In het Spaanse dorp Alcoy verslaan de christenen nog ieder jaar de moren

In Alcoy, 100 kilometer ten zuiden van Valencia, verslaan de christenen elk jaar weer de Moren in de heropvoering van de eeuwenoude strijd tussen de twee geloven. De strijd duurt vier dagen, en inderdaad, ze zitten wel een beetje in hun maag met moderne context van hun symbolische gevechten.

De christenen winnen ieder jaar weer in Alcoy. Beeld EPA

'Jezus is een valse profeet!', schreeuwt de Moorse koning, hoog te paard - het kromzwaard geheven, over het Plaza España. 'Heiligschennis!', brult de christelijke koning vanaf het kasteel. 'Ik zal uw hoogmoed afstraffen. Christus zal zijn volgelingen wreken!' De bisschop naast hem zwaait krijgshaftig met zijn staf. Christelijke ridders ontbloten hun zwaard. Zo'n tienduizend toeschouwers, dicht opeengepakt op het centrale plein van de stad, juichen. Hier hebben ze op gewacht: het is oorlog tussen de moslims en de christenen.

'Laat de christenen het scherpe blad van onze zwaarden voelen!', beveelt de Moorse koning als zijn troepen, bewapend met donderbussen het plein opmarcheren. 'Te wapen!'

'Bewoners van Alcoy, christenen!', antwoordt de christelijke koning. 'Verdedig de stad ter ere van de heilige Joris, van Aragón en het geloof in Jezus Christus.' Honderden christelijke ridders verzamelen zich rond het kasteel. Harnassen en helmen, zwaarden en hellebaarden glinsteren in de lentezon. De strijd kan beginnen.

Bier, wijn en veel varkensvlees

'Unico', grijnst Jordi Linares terwijl hij de loop van zijn haakbus vult met buskruit. 'Uniek in de wereld.' En dan barst de strijd los en verdwijnt het Plaza España in een wolk van kruitdamp. Duizend moslimstrijders vallen het kasteel aan en hijsen na een veldslag rond het middaguur de groene moslimvlag met witte halve maan op de toren van het kasteel. De christenen zijn verslagen. Dan pauzeren de strijders voor de lunch: veel bier en wijn, veel varkensvlees. En na een korte siësta heroveren de christenen het kasteel.

Meer dan tweeduizend kilo buskruit wordt in de loop van de dag verschoten. Als de avond valt, verschijnt de heilige Joris, de beschermheilige van Alcoy, die ter plaatse de Morendoder wordt genoemd, aan de hemel en doodt hij met zijn pijlen de moslimstrijders en vertrappelt ze onder de hoeven van zijn witte ros. De hele stad zingt en juicht, ook de moslims die eigenlijk verslagen zijn.

Een ballet van de christelijke kapiteins.

Reisinspiratie nodig? Volg Volkskrant Reizen op Facebook of bekijk onze reizenpagina.

Joris de Morendoder

Vier dagen lang viert Alcoy het Fiësta Moros y Cristianos. Het is het grootste, uitbundigste feest in Spanje waarop de eeuwenoude strijd tussen moslims en christenen, de Reconquista, wordt uitgebeeld. De christenen winnen, ieder jaar weer. Acht eeuwen duurde die strijd, van 711 toen de moslims vanuit Noord-Afrika Spanje binnenvielen tot 1492 toen de katholieke koningen het laatste koninkrijk van de moslims in Granada veroverden en de moslims dwongen zich tot 'het kruis' te bekeren.

Op de eerste dag van het festival presenteren de moslims en de christenen zich in een carnavaleske optocht aan het publiek. Moslims en christenen, voorafgegaan door een muziekkapel, trekken door de straten: ridders te paard of op dromedarissen, exotische praalwagens, de Moorse vrouwen zijn licht gesluierd, de buiken bloot en beschilderd met henna, soldaten in harnas - gewapend met zwaarden en hellebaarden - worden gevolgd door balletgroepen, de gezichten beschilderd met uitzinnige oorlogskleuren. Op zondag wordt in een kleurrijke processie Joris de Morendoder geëerd omdat hij lang, lang geleden, in 1276, op zijn witte ros de christenen te hulp schoot toen de moslims Alcoy aanvielen. En op maandag wordt de strijd om Alcoy nagespeeld en is het oorlog in de straten en op de pleinen van de stad.

'Wij zijn allemaal christenen', vertelt Jordi Linares die een van de Moorse Broederschappen, de filà Realistes, aanvoert. 'Er wonen wel moslims in Alcoy, gastarbeiders uit Marokko, maar die doen niet mee aan het festival. Er wonen bijna geen moslims in Spanje. Ze werden allemaal uit Spanje verdreven. Ze hebben hier eeuwen gewoond. Toen ze verslagen waren en zich zogenaamd hadden bekeerd maar toch hun geloof bleven uitoefenen, werden ze het land uitgezet, ergens in de 17de eeuw. Met honderdduizenden in boten geladen en gedumpt op de kust van Noord-Afrika.'

Optocht met ridders te paard of op dromedarissen.

Ons feest, onze traditie

De filà Realistes werd opgericht in 1842. 'Je wordt geboren in een filà', legt Jordi uit. 'Je meldt je zoon aan, nog voordat hij wordt ingeschreven bij de burgerlijke stand. Het is een sociaal netwerk. Wij komen iedere week bij elkaar. We helpen en steunen elkaar, onvoorwaardelijk. Het hele jaar leef je samen toe naar dit feest. Niets in het leven is belangrijker.'

Dit jaar gaf Jordi 10 duizend euro uit aan zijn kostuums. Het is zijn droom ooit de moslims te mogen aanvoeren aan het hoofd van zijn filà. Alcoy is een kleine stad, een uur rijden van de kust. Achter de bergen liggen Benidorm en de Costa Blanca. 'Alcoy was een rijke stad in de 19de eeuw, de rijkste na Barcelona. Hier begon de industriële revolutie in Spanje. Er is veel oud geld in Alcoy', vertelt Paola Pons van het verkeersbureau. Zij gaat voor over de begraafplaats. 'Dit is een van de mooiste begraafplaatsen ter wereld.' Op veel praalgraven van textielbaronnen staat Joris de Morendoder afgebeeld die moslims vertrapt onder de hoeven van zijn paard.

'Joris is onze beschermheilige,' zegt Paolo. Ze is behulpzaam maar ze wantrouwt buitenstaanders. 'Het is een folkloristisch feest zoals wij dat al eeuwen vieren en waar wij trots op zijn. Het heeft niets te maken met de actualiteit, met de strijd tussen christenen en moslims zoals die nu wordt gevoerd. Het festival gaat over een veldslag in de vroege Middeleeuwen', zegt ze. 'Wat er ook gebeurt in de wereld. Het is ons feest. Onze traditie.'

De stormloop op de Plaza España

Een lange brug, vernoemd naar Sant Jordí, leidt over een ravijn naar het Plaza España. Het is de enige toegangsweg naar het centrale plein. Duizenden toeschouwers lopen in de vroege ochtend naar de stad. Eén agent houdt toezicht. Alissa lacht mijn zorgen weg. Ze is goedlachs en werkt op het toeristenkantoor. 'Het is feest. Het is veilig. Spanje is veilig.

Hoofdpersoon in de optocht is de kleine Tómas, die dit jaar gekozen is als plaatsvervanger van Sant Jordí op aarde. Hij is 9 jaar. 'Het is een enorme eer', vertelt zijn moeder Estella Cantó trots. Tómas draagt een helm, een leren rok en een borstplaat, een zwaard aan zijn zijde en een lans in zijn hand. Hij blaast ook graag zeepbellen, vertelt hij. Tómas zwaait verlegen naar het publiek dat hem hartstochtelijk toejuicht.

Moorse erfenis

En dan zet de stoet zich in beweging. De koning van de Moren, die de Moorse opstandeling Al Azraq uitbeeldt die Alcoy in 1276 aanviel , loopt voorop. Hij wordt gevolgd door de filaes Marrakesh, de Berberiscos, de Abencerrajes. Ze dragen hun vlaggen mee, versierd met Arabische teksten en symbolen. Ook de filà Judíos loopt mee, ook al werden alle Joden al in 1492 uit heel Spanje verdreven. Samen met de christelijke filaes schuifelen ze de kerk in voor de hoogmis.

'Het is een onschuldig carnaval', zegt Juan Manuel Cid in Granada, de laatste Moorse hoofdstad in Spanje. Hij werkt voor El legado andalusí, die met geld uit Brussel, het Moorse verleden van Spanje onderzoekt en de multiculturele samenleving propageert. 'Na de val van Granada in 1492 werden alle moslims bekeerd. Hun cultuur vernietigd. Hun boeken werden verbrand. Eeuwenlang heeft Spanje de bijdrage van de moslims aan onze cultuur ontkend,' zegt hij in zijn kantoor, een voormalige karavanserai uit de 13de eeuw, niet ver van de kathedraal van Granada die ooit een moskee was.

Op zondag wordt in een kleurrijke processie Joris de Morendoder geëerd. Beeld Getty Images

'Pas na de dood van de dictator Franco, zijn wij ons verleden serieus gaan onderzoeken. Het was een ontdekkingstocht. Wij wisten niets. Op school leerden wij niets over de Arabieren die hier acht eeuwen hadden gewoond. Of over de Joden. Het Alhambra, het paleizencomplex van de laatste Arabische vorsten in Granada, is voor tachtig procent gerestaureerd. De Arabische badhuizen, de stadspaleizen; in heel Andalusië worden de Moorse monumenten gerenoveerd. Wij hebben een aantal reisroutes uitgezet zodat toeristen kunnen kennismaken met de Arabische cultuur.'

In Alcoy beginnen de christelijke Broederschappen aan hun laatste oorverdovende stormloop op het kasteel dat door de moslims wordt bezet. Vermoeid marcheren ze het Plaza España op, de gezichten zwart van het buskruit. Nog slechts een enkele trouwe echtgenote op de tribunes moedigt de strijders aan. Na een kort zwaardgevecht geven de Moren zich over en wordt de christelijke vlag op het kasteel gehesen. Nog eenmaal trekken alle strijders in processie over het plein, uitgeput. Moslims en christenen omhelzen elkaar. 'Wij zijn allemaal vrienden,' zegt Jordi. 'Wij zijn allemaal Spanjaarden.'


Praktische informatie

Sant Jordí
De inwoners van Alcoy vieren ieder jaar rond de feestdag van Sant Jordí op 23 april hun overwinning (asjordi.org).

Kaarten zijn hier te koop: alcoiturisme.com of alcoi@touristinfo.net

Festivals
Overal in de provincie Valencia worden festivals georganiseerd. Zo landen in Vila Joiosa de Moren eind juli met boten op het strand (villajoyosa.com).

Moorse monumentenroute
De route langs Moorse monumenten heet El legado andalusí (legadoandalusi.es).


Volkskrant Reizen

Raak geïnspireerd en maak uw reizen nog bijzonderder met de onafhankelijke reisverhalen en originele tips van de Volkskrant reisredactie. Bekijk onze reispagina of zoek een bestemming op de kaart:

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden