volstaan met technische vakkennis. Die weet bijvoorbeeld dat er in het septembernummer van Glamour een patroon voor een feestjurk van de Nederlandse ontwerper Percy Irausquin zit. En die heeft een duidelijk beeld van zijn (mogelijke) klanten. Nijtmans: ‘Die wil eventjes tussen de atletiekclub en de schoonheidsspecialiste door achter de naaimachine zitten. Dat betekent dat ze op het einde van de avond een kledingstuk half af wil hebben.’

Gebruiksgemak, dat is wat de nieuwe generatie naaisters wil. En dan is het aan Nijtmans om aan te tonen dat het ‘op een makkelijke manier’ ook kan, met de juiste (liefst elektronische), wat duurdere machine, met draadinsteker en een voorkeuzeprogramma.

Nijtmans gaat als het ware ‘naar de mensen toe’. Gevolg: zijn cursussen stromen vanzelf vol: een lingeriemiddag voor een vriendinnenclub, het verfraaien van je eigen spijkerbroek tot ‘designerjeans’, maar ook technisch inhoudelijke workshops over naaimachineaccessoires.

Zoals de het workshopwezen niet alleen de hoogste leerdoelen nastreeft maar ook de gezelligheid, zo kent de stoffenhandel nu een heus publieksevenement. Vorig jaar nam Julian Timmerman (34) met zijn zwager Marco Spoelder het initiatief tot het Stoffenspektakel, een grootscheepse, ‘volledig gethematiseerde’ markt op verschillende locaties in Nederland – ‘zoals de lapjesmarkt in Utrecht, maar dan in het groot’.

Timmerman constateerde dat de stoffenhandel zich van de gespecialiseerde winkel had verplaatst naar de weekmarkt. ‘De markt is steeds minder in trek. Tweeverdieners hebben bijvoorbeeld geen tijd om naar de markt te gaan. Bovendien is de keuze er beperkt.’

Zo ontstond het idee voor ‘een hobbybeurs voor de zelfmaakmode’, twee keer per jaar, in het voorjaar en het najaar, met een reusachtig uitgebreid assortiment aan stoffen, naaimachines, fournituren, tot Swarovski-kristallen aan toe (‘kleding customizen is erg in’).

In februari 2005 vond op elf verschillende locaties het eerste Stoffenspektakel plaats, in samenwerking met Knipmode en Bernina. Intussen zijn er zestien locaties in Nederland en vier in België; gemiddelde bezoekersaantal per keer: 4000. De RAI in Amsterdam en Ahoy’ in Rotterdam gaan nu voor het eerst meedoen, en de markt gaat zelfs de grens over naar Duitsland.

Timmerman: ‘Het is ingeslagen als een bom. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar ik schat dat we 30 à 40 procent van de stoffenverkoop in Nederland dekken. De zelfmaakmodemaakster maakt er een gezellig dagje uit van en koopt dan rustig in een keer 80 procent van de materialen die ze nodig heeft voor een seizoen.’

Ook Timmerman benadrukt dat de vakman die vooruit wil, de boer op moet, zeker als hij jongeren wil aanspreken. ‘We hebben bijvoorbeeld drie middelbare scholen benaderd, of er in de leeftijdsgroep van 14 tot 16 jaar belangstelling was om in een uurtje een strokenrok te leren maken. Die was er, maar uit zichzelf gaan die meisjes dat niet doen.’

Hang naar ambachtelijkheid is één aspect van de huidige groei. Behoefte aan exclusiviteit en zelfontplooiing kan er meteen achteraan worden genoemd. Want wie wil nou niet voor een grijpstuiver (relatief) in een pak van Donna Karan lopen, dankzij Vogue Patterns (voor 15 dollar via internet), maar dan wel zo gemaakt dat het ook nog je eigen, hoogstpersoonlijke stempel draagt?

Maar ook de invoering van de euro (‘kleding leek ineens heel duur’) en aanhoudende maatschappelijke en economische onzekerheid hebben ertoe bijgedragen, volgens Nijtmans. Zeker is dat nu de economie weer aantrekt vooral de hogere welstandsklasse meer interesse aan de dag legt, meent Timmerman.

Op de lapjesmarkt in Utrecht valt nog een andere groepering op. Een paar meter achter een moeder met twee tienerdochters – alle drie in lange rokken met zedige blouses, het lange (grijze) haar in een eenvoudige staart, kortom: every inch gereformeerd – komt kordaat een vrouw in klederdracht de hoek om zetten, twee witte plastic tasjes met stoffen in de hand.

Het is een beeld dat Julian Timmerman van het Stoffenspektakel onmiddellijk herkent. ‘Dat is een heel belangrijke groep voor ons. Rond de helft van de vrouwen van reformatorische of streng gereformeerde huize naaien zelf nog, uit economische of calvinistische overwegingen. Daar houden we bij de planning zelfs rekening mee: op zondag hoef je in Tiel of Barneveld of Zwolle geen Stoffenspektakel te organiseren. Die fout hebben we in het begin gemaakt, maar toen kwam er beduidend minder publiek.’

Ook veel allochtonen zijn regelmatige stoffenkopers. Zoals de Utrechtse zusjes Amal (34) en Kaouthar (23), die net terug zijn van vakantie in Marokko. Eendrachtig in het wit met groen slenteren ze over de lapjesmarkt. De djellabah van Kaouthar is nieuw. Die heeft een naaister in Marokko gemaakt.

Amal: ‘De naaisters daar zijn veel goedkoper. Dus kopen we voordat we daar op vakantie gaan hier op de markt wat we het hele jaar gaan dragen. Dunne stoffen voor de zomer, dikke, wollen stoffen voor de winter. Daar laten we dan djellabahs en kaftans van maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden