Klapschaats?

De Nederlandse schaatssters reden dit weekeinde, op klapschaatsen, duidelijk harder dan hun internationale concurrentes. Zijn die wedstrijden nog wel eerlijk zo?...

Ids Postma, reed dit weekeinde in Thialf op gewone schaatsen een baanrecord op de 1500 meter: 'Iedereen kan er toch op rijden? Het is trouwens maar de vraag of dat harder rijden echt door die schaatsen komt. De mannen rijden dit jaar ook sneller. Ik heb ze zelf vorig jaar geprobeerd, maar ben voorlopig niet van plan ze te gebruiken. Het model is niet sterk genoeg. En het duurt toch vrij lang voor de schaats terugklapt, wat lastig is bij het sprinten. Ook de stabiliteit lijkt iets minder. Maar het verhaal dat de schaatsen niet geschikt zouden zijn voor mannen omdat die meer spierkracht hebben, lijkt me een lulverhaal. Alle jongere schaatsers in het gewest rijden er al op.'

G.J. van Ingen Schenau, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de VU en uitvinder van de moderne klapschaats: 'Dat je er echt harder mee gaat, is nog niet met harde gegevens aan te tonen. Misschien is het als bij alternatieve geneeswijzen: als je erin gelooft, werkt het. Bij mij kwam het idee al in 1982 op, als oplossing voor het ontbreken van die enkelstrekking in het schaatsen. Toen we octrooi wilden aanvragen, bleek er al in 1894 een te zijn gedeponeerd. Daarom houden we er ook geen cent aan over. Maar dat moet ook niet. We hebben er al tien jaar lol van.

'Het rijdt gewoon veel lekkerder. Mijn vrouw, die op gewone schaatsen nooit verder kwam dan vijf kilometer, schaatste hiermee ineens tochten van 35 kilometer. Ja, ik zie er nog wel eens iemand de Elfstedentocht op winnen.'

Lammert Huitema, marathonschaatser te Roden: 'Nee, een Elfstedentocht zal nooit op klapschaatsen gewonnen worden. Daar zijn ze veel te slap voor. Je trapt ze direct kapot, joh. Dat zit maar met één boutje vast! Het maakt nog herrie ook, dat klappen. Eén of twee jongens in het marathonpeloton proberen het, daar blijft het bij. Ik geloof helemaal niet in die dingen. Ook niet dat je er sneller mee rijdt. Iemand met een beroerde techniek zal er wel wat aan hebben, maar echt goede schaatsers zullen ze niet gebruiken. Op natuurijs zeker niet.'

Sijtje van der Lende, vrouwencoach in het gewest Friesland: 'Niet iedereen rijdt er even goed op. Je moet je schaatstechniek kunnen aanpassen. De verbetering van meisjes als Barbara de Loor en Tonny de Jong komt ook niet voor 100 procent door de klapschaats. Hoeveel wel? Nou, misschien voor 40, 50 procent. Ik rijd er zelf al twee jaar op. Je krijgt het gevoel of je nooit moe wordt. Vroeger moest je veel dieper blijven zitten. De mannen zullen hem ook wel gaan gebruiken, als het materiaal sterker is. Maar als er dit weekeinde iets mee was gebeurd, iets was losgeschoten ofzo, dan was het natuurlijk afgelopen geweest. Nu wil iedereen hem hebben.'

Carla Zijlstra, lid van de vrouwenkernploeg: 'Oneerlijke concurrentie zou ik het zeker niet noemen. Je neemt toch ook een risico. Je moet er behoorlijk aan wennen voor je er goed op kunt rijden. Het kost even voor je die slag te pakken hebt. Nee, dat ik afgelopen weekeinde viel, heeft niets te maken met die schaats. Dat kan iedereen gebeuren.'

Directeur Jaap Havekotte van schaatsenfabriek Viking in Weesp: 'Dat vind ik een heel goede vraag: is het nog wel eerlijk? Bij andere sporten is allemaal precies vastgelegd aan welke eisen je materiaal moet voldoen. Bij schaatsen is het minder goed geregeld. Wij zijn ook gestopt te zeggen dat het sneller gaat. Dertien jaar geleden deden we dat, maar de toppers probeerden het toen en het kwam er nog niet echt uit. Nu is intussen het materiaal wel verbeterd. Ik wil ook niets afdoen op de overwinningen van die meisjes, want ze hebben gewoon heel hard gereden, en misschien hadden ze zonder de schaatsen ook wel gewonnen.'

Alida Pasveer van de Koninklijke Nederlandse Schaatsenrijdersbond: 'Het werkt niet voor iedereen, dus het is best eerlijk. Voor de Nederlandse en Noorse mannen, die nogal recht vooruit schaatsen, levert het veel minder op dan bij een bredere stijl, zoals de Nederlandse vrouwen en de Japanners.'

Harm Kuipers, hoogleraar bewegingswetenschappen in Maastricht en wereldkampioen allround in 1975: 'In feite is het natuurlijk oneerlijk. Maar zolang iedereen dat materiaal vrij kan aanschaffen, heb ik er geen probleem mee. Ik acht het zeker aannemelijk dat de successen van de vrouwen zijn toe te schrijven aan die klapschaats. Met die klapschaats gaan nog heel wat records sneuvelen.'

Bart Veldkamp, schaats-Belg: 'Je hebt wel een voorsprong. Maar iedereen kan er aankomen, alleen moet je het durven. Het schaatsen wordt er niet mooier op. Maar de vrouwen gaan er nu wel harder mee. De mannen schaatsen technisch beter, en dan haal je al het maximale uit je slag. Ik heb het een paar keer geprobeerd, maar het voelde niet prettig. Het ritme in de bochten gaat er door omlaag.'

Ard Schenk, schaatslegende: 'Ik weet het niet. Het is allemaal nog in ontwikkeling. Het is duidelijk dat een hele groep spieren wel beter gebruikt wordt, en dat de kniestrekking feller wordt. Aan de andere kant: het positieve effect kan weer teniet worden gedaan door de grotere luchtweerstand als je wat meer rechtop schaatst, zoals met die klapschaats kan. Dat de mannen er nog niet aan willen: nou, als een Italiaan of een Oostenrijker die nooit verder kwam dan een negende plek, ineens met zulke schaatsen bij de beste drie rijdt, dan moet je eens kijken hoe snel die mannen klapschaatsen onder hebben.'

Robin Gerrits

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.