In de voetsporen van Louis Couperus door 'zijn' Den Haag

Stadswandeling door de geliefde stad van de grote schrijver

Hoewel Louis Couperus graag verre reizen maakte, keerde hij altijd terug naar zijn geliefde Den Haag. Een wandeling in de voetsporen van de grote schrijver.

Het 'Takmabruggetje', vernoemd naar de oude heer Takma (Van oude menschen) Beeld Aurélie Geurts

'Zoo ik iéts ben, ben ik een Hagenaar', schreef Louis Couperus, een van Nederlands grootste schrijvers (zelfs Oscar Wilde was fan). Maar met de stad, die hij beschreef in romans als Eline Vere, Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan en De boeken der kleine zielen, had hij een haat-liefdeverhouding.

Het chique milieu waarin hij in 1863 geboren werd, ervoer hij als benauwend: 'In Den Haag was het kleinsteeds, iedereen kende elkander, tenminste van aanzien, en men ontmoette er overal dezelfde mensen, criant vervelend. Je loopt hier altijd rond in een klein kringetje', schreef hij.

Couperus brak graag nu en dan los uit zijn Haagse milieu en had een fascinatie voor exotische bestemmingen. Over zijn reizen naar onder andere Algerije is vanaf 21 mei de tentoonstelling De Oriënt verkend te zien in het Louis Couperus Museum in Den Haag.

Toch keerde Couperus na zijn omzwervingen altijd weer terug naar de mooie stad achter de duinen.

Zijn geliefde Den Haag bestaat anderhalve eeuw later nog steeds. Meeuwen schreeuwen aan één stuk door, de zeewind waait door statige straten en langs lieflijke grachtjes. Het kan er nog: door Couperus' romans en door zijn leven struinen, al hebben de rijtuigen plaatsgemaakt voor SUV's.

Eten als in Indië

In Couperus' tijd was Den Haag een komen en gaan van Indiëgangers: voor even in het land of voorgoed teruggekeerd. In de stad was alles erop gericht hen zich thuis te laten voelen. Fameus is Indisch restaurant Garoeda, met uitzicht op Het Lange Voorhout. Eet een rijsttafel als in De Stille Kracht terwijl mystieke Javaanse maskers je aanstaren.

www.garoeda.com

Dertig bedienden

Een goed begin voor zo'n wandeling is Mauritskade 43, waar Couperus geboren werd. Hij was de jongste van elf uit een familie die generaties lang hoge ambten bekleedde en tot de bezittende klasse behoorde die haar inkomsten verkreeg uit suiker- en koffieplantages op Java.

Negen jaar later verhuisde de familie voor lange tijd naar Nederlands-Indië, waar hij het heerlijk vond. Over de terugkomst in het Haagse schreef hij: '...ik vond het in Holland verschrikkelijk. Ik geloof, dat ieder Indisch kind, komende in Holland, het zo moet vinden. Het kleinere huis, het gat van een tuin (...); ik géén bendie en paard meer; twee meiden en een knecht in plaats van dertig bedienden.'

Ook dit 'kleinere' huis, Nassauplein 4, kun je nog bewonderen. De meest gefortuneerde Hagenaar zou er een moord voor doen, maar voor Couperus was het dus te min. Misschien dat hij er daarom Betsy liet wonen, de vervelende zus van Eline Vere uit zijn gelijknamige debuutroman.

Mauritskade 43; Couperus groeide er op Beeld Aurélie Geurts

Over de villa van zijn opa kon zelfs Couperus niet klagen: Sophialaan 9, een van de mooiste van de stad aan misschien wel de mooiste laan. Om er te komen steek je het 'Takmabruggetje' over. Het is vernoemd naar de oude heer Takma uit de familieroman Van oude menschen, de dingen die voorbij gaan. Couperus liet hem er dagelijks overheen strompelen om visite te maken bij het besje Ottilie Dercksz, met wie hij in een grijs verleden haar man vermoordde.

Bij zijn opa at Couperus oublietjes en speelde hij onder de iepen met zijn nicht en toekomstige vrouw Elisabeth Baud (inteelt was in deze kringen beter dan naar beneden trouwen), die in net zo'n knoeperd van een witte, Indisch aandoende villa aan de overkant van de laan woonde.

Het huis van Couperus' opa, Sophialaan 9 - de mooiste laan van de stad Beeld Aurélie Geurts

In de tuin las hij haar voor uit zijn werk en voor haar 18de verjaardag hing hij, lekker stout, een zelfgemaakte slinger van vrouwenondergoed aan het statige huis. Was het liefde op het eerste gezicht? Mwah. Couperus viel op mannen. Jarenlang had hij een affaire met militair Johan Ram, die er net zo viriel uitzag als zijn naam klinkt. Ram woonde om de hoek in de Dennestraat en leerde Couperus via een toneelclubje kennen.

Op school wilde het niet zo lukken met de jonge Couperus. Carrière maken in Indië zat er niet in. Aangevuurd door een leraar Nederlands begon hij zijn eerste gedichten te schrijven. Enkele jaren later brak hij door met Eline Vere. Als internationaal succesvol schrijver kon hij toch met aanzien door Den Haag flaneren.

Bweeg met de muis over de locaties voor meer informatie.

Flaneren op het Lange Voorhout

En flaneren deed Couperus, net als zijn alter ego Eline Vere, op het Lange Voorhout. De brede straat met zijn lindebomen stamt uit de 15de eeuw en is inspiratiebron voor het Berlijnse Unter der Linden.

Aangenaam knarsen de zeeschelpen onder je schoenen, terwijl je ziet en gezien wordt. Vroeger kweekte men speciaal vinkjes die ze in kooitjes aan de bomen hingen om het gevoel op te roepen echt buiten te zijn. De vinken zijn er niet meer, maar met een beetje geluk passeer je hoge ambtenaren, ambassadepersoneel en zelfs leden van het Koninklijk Huis. Wie je halverwege zeker tegenkomt, is een flanerende Couperus, in standbeeldvorm. Iets kleiner dan de 1 meter 75 die hij was, maar met hoed en wandelstok een echte dandy.

Het Lange Voorhout. De brede straat met lindebomen is inspiratiebron voor het Berlijnse Unter den Linden Beeld Aurélie Geurts

Aan het einde van Het Lange Voorhout dronk Couperus thee in het Hotel Des Indes: imposant, eclectisch van stijl en dé meest gerenommeerde overnachtingsplaats van de stad. Ooit gebouwd in 1870 als partycentrum voor baron Van Brienen, kamerheer van koning Willem III. Als je de Baron wilde visiteren, leverde je je kaartje in. Kreeg je hem terug met een gevouwen hoekje dan had de baron geen trek in je.

Couperus sprak er af met vrinden onder de palmen van de prachtige lounge. Zoals hij in Eline Vere schreef, was het ook een populaire plek voor verlovingsfeesten. Je hoeft tegenwoordig geen deel uit te maken van de Haagse chic om er thee met een taartje ('gebakjes' zijn voor het volk) te nuttigen. En als je aan de bar staat en de decadentie stijgt je naar het hoofd, bedenk dan dat hier vroeger de paarden scheten, want op deze plaats waren de stallen van de baron.

Haagse Kakkers

Couperus hield van shoppen en had er vooral plezier in als winkeliers diep voor hem bogen. Dat deed hij in het oudste nog bestaande winkelcentrum van Nederland (1895): De Passage. Nog beschaafder is de buurt van Noordeinde. Langs de pied-à-terre van Beatrix (nummer 66), langs het Paleis, door de winkelstraat waar Couperus zo graag kwam.

Ongeveer iedere winkel in de straat draagt het predicaat koninklijk. Italiaanse modemerken, antieke sabels en, als jij je afkomst kunt bewijzen, een zegelringetje met familiewapen (altijd aan de pink van de linkerhand, anders val je door de mand).

Op Noordeinde 186 vind je kantoorboekhandel Damen, een snoepwinkel voor ieder die van fraaie notitieboekjes of schilderachtig pakpapier houdt. Couperus wipte regelmatig binnen bij Jacobus Damen voor zijn schrijfwaren en vooral om, hoe kan het ook anders in Den Haag, over politiek te praten. Ook de koninklijke familie laat zich vaak in deze kantoorboekwinkel zien, al maakt het voor kleinzoon Robert Damen geen verschil wie hij bedient: 'Een klant is een klant, niets meer en niets minder. Couperus ook.'

Fraaie notitieboekjes bij boekhandel Damen, waar Couperus ook al graag kocht Beeld Aurélie Geurts

Wie vraagt naar het handgeschepte papier en de lila inkt die Couperus gebruikte, komt bedrogen uit. 'Paarse inkt verkopen we niet meer, dat loopt niet', mompelt Damen. 'En handgeschept papier is écht onzin. Dat was veel te duur voor een grootgebruiker als Couperus. Hij schreef op foliovellen', corrigeert hij. 'Tegenwoordig zou hij waarschijnlijk gewoon een pak kopieerpapier kopen.'

Op nummer 164 zit S. Van Leeuwen Antiquairs. Couperus was vaak in de lommerrijke tuin achter de winkel te vinden. Bel aan bij Alexander, zoon van oprichter Salomon van Leeuwen, en vraag of je de 'Couperustuin', met de dikste boom van Den Haag, een bruine beuk, mag bewonderen.

'Natuurlijk mag dat', zegt van Leeuwen gedistingeerd. Hij blijft even stilstaan bij het bureau van zijn vader, waar Couperus vaak naast stond om te keuvelen en doet dan de deuren open naar de binnentuin.

De 'Couperustuin' met de dikke bruine beuk, achter de winkel van Van Leeuwen Antiquars. Hier was de schrijver op mooie dagen vaak te vinden Beeld Aurélie Geurts

Couperus schreef er graag, met uitzicht op de beuk, in de volksmond de Couperusboom genoemd. 'Hij zat altijd onder een treurwilg die daar ergens stond', vertelt Van Leeuwen terwijl hij naar een lege plek in het gras wijst. 'Het verhaal gaat dat deze wilg, toen Couperus stierf, spontaan is omgevallen.'

Nog zo'n Haags begrip: banketbakkerij Hessing op de Denneweg 128. Ze maken er Eline Vere-taart. Geheel in jugendstil en met een portretje van Eline. 'Hazelnoot en mokka, lekker zoet. In groen en geel, de kleuren van Den Haag', zegt Stefan Hessing, derde generatie bakker. De bakkerij staat vooral bekend om hun Haagse Kakkers: zwaar, rond krentenbrood met spijs van honing en nootjes, veel bruine basterd en heel veel kaneel.

Hessing: 'Bedacht voor notabelen die hun gasten iets rijk gevulds wilden voorzetten, maar niet te duur.' Zoetekauw Couperus zal ze vaak hebben gegeten. Tegenwoordig haalt prinses Laurentien haar Kakkers hier.

Haagse Kakker van banketbakkerij Hessing: krentenbrood met spijs van honing, nootjes en kaneel Beeld Aurélie Geurts

Naar het Kurhaus

Van jongs af aan ging Couperus graag naar Scheveningen. Per tram of boot: de schuit, toen getrokken door een paard door het kanaal, vaart nog steeds.Vooral het imposante Kurhaus in neorenaissancestijl en achthoekige koepel kon zijn goedkeuring wegdragen. Anders dan in de dagen van Couperus kun je er nu gewoon binnenlopen om de rijk gedecoreerde Kurzaal in volle glorie te bewonderen.

www.amrathkurhaus.com

Onder Couperianen

Een dagje Couperus sluit je af in het piepkleine Louis Couperus Museum in de Javastraat, waar morgen de tentoonstelling over Couperus' reizen opent. Hier staat het schrijfbureau in Renaissancestijl dat hij liet vervaardigen met het geld dat hij verdiende met Eline Vere. Op het bureau staat een potje met zijn geliefde paarse inkt.

Eyecatcher en best eng is het wassen beeld van Couperus in rokkostuum, dat in de achterkamer staat. Met zijn volle lippen, wijkende haarlijn, knijpbrilletje op de neus en bizar lang gevijlde nagels. Om te laten zien dat hij niet met zijn handen werkte én omdat hij een echte tut was.

Couperus' bureau dat hij liet maken van de opbrengst van Eline Vere Beeld Aurélie Geurts

Haagser dan museummedewerkster Marianne Hezemans worden ze niet. Een frêle vrouw, haar grijze haren keurig gekapt, mantelpakje aan. Ze is Couperiaan pur sang en vertelt er graag over tijdens wandelingen. Even om de hoek, voor Surinamestraat 20, waar Couperus zijn Eline Vere schreef, vertelt ze in hoog Haags: 'Het pand is eigendom van de Egyptische ambassade, maar het staat al meer dan tien jaar leeg; het ongedierte loopt er rond. De hele buurt spreekt er schande van. Het zou zo mooi zijn als ze er een fin-de-sièclemuseum van zouden maken, waar Couperus geëerd wordt.'

Couperusfans staan dagelijks voor de deur te trappelen en proberen zich voor te stellen hoe het er van binnen uitziet. Als troost staat er op het plein tussen de bloeiende krokussen een vorstelijk borstbeeld van de koning van de Nederlandse literatuur.

Vorstelijk beeld van de schrijver in de Surinamestraat Beeld Aurélie Geurts

Den Haag en Scheveningen zoals toen

Bij het beroemde Panorama Mesdag kun je op een doek van 14 meter hoog en met een omtrek van 120 meter zien hoe Den Haag en Schevingen erbij lagen in de tijd van Couperus. Minstens zo interessant is de kunstcollectie die schilder Hendrik Willem Mesdag samen met zijn vrouw Sientje verzamelde.

www.demesdagcollectie.nl
www.panorama-mesdag.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.