In Waldeck regeert het water

In het Waldecker Land zijn ze gek op toeristen uit Nederland. Andere bezoekers komen er nauwelijks. Daarom worden de Nederlanders deze zomer getracteerd op Duits-Nederlandse feesten....

Het damhert stuift in paniek langs de steile oever van een beekje. Haar roodbruine vacht dampt in het tegenlicht als ze een wanhoopssprong maakt naar een opening in een houtwal. Het lukt. Ze haalt zelfs het gevaarlijkste deel van haar tocht: een run langs een veld vol bloeiend koolzaad.

Langs de akker staat, zoals aan elke bosrand in het Waldecker Land, een rij Hochstuhle, jachthutten op hoge palen. Sommige zijn vervallen, andere van binnen gecapitonneerd als een ouderwetse nachtclub.

Verdekt staan ze opgesteld, als stramme, houten soldaten, wachtend op het jachtseizoen. Dan komen de eigenaars. Avond aan avond - soms twee weken lang - wachten ze tot er wild uit de bossen komt en aan de oogst knabbelt.

Bos is heilig in het dunbevolkte Waldecker Land. Het levert hout en soms wild, en het trekt toeristen, vooral wandelaars. De afgelopen weken, met weinig regen en veel zon, wijdde de Waldeckische Landeszeitung een halve pagina vol zorg aan de snelle groei van de bomen.

Tot-ie wordt omgehakt, heeft een Waldecker boom een best leven. Er staan er zelfs die het brengen tot historisch monument. Ze dragen een klein metalen driehoekje op de bast, een soort medaille. Sommigen zijn honderden jaren oud. De oudste boom werd dit jaar 1003.

De moderne economie dringt zich op, de afhankelijkheid van de bossen wordt gestaag minder. Toch gebeuren er wonderlijke dingen. Een paar kilometer buiten het stadje Korbach, volgepropt met sobere vakwerkhuizen, hangt een bemost bordje aan een boom. Het waarschuwt voor hondsdolheid in de bossen.

Ruim tien jaar geleden brak de ziekte uit onder de vossen. Hermann Wagener, burgemeester van het dorpje Selbach (honderd inwoners) onderbreekt zijn metselwerk aan een ruwstenen muur. Vossen zijn niet echt populair, zegt hij. 'Er was discussie of je ze wel moet helpen. Ja dus, want zo'n vos zal maar een koe bijten. Vanuit helikopters is er slachtafval in de bossen gegooid. Het was geïnjecteerd met vaccin. De besmette vossen hadden daar niets aan, maar de jonge dieren bleven gezond.'

De Weidelsburg is een perfecte ruïne. Hij ligt vijfhonderd meter hoog, op de Weidelsberg. De enige toegangsweg is zo steil dat er weinig mensen komen. Achter de muren van het massieve donjon ontvouwt zich, net boven de boomtoppen, het Waldecker Land uit de folders. Een heuvelend landschap dat voor de helft is bedekt met bos.

Daarboven, op die grijze toren, moet je zijn. Beneden spelen zich alleen maar onbegrijpelijke dingen af. In kerkers die nooit iemand heeft gevonden, bewaakt een eeuwig hysterische jonkvrouw schatten die niemand ooit heeft ontdekt.

Eén ding is zeker. De schatten zijn niet van Agnes, de beroemde kasteelvrouwe. Ze was mooi en slim. Een zware steen in de hoofdpoort markeert de plek waar de graaf Ludwig von Hessen voor gek zette. Ludwig belegerde de Weidelsburg. Hij had iets te vereffenen met Agnes' echtgenoot, ridder Reinhard von Dalwigk. Reinhard had hem niet gesteund in een veldtocht tegen een naburige bisschop. Het was niet het eerste akkefietje.

Op een nacht, nu zes eeuwen geleden, glipte Agnes naar buiten, naar de tent van Ludwig. Wat zich daar precies heeft afgespeeld, vermelden de sagen niet. Maar ze mocht de volgende ochtend de burcht verlaten, met haar kinderen en met zoveel kostbaarheden als ze kon dragen. Die morgen kwam Agnes naar buiten, met op haar rug haar echtgenoot.

In een streek vol sagen verstrijkt de tijd langzaam. Op de wegen rijden BMW's en Volkswagens even hard als in de rest van Duitsland. Maar in het adellijke stadje Bad Arolsen - waar nu een verre neef van Beatrix resideert en waar een Nederlandse televisieproductie is begonnen over het leven van Koningin Wilhelmina - is een 'meesterschilder' aan het werk in een witte Rembrandt-kiel, met een donker dasje om de blote nek.

Wandelen tussen Bad Arolsen en het burchtstadje Waldeck is lopen door de geschiedenis. Over verlaten gravelweggetjes die in de jaren vijftig zijn aangelegd door werklozen. Naar een L-vormig stuk land waar niets is ingezaaid of geplant. Alleen veldbloemen staan op de plek waar de plaatselijke adel rond 1700 een dierentuin stichtte.

Verderop, bij de spoorwegovergang van Sachsenhausen - niet het beruchte Sachsenhausen bij Berlijn - liggen dertig joodse graven ingeklemd tussen een verlaten spoorbaan en de Galgenberg. Meer rest er niet van dertien joodse gezinnen in het stadje. De laatste die er is begraven, is de weduwe Liebmann. Ze stierf in 1934, 68 jaar oud.

De synagoge overleefde de Kristallnacht van 1938. Hij is na de oorlog gesloopt. De hoofdstraat van Sachsenhausen moest worden verbreed. Het enige overblijfsel van de synagoge hangt boven de deur van de sacristie van de houten katholieke kerk aan de rand van de stad. Het is een balk met een tekst uit Jesaja 2: Huis van Jakob, komt, laten wij wandelen in het licht des Heren.

Veel sporen zijn niet meer in de tijd te plaatsen. Het beekje de Elbe slingert omlaag van de voet van de Weidelsberg naar het westen. In die beek is duidelijk te zien dat mensenhanden dammetjes hebben gebouwd. Er zijn egaal ronde poelen gegraven, niet te verwarren met de bomkraters waaruit het wild 's avonds drinkt.

Water is tot op de dag van vandaag een vriend én een vijand van de bewoners. De harde ondergrond, die het Waldecker Land tot een ideaal wandelgebied maakt, laat weinig of niets door. Vandaar een eindeloze hoeveelheid beken en beekjes, die in het najaar en in de winter zich de status van rivier aanmeten. Door de eeuwen heen hebben ze in de harde bodem schitterende dalen geslepen als het Klingerdal en het Reiherdal.

In de keuken van het eeuwenoude jachtslot Friedrichsthal in Selbach toont eigenaresse Leni Kuckenberg foto's van wat het water aanricht. Zandzakken liggen rond het gebouw. De loodzware keien van het voorplein zijn weggespoeld. Met het beetje Nederlands dat ze van toeristen heeft geleerd, schildert ze de zondvloed die de streek van tijd tot tijd teistert.

Het gevecht tegen het water leek een keerpunt te bereiken toen Pruisische ingenieurs rond 1910 een stuwdam bouwden in de Eder, ook al zo'n schizofrene waterloop: 's zomers lief en een paar maanden later spoelde ze de landbouwgrond weg met hectaren tegelijk.

Genoeg water dus voor een stuwmeer. Door de aanleg van het Mittellandkanaal stond de Weser regelmatig droog. Zonder scheepvaart geen handel. Dat vonden ze in het noorden niet prettig. Er werd een dam van driehonderd meter aangelegd, met een grimmig uiterlijk. Hij kan figureren in een oorlogsfilm.

Voor het stadje Waldeck was het de redding. Geplaagd door een recessie en grote branden - een ervan ontstond toen een huisvrouw wandluizen met een olielamp wilde doden; bijna dertig huizen brandden af - hadden de plaats tot een armoedig oord gedegradeerd. Het opkomend toerisme ontdekte de dam en het stuwmeer. Het stadje gedijde.

Maar de zaterdagnacht voor Pinksteren 1943 leek het einde te worden. Britse Lancasters wierpen rotatiebommen in het stuwmeer, projectielen die over het water stuiteren. Eén raakte de dam en explodeerde. Een watermassa van 1,6 miljoen ton kwam vrij. Een paar kilometer verderop hoorden bewoners van Affoldern een geluid alsof er een orkaan door de bossen kwam aanrazen.

Een alerte PTT-beambte sloeg alarm. Toch verdronken tientallen mensen. Affoldern is nu een opvallend dorp. Schoon, op het oog welvarend, maar zonder karakter.

De dam heeft meer meegemaakt. Nog in de oorlog, toen slavenarbeiders in een onmenselijk tempo de Ederseesperre hadden opgelapt, legde de Wehrmacht zeemijnen in het stuwmeer. Die moesten rotatiebommen voortijdig doen exploderen. Bij het eerste onweer ontploften de mijnen uit zichzelf.

De dam overleefde het, maar tien jaar geleden werden toch scheurtjes ontdekt. De reparatie duurde jaren en nog steeds is het water sterker dan het granieten bouwwerk. In droge zomers raakt het op. Ruïnes van dorpen vallen droog. Een oude brug op de bodem van de Edersee krijgt een verfje. Duitsers spelen graag op zeker. Duizenden toeristen verdringen zich in dit kleine Atlantis. Tot het water opkomt en een eind maakt aan de voorstelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden