ReportageCalabrië

Italië zoals het bedoeld was

Het vissersplaatsje Scilla, met uitzicht op de Straat van Messina, in het ochtendlicht.Beeld Theo Stielstra

Is het omdat Calabrië zo ver weg in de laars van Italië ligt? Of weten calabresi zichzelf niet te verkopen? Wat maakt het ook uit, want het is een kwestie van tijd voor deze goudader wordt ontdekt.

De heuvels zijn bedekt met allerhande groen, waarvan in elk geval de olijfbomen, soms meer dan honderd jaar oud, zijn te onderscheiden. We zijn in Zuid-Italië, in Calabrië, op de boerderij van Carla en Carlo die daar een boerenbedrijf en een gastenverblijf met restaurant runnen. De zon en de zachte najaarswind strelen de huid, het is september en doodstil op het erf waar ze behalve met agriturismo, een plattelandse variant op AirBnb, ook hun geld verdienen met fruitige olijfolie.

Tijd om u alvast het klassieke dilemma van de reisjournalist voor te leggen: er is hier, in de wreef van de Italiaanse laars, sprake van een gebied dat nog niet wordt bezocht door het massatoerisme. Dat is fijn voor de schaarse bezoekers: de stadjes zijn bij tijd en wijle haast uitgestorven, de stranden prettig leeg, de restaurants authentiek blij met de klandizie en het landschap vrij van massale hotelcomplexen, parkeerterreinen en pretparken.

’s Morgens vroeg in het vissershaventje van Scilla.Beeld Theo Stielstra

Jammer maar helaas voor de vergrijzende bevolking, die een extraatje zo goed kan gebruiken, want al jaren trekt een gestage stroom jongeren naar de industriesteden in het noorden van het land. En hoe beter de reisjournalist vervolgens zijn best doet de lezers te enthousiasmeren, hoe meer bezoekers er komen kijken, des te beter voor de bevolking en hoe eerder u moet constateren dat Calabrië niet meer zo onbedorven is als ooit geadverteerd.

Laten we afspreken dat u niet doorvertelt hoe je hier in oktober in een hoge schuur in Altomonte er met je neus bovenop kunt staan als de olijven met pit en al tot pulp worden vermalen. Intussen vertelt Carla u dan over de vijf olijfsoorten en over de verschillende oliekwaliteiten, de traditionele lowtechpersing onder de verticale molenstenen van de frantoio (olijfpers).

Lunch met streekproducten.Beeld Theo Stielstra

Diezelfde olie speelt ook een hoofdrol boven het witte linnen in het restaurant waar Carla Cordischi een overvloedige tafel aanricht met gerechten uit de streek en van iets verderop. Eten zul je, want aan schalen vol overgebleven kostelijk voedsel hebben de Calabrezen een uitgesproken hekel.

In het dorp Altomone bezoekt u natuurlijk even de 14de-eeuwse Santa Maria della Consolazione-kerk, u vergaapt zich aan de manshoge cactussen in het dorp en geniet van een koffietje op het dorpsplein. Veel bezoekers noemen deze streek ‘Italië zoals het ooit was’, of zoals het bedoeld is. Maar hoe is het land dan bedoeld?

Dat werd duidelijk in het Parco Nazionale dell’Aspromonte, een park voor geologische pracht, met piramidevormige rotsformaties en afwisselende flora. Hier werden de bezoekers getrakteerd op een lunch in de buitenlucht. Een aantal inwoners van een naburig dorpje had een tafel gedekt met simpele en smakelijke gerechten, waarlijk een Bertolli-reclame. De al wat oudere Bruno sneed met een afgebroken zakmes zonder mankeren door de harde korst van het boerenbrood, er kwamen gestoofde raapsteeltjes met knoflook op tafel, uova in purgatorio, het aloude herdersgerecht van tomatensaus en ei, zeppole con la ’nduja, met pittige worst gevulde oliebolletjes, en vergeet niet de salami, kaas, en gegrilde groenten. Echt, in zo’n Fiatje passen heel wat thuis bereide gerechten. 

De peperoncino, het pittige rode pepertje dat uit deze streek komt en dat een zetje geeft aan gerechten en ooit is meegenomen door Columbus uit Zuid-Amerika, gaat bijna overal door. Wie pittig op z’n tong proeft in de Italiaanse keuken, weet dat-ie Calabrië proeft. 

En verdomd, toen schoof meneer pastoor ook nog aan. Hij sprak geen woord Engels, wij geen syllabe Italiaans, maar een handdruk en een glimlach doen wonderen. Vijgentaart, niet ingepakt in alumiumfolie maar in vijgenbladeren, en versgeschilde cactusvijgen rondden de lunch pas tegen de tweede helft van de middag af.

En denk maar niet dat zo’n feestelijke lunch tussen de olijfbomen en het eikenhakhout niet voor gewone vakantiegangers is weggelegd. Ga maar eens op stap met Sabine Ment, een Duitssprekende Zwitserse van wie deze streek het tweede moederland is. Ze organiseert wandeltochten naar restanten van de Byzantijnse aanwezigheid, naar watervallen, kuststadjes en uitzichtpunten, en ze wijst op de bijzondere rotsformaties, uitlopers van de Alpen, die dus duizend kilometer bezuiden Milaan nog steeds een rol spelen in het landschap.

Een straathandelaar in Tropea.Beeld Theo Stielstra

Hoogtepunt van het park is de hoge bult van de Pietra Cappa op ruim achthonderd meter boven de zeespiegel, gekscherend de ‘Ayers Rock van Calabrië’ genoemd. Een tijdens de ijstijd afgesleten, haast buitenaardse rots met diverse wandelpaden in het noordoosten van het park. Het hoogste punt van het park is Montalto, waar een joekel van een Christusbeeld op 1.956 meter hoogte gelovigen trekt. Zoals vandaag een hele buslading priesters op een bedrijfsuitstapje. Ooit was het de bedoeling dat op alle pieken in Italië zulke standbeelden zouden verschijnen, maar dat is, zoals vaker in dit land, bij mooie plannen gebleven.

Als je dan al een tijdje door stadjes, dorpen, bossen en langs bergpieken hebt gereden, oude Fiatjes 500 en 4x4 Panda’s op dorpspleintjes hebt zien staan. Als je de stekelige agaven hebt zien bloeien en aan de bar hebt gestaan met onverstaanbare, vriendelijke mannen die een espressootje wegtikken op de manier waarop een Amsterdammer zijn pikketanissie achterover keilt, dan, ja dán begin je een idee te krijgen van hoe dat ideale Italië eruit zou moeten zien.

In Calabrië hopen ze dat de Pietra Cappa een grote toeristische attractie wordt.Beeld Theo Stielstra

Wandelen, stadjes bekijken, een kerkje induiken: allemaal leuk en aardig, maar de Calabrese zomers zijn doorgaans bloedheet en ook in het najaar kan het er nog flink warm worden. Is er iets van verkoeling te bedenken? Iets actiefs? 

Dat treft. National Geographic Traveller zette niet lang geleden alle Europese aanbieders van outdooractiviteiten op een rijtje en verkoos River Tribe, een nog jonge organisatie tot numero uno. De club van oprichter Antonio Trani biedt canyoning en raften aan in de Lao, die hier en daar door een driehonderd meter diepe kloof stroomt. 

Trani’s instructeurs komen overal vandaan: Andreas uit Zuid-Tirol, Mefisto uit de streek en Nacho uit Argentinië. Naast rafting klinkt het outdoormenu bekend: e-biken, paragliden, meerdaagse trektochten, mountainbike en, jawel: yoga. Als interessante toevoeging op het menu heeft Trani ‘full moon rafting’ bedacht, een duister avontuur dat exclusief moet blijven en ook de ziel van zijn onderneming illustreert. River Tribe is een op respect voor de natuur gebaseerde bedrijfje met gidsen uit ‘alle’ werelddelen. Trani streek vijf jaar geleden neer in een verlaten garage, ruimde het pand en de grond eromheen leeg en vestigde er zijn buitensportfirma die bezoekers trekt en zo werk biedt in een anders vergrijzend dorpje.

Doorkijkje naar de Ionische Zee in Gerace.Beeld Theo Stielstra

En, laten we eerlijk zijn, toeristen zijn dol op min of meer vergrijzende plaatsjes in deze streek. Zoals Gerace, een van de mooiste dorpjes van het land, met uitzicht op de Ionische Zee en nabij het nationale park van Aspromonte. Nauwe straatjes met kinderkopjes, trappetjes en op de Piazza Tribuna de stoere kathedraal uit 1045 in een vrolijk amalgaan van bouwstijlen: Arabisch-Byzantijns en Normandisch – inderdaad, dezelfde Noormannen die zich rond het jaar 1000 op het nabijgelegen Sicilië meldden. 

In Scilla wachten mannen op een klusje.Beeld Theo Stielstra

Nadat u het vervallen fort heeft gezien, kunt u door, bijvoorbeeld naar Scilla, aan de andere kant van de voet van de laars, waar je vanaf de Piazza San Rocco een fraai uitzicht hebt over de Straat van Messina naar Sicilië. Ook hier, een aanmerkelijk drukker plaatsje met stranden en een kleine vissershaven waar de pas geverfde vissersbootjes met de buik omhoog liggen te drogen in de zon. 

De scillesi kijken met argwaan naar de toeristenbussen, waarvan de inzittenden in een uur de stad doorkruisen om na een flinke teug zeelucht weer te vertrekken. B&B’s, die in grotere Europese steden vooral als plaag worden beschouwd, moeten hier uitkomst bieden, door de bezoekers langer vast te houden en zo de plaatselijke economie een pepertje geven. Ook in september speelt het restaurantleven zich nog voornamelijk buiten in de nauwe hoofdstraat af, en wie de volgende ochtend voor 2 euro naar het Castello Ruffo klimt, heeft een panoramisch uitzicht over zee en achterliggende bergen.

Tropea.Beeld Theo Stielstra

De bezoeker die geen genoeg kan krijgen van stranden of even de toerist wil uithangen vertrekt naar Tropea. De plaats met zevenduizend inwoners biedt een keuze uit pakweg tweehonderd restaurants, alle met hetzelfde menu, en is heel gastvrij voor wie T-shirts wil kopen met ‘Stay calm and...’, op zoek is naar koelkastmagneetjes met een peperoncino, per boot naar Stromboli wil gaan (‘by night’) of het beroemde tartufo-ijsje wil proeven.

De grootste aantrekkingskracht van de stad zijn de stranden van de doorgaans drukke toeristenhoofdstad. Ze zijn niet te missen: ga vanuit de Corso Vittorio Emanuele rechtdoor en kijk 60 meter omlaag, recht op de glimmende lijven. De ‘mooiste badplaats van Calabrië’ (D-reizen) of de ‘onontdekte zuidzeestranden’ (Dolcevia.com) zijn bepaald niet ongerept meer en dat hebben Nederlandse en Duitse touroperators en groepen Amerikaanse toeristen op hun geweten. En toegegeven, de stranden bestaan tot in de verre omtrek uit mooi wit zand, de zee is azuurblauw en de ligbedjes met parasol kosten geen rib uit je lijf, maar ‘de parel van Italië’ is beslist rustiger geweest. 

De beste, dat wil zeggen: de rustigste stranden liggen iets verderop, bij Capo Vaticano met uitzicht op Stromboli waarboven soms een dreigende rookpluim hangt. Wie hier een van de juiste huisjes huurt en bereid is 440 treden omlaag (maar vooral omhoog) te sjokken met koeltas en parasol, die heeft daar inderdaad een strandje voor zichzelf en nog wat mede-geluksvogels. Maar zullen we dat onder ons houden?

Zwemmen bij zonsondergang in de Tyrreense Zee, aan de horizon een (rokende) vulkaan Stromboli.Beeld Theo Stielstra
Verborgen strandjes bij Capo Vaticano, vlakbij Tropea.Beeld Theo Stielstra
Bij Capo Vaticano zijn enkele goed verborgen strandjes de afdaling waard.Beeld Theo Stielstra

Praktische informatie

Albergo Diffuso Il Borgo Ospitale, in Rotonda, eenvoudig hotel in een sympathiek dorpje, waar het dorpsplein fungeert, als, inderdaad een dorpsplein voor jong en oud. Een uitstekende basis om het Parco Nazionale del Pollino te ontdekken. ilborgoospitale.it

River Tribe biedt onder meer raftingtochten aan van een dagdeel tot twee dagen met overnachting en eten langs de rivier voor 180 euro per persoon. rivertribe.it

Gids Sabine Ment biedt eendaagse trektochten voor 4 personen vanaf € 60 p.p. inclusief lunch. sabinement.com

La Farnie is de boerderij met olijfolieperserij en vijf gastenkamers van Carla Cordischi en Carlo Piragine in Altomonte.

Enotria Travel is een Nederlandse reisorganisatie voor Calabrië, twintig jaar geleden opgericht door Tina Altieri die haar geboortegrond promoot, accommodaties verhuurt en reizen op mat samenstelt. Het bedrijfje werkt met ondernemers en gidsen uit de buurt. Als u Le case di Berto noemt, weet Altieri naar welk strandje bij Tropea u verlangt. enotria.nl

Beste tijd om het gebied te bezoeken: eind mei en september.

Met de trein duurt de reis naar Tropea circa 24 uur, vanaf € 160 enkele reis. Alitalia en KLM vliegen dagelijks naar Lamezia Terme met overstap, vanaf circa € 150 retour. Vanaf Charleroi, Dusseldorf en Brussel zijn er rechtstreekse vluchten die een stuk goedkoper zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden