In de rotsen uitgehakt

De dorpjes Baux en Saint-Rémy-de-Provence zijn de grote attracties van Les Alpilles, de kleine Alpen. Ze zijn zo aantrekkelijk, in het landschap van Vincent van Gogh, dat het toerisme ze verstikt....

Neem Baux de Provence, het geografische hart van de Alpilles. In de gidsen staat de citadel vermeld als een van de mooiste monumenten van Frankrijk – als je je ogen enigszins toeknijpt, begrijp je ook waarom. Baux is een eeuwenoude vestingplaats, gekenmerkt door zijn Renaissance-architectuur die in de rotsen is uitgehouwen. De burcht bestaat al sinds de Romeinse tijd vanwege zijn strategische ligging langs oude verkeersaders.

Met zijn tot ruïne vervallen kasteel en het panorama tot aan de Middellandse Zee is het rotsdorp een indrukwekkende locatie. Helaas valt de opdringerige commercie in het dorp niet uit het zicht te bannen. In na-en voorjaar gaat het nog wel, maar in de zomermaanden is een bezoek ronduit onmogelijk. Het aantal toeristen (25 duizend per maand) laat dan alleen nog maar rondschuifelen met de meute toe. 'De zomer is de hel. Alsof je in een Parijse metro zit', bekent Cyril Dumas, tot voor kort student kunstgeschiedenis in Parijs en tegenwoordig conservator van Baux.

Hij is naar de streek van zijn familie teruggekeerd met als missie het culturele erfgoed te beschermen. 'Het is een zware strijd tegen de winkeliers, die het hier tot dusver voor het zeggen hadden.' Vijftiende eeuwse schouwen sneuvelen onder hun handen, omdat ze 'niet praktisch zijn'. Dat vandalisme kun je zelf niet zien, maar de vlaggetjes en uithangborden die de oude in de rotsen uitgehakte straatjes ontsieren, zijn al ergerlijk genoeg. Dumas is door het gemeentebestuur aangesteld om de hoogwaardige cultuur te stimuleren. De jonge conservator heeft inmiddels ondervonden hoeveel weerstand zijn plannen oproepen. 'Mijn auto is onlangs flink toegetakeld', bekent hij.

Ondanks de dominante commercie is een bezoek aan Baux de moeite waard, buiten het seizoen dan. De voornaamste reden is een even buiten het dorp gelegen oude steengroeve, die Cathedral d'Images, de kathedraal van de beelden, is gedoopt. In een bocht van de Route de Maillane doemt hij plots op. De rotsen zijn over een lengte van meer dan tien meter rechthoekig uitgehakt, waardoor enorme zuilen zijn ontstaan. Je waant je in het décor van een spektakelfilm over het oude Egypte. Je ziet meteen waarom de Franse kunstenaar Albert Plécy in 1977 de plek uitkoos voor zijn levenswerk: 'Onze voorouders hadden eeuwen nodig om hun stenen kathedralen te bouwen. Onze kathedralen van beelden worden iedere seconde gebouwd.'

De betekenis wordt duidelijk in de steengroeve, waar een overweldigend universum van beeld en geluid je overvalt. Op metershoge muren worden in het donker wisselende fragmenten van schilderijen van Jeroen Bosch en Pieter Bruegel vertoond, muzikaal krachtig ondersteund door Mozart en Wagner. Vijftig diaprojectoren laten op vierduizend vierkante meter muur de beelden van Bosch en Bruegel in elkaar overvloeien. De absurde, fantasievolle details uit het werk van Bosch (vliegende vissen, schijtende vogelfiguren) die in musea gemakkelijk aan de aandacht ontsnappen, krijgen hier de volle nadruk, geprojecteerd op een tien meter hoge muur.

De Italiaanse bedenkers Gianfranco Iannuzzi en Renato Gatto spelen met de muziek op de beelden in: romantisch lichte tonen bij zomerse taferelen van het middeleeuwse landleven; feestmuziek bij zuipende en zoenende boeren en boerinnen; onheilspellend zwaar tromgeroffel bij doodskoppen en beelden van het vagevuur, uitmondend in het Requiem van Mozart. Van paradijs naar hel, oftewel van geboorte naar dood, is de visie die Iannuzzi en Gatto er in de voorstelling inrammen. Een hallucinerende ervaring, die nog lang natrilt als het zonlicht van de Provence je weer in de ogen schijnt.

Het lager gelegen deel van Baux kun je maar beter snel doorkruisen om uit te komen bij de klif met de ruïnes van het vroegere kasteel. Er is maar weinig van over en dat valt toe te schrijven aan de bouwlust van latere generaties. 'Als een kies met een gat heeft het dorp zich steeds verder uitgehold', zo omschrijft Dumas de ruimtelijke ontwikkeling. Maar de ruïnes geven je wel de ruimte om te bedenken hoe in de vijftiende eeuw, onder de heerser Raymond de Turenne, de gasten werden ontvangen, hoe de gevangenen vastzaten (hun graffiti is in de muren gekerfd) en hoe zij werden vermoord. De Turenne dwong hen van de tientallen metershoge klif te springen.

Terug in het dorp leidt Dumas ons naar een verborgen schat: het voormalig atelier en huis van de Spaanse kunstenaar Louis Jou. Hij vestigde zich eind jaren dertig in het ingeslapen Baux, toen nog een gemeenschap van geitenhoeders en olijfboeren. Jou zette zich aan de restauratie van historische panden en wist, samen met de toenmalige burgemeester tevens chefkok, de jetset van het nabijgelegen Cannes en Saint-Tropez tot bezoekjes te verleiden. Sindsdien is het dorp opgestoten in de vaart der volkeren, met alle gevolgen van dien. In het huis van Jou valt nog die pionierstijd op te snuiven. Vooral in zijn bibliotheek hangt de sfeer van iemand die een even boers als aristocratisch bestaan leidde – landheer én landarbeider zouden aan zijn tafel kunnen aanschuiven. De collectie van circa tachtig Goya-etsen maakt een bezoek aan zijn huis helemaal de moeite waard.

Vincent van Gogh is de redder van het nabijgelegen Saint-Rémyde-Provence. Hij verbleef er in een inrichting van mei 1889 tot mei 1890, twee maanden voor zijn dood. De schilder was er krankzinnig productief: meer dan 150 doeken en honderd tekeningen maakte hij er, waaronder De irissen, Korenveld met cipressen en De kliniek Saint-Paul. Van Gogh vond in die kliniek, Le Cloi*tre St-Paul de Mausole, eindelijk enige rust. Dat geldt, na de drukte van Baux, ook voor ons.

Het gesticht functioneert nog. De Romaanse kloostertuin biedt serene rust, je zou er wel uren willen blijven. Een trap leidt naar een leerzame expositie over psychiatrische behandeling in de negentiende eeuw: hard werken werd als voornaamste methode gezien om 'idioten' weer in het gareel te krijgen. Eén stap verder en daar is de oude kamer van Van Gogh, althans een vertrek als zodanig ingericht. Een kale ruimte met een bed, meer is het niet. Vanuit het raam valt het landschap te zien dat Van Gogh ooit afbeeldde. Zijn interpretatie staat ernaast. In één 0 0 km km klap wordt duidelijk dat, ook al zien we min of meer wat Van Gogh destijds zag, we dat er zelf nooit in kunnen zien.

Hetzelfde geldt voor de velden rond het gesticht, in het landschap herhaalt zich die ervaring. Op verschillende plekken wandel je langs het origineel én de afbeelding van Van Gogh. Een geniale periode van een geniale schilder wordt bijna voelbaar. De Van Gogh-wandeling is met afstand de grootste attractie van Saint-Rémy, een dorp dat verder lijdt onder een opleuking met snoezige designshops, modieuze galeries en door toeristen gevulde cafés. Met Baux heeft Saint-Rémy de landbouw afgezworen en zich aan het toerisme overgegeven. Het is economisch vermoedelijk verstandig, maar authentiek Provençaalse ervaringen, wat die ook precies mogen behelzen, zitten er in deze dorpen niet meer in.

Wie dat zoekt, moet dat buiten het hart van de Alpilles doen, in dorpjes als Mouriès, Aureille en Eygalières. Vooral het laatste is charmant met zijn eerlijke Bar Tabac Restaurant, luisterend naar de naam Le Progrès, waar een simpel maar smakelijk dagmenu wordt geserveerd, terwijl de autochtonen aan de bar hangen en naar de televisie kijken – een verademing na het opgefokte toerisme van Saint-Rémy en Baux. Een wandeanantling naar het hoogste punt van het dorp, met de ruïne van een kapel, is de moeite waard. Beschut achter een rotsblok, uit de vlagen van de mistral, kun je genieten van een magnifiek uitzicht over het harmonieus gekleurde dorp, omgeven door zijn Alpjes.

Van hieruit kun je verder lopen naar het nabijgelegen Le Destet, waar de natuur de charme van de Provence heeft bewaard. De kronkelende wegen langs de olijf-en wijngaarden bieden adembenemende vergezichten. Het is alleen de vraag hoe lang dit gebied nog mooi blijft: hotels, maneges en golfbanen zijn aan de winnende hand.

Ook hier is een waarschuwing voor de zomerperiode op zijn plaats: in juli en augustus is wandelen buiten de dorpen van de Alpilles verboden vanwege het gevaar voor bosbrand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.