De Gids Levenslessen

Laat niet te veel van jezelf zien op kantoor - en andere praktische en minder praktische levenslessen

Opdat we leren van andermans ervaringen: een overzicht van de wekelijkse levensveranderende inzichten van min of meer bekende Nederlanders.

Bedenk niet: wat heb ik nodig, maar: waar heb ik recht op?

Echtscheidingsadvocaat Conchita van Rooij (53): ‘Een echtscheiding gaat over geld, niet in de laatste plaats omdat je alles goed geregeld wil hebben voor de kinderen. Mediators vragen echter vaak: wat heb je nodig om te kunnen leven? Ik vind dat de verkeerde vraag. Je kunt jezelf beter afvragen: waar heb ik récht op? Vervolgens kun je altijd nog besluiten welk bedrag je van de ander eist, maar je moet nooit onderhandelen zonder te weten waar je recht op hebt.

Als mensen bij mij komen, ga ik daarom altijd voor het hoogst mogelijke. Het is me een keer gelukt om aan te tonen dat een cliënt ziek was en daarom langer recht had op alimentatie. Voor een ander heb ik kunnen bewijzen dat ze onbewust benadeeld was in het eerder getekende convenant, waardoor ze recht had op 80 duizend euro extra. Natuurlijk, er zijn bepaalde kaders, maar daarbinnen vallen er punten te winnen. Wie bijvoorbeeld onder huwelijkse voorwaarden is getrouwd, maakt geen aanspraak op het huis van de ex-partner, maar is dat huis aangeschaft met geld dat tíjdens de relatie is verdiend, dan heb je als ex wél recht op een deel. Rechtvaardigheid is niet mijn drijfveer, dan zou ik mijn cliënten niet goed kunnen bedienen. Als advocaat ben ik ook niet op zoek naar de waarheid, dat doet de rechter; het is aan mij om de feiten zo strategisch mogelijk in te zetten. Of dat niet tot vechtscheidingen leidt? Ik vind het beter als je nu het gevecht aangaat en daarna probeert om weer samen door één deur te kunnen, dan dat je voor de lieve vrede iets tekent waar je na afloop nog jaren spijt van hebt. Dan heb je je leven lang een vechtscheiding en dat is écht niet in het belang van de kinderen.’

Sterven is als een bevalling

Ineke Koedam (56), oprichter van het Landelijk Expertisecentrum Sterven: ‘Iedereen om ons heen kan sterven, maar we denken nooit dat het onszelf overkomt. Daardoor zijn we ontzettend onvoorbereid als het ons treft. Tegelijkertijd ontstaat er door de overmatige aandacht voor euthanasie een schrikbeeld bij veel mensen, alsof ieder sterfbed met ondraaglijk en uitzichtloos lijden gepaard gaat. Het resultaat is dat we collectief bang zijn voor de dood. Natuurlijk wil niemand sterven, ook ik heb angst om niet meer te bestaan. Maar hoe groter het verzet, hoe groter het lijden. In die zin is sterven net als leven geven: verzet maakt het moeilijker. Maar kun je door de angst en de pijn heen ademen, dan wordt het net als een bevalling minder zwaar en misschien zelfs mooi.

Ik heb jarenlang in hospices gewerkt. Daar ben ik sterven gaan zien als een bijzonder proces dat bij het leven hoort. Het nadeel van de huidige maakbare tijd, met z’n behoefte aan regie en zelfbeschikking, is dat we zelfs het sterven willen regisseren door alles vast te leggen. Net als een bevalplan geeft zo’n sterfplan je alleen maar de illusie van controle. Als het anders loopt is het risico groot dat je verkrampt en je je verzet, wat zonde is, want het kan ook vredig zijn.

Ik zal de fragiele, doof­­stomme vrouw in ons hospice nooit vergeten: na een paar dagen onbereikbaar te zijn geweest, keek ze haar naasten plotseling een voor een aan, ze spreidde haar armen, glimlachte stralend en stierf. Ik hoop dat als het zover is, ik dezelfde bereidheid heb. Er bestaat een boeddhistische uitspraak: voor iemand die geoefend heeft en voorbereid is, komt de dood niet als een nederlaag maar als een triomf, een glorieuze bekroning van het leven. En daar kijk ik wel naar uit.’

Gebruik je hoofd voor praktische zaken, niet om te bedenken wat je wilt

Lianne Marije Sanders (30) is mede-auteur van Lekker laten lullen, dat recentelijk is verschenen. ‘Vroeger was ik een soort computer in een leuk lijfje: altijd aan het bedenken wat de volgende goede stap zou zijn. Ging ik daten, dan koos ik bewust voor een stabiele, wat oudere jongen, die was goed voor me. En toen ik een baan aangeboden kreeg als recruiter op de Zuidas, nam ik die aan, want het was bij een mooi, groot bedrijf met veel kansen. Het enige probleem was dat het allemaal niet bij me paste. Uiteindelijk kreeg ik een burn-out, na een tijdje kwam ik bij een psycholoog terecht. Telkens als ik mijn gedachten met haar wilde delen en zei: ‘Ik denk dat...’ antwoordde zij: ‘Ik vind jouw gedachten helemaal niet interessant. Ik wil weten wat je voelt.’

Sinds die tijd weet ik: je kunt je hoofd het best gebruiken voor praktische zaken als werken, boodschappen halen en de administratie doen, maar gebruik het vooral niet om te bedenken wat je wilt. Dat kán je hoofd namelijk helemaal niet. Het gaat gewoon eeuwig door met rationeel keuzes vergelijken uit een oneindig aantal mogelijkheden, en heb je eindelijk een keuze gemaakt, bijvoorbeeld voor een vast contract, dan heeft je hoofd altijd een weerwoord: ja, maar als freelancer op vakantie gaan wanneer je wilt is óók lekker. Je kunt dus niet bedénken wat goed voor je is. De enige manier om daarachter te komen, is door alleen in huis te rommelen of een stuk te wandelen, dan kalmeren je gedachten en voel je wat je intuïtie al weet. Sinds ik dit heb geleerd, is alles een stuk lichter. Het is geen garantie voor een gelukkig leven, maar wel een manier om je niet steeds onrustig te voelen over de keuzes die je hebt gemaakt.’

Er moet meer geselfied worden

Mode- en cultuuractivist Janice Deul (‘leeftijd vind ik niet relevant’) schrijft samen met mediawetenschapper Charlotte Dwyer een boek over mode en diversiteit, dat begin volgend jaar uitkomt.

‘We doen selfies vaak af als frivool en oppervlakkig. ‘Jij bent zeker dol op jezelf’, zeggen mensen soms als ze mijn verzameling selfies zien. ‘Bedankt’, zeg ik dan, en daarna: ‘Dat zouden we allemaal moeten zijn.’ Met de selfie vier je wie je bent. Maar het is meer dan dat: door je selfie toe te voegen aan internet beïnvloed je vastgeroeste concepten en clichébeelden als mannelijkheid, vrouwelijkheid en schoonheid. Ik heb Nederlands gestudeerd en achttien jaar als eindredacteur bij glossy’s gewerkt. Ik wéét hoe het werkt: wie er op de cover staat, maar ook wie er in films de hoofdrol speelt. Helaas zijn nog altijd dezelfde types de norm. Wit, dun, blond, jong.

Selfies zijn veel democratischer: door ze te posten maken we één grote staalkaart waarin je schoonheid in al haar verscheidenheid ziet. Zoek op Instagram op ‘#selfie’ en je krijgt 393 miljoen berichten, fantastisch toch? Daarom vind ik dat iedereen – ongeacht leeftijd, gender en huidskleur – er minstens één per dag zou moeten posten. Ik heb er speciaal mijn telefoon op uitgezocht: hij heeft de beste selfiecamera. Nee, mijn inzicht is geen reactie op Rob Peetoom, die vond dat onrealistisch bewerkte selfies slecht zijn voor je zelfbeeld; mensen die extreem veel filters gebruiken, dat zijn uitzonderingen, denk ik. Een gewone filter kun je zien als een digitaal make-upje: waarom niet? En ja, ik ben een ijdeltuit, maar daar gaat het niet om. Als we dankzij selfies een diverser beeld van schoonheid zien, gaan we elkaar en onszelf allemáál mooier vinden.’

Een verstandig mens zoekt niet het genot, die vermijdt het lijden

Dominique Deutz (66) neemt na 24 jaar afscheid als directeur van Schouwburg Amstelveen. ‘We zijn tegenwoordig enorm gericht op genieten, maar wie voortdurend zoekt naar genot, wordt daar niet gelukkiger van. Dat inzicht is niet van mij, maar van Schopenhauer, maar wat hij bedoelt, herken ik: als je altijd maar gefocust bent op genot en er vált even niks te genieten, ben je dus meteen ongelukkig. Al die enórme verwachtingen die mensen van zichzelf en van het leven hebben, alle excessen die voortkomen uit de zoektocht naar genot: te veel eten, te veel drinken, zoveel spullen dat we niet meer weten waar we ze moeten laten; genieten op zich is niet verkeerd, denk ik, maar het zou geen drijfveer moeten zijn. In plaats daarvan kun je je beter focussen op het vermijden van lijden. Dat betekent dat je ver vooruit moet kijken en goed moet nadenken over de consequenties van je keuzes. Veel geld uitgeven aan premières in de schouwburg, gewoon omdat dat leuk is, heb ik daarom nooit gedaan: het kan je zakelijk snel in de problemen brengen. Of een bezoeker die in de file stond en daardoor te laat komt, tóch bij de voorstelling naar binnen laten, waardoor de rest van de zaal onrust ervaart; ook niet gedaan. Het zijn maar kleine dingen, maar die maken bij elkaar hoe ik 24 jaar lang leiding heb gegeven.

En nu? Eerst een jaar niets, daarna kijk ik wel. Schopenhauer zei ook: de eerste dertig jaar van je leven besteed je aan de boeken, de volgende dertig aan de samenleving en de derde dertig jaar moet je iets toevoegen. Maar wat? Voor die opdracht sta ik nu. Niet makkelijk, maar het leven ís niet makkelijk. Dus moet je het jezelf niet moeilijker maken door alleen te willen genieten.’

Bewaar je gezeur voor thuis
Jacq. Veldman (51), haar bundel Kantoorleven, scènes tussen 9 en 5 verschijnt op 14 mei: ­‘Bij ons op het werk verhuizen we continu. Net tegen de tijd dat je ergens enigszins op je gemak begint te raken, kun je beginnen met aftellen en ja hoor, daar plingt al een mail binnen met ‘Attentie, attentie: we gaan verhuizen!’ In de vorige werkkamer zat ik op een perfecte plek: ik overzag de situatie, zat niet in de tocht en was dus zo’n beetje de coole gast die elke keer spontaan het raam opengooide met zo’n air van: kom op jongens, beetje lucht in deze benepen situatie.

Maar goed, onlangs zijn we dus wéér verhuisd en door een moment van onoplettendheid zit ik nu op de tochtigste plek van de hele werkkamer waar het altijd koud is, ook als iedereen het warm heeft. Dan krijg je zin om daar eens even goed over door te zaniken, maar ik heb geleerd dat je je zeurdingen het best voor thuis kunt bewaren. Het kantoorleven is een soort parallel universum, waarin je maar beter een beetje normaal kunt doen.

Je wordt er niet populairder op als je te ­v­eel van jezelf laat zien. Dat geldt ook voor heftiger zaken; huil je één keer, dan ben je nog tien jaar De Huiler, of die vrouw met de open zenuw. Doordat je elkaar maar ten dele kent, ben je op kantoor gewoon al snel een karikatuur. En dus heeft niemand oog voor de oneindige complexiteit van je karakter. Dat ik het als kind ook altijd al koud had, dat ik iemand ben die veel warmte nodig heeft; allemaal waar natuurlijk, maar who cares? Niemand. Ik hou me dus in en trek een jas aan. De volgende verhuizing is gelukkig altijd nabij.’

Jezelf mooier maken dan je in werkelijkheid bent, dat is gewoon niet houdbaar
‘Rob Peetoom (79), eigenaar van de keten gelijknamige kapperszaken waarvan vijftig jaar geleden de eerste opende: ‘Ik heb ongeveer 350 man in dienst en de laatste jaren zijn er wel dertig burn-outs geweest. Terwijl: vroeger werkten jonge mensen veel harder, allemaal vijf dagen; hoe kán dat dan? Het komt natuurlijk door die eeuwige telefoon. Je hoofd wordt nooit meer op stop gezet, iedereen is van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat maar bezig te proberen bij die grote groep influencers of bloggers te horen – die ook allemaal worden gephotoshopt, maar daar denkt niemand aan. En met die filters op Instagram kun je jezelf tegenwoordig helemáál perfect maken – maar ben je dan echt mooier? Nee. Want kijk je in de spiegel, dan zie je die pukkeltjes en dat buikje, dan zie je de realiteit. Geen wonder dat je daar huilbuien en opgebrande gevoelens van krijgt. Jezelf mooier maken dan je in werkelijkheid bent, dat is gewoon niet houdbaar.

Ik kén ze, hoor. Ik ga geen naam en toe­naam noemen, maar heb ik ze in de zaak gehad en zie ik ze later op Insta, dan denk ik: nee, zo zie jij er niet uit. Maar zo’n selfie met filters erover zou zelfs van mij als 74-jarige in zwembroek nog een knappe vent maken. Natuurlijk, het is een op uiterlijk gerichte wereld, en dat vind ik niet erg: daar gedijen wij bij. En inderdaad, onze salon op Bali zit niet voor niets op zo’n prachtige locatie, midden in de rijstvelden; instagrammability moet je zelf creëren. Maar je moet níét op Insta je eigen kont slanker maken en je onderkin eraf halen, vind ik. Het is de kunst om het mooiste uit jezelf te halen, maar je mooier maken dan je bent, dat is slecht voor je eigenwaarde.’ 

Ga niet twee keer naar ­dezelfde ­vakantie­­-plek

Hoogleraar sociale psychologie Ap Dijksterhuis (50): ‘Wie een heel leuke vakantie had, heeft de neiging om het jaar erop weer terug te gaan. Daar moet je mee oppassen. De kans is namelijk groot dat je teleurgesteld wordt. Wil je terug omdat de plek zo fantastisch was en je de eerste keer misschien nog niet alles hebt gezien, dan zit je goed, maar onbewust is de ervaring vaak gebaseerd op iets anders: je reisgenoten waren fantastisch, je zat goed in je vel. Of je was ontzettend verliefd en had daarom een geweldige tijd in Parijs. Ga je dan opnieuw naar die plek vol goede herinneringen, dan is de kans groot dat je het steeds vergelijkt met de eerste keer en het dus een beetje tegenvalt: regressie naar het gemiddelde heet dit effect in de wetenschap.

Wetenschappelijk onderzoek naar hoe je dan wél zo’n specifieke keuze als die voor een vakantiebestemming moet maken, is nooit gedaan. Het is net zoiets als zoeken naar de perfecte schaakzet, denk ik: die bestaat niet, alles hangt van de context af. Uiteraard is het goed om te checken hoe duur een plek is.

Als student naar Japan klinkt leuk, maar als je wat ouder bent en meer geld hebt, is het leuker. India lijkt dan weer verleidelijk betaalbaar, maar je wordt er geheid een keer ziek en dan is het fijn als je een paar dagen in een hotel kunt zitten waar de ratten niét onder je bed door rennen.

Natuurlijk, zelfs dan kun je een geweldige tijd hebben, vakantie blijft persoonlijk. Maar nogmaals, als je terugverlangt naar dezelfde plek, denk dan eerst even goed na waarom.’

 Zolder opruimen? Doe weg wat je in minder dan 20 minuten voor 20 euro kunt kopen

Huishoudcoach Els Jacobs: ‘Je wilt niet weten wat mensen allemaal bewaren ‘voor het geval dat’. Een complete baby-uitzet voor als er ooit een kleinkind komt, studieboeken van dertig jaar oud, stapels dekens voor als de verwarming uitvalt; dingen die je heel weinig gebruikt, maar wel veel ruimte innemen. Spullen zijn bovendien niet zomaar spullen, maar dragers van emoties en herinneringen. Doe die zooi toch weg, kan een buitenstaander denken, maar voor de klant die ik help met opruimen, staat zo’n fondueset symbool voor de tijd dat de kinderen nog thuis woonden – al hebben ze ‘m misschien maar twee keer gebruikt. Daarom is de 20/20-regel zo fijn: het is een objectieve graadmeter, in plaats een emotionele. Ik heb ‘m ontdekt op The Minimalists, een Amerikaans blog over ontspullen, en hij werkt zo: kun je een ‘voor het geval dat’-ding opnieuw kopen voor minder dan twintig euro en in minder dan twintig minuten? Doe het dan weg.

Ja, maar dan doe ik dus éérst alles de deur uit en moet ik het later opnieuw kopen, hoor ik vaak, maar dat is niet zo. Ik heb bij mijn klanten nog nooit spijt gemerkt; de opluchting is vele malen groter dan de gedachte: had ik dit maar gehouden. Ik heb die spullen nou eenmaal, denken mensen onbewust, nu moet ik er tot in lengte van dagen voor zorgen – maar als dat fresiavaasje of die vuurkorf toch naar de kringloopwinkel gaat, valt er een last van hun schouders. En heb je écht ineens een set kampeerpannen nodig, dan hoef je ze vaak niet eens te kopen, maar leen je ze gewoon bij vrienden. Die hebben dat allemaal nog staan.’

Laat nooit je levensmotto op je arm tatoeëren

Joris Vermeer (38), kok en presentator van tv-programma De aardappeleters: ‘Alles of niets’ liet ik in 2012 op mijn arm zetten. In één ochtend bedacht ik de tekst en liet ik ‘m tatoeëren, waarmee de abrupte manier waarop de tatoeage tot stand kwam, aansloot bij de inhoud. Ik leefde zonder twijfel; áls ik iets deed, ging ik ervoor.’

Laat je vakantie nooit van je werk afhangen

Hoite Detmar (60), projectdirecteur van de Noord/Zuidlijn in Amsterdam: ‘Eind jaren tachtig werkte ik in mijn eerste serieuze baan bij een onderzoeksbureau in Leiden. Ik wilde het goed doen en paste dus alles aan op mijn werk. Hadden we een vakantie gepland, dan stelde ik hem vaak uit, want dat ene project moest nog af, die test nog even geïmplementeerd; dan kom je dus nooit weg. Mijn vrouw raakte er wel eens geïrriteerd door, al was ze zelf ook jong en ambitieus en begreep ze het, zelfs toen we niet naar Lissabon gingen. Maar toen we die stad twee jaar later op onze huwelijksreis alsnog bezochten en het een week non-stop regende, was ze hyperchagrijnig. Ik had mijn lesje wel geleerd, dacht ik: nooit zou ik mijn vakantie meer van mijn werk laten afhangen. 

Voel je je tekort gedaan in je relatie? Gééf meer

Sophie Hilbrand (43), presentator van het tv-programma ‘Liefde is...’: ‘Je ziet het zo vaak in relaties. Ik merk het zelf ook, dat ik denk: stá ik weer de was op te vouwen en het vuilnis buiten te zetten, ben ik weer aan het racen om de kinderen op te halen - krijg ik zelf ook nog wat? Logisch, iedereen heeft behoefte aan tijd voor zichzelf, om te ontspannen en zich te ontwikkelen. Maar toen ik voor mijn programma psychiater Dirk de Wachter sprak, draaide hij het om. ‘Als je je afvraagt of je wel genoeg krijgt in een relatie’, zei hij, ‘bedenk dan eens: wat heb ik eigenlijk te géven?’ Dat vond ik zo’n mooie les.’

Weg met de bucketlist: ga herlezen, herkijken en herluisteren

Paul Mijksenaar (74), bewegwijzeringsspecialist en oprichter van Bureau Mijksenaar: ‘Duizend plekken die je echt gezien moet hebben voor je dood; ik vind dat soort boeken een beetje lachwekkend. In plaats van een lijst met bestemmingen af te vinken – sta je met zo’n groepsreis op het dek van een cruise naar het noorderlicht te kijken, dat is toch geen erváring – kun je daarom beter een of twee plekken kiezen en daar jaar na jaar naar terugkeren. Je weg vinden, het plezier van onbegrijpelijke metrolijnen leren ontcijferen: dat kost tijd, maar het creëert wel meer diepgang.’

Van nee zeggen word je aardiger

 Aldith Hunkar (56), journalist en presentator:  ‘Leren wat ik níét meer moest doen, dat is een eyeopener geweest in mijn leven. Ik was altijd degene die het er wel even bijdeed. Viel er iemand uit, dan belde de NOS van alle driehonderd medewerkers Aldith. Wisseldiensten, invaldiensten, even iemand ergens heen rijden, ik woonde in de buurt en zei toch wel ja. Ook privé: een flyertje maken voor vrienden, een uurtje de spelfouten uit een tekst halen, het lijkt allemaal niets, maar je krijgt er ook niets voor terug.’

Joris Vermeer, Hoite Detmar, Sophie Hilbrand, Paul Mijksenaar en Aldith Hunkar.

Het komt niet altijd goed

Esther van Fenema (48), psychiater, violist en auteur van Het ontstemde brein: ‘Bijna twintig jaar geleden kwam ik tijdens mijn co-schap interne geneeskunde bij een oudere man. Hij was een jaar of 65 en lag in z’n eentje de krant te lezen. ‘Hoe gaat het?’, vroeg ik. ‘Slecht’, zei hij. Hij had slokdarmkanker en nog maar een paar dagen te leven. Ik schrok. Hij zei: ‘Ik heb een rotleven geleid’, hij had met iedereen ruzie gehad en lag nu in zijn eentje de dood af te wachten. De eenzaamheid, dat geïsoleerde bed, ik vond het gruwelijk om te zien. Daarvoor had ik altijd, half onbewust gedacht dat als je maar goed je best deed en in God geloofde, het allemaal wel goed zou komen, maar van die naïeve verwachting was ik in een keer verlost.’

Stop de zelfsabotage, omarm verandering

Jan Heemskerk (56), columnist en auteur: ‘... Alle argumenten die mijn brein al die jaren aandroeg: dat ik alleen maar sla zou mogen, zonder drank geen vrienden meer over zou houden, dat mijn leven niet leuk meer zou zijn, ze blijken allemaal kul. Ik was gewoon bang. En met mij vast andere ongelukkige mannen die van binnen huilen om de dikzak die ze zijn geworden, maar door die rottige zelfsabotage alles goedpraten en nog een stukje worst nemen. We hebben zo’n hekel aan en angst voor verandering dat ons kinderachtige brein ons duizend smoezen verschaft om alles bij het oude te laten. En dus, weet ik nu, bagatelliseren we de boel en drukken we onplezierige waarheden weg, met als gevolg dat we dik en ongezond worden. Triest, eigenlijk.’

Als seks met een man je niet bevalt, probeer het dan eens met een vrouw

Marie Lotte Hagen (30), een van de auteurs van het feministisch pamflet en de podcast Damn, honey: ‘Iedereen gaat er altijd van uit dat je hetero bent. Als een winkelmedewerker tegen mij zei: ‘Wat zien je billen er mooi uit in die legging’, volgde standaard: ‘Dat zal je vriend leuk vinden.’ Het gevolg was dat ik ook altijd maar aannam dat ik op mannen viel. Seks was ondertussen niet echt mijn ding. Wat ben ik eigenlijk aan het doen, vroeg ik me geregeld af, en waarom? Ik had vaak het gevoel dat ik het verkeerd deed, maar het zou vast wel leuk worden als ik eenmaal de juiste man gevonden had, hield ik mezelf voor. Pas sinds ik twee jaar geleden een intrigerende vrouw heb ontmoet, we vrienden werden en uiteindelijk zoenden, heb ik bedacht: misschien heb ik al die tijd naar het verkeerde geslacht lopen koekeloeren. ‘

Het onverwachte overwint

Karel Eykman (82), dichter en kinderboekenauteur: ‘Voor mijn nieuwe boek ben ik de afgelopen twee jaar veel met de Bergrede bezig geweest: een van de bekendste preken van Jezus. Ik ben zelf al lang de kerk uit, maar je hoeft geen gelovig christen te zijn om je in het Nieuwe Testament te kunnen vinden. De Bergrede is in mijn ogen een oproep om nét een tikkeltje meer te doen dan van je verwacht wordt. Als iemand je op je rechterwang slaat, keer hem dan ook je linkerwang toe, bijvoorbeeld. Dat is geen aansporing om alles maar over je kant te laten gaan, nee: het is een manier om degene die slaat, als het ware terug te pakken met je onverwachte reactie: wat nou, wat wil je nou?

Altijd maar je gevoel delen, is in een relatie levensgevaarlijk

Roeland Fernhout (46) acteur: ‘Weet je wat het is? Ik werk met taal, maar ik geloof niet zo in praten. Altijd maar je gevoel delen, is wat mij betreft levensgevaarlijk. Dat gaat totaal tegen de tijdgeest in, maar wat veel mensen onderschatten: zodra je moeilijkheden uitspreekt, creëer je ze.’

Roeland Fernhout, Karel Eykman, Marie Lotte Hagen, Jan Heemskerk, Esther van Fenema.

Met bluffen doe je jezelf en de ander een plezier

Judith Kadee (26): ‘Als jongste museumdirecteur van Nederland - Villa Mondriaan in Winterswijk - heb ik geleerd zo min mogelijk zwakte en onervarenheid te tonen. Kennis is macht en zeker in de museumindustrie verwachten mensen vaak dat je als een soort homo universalis alles weet en kunt, maar dat is natuurlijk niet zo. ‘Wát, ben je nog niet naar de nieuwe tentoonstelling van Museum MORE geweest?’

Bij tegenwind gaat de vlieger hoger

Columnist en presentator Jort Kelder (54): ‘Bij tegenwind gaat de vlieger hoger. Het was in de lift op mijn eerste dag als hoofdredacteur van Quote dat Liesbeth Hendrikse, toenmalig hoofdredacteur van Elle in hetzelfde pand, dit credo met mij deelde. Ze voegde eraan toe dat ik onmiddellijk twee redacteuren moest ontslaan. Niet leuk, ik heb er echt wakker van gelegen, vond het verschrikkelijk. Maar toen ik daar als jong hoofdredacteurtje op dat rechtse bastion binnenkwam, zaten er mensen die mijn baan wilden en anderen die gewoon enorm zaten te sarren. Het hielp, laat ik het zo zeggen.

Alles heeft zijn tijd

Liesbeth Smit (44) auteur van Ik moet nog even kijken of ik kan (over introverte mensen): ‘Het is natuurlijk een inkopper van jewelste. Maar als je ermee kunt leven dat dingen nu eenmaal gebeuren op het moment dat ze gebeuren, dan krijg je vertrouwen. Zelfs als iets uiteindelijk niet gebeurt: dan was het simpelweg niet voor jou. Ja, dat geloof ik echt. Ik weet nog goed dat ik tegen mijn vader riep: ik ben 39, ik heb al jaren geen relatie, ik heb geen kinderen, is dit het nou? Hij antwoordde: ‘Alles heeft z’n tijd’. Zo mooi.’

Leer neer te kijken op het neerkijken van anderen

Cabaretier Richard Groenendijk (45): ‘Ik heb lang de behoefte gehad om me te verdedigen. Om uit te leggen: natuurlijk maak ik amusement, maar wél met een intelligente onderlaag. Ging ik weer met iedereen in discussie, op Facebook en Twitter, maar als mensen op je neerkijken, ga je dat nooit meer veranderen. Terugpraten is sowieso parels voor de zwijnen, ben ik achter gekomen: domheid is een peilloze diepte. En ook zo gek: anoniem spuien mensen van alles, maar als je ze opspoort en aanspreekt, willen ze met je op de foto.’

Om waardering te krijgen, moet je eerst gezien worden

Hoogleraar filosofie en auteur Marli Huijer (63): ‘Als vrouw in een mannenwereld kon ik me altijd goed voorstellen dat het frustrerend is als je niet aan de beurt komt voor een promotie, maar pas nadat ik eind jaren ’90 kennismaakte met het denken van de Duitse filosoof Axel Honneth, bekend om zijn theorie over het belang van erkenning, besefte ik: ja, maar collega’s moeten wel kúnnen bedenken dat jij een geschikte kandidaat bent. ‘Dat zien ze toch?’ reageren jonge studentes steevast. Maar jij kunt je talent wel als een pareltje koesteren; als het in een kistje zit, ziet de ander het simpelweg niet. Wat je dus moet doen, is je leidinggevende laten weten wat je graag wil bereiken.’

Judith Kadee, Jort Kelder, Liesbeth Smit, Richard Groenendijk en Marli Huijer.

Hoe druk het ook is, zorg dat je elke dag een half uur leest

Schrijver en columnist Özcan Akyol: ‘Het leven nam een loopje met me na de geboorte van ons eerste kind. Ik kwam in de overlevingsmodus, alle vormen van ontspanning sneuvelden en lezen kon wel even wachten. Tot ik merkte dat ik een beetje dommig werd. Ik kwam moeilijker uit mijn woorden. Lezen is ook hersentraining, ontdekte ik toen, en als je het niet doet, sta je eigenlijk stil. Ik heb toen een mooie leren stoel gekocht en ben weer begonnen met lezen.’

Freedom is just another word for nothing left to lose

Sylvana Simons (47), fractievoorzitter van Bij1 in de Amsterdamse gemeenteraad: ‘Drie jaar geleden vroeg ik bij De Wereld Draait Door aan Martin Šimek waarom hij de term ‘zwartjes’ gebruikte. Hij werd boos, Twitter ging los en daarna moest ik dood, kort gezegd. In die storm van haat ben ik vrienden kwijtgeraakt, ik werd ook niet meer geboekt als presentator en voice-over. Ik was omstreden geworden, bedrijven hadden geen zin om er beveiliging bij in te huren. Van een zeer goedbetaalde zelfstandige werd ik iemand zonder inkomen. Nee, ik hoefde niet naar de voedselbank, maar het geld waarvan ik toen leefde was eigenlijk bedoeld voor later. Dat was pittig, maar het heeft me geleerd hoe betrekkelijk zekerheden zijn.’

Treed de ander nederig tegemoet

Orwa Nyrabia (40), sinds dit jaar artistiek directeur van documentairefestival Idfa: ‘Mijn inzicht is eigenlijk een oefening. Ik heb hem geleerd van een Somalische psycholoog die ik ooit ontmoette, en sindsdien doe ik ’m altijd als ik geconfronteerd word met mijn eigen vooroordelen. Neem die psychologe zelf. Je kunt denken: o, Somalië is een vreselijk, onderontwikkeld land zonder onderwijs, totaal afgesloten van de moderne wereld. Maar je kunt ook denken: wat kan ik van deze vrouw leren? En wie in zo’n omgeving leeft, heeft misschien wel een diepere en genuanceerdere kennis van de wereld dan ik.’

We moeten meer zingen

Janne Schra (36), zangeres: ‘Ik ben een keer in de ruimte geweest, nou ja, in mijn hoofd dan. Ik deed een zangmeditatie. Toen ik ermee begon, voelde ik me een individu, afgesneden van de wereld. Liggend op mijn rug moest ik heel lang aaaaaaaahhhhh zingen op verschillende toonhoogtes, en het laten resoneren in mijn lichaam. Het geluid moest groter en groter worden. Eerst zo groot als de kamer, daarna als de stad en uiteindelijk als het universum. Ik begrijp dat het moeilijk voorstelbaar is, maar ik wérd het geluid. Ook toen ik stopte met zingen, was ik nog steeds met alles verbonden.’

Özcan Akyol, Sylvana Simons, Orwa Nyrabia en Janne Schra.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden