Reisgids Brugge

Kamagurka gidst in Brugge tussen knutselkunst en de Pijperstraat

Aan de overkant van de Verversdijk in Brugge staat een metershoog beeld in de vorm van een zwanenhals. Als Luc Zeebroek (62), beter bekend als cartoonist-schilder-podiumdier Kamagurka, uit het raam van zijn tijdelijke atelier kijkt, ziet hij ‘een verroeste stapel stoelen, net een rug met scoliose, staand gehouden door ijzeren kabels’.

Kamagurka en een toerist op de Markt in Brugge. Foto Adriaan van der Ploeg

Knutselkunst vindt hij het. ‘Die vorm zal wel een symbolische betekenis hebben: dat recht en krom hetzelfde is of zoiets.’

Waarom staat het hier?

‘Er is een biënnale. Of een triënnale, daar wil ik vanaf zijn.’

Interesseert die u?

‘Geen fuck. Die beelden staan drie maanden in de stad en worden vervolgens afgebroken. En wie heeft ze dan gezien? Zie jij er iemand naar kijken? Iemand mee bezig?’

Op een bankje, met de rug naar het beeld, zit een ouder toeristenechtpaar. ‘Die lopen gevaar hè? Als die kabels knappen: twee doden op de Triënnale van Brugge.’

In 2012 kreeg u van de toenmalige burgemeester carte blanche voor een nieuw cultuurfestival. Dat werd Kamarama: twee door u samengestelde tentoonstellingen omlijst met optredens. Waarom is het bij één editie gebleven?

‘Omdat er een nieuwe burgemeester kwam. Dictatoriaal, matig slim, geen ballen voor kunst. Hij wilde die triënnale. Ik hou meer van een festival dat leeft. Tijdens Kamarama werkte ik op locatie met andere hedendaagse kunstenaars. Aan het eind van het festival was er een nieuwe expositie ontstaan.’

We lopen inmiddels dwars door het historisch centrum. ‘Weet je wat goed zou zijn voor deze stad? Kijk eens om je heen. Alles hier is middeleeuws. Werelderfgoed. Ik zou hier jonge, dynamische kunst naartoe halen. Mijn gsm zit vol met jonge gasten uit Brazilië, Uruguay, Japan die bezig zijn met tekenen en schilderen en filmpjes maken. Die mensen zou je hier naartoe moeten halen, om ze samen met studenten van de kunstacademie een jaar lang nieuwe dingen te laten maken. Daar maak je dan een expositie van. Voor mijn part laat je die kunstenaars met parachutes uit de lucht vallen, zodat de stad weet: ze zijn er. Dan is er betrokkenheid.’

We zijn gearriveerd op de eerste plek van de route. Cuvee, zijn favoriete wijnbar. Toen we elkaar een paar dagen eerder aan de telefoon hadden om door te spreken waar we op die maandagmiddag naartoe zouden gaan, noemde hij een paar plekken op. Het Groeningemuseum. Dicht op maandag. Zijn favoriete wijnbar. Ook dicht op maandag. De antiquarische boekhandel. Is het een idee, had hij gezegd: het Brugge van Kamagurka en dan overal voor een gesloten deur staan?

Op de stoep houdt hij een lofzang op de natuurwijnen van Cuvee. ‘Als mijn vrouw en ik hierheen komen, zetten we ons aan de bar, beginnen te praten en te drinken, en als we dan zo’n vier, vijf, zes, zeven glazen gedronken hebben, fiets ik naar huis en maak ik midden in de nacht nog heel veel tekeningen.’

Kom hem niet met verhalen dat een glaasje wijn per dag al slecht is voor je gezondheid. De drank die ze hier schenken is zo goed, daar heeft hij nooit last van. ‘Ik heb alleen goeie katers. Zo een waarbij je de volgende ochtend wakker wordt en denkt: ik heb honger, en dat je dan een eitje bakt, spek erbij, goeie koffie en daarna lekker begint te werken. Of dat je opstaat en denkt: eerst joggen.’

De eigenaar van Cuvee parkeert op dat moment net zijn auto. Hij en Luc Zeebroek zijn vrienden geworden. We gaan naar binnen, er wordt een glas rood ingeschonken. ‘Namen of een chateau zeggen me niks. Als je weet dat je ergens altijd goeie wijnen krijgt, interesseert je dat niet.’

Met alcohol drinken begon hij pas op zijn 48ste – het pilsje na de wekelijkse judotraining uitgezonderd. O, en de wijn die hij als 12-jarige thuis geschonken kreeg niet vergeten. Smakelijk dient hij het verhaal op van zijn moeder die in het weekend zo goed konijn in bier met pruimen en aardappelen klaarmaakte. ‘Mijn moeder at de kop, mijn vader en ik de rest. Een glas Chateauneuf-du-Pape, of een Saint-Emilion – goeie wijnen, zeker in die jaren. Daarna kwam er een maat van mijn vader, en met hem reden we naar het Achturenhuis in Oostende, een socialistische feestzaal waar je kon biljarten. Daar kreeg ik dan nog een Gueuze.’

Luc Zeebroek werd in 1956 geboren in Nieuwpoort, een kustplaats vlak onder Oostende. Hij ging naar de kunstacademie in Gent en bleef er hangen. Voor de liefde verhuisde hij zes jaar geleden naar Brugge – en om in de buurt te zijn van zijn jongste dochter. ‘In Brugge voel ik de nabijheid van de zee. Het licht is fantastisch. In Gent voelde ik me ingesloten. Ik kon geen groen zien zonder me eerst vervuilend te verplaatsen. Waar ik nu woon is het driehonderd meter naar het kanaal Brugge-Oostende, daar ren ik zo de polder in. Natuurlijk: Oostende en Gent zijn ruiger. Die hebben jazz en goeie galeries. Maar ik hou van de rust in Brugge. Ik kan hier op de fiets stappen en verdwalen.’

Pijperstraat in Brugge. Foto Adriaan van der Ploeg

In het Noordbrabants Museum in ’s Hertogenbosch wordt zaterdag zijn overzichtstentoonstelling met de titel Kamagurkistan geopend. Hij maakte ooit een radioprogramma met dezelfde naam. De klok in dat land stond altijd op 7.35 uur. Wie zijn absurdistisch universum kent, vraagt zich af: waar valt zijn oog op, als hij door Brugge loopt? Hij wijst op een onopvallende zeventiger met een strooien hoed op. Ieder ander zou aan hem voorbijlopen, maar bij zo’n man verzint hij dan een heel verhaal. Dat hij waarschijnlijk uit Beieren komt en een bierwandeling door de stad had gepland tot daar een maagoperatie tussen kwam. ‘Vandaar dat watertje in zijn hand, want hij mag niet meer drinken. Wat denk jij, zou hij Duits zijn?’

Zullen we het even vragen?

We steken de straat over. Vlak voor we naast hem staan roept de man iets naar zijn vrouw die net paard en wagen ontwijkt: ‘Hast du mal Glück gehabt.

Overmoedig: ‘Moet ik die maagoperatie nog vragen?’

We zitten inmiddels aan de cappuccino bij Adriaan. Lekkere koffie, makkelijk in het gehoor liggende jazz, leren fauteuils in de hoek – een plek om af te spreken en interviews te doen. Tegenover Adriaan ligt de Stadsschouwburg, gebouwd in 1869, een neorenaissancegebouw met een zaal voor zevenhonderd man publiek. Treedt hij op in Brugge, dan is het hier. Zijn moeder van 94 komt nog altijd kijken, al is ze tegenwoordig slecht ter been.

Kamagurkazomer

In de tentoonstelling Kamagurkistan in het Noordbrabants Museum (t/m 28/10) zijn ruim vijftig jaar aan cartoons, schilderijen, ruimtelijke objecten en filmpjes van performances van Kamagurka te zien. Vanaf het begin met zijn eerste dagboekaantekeningen tot recent werk zoals strips met de antihelden Bert en Bobje. Tegelijk met de tentoonstelling verschijnt het boek Kamagurkistan, voorbij de grenzen van de ernst van Kim Ouweleen. Uitgeverij Waanders & De Kunst, € 24,95. Op 2 en 3/8 staat Kamagurka op Theaterfestival Boulevard met de voorstelling Voorbij de grenzen van de ernst. Ten slotte wordt op 12/8 Black on White geopend, bij galerie MPV in Den Bosch, met zwart-wittekeningen van Kamagurka.

Is ze kritisch?

‘Ja, maar ze lacht ook heel erg luid. Er zijn avonden geweest dat ik opkwam en haar gegier al hoorde. Ze is ook medeplichtig, hè. Omdat ze me op de wereld heeft gezet.’

Zijn grootouders maakten twee wereldoorlogen mee, zijn ouders één. ‘Mijn grootvader aan moederskant vocht als 16-jarige mee tijdens de Eerste Wereldoorlog. Hij heeft er nooit over gepraat, maar ik ben nu bezig met de research van een programma voor de Belgische omroep VRT, en nu ontdek ik dat hij veel veldslagen heeft meegemaakt, gewond is geraakt bij de enige slag die ze op de Duitsers hebben gewonnen, machinegeweerschutter is geworden, en met zijn gezin tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Agen in Zuid-Frankrijk is gevlucht. Mijn vader zat in een soortgelijke situatie. Als jongen vluchtte hij met zijn broer naar Normandië, waar hij drie jaar onderdook bij een boer. Hij heeft eens gezegd: ‘Luc, als je cartoonist word, moet je een schuilnaam hebben.’ Waarom, pa? ‘Als er weer oorlog is, weten ze niet wie je bent.’

Zijn eigen geboorteplaats Nieuwpoort: doordrenkt van oorlog. In 1914 werd het Duitse leger er tijdelijk tot stilstand gebracht door de sluizen van de zee open te zetten. ‘Thuis bladerde ik in de fotoalbums vol afgebrande huizen en dode paarden. Als kind speelde ik in de versteende loopgraven. De oorlog heeft in mijn leven zo’n grote rol gespeeld.’

Coffeebar Adriaan Foto Adriaan van der Ploeg

Met welk effect?

‘Dat ik de actualiteit op de voet volg.’

Hij tekent dagelijks een cartoon voor NRC Handelsblad. Elke dag wordt hij door de krant gebeld over de onderwerpen voor de volgende dag. Om vier uur is zijn deadline – over een tekening doet hij niet meer dan een paar minuten. Op die van 9 juli, de dag van de wandeling, de dag nadat Rusland door Kroatië is uitgeschakeld op het WK, zitten twee mannen aan een tafel, een fles wijn tussen hen in. De een: ‘Waar is de tijd dat Russische sporters die geen medaille haalden naar Siberië werden verbannen?’ De ander: ‘Poetin wordt soft.’

Verder naar Raaklijn, ‘de beste boekhandel van Brugge’. Het laatste boek dat hij er kocht was De blonde neger en andere verhalen van Joseph Roth, hem aanbevolen door de 82-jarige eigenaar van de winkel. ‘Korte journalistieke verhalen over tehuizen waar mensen wonen die in de Eerste Wereldoorlog krankzinnig zijn geworden. Heel goed geschreven.’

We zullen straks nog Antiquariaat Van de Wielen passeren, waar hij graag in de middeleeuwse boeken mag snuffelen. Titels in de etalage: Les Peintres Decorateurs Belges décédés depuis 1830. Geschiedenis van de Parochie Sint Andries. ‘Over elk denkbaar onderwerp heeft iemand zich druk gemaakt, dat vind ik het mooie.’

Je zou eigenlijk twee levens moeten hebben, zegt Zeebroek. ‘Een om te lezen, en een om te werken. De krant krijgt hij niet eens uit. Laat staan dat er tijd is voor boeken. Aan Netflix durft hij om die reden niet eens te beginnen. ‘Gelukkig kan ik amper de televisie aanzetten. Daar liggen drie afstandsbedieningen naast elkaar, met zestig of tachtig knoppen erop. Ik ken er twee, daar mag ik aankomen.’ Toen zijn vrouw nog als psychiatrisch verpleegkundige in het ziekenhuis werkte, vertrok ze op een avond dat hij een voetbalwedstrijd wilde gaan kijken voor haar nachtdienst. Ze had de tv alvast voor hem aangezet op de goede zender, zodat hij voetbal kon kijken als hij thuiskwam.  ‘Dus ik kom thuis, de tv is aan, ik ben blij, ik installeer me, pak er een pilsje bij. Plotseling, na 10 minuten, verschijnt een tekst midden in het beeld: ‘Aangezien niemand het toestel aanraakt, zal het zichzelf uitzetten, tenzij er iemand nog op deze of deze knop drukt.’ Paniek! Ik heb mijn vrouw moeten bellen om me door de afstandsbediening te loodsen.’

Kunstwerk Lanchals van John Powers. Foto Adriaan van der Ploeg

We lopen over de Markt en door de Wollestraat  de ene chocoladewinkel na de andere – naar Dijver, waar de bewakers van het Groeningemuseum ons op deze sluitingsdag binnenlaten. Kwestie van de juiste mensen bellen, zegt Zeebroek, die ons hier graag één schilderij wil laten zien: Het Oordeel van Cambyses van de 15de-eeuwse schilder Gerard David. Het tweeluik beeldt de veroordeling van rechter Sisamnes door de Perzische koning Cambyses II uit. De rechter werd verdacht van het aannemen van steekpenningen, en veroordeeld tot de dood door levend te worden gevild.

Voor het tv-programma De afspraak van Canvas nam hij in 2016 vier Syrische en Iraanse vluchtelingen mee die net een week in een opvangcentrum in België zaten. ‘Ik wou ze iets laten zien wat ze nog nooit hadden gezien, maar dat wel met hen te maken had. Ik heb ze voor het schilderij gezet en gevraagd: waar doet het jullie aan denken?’

Islamic State.

‘Het is een stripverhaal eigenlijk. Op het eerste doek, bovenin, zie je hoe Sisamnes, de sjacheraar, wordt omgekocht. In het midden wordt hij gearresteerd. Op het tweede doek wordt hij levend gevild. En rechtsboven zie je de toekomst, daar achterin moet de nieuwe rechter op een stoel zitten waar het vel van Sisamnes overheen is gedrapeerd. Als een waarschuwing.’

Alles wat in deze zaal hangt, zegt Zeebroek en hij wijst op Het laatste Oordeel van Jeroen Bosch, is goed. ‘Maar dit is hét werk.’

Foto Adriaan van der Ploeg

Waar zit hem dat in?

‘In de gruwel. De precisie waarmee die man met dat mesje zijn huid afpelt. Door die vluchtelingen ervoor te zetten, kreeg dit werk uit 1498 actualiteitswaarde. Door hun ogen werd wat hier is afgebeeld nog gruwelijker. Nog dreigender.’

Terwijl we verder lopen naar de laatste stop op de route, vertelt hij over zijn eigen schilderijenserie Kamalmanak. In 2008 maakte hij elke dag een werk, ‘ik dompelde me er helemaal in onder, alles wat ik meemaakte schilderde ik.’ Nu is hij net zo fanatiek bezig met iets nieuws: zwart-wittekeningen, groot formaat, in inkt. ‘Het heeft niets meer met mijn cartoons te maken, al zitten er nog grappen in. Maar het zijn tijdloze grappen.’

Hij staat stil. Wijst naar voren. ‘En daar heb je de ingang van het Bisdom.’

Brugge, stad van kerken, kloosters, abdijen en kapellen. Op de website van de stad staat geschreven hoe achter de stenen gevels de boeiende verhalen schuilen over evoluties in onderwijs, maatschappij, cultuur.

Maar daarom staan we niet hier. We staan hier vanwege het schandaal dat België al jaren bezighoudt. Oud-bisschop Roger Vangheluwe nam zeven jaar geleden ontslag nadat hij was aangeklaagd wegens jarenlang seksueel misbruik van jonge jongens. ‘Dat is allemaal achter deze muren gebeurd. Maar omdat de zaken waren verjaard, is de man nooit veroordeeld. Hij leeft al jaren ergens in het verborgene, zoals hij dat zelf zegt.’

Cartoon uit die tijd: onder de titel ‘Vangheluwe verlaat alweer een klooster’ zien we een man met gemillimeterd haar met twee koffers zeulen. ‘Ik heb niets tegen pedofielen, zolang het geen vrouwen zijn.’

Hij had eerder in zijn atelier het affiche van de tentoonstelling Kamagurkistan laten zien. Voorbij de grenzen van de ernst, luidt de ondertitel. Wat mag je nog zeggen? Wat nog tekenen? Hij had er een cartoon bij gepakt die hij ver voor IS had gemaakt. Een paar mannen achter elkaar in een bioscoop, op de voorste rij iemand met hysterisch veel haar. ‘O God, verzucht de man erachter, ‘waarom is onthoofden toch voorgoed verleden tijd?’

Kan nu niet meer.

Maar hier wint dan toch de humor. Hij wijst op het bordje met de naam van de straat die uitkomt op het Bisdom. Voor Roger Vangheluwe onderdook, woonde hij in de Pijperstraat.

Het oordeel van Cambyses, een diptiek van Gerard David (ca. 1455 - 1525). Foto Adriaan van der Ploeg

Brugge tips

Cuvee Wine Bar, Philipstockstraat 41. Ambachtelijke wijnen, geen kunstmatige aroma’s, weinig tot geen toegevoegd sulfiet – Zeebroek kan hier flink doordrinken en toch geen koppijn krijgen. Dagelijks een selectie van 15 wijnen te proeven, alle flessen zijn ook te koop.

Adriaan, Adriaan Willaertstraat 7, voor goeie koffie en ontbijt.

Raaklijn, Kuipersstraat 1. Al vijftig jaar een begrip in Brugge. Vijf etages fictie, non-fictie.

Groeningemuseum, Dijver 12. Van Vlaamse primitieven tot moderne kunst. Van Jan van Eyk tot Constant Permeke, Roger Raveel. Naast de vaste collectie zijn er regelmatig wisselende tentoonstellingen te zien.

Antiquariaat Van de Wielen, Sint-Salvatorkerkhof 7. Zeldzame, oude boeken over regionale geschiedenis, kunstgeschiedenis, toegepaste kunst, familiegeschiedenis, volkskunde. Inbreng ook mogelijk, er wordt een paar keer per jaar een veiling georganiseerd.

En buiten de wandeling om:

Zet’joe, Langestraat 11. Chef-kok Geert van Hecke, tevens kunstverzamelaar, en goede vriend sloot zijn driesterrenrestaurant De Karmeliet en heropende in 2017 Zet’joe. Favoriet? ‘De langoustines.’

Hardlopen: ‘Langs de Oostendse vaart van Brugge naar Oostende, en weer terug.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.