De perfecte Bocht

Jorien ter Mors over de perfecte bocht: ‘Hoe sterk je bent in de bochten is bepalend voor winst of verlies’

Schaatskampioen Jorien ter Mors weet hoe je de bochten op de ijsbaan het snelst kunt nemen.

Jorien ter Mors. Beeld Frank Ruiter

‘De bocht is toch wel de essentie van een goede race. Hoe sterk je bent in de bochten is bepalend voor winst en verlies. Uiteindelijk is vijftig procent van je rondje een bocht. Voor alle afstanden geldt: als je in de bocht je snelheid kunt behouden of vergroten, pak je de meeste winst. Meestal probeer je in de bocht aan te vallen en op het rechte stuk je ontspanning te zoeken; om vervolgens weer vol de bocht in te gaan.

‘Zodra het einde nadert van het lange rechte stuk, ga je nadenken over de positie op de baan waarin je de bocht ingaat. Als je hem echt helemaal aan de binnenkant hebt liggen, moet je hem héél scherp, krap aansnijden. Eigenlijk wil je hem het liefst wat wijder en dieper aansnijden. Dus je rijdt wat verder rechtdoor en komt dan wat wijder erin, zodat je een grotere straal van insturen krijgt. Want als je op topsnelheid rijdt en je moet krap insturen, dan krijg je heel veel tegendruk en moet je eigenlijk een beetje wringend de bocht door. Dan word je afgeremd. Als je de bocht wat wijder opzet, kun je meer snelheid behouden. Als je er met meer snelheid in kunt gaan, kun je ook makkelijk de bocht uit weer versnellen. Dus het is altijd heel belangrijk om de bocht goed aan te steken. De mindere races die ik rijd, zijn vaak te wijten aan foutjes op dit gebied.

‘Je ziet mensen bij shorttrack vaak vallen in de bocht. Dan willen ze binnendoor inhalen, komen geforceerd krap er tussendoor – en dan halen ze de bocht niet: boem! Hetzij ze komen met een schoen tegen het ijs aan; of de druk op de benen wordt te hoog.

‘Essentieel om de bochten snel te kunnen nemen, is dat je heel diep kunt ‘zitten’: de hoek die je knie maakt moet klein zijn. Daarvoor heb je enorm sterke bovenbeenspieren nodig. Ga maar eens een minuut staan met je bovenbeen in een hoek van negentig graden op je onderbeen, dus met je knieën krom. Die kracht, die heb je nodig voor de perfecte bocht. In goede races is de kleinst mogelijke hoek in mijn knieën mijn kracht. Ik heb met mijn 1.81 meter lange benen; stel ik maak een honderd-graden-hoek, dus ik ga niet super-laag ‘zitten’, dan is mijn strekking als ik daaruit overeind kom een bepaalde lengte. Maar als ik vanuit negentig graden kom, veel verder gekromd, dus: moet je kijken hoeveel méér strekking ik haal! En hoeveel meer snelheid ik uit één slag kan creëren. Uiteindelijk geeft elke graad in die hoek minder, méér efficientie in je kracht en snelheid. Dus dat is waar je winst op kunt boeken.

‘Daarin zoek ik dus de optimale grens: wat is voor mij de ideale hoek waarin ik nog wel ontspannen kan bewegen. Tijdens de training vergroot ik de techniek extreem uit. Ga dieper zitten dan prettig is; zodat ik tijdens de wedstrijd een of twee graden hoger kan gaan, wat comfortabeler voelt. En dat wordt dan mijn goede hoek. Die lage hoek, die train ik tot in den treure. Elke dag dat ik op het ijs sta, denk ik: hoeken, hoeken, hoeken. Het blijft een aandachtspuntje, door mijn hele carrière heen.’

Jorien ter Mors. Beeld Frank Ruiter
Jorien ter Mors. Beeld Frank Ruiter

Pyeongchang

Jorien ter Mors (1989) behaalde tijdens de Olympische Spelen van 2014 in Sotsji goud op de 1500 meter. In Pyeongchang in 2018 pakte ze goud op de 1000 meter. In 2016 werd ze in Kolomna wereldkampioen op de 1000 en de 1500 meter. Dit seizoen is ze uitgeschakeld vanwege een knieoperatie. Ter Mors studeert toegepaste psychologie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden