De GidsLust & Liefde

‘Je zou verwachten dat het gemis ondraaglijk is. En toch is dat niet helemaal waar’

Beeld Saša Ostoja

Tamara (68) was een leven lang gelukkig getrouwd omdat zij en haar man zichzelf bleven. 

‘Soms overvalt zijn afwezigheid me, vorige week bijvoorbeeld, toen ik in de stromende regen ’s avonds laat van het station naar huis liep. Maar meestal voelen de ruim vijfenveertig jaar die we deelden nog steeds aan als weldaad. Ook nu hij er niet meer is. In 1972 trouwden we. De eerste paar jaar vochten we elkaar de tent uit. Alles in het nette, onze twisten waren uitsluitend verbaal, maar het was of we beiden ons territorium met lange palen wilden markeren; dit is van mij, dat is van jou. Na anderhalf jaar waren de grenzen zo’n beetje afgebakend. Daarna waren de knallende ruzies over. 

Je grote liefde tegenkomen is vooral een kwestie van geluk hebben. Maar hem vervolgens behouden, daar moet je je best voor doen. Ons hielp het nogal dat we geen van beiden ooit hebben geprobeerd de ander te veranderen. Er waren lastige perioden, vooral toen mijn man op zijn 61ste van het ene op het andere moment werd ontslagen. Hij verwachtte een gesprek over een nieuwe leaseauto, maar kreeg te horen dat ze hem niet meer nodig hadden. Op mijn werk ging het in die tijd juist allemaal geweldig. Ik was inmiddels jurist geworden en voelde me in die toga en tussen al die leuke collega’s als een vis in het water. Maar ineens gingen hij en ik niet meer gelijk op. Mijn man werd steeds narriger en als ik thuiskwam en vroeg: hoe was je dag?f, bitste hij: O, ga je je daar nu ook al mee bemoeien?

Momenten van verwijdering als deze hebben zich in ons huwelijk natuurlijk vaker voor gedaan, dan wist ik: nu is het oppassen geblazen. Meestal ging ik dan op een van de dagen erna naast hem zitten. Zijn favoriete plek aan tafel was aan het hoofd, de mijne rechts van hem. Ik schonk hem een glas wijn in zodat hij niet weg kon en zei iets als: ik weet dat ik leuk ben, je moet niet denken dat ik uit gewoonte de rest van mijn leven met een chagrijn ga wonen, laten we er iets aan doen. Het ging niet om wat ik precies zei, maar dat ik iets opmerkte. Ik wilde hem niet laten ontsnappen, niet laten wegdrijven en ging net zo lang door met benoemen wat er aan de hand was tot er weer een opening was, tot ik hem opnieuw voelde, tot ik hem weer begreep en hij mij. Voor hij ziek werd verweet ik hem een tijdje zijn roekeloze, bourgondische levensstijl met veel sigaretten en rode wijn. Ik dacht: kennelijk is het hem niks waard om samen oud te worden. Hij houdt niet echt van me. 

Tot ik begreep dat zijn gedrag niets met mij te maken had, en alles met zijn rookverslaving. Vanaf dat moment zei ik er niks meer van, weliswaar ontging niets me, maar ik liet hem zijn keuzen. En na dat ontslag, toen hij zo mopperig werd en iemand opperde dat hij misschien jaloers op me was, besloot ik hem ernaar te vragen. Hij keek hij me verbaasd aan en zei: welnee, ik ben juist heel trots op je, ik heb gewoon de pest in dat het mij tegenzit. Toen was er weer een startpunt en konden we verder. Geen idee wanneer, maar op een goed moment aan het begin van onze relatie hebben we afgesproken dat ruzies alleen mochten gaan over de aanleiding zelf. Niet over allerlei eerdere, onverwerkte wrok en pijn. Dat hielp enorm de conflicten binnen de perken te houden.

Maar het meest hebben we geprofiteerd van de stille overtuiging dat we beiden in gelijke mate met elkaar boften. Gelijkwaardigheid en respect, het zijn open deuren, maar wel de deuren naar duurzaam huwelijksgeluk. We waren al lang en breed getrouwd, hadden al kinderen, toen ik nog steeds met veel plezier keek naar die stoere kop en strakke billen van hem. Blijvende aantrekkingskracht zou weleens te maken kunnen hebben met niet bang zijn om twee individuen te blijven. Ik heb geleerd hem zijn slobberende pakken te gunnen die hem niet stonden, maar kennelijk lekker zaten. En toen hij hoorde dat hij uitzaaiingen had en enorme zin had in een sigaret, zei ik, nou schat, de supermarkt zit op de hoek, koop een pakje, je gaat toch dood. Een opmerking die anderen misschien cynisch in de oren klinkt. Maar het mooie van zo lang samen zijn, is dat je precies weet wat je aan elkaar hebt, precies weet welke onderwerpen je met rust moet laten en waar je juist wél aan mag komen. 

Andersom zag ook hij als geen ander wie ik was, hij zorgde voor mij. Op mijn 30ste wilde ik rechten studeren en moest daarvoor mijn baan opzeggen; hij moedigde me zonder aarzelen aan. En toen ik vervolgens tegen alle verwachtingen in toch zwanger werd en aan het einde van het eerste semester beviel van ons eerste kind, was hij er ook voor me. Bevriende mannen zeiden: dit zouden wij nooit doen. De mijne wel. Niet uit een soort evangelisme, maar alles onder het mom: doe waar je blij van wordt, we vinden wel een weg. Grenzen stelde hij ook. Als ik ’s avonds na het werk eindeloos stoom wilde afblazen, zei hij na een uur: ‘Zo, nou is het wel klaar hè.’ Heerlijk. Je zal maar een man hebben die alles aan jou leuk vindt. We noemden ze ‘herijkingsetentjes’ , de dinertjes waarin we al onze achterstallige kwesties weer even bespraken, zodat blijvend chagrijn geen kans kreeg. Dan kwamen we thuis en zeiden tegen de kinderen: goed nieuws, we hebben nog een jaartje bijgetekend.

Een leven lang gelukkig met één man, je zou verwachten dat vijf jaar na zijn dood het gemis ondraaglijk is. En toch is dat niet helemaal waar. Ik kan alleen maar zeggen dat ik me bevoorrecht voel. Ik heb het zo goed gehad. En gesteund door mooie herinneringen en leuke vrienden en kinderen, heb ik het nog steeds erg goed. Daarnaast verwarm ik dagelijks ons bed met een elektrische deken, ook dat helpt verrassend goed.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Tamara ­gefingeerd. Ook geïnterviewd worden? ­Mail een korte toelichting naar lust@volkskrant.nl.

Ook voor deelname aan onze podcast Van twee kanten, waarin geliefden elk over (een speciale gebeurtenis in) hun relatie vertellen, kunt u naar dit adres mailen. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden