de gids oktober opruim challenge

Kledingkast op orde. Hoe verloopt een dag met een professionele kledingopruimer?

Voor veel mensen een herkenbaar beeld: uitpuilende kledingkasten en toch niks leuks om aan te trekken. Volkskrant-redacteur Corinne van Duin kan het niet meer aanzien en roept professionele hulp in. 

. Beeld rv

Als ik ergens een ‘opruimuitdaging’ heb, is het wel in mijn kledingkast. Ik ga dus op zoek naar professionele assistentie en kom online een woud van ‘personal shoppers’ en vrouwen die ‘mijn imago willen stylen’ tegen. Goede raad is duur, maar ook dichtbij: van collega en moderedacteur Bregje Lampe krijg ik Chiara Spruit getipt. Zij noemt zichzelf zelf een ‘Indiaan in je kast’ (haar biologische ouders komen uit Colombia). Op de foto’s op haar website ziet ze er zelf kleurig en vrolijk uit. Ik had onbewust kennelijk een onbenaderbare blonde, dunne ijskoningin met een perfecte look en een strenge blik verwacht.

Hangers met meerdere kledingstukken en uitpuilende lades Beeld rv

De keuze voor een ‘personal stylist’ luistert best nauw want een kledingkast is een intieme plek. Jarenlang ben ik al bezig als een hamster oorbellen, tunieken, spijkerbroeken, vesten en leggings naar mijn nest te slepen. Ieder weekend koop ik wel iets omdat ik niks heb om aan te trekken, vriendinnen doneren met liefde hun afdragertjes omdat alles bij mij een warm welkom krijgt. In een verloren kwartiertje op een treinstation scroll ik door de sale-items van Zalando. Al deze schimmige kledingdeals spelen zich af in mijn privé-domein, mijn kledingkast. Niemand heeft er een oordeel over, behalve ikzelf.

Natuurlijk ruim ik mijn kledingkast weleens op. Na een paar maanden is mijn kledingkamer een grote puinzooi en op de stoel voor de kast ligt minstens een meter broeken, shirts en truien. Dan leg ik alles keurig op kleur of soort kleding. En er gaan verschillende stapeltjes naar zolder.

Een stapel met ‘kleding die ik ooit weer ga passen’.

Een stapel ‘komt misschien ooit weer in de mode’.

Een zak kluskleding/pyama’s/sportkleding.

En een bescheiden doosje ‘kleding om te verkopen’.

Maar wat ik ook opruim: mijn kast blijft te vol. Er hangen veelal drie jurken over een hangertje, de meeste blouses liggen gepropt achterin of hebben de strijkmand al minstens 8 maanden niet verlaten. Inmiddels is de zolder ook een woud van dozen, vuilniszakken en vage stapels. Overigens geldt dit alleen voor mijn eigen spullen, voor mijn huisgenoten ben ik een stuk strenger en sorteer ik alles keurig uit.

Dan komt de dag dichterbij dat Chiara in mijn kledingkast komt gluren. Ze heeft aan de telefoon al verteld dat ze om negen uur in de ochtend voor de deur zal staan en pas aan het einde van de dag klaar zal zijn. Dat lijkt me wat lang maar ze zal vast uit ervaring spreken. Ze stuurt me ook een intakeformulier. Daarop moet ik mezelf beschrijven en aangeven wat ik wil ‘bereiken’ met deze sessie. En, dit klinkt als een onschuldig verzoek: of ik van al mijn kleding, echt alles, drie stapels wil maken.

Mijn favoriete kleren.

Kleding die te klein is, lastig te combineren, en ik nooit draag.

Alles wat ik wel draag, maar niet favoriet is.

De eerste stapel is het kleinst, dan volgt een heel grote en dan een nog groter rek. Omdat ze inmiddels heel wat ervaring heeft, mailt Chiara nog: ‘Wil je echt alle kleding waar we samen doorheen gaan bij elkaar leggen? Dus niet dat er nog een doos van onder het bed moet worden gehaald? En met ‘alle kleding’ bedoel ik ook al je schoenen, jassen en accessoires.’ Deze onschuldige vraag heeft grote gevolgen. De hele bovenverdieping ligt nu overhoop. Het is wel een geruststellend idee dat ze niet heeft gevraagd om dingen alvast weg te gooien. Dat geeft al minder stress. Maar dat gebeurt intussen wel. Als ik alles heb verdeeld in de drie gevraagde categorieën is het midden in de nacht en staat er al een grote vuilniszak met kleding voor het Leger des Heils op het balkon.

OKTOBER OPRUIM CHALLENGE

Iedereen wil het, zelden lukt het: georganiseerd leven. De hele maand oktober gaat de Volkskrant je helpen orde op zaken te stellen. Of het nu gaat om het uitmesten van je koelkast of het slimmer organiseren van je mailbox. Ook de rommella en je financiën moeten eraan geloven.

In de online special vind je iedere dag inspirerende verhalen en tips van experts en ervaringsdeskundigen. Eveneens geven we dagelijks een minichallenge mee, van het opruimen van de sokkenmand tot het verwijderen van apps op je telefoon. In onze Facebookgroep kun je bovendien je ervaringen delen en tips lezen van andere deelnemers.

Chiara is een personal shopper. Maar dan in je eigen kledingkast. ‘Dat is een hele grote schatkist waar je jarenlang verzamelen in hebt zitten. Dus mijn filosofie is: winkelen in je eigen collectie.’ Chiara begint te gillen als ze al mijn kleding ziet. ‘Wat mooi, wat gaaf, wat heb je een mooie stijl!’ Ik verheug me op haar stijladvies en hoop dat ze mij gaat vertellen wat me nu echt goed staat. En dat ik dan alle andere kleding daadwerkelijk weg kan doen. Dan betrekt haar gezicht meteen. ‘Nee, jij moet mij vertellen in welke kleding je je echt goed en zelfverzekerd voelt. Dat is belangrijker dan wat je goed staat.’

1. Wat zijn je twee favoriete outfits?

Wat pak je uit je kast als je een presentatie moet geven, naar een reünie gaat of een leuke werkborrel hebt? Waar voel je je dan het best in? Deze twee ‘looks’ neemt Chiara steeds als referentiepunt als we bij twijfelachtige kledingstukken aankomen. Ze beschrijft mijn stijl als casual, krachtig, design en ambachtelijk. Ik snap nog niet helemaal wat ze hier mee bedoelt, maar ik hoop dat het aan het einde van de dag duidelijk zal worden.

Favoriete outfits. Rechts: oranje top van H&M, leren kokerrok van DEPT en Nike Air Max. Links: fluwelen top van Anecdote, broek van ZARA en hakken van Clarks. Beeld rv

2. Kleding met een ‘maar’

We gaan door de kleding met een maar. Mooi maar te klein. Of: leuk maar versleten. Of heel erg leuk, maar de kleur maakt je heel bleek. Chiara maakt me duidelijk dat sommige kleding je kan passen of heel modieus kan zijn, maar dat zulks niet hoeft te betekenen dat je je er ook goed en zelfverzekerd in voelt. Ze vertelt over pasvorm; welke punten van je lichaam je liever niet wilt benadrukken en welke wel. Nu snap ik waarom ik mijn favoriete Bretonse schipperstrui zelden draag. De strepen stoppen precies op borsthoogte waardoor ik eruit zie als een mengeling van Popeye en Dolly Parton. Geen goede look.

En zo gaan we eigenlijk best snel door de hele stapel. Flodderig wijd rokje van Malene Birger met veel glitters? Als je het naast mijn strakke favoriete kokerrok legt, is het inderdaad een enorme stijlverschil. Vandaar dat ik het nooit aan heb. Weg ermee. Het blauwe glittervest dat zo synthetisch is dat het al in de fik vliegt als je er boos naar kijkt? Hoppa, in de zak van Max. Ik snap nu beter waarom ik iets zelden aantrok en kan makkelijker beslissen. ‘Het voordeel van meer inzicht in je persoonlijke stijl is bovendien dat toekomstige aankopen beter bij je passen.’

En dan zijn er nog kledingstukken die mooi zijn, maar nu te klein. Chiara: ‘Wees daarin streng, maar tegelijkertijd mild. Mild als in: je legt die kleding zes maanden weg (of acht of twaalf, maar zet een tijd voor jezelf). Over zes maanden haal je ze tevoorschijn, passen ze dan nog niet, dan streng zijn en: weg ermee! Ruil ze dan. Of verkoop ze. Of geef ze weg.’

Een zak voor het Leger de Heils, een tas met zomerkleding en een waslijn op het balkon vol kleding om weg te geven of te verkopen. Beeld rv

3. Combineren uit je eigen kast

De maar-stapel is nu uitgezocht. We gaan nu het rek ‘draag ik wel, maar niet favoriet’ doornemen. Ook hier komen we nog genoeg dingen met een ‘maar’ tegen. Dat kan ook een losse naad zijn, of een jasje met een vlek. Die gaan naar de stapel stomerij/kleermaker.

Met haar stylistenoog gaat Chiara langs de verschillende vestjes en broeken en maakt combinaties die ik nooit zou maken. Een gestreept shirtje met een skivest of een roze broek met oranje trui. Ze fotografeert me in de verschillende setjes en dan zie ik snel genoeg of ik het leuk vind of niet. ‘Verrassend combineren en niet te matchy-matchy,’ onderwijst Chiara me vriendelijk. In het verslag wat ik de volgende dag van haar krijg, verduidelijkt ze nog: ‘Dus bijvoorbeeld een zwarte broek, oranje trui en zachtroze gympen, en niet oranje sandalen dan. En ook: wijd met strak of juist de combi printje en strepen. ‘Dan zul je zien dat er veel meer mogelijkheden met je eigen kleding zijn dan je van tevoren had gedacht.’

4. De mooie, schone en lege kledingkast

Chiara laat me nu niet zomaar achter. Ze gaat ook mijn sterk uitgedunde kledingkast opnieuw indelen. Ze heeft alles opgeschud en volgens haar begint het nu pas. En dat denk ik zelf ook. Want hoe houd ik dit zo? Ik mag van haar best nieuwe items kopen. En waarschijnlijk gaan er ook weer wat dingen uit. Want de stelregel is nu: word ik er echt blij van? Of om met Cecile Narinx te spreken in een recent essay uit Volkskrant Magazine: ‘Welk cijfer krijgt dit kledingstuk op de schaal van 1 tot 10? Wees eerlijk: met hoeveel zesjes en zeventjes ben je geneigd naar huis te gaan omdat je nou eenmaal zin hebt om iets te kopen? Omdat het heel betaalbaar is? Of een mooie kleur heeft (maar nèt niet goed zit)? De vraag zou moeten zijn: dóet dit iets voor je, word je er knapper van, vrolijker?’

Chiara legt niet alle zwarte truitjes op een stapel, want dan zie je niet precies welke je hebt. En de minst leuke dingen liggen nu vooraan. Als ik ze dan de komende maanden nog steeds niet aan doe, terwijl ze wel zo in het zicht liggen, moet ik ze misschien ook alsnog wegdoen. Ik durf niets te pakken, zo bang ben ik dat ik deze geordend fijne wereld verstoor. En word ook een beetje zenuwachtig over elke outfit die ik aantrek. Gelukkig mailt ze een paar dagen later nog deze tips:

1. Kledingstukken die je in je kast laat hangen en verder niet draagt, kosten energie en frustratie. Dat is gewoon zonde. De kleding is dan kastvulling in plaats van kastvoeding (spullen waar je energie van krijgt). Bovendien: in de ochtend ben je dan bezig met je oog over de kleding te laten glijden om er dan achter te komen dat je er toch niets mee kunt. Dit kost allemaal tijd en die heb je in de ochtend niet. Blijf dus scherp: alleen in je kast houden wat je ook echt gebruikt. Dit geldt ook voor de feestelijke kleding die je niet zo heel vaak draagt. Goed dat je die kleding nu boven bewaart. Houd dat zo!

2. Deel je kast in op items voor zomer en winter. Dat geeft rust, overzicht en zorgt er voor dat je je sneller kunt aankleden in de ochtend. De meeste kleding kun je het hele jaar door dragen want dan werk je in lagen. Maar in de zomer draag je uiteraard je dikke truien niet, en in de winter weer niet je hele dunne broeken.

3. Let erop dat je je kleding overzichtelijk bewaart in je kast. Het is fijn om alles zoveel mogelijk in te delen naar hoe je het gebruikt. Dat scheelt tijd bij het aankleden en zorgt ervoor dat je alles wat dan in je kast hangt ook echt gebruikt. Gooi de planken eens om, dan zie je je kledingstukken op een andere manier en dat inspireert om nieuwe combinaties te maken. Dan vallen opeens kledingstukken op en het zorgt ervoor dat je echt alles uit je kast gebruikt. Blijven items alsnog ongebruikt in je kast liggen, weg ermee of geef ze weg.

4. Koop nog een kledingrek. Die zet je in je kamer en als je weet dat je een ‘crazy week’ tegemoet gaat, pak dan één moment om alvast al je outfits op te hangen voor die week. Dan weet je dat ze klaar hangen, schoon zijn, dat je in de ochtend niet hoeft na te denken en dat je je tijd kan besteden aan je make-up, haar, sport, en weet ik wat meer. In ieder geval zit het dan met die outfits wel snor. Geen stapels kleding op de grond, geen verhit hoofd vanwege het aan- en uittrekken, maar rust. Verloopt de rest van je dag ook relaxter, wedden?

In de attachment zitten nog foto’s van de verschillende setjes die ze heeft gemaakt. Ik zie een schutterige vrouw met rare vestjes en oude schoenen. Die fotosessie moet ik nog eens overdoen. Het heeft nog niet de glamour van mijn favoriete jaren negentig-film Clueless, waarin hoofdpersoon Cher met een computerprogramma haar setjes bij elkaar puzzelt. 

Maar even goed: de resultaten een week na de ‘sessie’ zijn bemoedigend. Via Marktplaats heb ik al zes items verkocht die in totaal 140 euro opleverden. Die heb ik weliswaar direct weer uitgegeven. Maar niet aan nieuwe kleding. Wel bij de schoenmaker, de stomerij en de kleermaker. Daar heb ik dan ook zes paar ‘nieuwe’ schoenen, drie vermaakte blouses, twee schone smokingjasjes en drie gerepareerde broeken voor terug. Winkelen in je eigen kledingkast, het is nog waar ook. 

Fijne en minder geslaagde setjes: tijdens de opruimsessie fotografeert Chiara Spruit alles. Beeld rv
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden