Vakantieliefde Op de camping in Frankrijk

In de schoot geworpen tienergeluk

Ze ontmoetten elkaar op vakantie. Het werd liefde. Wat volgde en hoe kijken ze daar nu op terug? Jantien en Jeroen weten nog goed hoe ze elkaar ontmoetten in de zomer van 2002 op de Franse camping.

Foto Deborah Van Der Schaaf

Jantien, 33

‘Camping La Vieille Ferme in het Franse Embrun had als je binnenreed twee slagbomen en een receptiegebouw, met ernaast een groot bord met een lachend zonnetje. Het was er klein en gezellig met aan weerszijden van de weg lavendelstruiken. Onze buren hadden gezegd: ga daar maar heen, wij staan er ook, ze hebben daar fijne sportieve kampeerders en Nederlandse eigenaren. Toen mijn ouders, mijn zusje en ik in de zomer van 2002 aankwamen waren er nog maar twee plekken vrij. Na enig beraad koos mijn vader de plek naast de ouders van Jeroen. Ik had nog maar net met mijn zusje ons tentje opgezet, het luchtbed opgeblazen en onze tassen naar binnen gewurmd, toen ik gaar en bezweet naast mijn vader ging staan die door de buurman was aangesproken. Waar komen jullie vandaan, was de reis voorspoedig: het vaste snuffelritueel van nieuwkomers op een camping. Dat wil zeggen van de volwassen nieuwkomers, want toen ik even later Jeroen uit hun caravan zag komen, verliep de kennismaking een stuk minder vaardig. Hoi, zei hij. Hoi, zei ik. Later zouden onze vaders zeggen dat ze toen al een vonk zagen overslaan, maar ik zag vooral een leuke leeftijdgenoot in een open geknoopt blauw hawaïshirt en een mooie buik.

Hij was samen met wat vrienden op weg naar het meer, een kwartiertje lopen van de camping, zei hij. Als mijn zusje en ik ook zin hadden om te zwemmen, waren we welkom. Ontevreden over mijn plakkerige reisoutfit stond ik er nog steeds wat stuntelig bij. Hij raakte iets in me. En even later, nadat we mijn moeder hadden geholpen alle etenswaren in de koelkast te zetten, liepen mijn zusje en ik in onze bikini over het zanderige pad naar het meer. Daar was Jeroen en daar waren ook onze buurjongens, wat de introductie nog makkelijker maakte. Met een beweging van mijn hoofd scande ik het groepje meisjes dat in het zand lag te zonnen, geen beeldschone meiden, maar wel knapper en magerder dan ik. Bovendien hadden ze een verontrustende voorsprong omdat ze elkaar en Jeroen al kenden. Toch deed Jeroen die middag iets wonderlijks wat ik alleen kon uitleggen als interesse. Ik had mijn handdoek uitgespreid en toen ik opkeek had hij ineens een staartje in zijn haar, en tegen mij zei hij: dit elastiekje vond ik op de grond, is dat soms van jou? Ik lachte. Nee, antwoordde ik toen enigszins uit de hoogte, hoe kan dat nou, ik ben hier net.

Zo ging het de hele verdere vakantie; als baltsende kraanvogels maakten we dansjes voor elkaar om ons dan weer om te draaien en aandacht te veinzen voor een andere jongen of meisje in de veronderstelling dat ons dat voor elkaar nog aantrekkelijker maakte. We zwommen, aten ijsjes in het kleine campingbarretje en deden karaoke. Kort voor de vakantie had ik Anna Karenina gelezen en met heel mijn 17-jarige lichaam verlangde ik naar de grote intense liefde die zij had meegemaakt. Je zou zeggen dat de wereld van een Franse camping mijlen ver af staat van het vruchteloos hunkeren van Anna Karenina, maar toch zat het anders. Voor mij, pubermeisje met een grote verbeelding, was de grote romantiek juist overal. In het bijzonder in de washokken op de camping waar Jeroen en ik iedere avond samen onze tanden poetsten. Met zijn tweeën stonden we in een kleine wascabine. Elk met een tandenborstel, een mond vol schuim, het schuim spuugden we in de witte bak van aardewerk, het spatte tegen de spiegels. Dat was het moment dat ik begreep dat ik verliefd was op Jeroen, en misschien zelfs al van hem hield: hij was een jongen die mij ook met tandpasta op mijn lippen, nog steeds leuk vond. Het gevoel dat ik me niet hoefde uit te sloven om aantrekkelijk gevonden te worden, dat het niet ging om het grote drama zoals bij Tolstoj, maar om intimiteit en vertrouwen: dat was de romantische les die ik trok in de washokken van La Vieille Ferme, in de zomer van 2002.

De eerste kus volgde niet veel later, op vrijdag 12 juli in de plaatselijke discotheek. Hij kwam achter me staan en legde zijn handen op mijn heupen en om een of andere reden leek het me logisch mijn vingers om zijn duim te leggen. Daarna vlijde ik mijn hoofd tegen zijn schouders, en zoenden we. Hij zoende een beetje nat, maar wel teder. Het was een ontlading. Hij had voor mij gekozen, en niet voor het meisje met het korte rode haar dat ik een week lang als mijn rivale had beschouwd. Kort daarop was mijn vakantie afgelopen, we huilden bij het afscheid, ik zwaaide uit het raam van onze Renault Espace en we beloofden elkaar te bellen zodra we thuis waren. Daar hebben we ons aan gehouden. Om het weekend begonnen we elkaar op te zoeken en daarna zijn we allebei gaan studeren in Groningen, waar we nog steeds wonen met onze twee kinderen. Verschroeiend en meeslepend is ons leven met een gezin nog steeds niet. Maar zoals ik al vaag begreep die keren tijdens het tandenpoetsten, merk ik elke dag hoe fijn het is iemand te hebben voor wie ik goed genoeg ben. Iemand die mij even geweldig vindt als ik hem. Dat vertrouwen van toen duurt nu al zestien jaar.’

Jeroen, 33

‘Zij was totaal out of my league met haar grote bos rode krullen, haar billen, haar borsten. Ik weet zeker dat het bij mij thuis in Hilversum nooit iets tussen ons was geworden. Daar was ik het sukkeltje dat altijd met computers bezig was. Maar in Embrun, op camping La Vielle Ferme, golden in 2002 heel andere wetten. Het hielp natuurlijk dat het vakantie was, en dat ik er het jaar ervoor ook gekampeerd had waardoor ik alle leuke plekken kende waar je ’s avonds kon hangen, iets wat me gezag gaf. Maar de afwezigheid van thuis, van mijn populaire klasgenoten speelde misschien wel de grootste rol. Zonder hen werd ik ineens de jongen die ik altijd had willen zijn: een gangmaker, voor wie zelfs het mooiste meisje van de camping niet per se onbereikbaar was. De eerste keer dat ik Jantien zag was op het strandje langs het stuwmeer. Ze kwam aanlopen in haar korte broekje en T-shirt, in alles een vrouw. Ik was diep onder de indruk van haar, iets wat ik probeerde te verbergen met melige grappen. Op het strand vond ik een haarclip, zo’n grote spin van bruin gevlamd plastic en vroeg dommig of die van haar was. Ze reageerde een beetje lacherig. Ik kom net aanlopen, zei ze, hoe kan dat ding van mij zijn, en even later deed ik de clip in mijn eigen haar en verliet parmantig als een slechte komediant het strand. Die middag, in mijn eentje in mijn koepeltentje, kwam de schaamte. Ik kon me wel voor het hoofd slaan. Wat had ik gedaan, was dat alles wat ik in huis had om een meisje te versieren?

Toch waren het grappen van allerlei soort waar ik het ook de rest van de vakantie van moest hebben. Ik mocht hier in Zuid-Frankrijk dan een betere versie van mijzelf zijn, daaronder sluimerden natuurlijk de resten van de jongen met de gele gameboy die het liefst de hele dag Donkey Kong speelde. Nog namijmerend over de ontmoeting aan het meer, werd ik ’s avonds voorgesteld aan de Nederlanders naast ons en tot mijn grote geluk kwam plotseling Jantien tevoorschijn als hun dochter. Verlegen gaven we elkaar een hand. ‘Wij hebben elkaar vanmiddag al even ontmoet’, lachten we. Dat was het moment waarvan onze ouders nog steeds beweren, dat het prille liefde was op het eerste gezicht. Maar liefde was niet wat ik op dat moment voelde. Simpelweg omdat ik op mijn 17de niet in die termen dacht. Ik vond haar prachtig en opwindend en groots, dat ze ineens mijn buurmeisje op de camping bleek te zijn vergrootte mijn kansen aanzienlijk. Dat moet mijn vader hebben gezien, die opwinding en euforie daarover. De vergezichten. Meer niet.

De volgende dag stond ik nog vroeger op dan normaal om haar ’s ochtends uit haar tent te zien komen met die rode krullen in een soort coupe explosive. We glimlachten en zeiden keurig goedemorgen en aan het ontbijt zorgde ik ervoor dat ik precies zo ging zitten dat ik haar kon zien. Er volgde die week een wonderlijke paringsdans zoals alleen tieners dat kunnen: het ene moment hadden we heel veel lol en het andere moment negeerden we elkaar. Het waren dagen van zwemmen en spelletjes doen, van elkaar vluchtig aankijken, lachen, en wegkijken, van achter elkaar aan rennen en plagen en van gameboyen voor de tent terwijl zij een paar meter verderop deed of ze Suske en Wiske las. Op een vrijdagavond gingen we met de hele groep naar zo’n typisch Franse discotheek, een laag gebouw aan de rand van het dorp met een flauw hellend dak en een groot parkeerterrein. Aan het stuwmeer dronken we eerst Cola Malibu en of het daar mee te maken had weet ik niet, maar op een of andere manier begreep ik dat er die avond iets heel groots te gebeuren stond. Zonder er van tevoren over te hebben nagedacht, legde ik op de dansvloer mijn handen op haar heupen, zij wreef over mijn duim, ik keek haar aan, en ineens begonnen we te zoenen. Machtig was dat. Ik had gewonnen. Ik merkte hoe de andere jongens van de camping die ook om Jantien hadden gedraaid, in mij onmiddellijk hun meerdere erkenden en direct afstand namen. Ja, ik was de grote held en op de terugweg, op een splitsing, midden op een verkeersheuvel, zoenden we opnieuw. Het liefst had ik meteen al mijn vrienden gebeld. Dat het veel meer was dan zomaar winnen, meer ook dan zelfoverwinning, dat het echte liefde zou worden, bleek pas veel later toen we elkaar na de vakantie om het weekend gingen opzoeken. Ik zie me nog staan op station Heerenveen waar Jantien en haar vader me kwamen halen. En daarna samen op de achterbank, ongeduldig wachtend tot we eindelijk thuis waren en aan elkaar konden zitten.

We zijn nu zestien jaar verder, nog een jaar en we zijn net zo lang met als zonder elkaar. Wat begon als in de schoot geworpen tienergeluk werd de liefde van mijn leven. Ik kan haar nog steeds aan het lachen maken. Bijvoorbeeld toen ik haar in het meest zuidelijke deel van Argentinië ten huwelijk vroeg maar eerst moest wachten tot de bus Japanners eindelijk vertrokken was. Ze moest lachen toen ik de ring tevoorschijn peuterde, en daarna huilde ze, want ja, ze wilde heel graag trouwen. Samen vervelen we ons nooit.’

De namen Jantien en Jeroen zijn niet de echte namen van de geïnterviewden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.