de gids Beter/leven

Is bankhangen in plaats van sporten een kwestie van erfelijke aanleg?

Antwoord op lezersvragen over gezondheid, voeding, leefstijl en psyche. Deze week: is bankhangen in plaats van sporten een kwestie van erfelijke aanleg?

Het abonnement van de sportschool ligt in een la. Het rondje hardlopen met vrienden is alweer afgezegd. Herkenbaar? Waarom is het voor sommige mensen zo'n opgave om van de bank af te komen terwijl anderen zich met plezier in het zweet werken? Is het louter gemakzucht als je liever lui bent dan moe?

Tien jaar geleden kwamen Amerikaanse onderzoekers met het eerste bewijs dat ons activiteitenniveau weleens een soort karaktertrek zou kunnen zijn. Ze voorzagen apen van een bewegingsmonitor en ontdekten dat hun mate van beweging onderling fors verschilde. De energiekste types bewogen acht keer zoveel als hun inactieve soortgenoten en dat had niets te maken met de omvang van hun behuizing. Toen de apen werden verplaatst van een klein naar een groot hok gingen zij niet opeens meer bewegen. Wie lui was, bleef lui.

De jaren erna werd de theorie getoetst bij mensen, door eeneiige en twee-eiige tweelingen te onderzoeken. De deelnemers rapporteerden hoeveel ze bewogen of droegen, zoals in het onderzoek van de Maastrichtse hoogleraar humane energetica Klaas Westerterp, een versnellingsmeter. De (genetisch identieke) eeneiige tweelingen leken veel meer op elkaar in het niveau van hun dagelijkse activiteit dan de twee-eiige. Toen de onderzoekers de genactiviteit van de groepen vergeleken, ontdekten ze steeds hetzelfde: de lust om te bewegen heeft te maken met genetische aanleg.

‘Er is een duidelijke erfelijke component van 50 procent’, zegt Westerterp. ‘Als je minder aanleg hebt om actief te zijn, kost het je meer moeite om van de bank af te komen. Daarnaast spelen omgevingsfactoren mee. Een partner die je aanspoort bijvoorbeeld.’

De betrokken genen regelen bijvoorbeeld je fysieke bouw, legt Westerterp uit. ‘Heb je de bouw om hard te lopen dan loop je lekker en heb je er automatisch meer zin in.’ Ook spelen genen een rol die van belang is voor de energievoorziening tijdens inspanning. ‘Om je in te spannen, moet je energie vrijmaken en dat kan de een beter dan de ander.’ Tot slot kan ook de activiteit van het beloningscentrum uiteenlopen, zo bleek vorig jaar uit een studie bij ratten.

De onderzoekers selecteerden actieve en luie ratten en fokten die tien generaties door. Toen ze een ploeg bankhangers en een ploeg superlopers hadden, bestudeerden ze hun genetische verschillen. De ratten van actieve ouders bleken al jong veel meer neuronen te hebben in het beloningsgebied in de hersenen. Die dieren waren voorbestemd om bewegen leuk te vinden en liepen in hun tredmolentje vele kilometers meer dan hun inactieve soortgenoten.

Kan de bankhanger nu achteroverleunen en zijn genen de schuld geven? Niet helemaal. Als inactieve ratten in hun looprad worden gezet en toch - zij het traag - aan de slag gaan, blijkt het beloningssysteem in hun hersenen te veranderen. Het wordt nooit zo goed als bij lange-afstandslopers en onduidelijk is wat het rattenbrein voor de mens betekent maar het is een overweging waard: misschien kunnen we bewegen leuk gaan vinden door te bewegen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.