Reportage Safari

Kakikoorts: hoe ecobaronnen hun eigen safaribestemmingen creëren

Afrika is een geliefde bestemming voor rijke filantropen die een eigen natuurpark opzetten. Dat levert bijzondere safaribestemmingen op die niet in vakantiebrochures staan en waar bezoekers worden betrokken bij het ontwikkelingswerk.

Madikwe Game Reserve in Zuid-Afrika. Beeld Marlena Waldthausen

Je kijkt er toch even raar van op als je in de tropische tuin van een Afrikaanse safarilodge oog in oog staat met een grote zilveren Michelinman vol scherpe punten op zijn pak. Op een grasperk rust het apartheidsregime onder een grafsteen van zwart glimmend marmer en naast de spa dobbert een bronzen paard in een kano. Hedendaagse kunstenaars uit heel Afrika vinden hun werk terug in de voormalige paardenstallen en rond het zwembad van het verfijnde Segera Retreat in Kenia. De lodge van de Duitse filantroop Jochen Zeitz flirt, zoals veel safarilodges, met de koloniale sfeer uit de film Out of Africa, maar geeft daar een kunstzinnige draai aan.

Neem die strakke zwarte eetborden, ontworpen door een Finse ontwerper, maar gebakken in Kenia. De rijst gaart in bolvormige isolatietassen gemaakt van oude matrassen en versleten slippers, dat scheelt weer brandhout. Het moderne textielontwerp is van een Zuid-Afrikaanse naaister die ook een blijf-van-mijn-lijf-huis runt. Stap in de Land Cruiser voor een ritje en je krijgt een mandje met glazen potjes mee: venkelsalade met mandarijn, avocado met jonge rucola, rode bietjes. Bij terugkeer geen afgezaagde gin-tonic, maar wodka met limoen en honing of een ijsthee met lavendel.

Segera Retreat van Jochen Zeitz in Kenia. Beeld Marlena Waldthausen

Zulke verfijning is zeldzaam in Afrika. Zelfs de safari is anders: eigenaar Zeitz haalde alle hekken weg zodat dieren vrij kunnen migreren over de enorme Laikipia-hoogvlakte aan de voet van Mount Kenya. Dat betekent wel dat je langer moet zoeken naar een beest. Onderweg vallen herders op die hun koeien bewaken met een rungu, de houten knuppel van Massai-krijgers. ‘Je moet gewoon geen angst tonen, dan laten de leeuwen je met rust’, legt een jonge herder uit die een kampvuurtje aansteekt voor de nacht. Nee, hij heeft nog geen koe verloren. ‘Alleen wat klauwsporen op hun billen.’

Segera Retreat van Jochen Zeitz in Kenia. Filantropen kiezen doorgaans voor ‘ingetogen chic’. Beeld Marlena Waldthausen

Kakikoorts

‘Iedereen verklaarde me voor gek’, zegt Zeitz (52) in een skype-interview vanuit Londen. De schatrijke filantroop begon als 27-jarige marketeer bij sportmerk Puma en bouwde dat bedrijf uit tot een sterk wereldmerk. Zijn aandelen leverden genoeg op om een natuurreservaat te creëren in Afrika en een belangrijke collectie Afrikaanse moderne kunst op te bouwen. Een deel daarvan is te zien in het pas geopende Zeitz MOCAA Museum in Kaapstad. Als jongeman liep Zeitz ‘kakikoorts’ op, een diepe liefde voor de Afrikaanse natuur die reizigers riskeren bij een eerste bezoek. Nu vliegt hij over zijn eigen hoogvlakte in dezelfde gele tweedekker die een hoofdrol speelde in Out of Africa.

‘Ik heb mij altijd ingezet voor meer duurzaamheid, ook als zakenman’, stelt Zeitz. Als Puma-baas pionierde hij met een winst- en verliesrekening die rekening houdt met milieubelasting. Later richtte hij het B-Team op en de Long Run: allianties van zakentycoons en toeristische bestemmingen die verder kijken dan hun winst op korte termijn. ‘Ik heb een passie voor natuur en ik miste een holistische benadering bij bestaande natuurorganisaties. Als je natuur wilt beschermen moet je alle vier c’s erbij betrekken: community, conservation, culture en commerce. Je moet het welzijn van de lokale gemeenschap centraal stellen.’

Dat verklaart waarom ook 3.500 koeien rondlopen in zijn wildreservaat (20.000 hectare). En er scholen en bedrijfjes worden opgezet in de omgeving. Segera dient als voorbeeldproject voor de 4c-filosofie van Zeitz. De bulk van de inkomsten en werkgelegenheid moet komen van de luxueuze lodge waar de filantroop twee maanden per jaar woont. Daar organiseert hij ook leiderschapsbijeenkomsten met ingevlogen ecologen of avonturiers in een poging medetycoons te interesseren voor natuurbeheer. Maar voorlopig moet er geld bij om Segera Retreat draaiende te houden.

Segera Retreat van Jochen Zeitz in Kenia. Beeld Marlena Waldthausen

Deskundigen verwelkomen alle extra natuur, dus ook privéreservaten. Volgens hen vervullen rijke filantropen een bescheiden, maar nuttige rol omdat zij snel en risicovol durven te investeren. Traditionele natuurorganisaties mijden doorgaans riskante of controversiële projecten zoals veeteelt tussen leeuwen. Natuurorganisaties wijzen echter ook op nadelen: filantropen vinden soms het wiel opnieuw uit, onderschatten de lange adem die nodig is voor ontwikkelingswerk, zetten lokale overheden buitenspel en geven de voorkeur aan toeristisch interessante gebieden in plaats van de meest bedreigde gebieden.

Zwemmen in het Marakele-park. Beeld Marlena Waldthausen

Neem Marataba in Zuid-Afrika, het privépark van de Nederlandse miljardair Paul Fentener van Vlissingen die in 2006 overleed. Die kocht op verzoek van Nelson Mandela 23.000 hectare landbouwgrond naast het ruige Marakele National Park (63.000 hectare) en trok het beheer voortvarend naar zich toe. Maar na zijn dood bleken zijn dochters de liefde voor Marataba niet te delen. Het beheer viel stil en toeristen bleven weg. Pas nadat een groep vrienden de aandelen overnam, Zuid-Afrikaanse natuurexperts terughaalde en de exploitatie van de lodge uitbesteedde aan een luxe hotelier, gaat het weer goed.

Een verblijf op het terrein van Marakele National Park van filantroop John Fentener van Vlissingen in Zuid-Afrika. Beeld Marlena Waldthausen

Die park moet onafhanklik van beleggers kan voortbestaan

‘Onder Paul leed het park verlies’, zegt financieel directeur Cornou Rykaart achter het stuur van zijn open Land Cruiser. Hij heeft mooie verhalen gehoord over de gepassioneerde Nederlander, maar diens zakenmodel was volgens hem niet toekomstbestendig. In het Afrikaans: ‘Die park moet onafhanklik van beleggers kan voortbestaan.’ Dat is het motto van veel moderne natuurbeschermers: een hek er omheen is niet genoeg, er moet geld verdiend worden om bestaansrecht op lange termijn te verzekeren. Grote natuurfilantropen noemen zichzelf daarom liever filantrokapitalisten of impact-investeerders. Marataba telt drie lodges die maximaal zestig procent van de parkkosten dekken. De rest moet komen van veeteelt en landbouw. Voorlopig moet er geld bij.

Kosten
Ecobaronnen mikken doorgaans op de top van de safarimarkt. Zo houden ze de toeristendruk laag en de inkomsten op peil. Segera Retreat in Kenia vraagt 1000 euro per nacht (segera.com), Marataba Lodge in Zuid-Afrika vraagt 550 euro per nacht (min 2 personen, marataba.co.za), Morukuru in Zuid-Afrika biedt privévilla’s met eigen kok en wildernisgids voor 2100 euro per nacht voor vier personen (morukuru.com). Prijzen zijn inclusief maaltijden en safari’s.

Voor bezoekers levert de liefde van rijke particulieren bijzondere plekken op. Geen toerist te bekennen als je bij zonsopgang door Marataba hobbelt. De hoge kliffen van het Waterberg-massief lichten rood op, een neushoorn graast onverstoorbaar langs de weg, een leeuw drinkt bij een idyllisch stuwmeertje met rietkragen en watervogels. Het roofdier blijft staan kijken als we een eindje zwemmen in het spiegelende water. Aan de voet van de kliffen staat een strak ontworpen ‘boomsuite’ met een bed onder de sterren. Voor avontuurlijk gasten die niet bang zijn voor een luipaard of een onweersbui. De centraal gelegen lodge is ingetogen chic, de koks zijn ambitieus en de safaritenten lijken meer op designbungalows.

Andere bekende privéparken in afrika
Gorongosa National Park in Mozambique van de Amerikaanse ict-miljonair Gregg Carr (gorongosa.org).

Grumeti-Serengeti in Tanzania van Wall Street-miljardair Paul Tudor Jones (singita.com/region/singita-grumeti).

Odzala-Kokoua National Park in Congo van de Duitse softwaremiljonair Sabine Plattner (odzala.com).

Tswalu Kalahari Reserve van de Zuid-Afrikaanse diamantmijnmiljardair Nicky Oppenheimer (tswalu.com).

Kwa Tuli Private Game Reserve in Botswana van de Nederlandse investeerder Albert Hartog (the-africa-experience.com).

Een commerciëler voorbeeld is het wildreservaat Madikwe (75.000 hectare), drie uur rijden verderop. Dat telt dertig safarilodges plus een trits vakantiewoningen op een aangesloten privéterrein. Waaronder die van het Nederlandse echtpaar Ed en Anka Zeeman, rijk geworden met vastgoed. Hun verhaal illustreert hoe kakikoorts kan leiden tot een onverwacht bestaan als natuurbeheerder en filantroop. ‘We begonnen gewoon met een vakantiehuis voor onszelf’, vertelt Anka in hun huis aan het Markermeer. De vijftigers besloten te stoppen met werken, maar runnen inmiddels vijf luxe villa’s met personeel en een boetiekhotel in Zuid-Afrika. Vanuit hun Noord-Hollandse werkkamer vol Afrikaboeken beslissen ze nu over de bouw van een schoolgebouwtje of een nieuwe halsband met radiozender voor een olifant.

Interieur van de Zeeman-villa River House in Madikwe. Beeld Marlena Waldthausen
Madikwe Game Reserve in Zuid-Afrika. Beeld Marlena Waldthausen

Ed: ‘Het ging eigenlijk vanzelf. Je moet je vakantiewoning verhuren, wil je voorkomen dat de staf gedemotiveerd raakt. En dan is één woning niet genoeg; agenten belden ons niet eens terug. Het hotel in Johannesburg kochten we om onze gasten een pakket te kunnen aanbieden.’ Rond hun vakantiehuis zit ook 75 hectare natuur waar olifanten en leeuwen rondlopen. Gewoon doneren aan het Wereld Natuur Fonds beviel de Zeemannen niet. Ed: ‘Hebben we wel eens gedaan. Maar dan hoor je niks meer.’ Anka: ‘Toch honderdduizend euro. Dan verwacht je meer dan een jaarverslag in de brievenbus.’

Dus nu hebben de Zeemannen honderd mannen en vrouwen in dienst. Hun goedendoelenstichting Morukuru is weliswaar bescheiden vergeleken met die van andere Westerse ecobaronnen, maar hun doel is hetzelfde: duurzaam natuurbeheer stimuleren en ontwikkelingsprojecten opzetten in naastgelegen dorpen. Ed en Anka ondersteunen ecologisch onderzoek, schonken de school een nieuw toiletgebouw en sponsoren kinderen die willen doorleren. ‘Sommigen gasten willen graag samen een klaslokaal schilderen. Dat organiseren we graag.’

Madikwe Game Reserve in Zuid-Afrika. Een villa van de familie Zeeman in Madikwe. Met zwembad en een eigen kok. Beeld Marlena Waldthausen
Avondschemering in Madikwe-wildreservaat. Manager Andrew en spoorzoeker Godfrey bij hun auto. Beeld Marlena Waldthausen

Hun Zuid-Afrikaanse manager Andrew wacht bij zijn open Land Rover. Hij legt zijn geweer op het dashboard en spoorzoeker Godfrey klimt op zijn stoeltje op de voorbumper. ‘Kom, we gaan de verhalen van de bush lezen’, zegt Andrew, die graag om de paar kilometer uitstapt om met een wandelstok sporen op de grond of plukken vacht aan takken aan te wijzen. ‘Kijk hier, hier hebben twee hyena’s gevochten. Hier bleef een neushoorn steken in de modder. Deze groep leeuwen loopt kennelijk rondjes.’ Sommige verhalen veranderen na nieuwe vondsten of na een vurige discussie met Godfrey.

Madikwe Game Reserve in Zuid-Afrika. Beeld Marlena Waldthausen

In de avondschemering staan we stil voor een kudde grazende impala’s. Een vredig tafereel, totdat een groep leeuwen arriveert. Twee leeuwinnen maken een omtrekkende beweging, een groot mannetje met donkere manen gaat voor onze auto liggen - en brult. Hard genoeg om onze borstkassen te laten trillen. Andrew, op fluistertoon: ‘Wie maakt er nou zoveel herrie in een hinderlaag?’ Aan de horizon nadert een onweersfront dat langzaam roze en paars kleurt. Verre bliksemflitsen raken links en rechts de grond. De wind gaat liggen en alle dieren zetten zich schrap. Blijven we kijken of willen we nog droog thuiskomen? We blijven.

Madikwe Game Reserve in Zuid-Afrika. Beeld Marlena Waldthausen

Een nieuw toiletgebouw

De volgende ochtend wacht schoolhoofd Regina Dinake ons op in het dorpje Molatedi (4.000 inwoners). De vijftiger laat graag haar school voor 182 leerlingen zien. ‘Ik krijg maar 3.500 euro per jaar van de overheid. Dus soms vraag ik Andrew onze maandelijkse elektriciteitsrekening te betalen. Ik adviseer ouders ook de safarilodges te benaderen voor een studiebeurs voor hun kinderen.’ We lopen langs een fonkelnieuw toiletgebouw. Een verraste Andrew: ‘Huh, wat is er gebeurd met het gebouw dat je van ons hebt gekregen?’ Regina wijst beschaamd op een berg gebroken toiletpotten naast het schoolhek: ‘Een andere ngo vond dat het weer anders moest.’

Schoolhoofd Regina Dinake krijgt steun van de familie Zeeman. Beeld Marlena Waldthausen

Tip van de Zeemannen voor een rustige oude dag: vermijd ontwikkelingswerk in Afrika. Ze proberen al een tijdje een kringlooproject op te zetten met de school; eerder mislukte een zadenproject voor een moestuin door gebrek aan verzorging. Ed: ‘We genieten van Afrika en we willen graag wat teruggeven. Maar je kunt niet zomaar geld geven aan het dorpshoofd, die rijdt al in een Mercedes S600. De enige asfaltweg voert naar zijn voordeur.’

Ook in Kenia loopt de slimme isolatietas die Zeitz probeert te stimuleren moeizaam. De vrouwen in het dorp lopen liever zes uur voor illegaal brandhout dan dat ze de WonderBag kopen. De verkoop van kralenkettingen valt ook best tegen. Naast de toegangspoort van het Segera-natuurpark maken vrouwen in klederdracht kleurrijke halsversieringen in een atelier dat door Zeitz is neergezet. ‘Dit maakten we altijd al’, zegt leidster Jane Karimi. Zij tikt met een vinger tegen kralen die typisch zijn voor Samburu’s, Turkana’s en Borana’s. Vrouwen van al die volken werken samen aan een lange tafel. ‘Meneer Zeitz bedacht dat we die spullen ook konden verkopen. We sparen nu allemaal voor een eigen huis op een eigen stukje land.’

Karimi (38) wil best haar huis laten zien aan de rand van het dorp. Dat blijkt een manyatta, een raamloos hutje van takken en koeienmest. In een hoekje hurkt een oude dame naast een rokerig kookvuurtje: haar brede Samburukraag met blauwe en rode kralen schittert in het halfdonker. ‘Vroeger was hier niets. Ja, stof en vee. We dronken melk als ontbijt én avondeten, de kinderen gingen niet naar school.’ Dankzij Segera is het leven volgens beide vrouwen verbeterd.

De kralenverkoop levert soms niks, soms een paar euro per dag op. Politieke spanningen in Kenia schrikken toeristen de laatste tijd af. ‘Nergens voor nodig’, zegt Karimi. De politie in Nairobi is ver weg. Zij staat ook op de markt met haar spullen, maar dorpelingen betalen veel minder. ‘Ik heb drie kinderen die naar school gaan. Ik probeer een studiebeurs te krijgen voor de oudste. En binnenkort bouw ik een nieuwe manyatta op mijn eigen landje. Dan plaats ik wel dat kookvuur voortaan buiten.’

Dit artikel is onderdeel van een Volkskrantserie over filantropen en natuurbeheer. Voor meer stukken kunt u hier terecht.

Als je op vakantie gaat, dan wil je de bekende highlights zien. ‘Maar als je schouder aan schouder langs koelkastmagneetverkopers loopt richting een tempel, dan pakt het saldo van deze reiservaring negatief uit.’ Reisredacteur Noël van Bemmel (‘Ik heb inderdaad de leukste baan van Nederland’) zoekt daarom altijd naar originele plekken die een alternatief zijn voor de gangbare vakantiebestemmingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden